Voor de vijfde keer rollen de GGD’s de komende maanden een grootschalige boostercampagne uit tegen corona. Voor ouderen en kwetsbaren ditmaal, maar wat voegt de prik nog toe, nu iedereen wel een of andere vorm van bescherming heeft? De laatste inzichten en cijfers op een rij.
Daar gaan ze weer, de truien en hemdsmouwen. Zo’n 4,8 miljoen 60-plussers krijgen komende weken een oproep om vanaf oktober bij de GGD een coronaprik te halen. Een booster welteverstaan, tegen omikronvariant XBB 1.5, die met zijn directe nakomelingen momenteel in ons land ruwweg de helft van alle besmettingen veroorzaakt.
Dat zal de bescherming tegen het krijgen van het virus in elk geval tijdelijk verhogen en het risico op ziekenhuisopname en sterfte drastisch verlagen, verwachten experts. Geen overbodige luxe, zegt immunoloog Gijsbert van Nierop van het Erasmus MC. ‘De eerdere vaccinaties boden immuniteit tegen het oorspronkelijke coronavirus uit Wuhan. Nu gaat het erom dat ons immuunsysteem de nieuwere varianten beter leert kennen. Dát is waarom de booster zinnig is.’
Kinderarts-epidemioloog Patricia Bruijning ziet covid tegenwoordig meer als de griep of het rs-virus: ‘We krijgen het allemaal. Soms heb je er weinig last van, soms wat meer. Maar er zijn fases in je leven waar zelfs een milde infectie je een heleboel ellende kan bezorgen. Er is niks op tegen als mensen zich goed beschermen.’
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.
Vervelend is wel: harde cijfers hoe goed de nieuwe booster precies beschermt, zijn schaars. Volgens cijfers van fabrikant Moderna zorgt de booster voor ruwweg een vertienvoudiging van de hoeveelheid antistoffen tegen de belangrijke varianten van het moment. Maar onduidelijk is hoe lang die bescherming duurt, en wat voor nieuwe varianten er komen.
Een redelijke indruk geeft het vorige seizoen, toen men een dubbele booster inzette, tegen het ‘klassieke’ coronavirus én de destijds heersende omikronvariant. Bij ouderen verkleinde dat het risico op ziekenhuisopname met 62 procent ten opzichte van mensen die de booster niet namen, blijkt uit Amerikaanse cijfers. Ook in ons land zorgde de booster bij 60-plussers voor meer dan een halvering van dat risico.
Na enkele maanden begon de bescherming echter wel weg te zakken. Een halfjaar na de prik waren geboosterden in de VS nog zo’n 20 tot 30 procent extra beschermd tegen ziekenhuisopname, en 50 procent tegen ic-opname. Bij mensen met een immuunstoornis nam de bescherming sneller af.
Dat zijn de ernstige gevallen, maar voorkomt de booster ook dat je het virus kríjgt? Nou: een beetje. Bij Nederlandse 60-plussers beschermde de herhaalprik uiteindelijk slechts 14 procent tegen infectie. Simpel gesteld: je zou er een op de zeven infecties mee voorkomen.
Dat zal nu gunstiger zijn, verwacht Van Nierop, omdat de nieuwe booster alleen is gericht tegen de omikronvariant, waardoor het immuunsysteem zich daar als het ware volledig op kan richten. Maar verwacht geen wonderen, erkent hij. ‘Boosteren is zeker zinnig, om beschermd te blijven tegen een breed scala aan varianten. Maar die 95 procent bescherming die je zag na de allereerste proeven met de allereerste vaccins, die gaan we niet meer halen.’
Daardoorheen speelt iets ingewikkelds. Steeds duidelijker is dat het doormaken van de infectie het afweersysteem beter op scherp zet dan de booster doet. ‘Vaccins zijn alleen gericht tegen de uitsteeksels van het virus. Terwijl mensen die een infectie doormaken, alle eiwitten van het virus zien’, zegt Van Nierop. ‘Je prikkelt dan op meerdere manieren je immuunsysteem.’
Dat blijkt ook uit de cijfers: 60-plussers die een omikroninfectie doormaakten, waren de maanden daarna voor wel 82 procent beschermd tegen herinfectie. ‘Aanzienlijk beter’ dan wie de booster kreeg, schrijft de Gezondheidsraad in een deze zomer verschenen advies. Een grote, internationale analyse liet intussen zien dat wie het virus opliep, een halfjaar later 80 procent beschermd is tegen ernstige ziekte, en een jaar later nog altijd ongeveer 75 procent.
Dat is dan ook de reden dat Nederland er, anders dan bijvoorbeeld de Verenigde Staten, voor kiest om alleen nog ouderen en risicogroepen in te enten. ‘We zijn in ons land wat terughoudender. Alleen als het echt nodig is, en laat anders de natuur haar gang gaan’, zegt Bruijning. ‘Wat je uiteindelijk wilt, is een zo breed mogelijke immuniteit, tegen zo veel mogelijk varianten.’
Het allerbeste beschermt overigens nog ‘hybride immuniteit’, blijkt uit vrijwel alle studies: ziek worden door het virus en daarna een boosterprik halen – of andersom. Die immuniteit zorgt ervoor dat de beschermde een jaar later nog altijd meer dan 95 procent beschermd is tegen ernstige corona, en voor haast 50 procent tegen het virus sowieso opnieuw krijgen.
Geen onlogische gedachte dus om te denken: doe mij maar het virus, in plaats van de prik. Nagenoeg iedereen heeft immers wel een of andere vorm van immuniteit, door eerdere vaccinaties of door het virus zelf. Bovendien is omikron minder schadelijk dan eerdere varianten. Wat zijn eigenlijk de risico's, voor wie tegenwoordig corona krijgt?
Dat is niet precies duidelijk, stelt hoofdepidemioloog Susan van den Hof van het RIVM. ‘We weten dat de kans op ziekenhuisopname en sterfte is gedaald door vaccinatie en eerdere infecties en dat die voor omikron lager is dan voor eerdere virusvarianten’, constateert ze. ‘Maar hoeveel, dat kunnen we niet zeggen. Omdat we niet goed weten hoeveel infecties er zijn.’
Om toch iets van een indruk te geven: tijdens de eerste omikron-uitbraak, in Denemarken eind 2021, bleek ineens nog maar één op de zes- tot zevenhonderd geïnfecteerde mensen in het ziekenhuis te belanden. Andere studies gaven aan dat omikron zo’n 66 procent minder schadelijk is dan zijn voorganger, de deltavariant.
Maar het risico op ernstige ziekte stijgt wel sterk met de leeftijd. Zo hebben tachtigers die corona krijgen volgens cijfers van het Europese instituut ECDC liefst dertien keer zoveel risico op ziekenhuisopname als zestigers. In ons land belandden vorig winterseizoen nog altijd zo’n 15 duizend, overwegend oudere coronapatiënten in het ziekenhuis, en 850 op de intensive care, met golven in oktober, december en maart.
De boosterprik wordt, wat later in de campagne, ook aangeboden aan groepen die zelf niet direct kwetsbaar of oud zijn: die kunnen zelf een afspraak maken.
Bij zwangeren heeft dat een duidelijke medische reden. Vrouwen die vijf maanden zwanger zijn en corona krijgen, hebben zo’n 20 procent meer risico op vroeggeboorte, en ongeveer 25 procent meer risico op dood van de baby, blijkt uit een analyse van ruim 13 duizend zwangerschappen in twaalf landen. Al gaat het nog steeds om heel kleine risico’s.
Bij zorgmedewerkers en familieleden van kwetsbare patiënten gaat het om iets anders: het risico dat ze het virus meenemen en iemand besmetten. ‘Ik zou als je iemand in huis hebt die bijvoorbeeld een chemokuur ondergaat of transplantatiepatiënt is, die booster absoluut halen’, zegt kinderarts-epidemioloog Bruijning onomwonden.
Over het onderwerp bestaan veel misverstanden, vooral bij groepen die coronavaccinatie afwijzen. Duidelijk is immers dat ook gevaccineerden het virus soms doorgeven aan andere mensen, betogen de tegenstanders.
Dat klopt, maar de káns op doorgifte is na vaccinatie wel degelijk een stuk kleiner. Neem een groot onderzoek naar ruim 20 duizend coronabesmettingen in gevangenissen, tussen celgenoten. Gevaccineerde gevangenen die toch corona kregen, besmetten hun celgenoot zo’n 25 procent minder vaak dan ongevaccineerde gevangenen deden. In huishoudens vermindert vaccinatie de kans op doorgifte zelfs met zo’n 64 procent, blijkt uit andere studies – nog bovenop de bescherming doordat gevaccineerden sowieso minder vaak corona krijgen.
Ook het risico op langdurige klachten – het postcovidsyndroom – is een stuk kleiner sinds de opkomst van omikron. Ongeveer half zo laag, volgens een Nederlandse studie van afgelopen lente. Tel daar alle immuniteit die we hebben opgebouwd bij op, en het risico dat u na corona postcovid krijgt, is zo’n vijf tot acht keer zo klein als begin 2020, constateerde een vorige week verschenen Duitse studie.
Niet meteen duidelijk is echter hoeveel een extra booster precies afsnoept van het risico op langdurige klachten. De Gezondheidsraad verwijst naar een groot Italiaans onderzoek: na vaccinatie zakte het risico op postcovidsyndroom van 42 naar 17 procent. Maar dat was vóór omikron. In Duitsland vond men geen effect van vaccinatie op postcovid, al kan dat ook komen door de lage aantallen, erkennen de onderzoekers.
En de booster halen als remedie tegen al bestaande postcovid? Drie grote, recente overzichtsartikelen kwamen niet tot een duidelijk antwoord of vaccinatie helpt tegen postcovid. ‘Op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur is op dit moment geen uitsluitsel te geven of vaccinatie al bestaande klachten kan verminderen’, constateert de Gezondheidsraad.
Anders dan bij de eerste prikronden, zijn de nieuwe boosters niet getest op tienduizenden, maar slechts op een paar honderd mensen. Alles aan de prik is immers hetzelfde, alleen de genetische code die aangeeft welke variant hij moet aanpakken is iets anders, is de gedachte daarachter. Daarmee is de booster toch zoiets als een auto die in een nieuwe kleur wordt aangeboden: even inspecteren is nuttig, maar opnieuw alle veiligheidstests doorlopen is niet nodig.
Die inspectie bevestigt inderdaad dat de booster dezelfde bijwerkingen heeft als zijn voorgangers. Twee op de drie mensen krijgt een zere arm, ruim de helft voelt zich een dag niet lekker, met vermoeidheid, hoofdpijn en spierpijn als meest genoemde klachten. Rillingen kreeg 14 procent, koorts een op de twintig mensen, misselijkheid was bij 8 procent bijeffect.
Hoewel internet bol staat van de wildste geruchten over vermeende bijwerkingen van coronavaccins, is de wetenschappelijke consensus juist dat het vaccin erg veilig is. Ernstigere bijwerkingen komen wel voor, maar zijn heel zeldzaam.
Zo werden in ons land na 36 miljoen prikken bij elkaar 90 gevallen van allergische reactie geregistreerd, oftewel eens in de 400 duizend keer. Ook nu is het advies daarom om na de prik even te wachten met weglopen: tweederde van de allergische reacties vindt plaats binnen een kwartier.
Ook ontsteking van het hartzakje of de hartspier komt voor: twee tot acht keer per 100 duizend prikken. Doorgaans verloopt zo’n ontsteking redelijk probleemloos, en het risico op de aandoening na infectie met het virus is veel groter: 50 tot 180 per 100 duizend infecties.
Hardnekkige geruchten over problemen bij het zwanger worden of de zwangerschap zelf, blijken keer op keer onterecht. Zo bracht een enorme Scandinavische studie bij meer dan 150 duizend zwangere vrouwen die werden gevaccineerd tijdens de zwangerschap geen enkel verhoogd risicio aan het licht op doodgeboorten, vroeggeboorte of onderontwikkelde baby’s.
Source: Volkskrant