N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Je hebt Tweede Kamerleden zoals Erik Haverkort van de VVD. Hij kreeg plek 39 op de kandidatenlijst en dat betekent zo goed als zeker dat hij na de verkiezingen geen Kamerlid meer is, in peilingen staat de VVD op zo’n 26 zetels. Maar als je hem ernaar vraagt, in zijn werkkamer in Den Haag, noemt hij zijn plek „fantastisch” en „een eer”. Boven hem staan „mooie mensen” en het draait niet om hem hè, maar om het landsbestuur.
Je hebt ook Kamerleden als Hawre Rahimi, ook van de VVD. In zijn fractie gaat hij over ‘de informatiesamenleving’ en de Archiefwet en net voordat de kandidatenlijst bekend wordt, heeft hij alle tijd. Hij wil, zegt hij dan, heel graag door als Kamerlid. Als hij op 46 staat, lukt het me niet meer om met hem af te spreken. Hij heeft het te druk, ook om even te bellen. Hij appt dat hij „natuurlijk wel” een hogere plek had willen hebben, maar hij is „blij en trots” dat hij erop staat.
En er zijn er zoals Raoul Boucke van D66, nu tweeënhalf jaar Kamerlid. Een dag nadat de D66’ers te horen hebben gekregen of ze op de lijst staan en hoe hoog, laat hij op sociale media weten dat hij wil stoppen als Kamerlid, hij gaat het Europees Parlement proberen. „Geen gemakkelijk besluit.”
Je plek op de lijst, hoor ik van Kamerleden, kan ook zomaar de plek zijn die je nog heel lang houdt in de hiërarchie van je fractie. Al gaat het er na de verkiezingen misschien nooit meer over, niemand is het vergeten. Hoe hoger je plek, hoe meer kans je hebt op een portefeuille waarmee je als Kamerlid kunt opvallen. Met een lage plek word je misschien pas veel later Kamerlid, als er mensen weggaan. Dan krijg jij de onderwerpen die over zijn.
Zou dat minder erg zijn als je zegt dat die plek fantastisch is?
VVD’er Pim van Strien zegt op donderdagmiddag, in het café van de Tweede Kamer, dat hij „flink gevloekt” heeft toen hij hoorde dat hij op 36 staat. „Die teleurstelling draag ik wel even met me mee.” Als hij na de verkiezingen toch terugkomt in de Tweede Kamer, als veel VVD’ers van de lijst minister of staatssecretaris worden, wil hij laten zien dat hij „een veel beter Kamerlid” kan worden. „Dit motiveert me. Als ik in Amsterdam een brug op moet, ga ik ook al van tevoren harder fietsen.”
De man van Kamerlid Anne Kuik, nummer 10 op de CDA-lijst, zei: „Kom op, An. Als je er nu toch in komt, zit je in elk geval in een fractie met volume.” Anne Kuik lacht. In peilingen staat het CDA op zo’n vier, vijf zetels. Ze zegt dat ze één dag chagrijnig was en toen dacht aan een liedje in het Drents van muzikant Daniël Lohues: kijk naar de ellende van anderen en schaam je. „Voor je zölfsneuïgheid.”
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC