N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
De laatste tijd is mijn vriendenkring verscheurd in twee kampen en het onderwerp is ‘opvoeden’. Grofweg gesproken bestaat het ene kamp uit zure, zelfingenomen boomers van rond de 50 die zo’n 20 jaar geleden baby’s kregen en een beetje vergeten zijn hoe zwaar het soms is om kinderen op te voeden; en bestaat het andere kamp uit verwende millennials die zelf nooit grenzen gesteld hebben gekregen van hun ouders en het opvoeden van hun eigen kind als een goddelijk project zien waarbij de hogepriesters niet gestoord mogen worden.
Het gaat er hard aan toe.
Want het ene kamp vindt dat ‘de kinderen van tegenwoordig niet meer worden opgevoed’, en veel te weinig gecorrigeerd worden zodat er op de langere termijn generaties van ‘snowflakes’ ontstaan die bij de minste of geringste zuchtje tegenwind al opbranden; en het andere kamp vindt dat niemand zich met hun opvoeding mag bemoeien.
En dus dacht ik, jullie kennen me immers als de grote ‘verbinder’ van generaties: laat ik eens proberen een lijstje van opvoedregels op te stellen waar zowel jong áls ouder zich in kan vinden. Wat denken jullie? Kan het zo? Of toch weer te streng? Ik hoor het graag!
Kinderen die dat niet geleerd hebben, durven over 20 jaar nog geen telefoongesprek te voeren. Het is ook gewoon onbeleefd, om mensen met wie je te maken krijgt totaal te negeren.
Als daar geen plek is ga je ergens anders heen waar mensen geen last hebben van de geelbruine smurrie met stukjes.
Ga niet een heel verhaal houden over het waarom – add, hdd, asperger, autisme, bipolair, etc. – maar pak het kind op, verontschuldig je, en vertrek.
Ga dus niet op je telefoon zitten met het ‘laat ze de tent maar afbreken, na mij de zondvloed-idee’, maar kom van je luie reet en ga zandtaartjes bekijken, de schommel duwen, helpen bij het klimmen, naar hun verhaaltjes luisteren, etc. Te veel werk? Dan had je maar geen kinderen moeten krijgen.
Geduld. Dat als volwassenen praten, ze er niet tussendoor mogen tetteren – ‘mama mama mama mama mama’.
Als je twijfelt, vraag je aan de gastheer/-vrouw: ‘Kinderen zijn zeker niet welkom’? Dat maakt het antwoord makkelijker.
Als je kroost in de ‘lopen, gillen, schreeuwen-fase’ komt, regel je een oppas.
Maar zelfs daar geldt: hou het kort – een halfuur is de max. Kinderen houden niet van stilzitten, en netjes wachten tot iedereen is uitgegeten, en geef ze eens ongelijk. Ja, in Frankrijk, Italië en Spanje. Daar kunnen ze dat. Maar daar voeden ze de kinderen op.
Er stoïcijns naast blijven zitten met een ‘deal with it’-blik is dus niet toegestaan. Zweet willen we zien, gesjor, gesjouw, ongemak, excuses, hulpeloze blikken en schaamte.
Speentjes, cadeautjes, iPads, ijsjes, bergen snoep – het doel heiligt de middelen. De verantwoorde ouder (‘wij eten geen suiker’, ‘wij geloven niet in negatieve aandacht’, ‘Sven heeft vandaag zijn schermtijd al volgemaakt’) kan je thuis weer spelen.
Niet in het openbaar. Op spelcomputers, iPads en mobiele telefoons zet je in de buitenlucht het geluid uit.
Als hij lastig gaat doen, pak je hem op, en ga je ermee naar het balkon.
We weten dat je het zwaar hebt en dat je niet meer slaapt – daar heb je zelf voor gekozen.
Ze hebben er geen toestemming voor gegeven een leven lang googlebaar te zijn, en publiekelijk tentoongesteld te worden. Zeg niet ‘kids’, ‘kindjes’ en ‘papadag’. Het leven is al zwaar genoeg.
Denk aan de buren. Alvast bedankt.
It takes a village to raise a child. Doe daar je voordeel mee. Geniet er ook van. Kinderen zijn geweldig. Voor je het weet zijn ze het huis uit!
Rest mij alleen nog de vraag te beantwoorden of ik mezelf aan deze tips hield, toen mijn dochter klein was. Wat denken jullie? Natuurlijk! Het lukte alleen voor geen meter.
En tóch is ze goed terechtgekomen.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC