Op Prinsjesdag zal minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie formeel bevestigen wat de afgelopen decennia stiekem een van de grootse begrotingsposten van Nederland was: dat grote bedrijven jaarlijks rond de 40 miljard euro aan kortingen en subsidies krijgen op het gebruik van fossiele brandstoffen. Nu dit bedrag eindelijk op tafel ligt, kan en moet er eindelijk fatsoenlijk over gepraat gaan worden.
Dat geldt voor elke zichzelf serieus nemende partij. Een semantische discussie over de vraag of deze steun wel subsidie mag worden genoemd leidt de aandacht af van deze enorme stroom gederfde inkomsten, die jarenlang weggemoffeld is.
Vier jaar geleden beweerde het kabinet nog dat er slechts 4 miljard euro aan fossiele subsidies werd verleend. Toenmalig minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes zei erbij dat de exacte kosten van vier regelingen niet te berekenen waren – hoewel de oud-McKinseyman als consultant jarenlang niet anders deed dan zulke sommetjes maken.
Dat het daadwerkelijke bedrag tien keer zo hoog ligt, is niet de enige schok. Erger is dat er over dit onbekende miljardenbedrag jarenlang geen enkele politieke discussie mogelijk was. Dit is geen ongelukje: terwijl er over elk miljoen in de begroting wordt gesteggeld, liet het ministerie van Economische Zaken vragen over de kosten van de regelingen onbeantwoord.
Nu weten we dat het grootste deel van de fossiele steun in een fiks lager belastingtarief op stroom en aardgas zit voor grootverbruikers. Daarmee is het pamperen van de zware, energie-intensieve industrie de grote constante in het Nederlandse regeringsbeleid. Dat heeft bedrijven afwachtend gemaakt en vernieuwing belemmerd, zoals adviesraad WRR vorige week concludeerde. Zonder subsidie van de status quo hadden innovatie en vooruitgang veel meer kans gemaakt.
Natuurlijk zijn deze bedrijven goed voor economie en werkgelegenheid, maar dat zijn eventuele nieuwe bedrijven ook.
Wel zijn er andere argumenten om bepaalde industrieën te behouden voor Nederland. Zo heeft de geopolitieke situatie de afgelopen jaren duidelijk gemaakt dat een grotere mate van zelfvoorzienendheid essentieel is voor de economische en militaire macht van Europa. Dat mag wat kosten, ook in de vorm van energiesubsidies.
Maar dat moet dan wel worden uitgesproken: we geven x jaarlijks een miljard, omdat we graag willen dat y in Nederland wordt geproduceerd. Zo worden steunbedragen en bijbehorende redenen duidelijker dan ze nu zijn. Daarbij kan ook het effect van het emissiehandelssysteem ETS worden meegenomen. Door deze beprijzing van CO2 wordt fossiele energie de komende jaren sowieso duurder.
Hoe dan ook is het een grote vooruitgang dat de subsidies, mede dankzij Extinction Rebellion, nu eindelijk in de schijnwerpers zijn komen te staan. Er direct mee stoppen is te veel gevraagd, maar direct stoppen ze te verzwijgen is een goed begin. Dit moet een belangrijk verkiezingsthema worden.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden