Ineens wordt de sfeer vreemd en sinister, als een flard uit een zweterige droom die op het punt staat nachtmerrie te worden. Het is 11 uur ’s avonds en iedereen op de filmset van Sweet Dreams heeft de telefoon zojuist op stil gezet. De camera loopt.
In het midden van de koloniale feestkamer ligt een dode tijger op tafel. Actrices Renée Soutendijk en Chris Nietvelt staan er in hun gracieuze witte jurken naast. Ze drinken en lachen. Kaarslicht reflecteert op de bordeauxrood geschilderde muren. Op de achtergrond wordt gedanst. Drie Indische muzikanten op een podiumpje aan de andere kant van de kamer spelen vals en krasserig viool.
Dan stopt de muziek. De mensen op de achtergrond dansen door – alleen het gedempte geroffel van hun voeten klinkt nu nog door de ruimte. Regisseur Ena Sendijarevic – zwarte blouse, zwarte broek, stevige zwarte schoenen – maakt duidelijk dat de dialoogscène tussen de twee vrouwen mag beginnen.
Over de auteur
Berend Jan Bockting schrijft sinds 2012 voor de Volkskrant over film.
Het gesprek dat volgt, gaat naadloos op in deze bevreemdende setting. We zijn in Nederlands-Indië rondom 1900 en deze twee Nederlandse vrouwen – Soutendijk de matriarch van een suikerfabrieksfamilie en Nietvelt een bezoekende vriendin – lijken te praten over contact met het thuisfront via de verwarrende nieuwerwetse geneugten van de telefoon. Soutendijk: ‘Als je iemand kunt horen, maar niet kunt zien, dan is de afstand toch alleen maar groter?’ ‘Nee, de afstand is juist kleiner’, zegt Nietvelt, ‘want je hoort elkaars stem.’ Soutendijk: ‘Maar je ziet elkaar niet. Dus je bent je er nog meer van bewust dat de ander er niet is.’
Ze komen er niet uit. Soutendijk voelt ondertussen aan de slagtand van de uitgestalde, pas geschoten tijger. Nietvelt aait de staart. ‘Vroeg of laat is het allemaal voorbij voor ons, hier’, zegt ze. Ze adviseert Soutendijks personage uit de kolonie te vertrekken. Maar die wil blijven. Ze lijkt zich zelfs te verheugen op de chaos die gaat komen. Ter illustratie pakt Soutendijk de dode tijger bij z’n kop, kijkt het beest recht in de bek en zegt met speels-diabolische blik in de ogen: ‘Volgens mij is dit nog maar het begin.’
Het is augustus 2022 en de vierde week van de opnamen van de tweede speelfilm van Sendijarevic zijn in volle gang. De Volkskrant kijkt een paar draaidagen mee tijdens de opnamen op l’île de La Réunion, een voormalige Franse kolonie (tot 1946) en tegenwoordig Frans ‘overzees departement’ ten oosten van Madagaskar, op ruim elf uur vliegen van Parijs. Het eiland, op de wereldkaart niet meer dan een stipje in de Indische Oceaan, blijkt een uitstekende vervanger voor het echte Indonesië, maar daarover zo meer. Wie Sweet Dreams iets meer dan een jaar later zal zien, deze week als openingsfilm van het Nederlands Film Festival of vanaf volgende week in de filmtheaters, zal bovenstaande scène al in de eerste minuten herkennen.
In de film speelt Renée Soutendijk de verrukkelijk vileine Agathe, vrouw van suikerbaas Jan (Hans Dagelet). Die onderhoudt een affaire met werkster Siti (Hayati Azis) en sterft in het begin van het verhaal tijdens een gruwelijke en hoogst verdachte hoestbui aan de zijde van Agathe. Agathe schrijft haar in Nederland wonende zoon (gespeeld door Florian Myjer) met het verzoek gauw naar de kolonie te komen; de fabriek kan dan voor een aardige som worden verkocht. Maar als zoonlief arriveert met zijn hoogzwangere vrouw (Lisa Zweerman), blijkt patriarch Jan de hele boel te hebben nagelaten aan zijn bij Siti verwekte zoon, een kind nog. Ondertussen zijn de Indische suikerfabrieksarbeiders in staking en is het lichaam van Jan onvindbaar. De familie, met hun koloniale wereldbeeld, staat op de rand van een implosie.
We zijn benieuwd naar de werkwijze van de Bosnisch-Nederlandse filmmaker, die met haar speelfilmdebuut Take Me Somewhere Nice uit 2019 volgens de Volkskrant direct ‘haar unieke eigen toon en stijl’ etaleerde. Die film, over een Nederlands meisje dat een roadtrip onderneemt naar het Bosnië van haar vader, is niet alleen een zoektocht naar Sendijarevic’ eigen wortels (ze kwam op haar 5de uit Bosnië naar Nederland), maar ook een kleurrijke, fijnzinnig gestileerde en een tikje surrealistische film waar het maakplezier van afspat.
Daarvoor maakte ze ook al indruk: in 2016 werd het 17 minuten durende Import geselecteerd voor het programma Quinzaine des Réalisateurs op het filmfestival van Cannes. Eind dat jaar eindigde ze op de tweede plaats in de regietalent-van-het-jaar-verkiezing van de Volkskrant. In 2018 werd ze eerste. De consensus: niemand filmt als Sendijarevic. Je zou haar, nu de 36-jarige regisseur en scenarist haar talentstatus is ontgroeid, de nieuwe hoop van de Nederlandse auteursfilm kunnen noemen. Een maker met een gerede kans op een toekomstige plek in de hoofdcompetities van de filmfestivals van Cannes, Venetië of Berlijn.
Inmiddels wijst alles erop dat ook Sweet Dreams haar kunde bevestigt. Renée Soutendijk kreeg vorige maand op het filmfestival van Locarno het Luipaard toegekend voor beste actrice. Begin deze maand werd de film geselecteerd als de Nederlandse Oscarinzending. En dan is er dus de NFF-opening, vrijdag.
Eerst nog even over die locatie. Sweet Dreams wordt dus gedraaid op Réunion. Filmen in Indonesië was oorspronkelijk ‘zeker’ de bedoeling, zegt Sendijarevic aan het begin van haar vrije zondagmiddag. ‘Ik reisde vier maanden alleen door Indonesië om te researchen en te schrijven. Ik bezocht prachtige plekken, heel filmisch, mijn verhaal ging er leven. Ik zag een oude suikerfabriek en wist: díé wordt belangrijk in dit verhaal.’
Maar toen ze na haar soloreis met een deel van de crew locaties op geschiktheid ging beoordelen, volgde teleurstelling. Geschikte villa’s stonden op ongeschikte locaties, zonder een hotel voor cast en crew in de buurt. Prachtige huizen bleken zó vervallen dat ze beter zelf iets konden bouwen. Locaties die ze kregen aangeboden, waren bij lange na niet zo mooi als de plekken die ze eerder had gezien. De pandemie gaf uiteindelijk de laatste zet: Indonesië afgeblazen.
Réunion bleek een gouden alternatief. De werkomstandigheden zijn er voortreffelijk. En daar staan die oude huizen met de grandeur van toen er nog wél. ‘Ik was even bang de Nederlands-Indonesische interactie kwijt te raken’, zegt ze. ‘Het beeld van acteurs die helemaal smelten van het zweet. Dat we die sfeer met z’n allen moeilijk elders zouden kunnen nabootsen.’
Maar toen volgde een gevoel van bevrijding. Als ze in Indonesië was gaan filmen, was er toch ergens meer druk ontstaan, denkt ze. De druk om dichter bij het realisme te blijven. Zo kan ze op Réunion bijvoorbeeld seksscènes draaien waarop in Indonesië een verbod had gestaan. ‘Juist omdat we weg zijn van Indonesië én van Nederland, krijgt de film een heel eigen smoel.’
Ze waakte al tijdens het schrijven van het scenario voor gemakzuchtige kritiek op de geschiedenis. Ze trekt een vergelijking met de grote problemen van de tijd waarin we leven. ‘Klimaatverandering. Fort Europa – al die vluchtelingen die sterven op de Middellandse Zee. We weten dat dit nú gaande is, maar wat kunnen wij eraan doen? Ik denk dat dit ergens vergelijkbaar is met wat er toen in Nederlands-Indië gebeurde. Mensen wisten het, maar ze wisten niet wat ze konden doen.’
Ze vindt het interessant om in elk geval in haar gedachten die twee tijden aan elkaar gelijk te stellen. ‘Je kan nu makkelijk zeggen hoe dom en slecht die koloniale tijden waren en hoeveel beter wij nu zijn en hoeveel beter we het nu snappen, maar dat is helemaal niet waar. Wij zijn eigenlijk precies zo.’
Domaine Moka heet de koloniale villa in weelderig bergdecor waar de cast en crew zijn neergestreken. Normaal gesproken is dit een restaurant en evenementenlocatie – ‘depuis 1892’ – met ansichtkaartachtig uitzicht op zee en hoofdstad Saint-Denis. Nu fungeert deze plek als de veel te ruime, galmende en geregeld ronduit spookachtige woning van het Nederlandse suikerechtpaar en hun personeel.
De klok slaat bijna middernacht, het decor van de tijgerscène wordt wat verbouwd. Er komen schalen met broodjes voorbij. In de aangrenzende video village – de ruimte direct naast de set waar de opnamen door werknemers van verschillende afdelingen live worden gevolgd – zitten zeven crewleden in een halve kring rond de monitor. Zeker vier van hen beschikken over een eigen iPad waarmee met de opnamen wordt meegekeken. We tellen onder meer de geluidsmixer, kostuumontwerper, setdresser en het hoofd van het de afdeling haar en make-up, Evalotte Oosterop. Zij legt uit dat er tegenwoordig meer dan ooit wordt gelet op de visuele continuïteit tijdens het maken van een film: digitale camera’s brengen immers elk detail haarscherp in beeld en vangen óók iedere ongewenste oneffenheid op. Vooral pruiken zijn spannend: die willen door de bewegingen van de acteurs soms nét wat verzakken. Ze swipet vliegensvlug over haar tablet, haalt enkele zojuist gedraaide scènes naar boven en zoomt met een vingerbeweging in op de randen van pruiken: alles oké. Dit kaarslicht draagt bij aan het in stand houden van de illusie, zegt ze. Maar daglicht kan soms genadeloos zijn.
Sendijarevic geeft ondertussen aanwijzingen voor een close-upscène waarin de vriendin van Agathe met haar witte handschoen de tijgerstaart oppakt. Eerst laat ze de staart vlot door haar hand glijden, dan zo langzaam dat het bijna sensueel wordt – straks in de montage zal de regisseur met Lot Rossmark, die al sinds de Filmacademie met Sendijarevic samenwerkt, uitvogelen welke take het beste past.
Oosterop is in haar nopjes met de hoed van Agathes vriendin, waarin een volledige vogel zit verwerkt: ‘Hebben jullie gezien dat ik de ogen van de vogel heb vervangen door edelsteentjes en dat ze in dit licht af en toe glinsteren?’
Cameraman Emo Weemhoff (sinds haar tweede korte film lid van Sendijarevic’ crew), is druk bezig met de voorbereiding op het shot vanuit de bek van de tijger, waardoor Soutendijks blik straks nog vele malen onheilspellender zal zijn. Hij vouwt twee losse tijgerkaken zorgvuldig om de camera. Sendijarevic: ‘Hoe ver kan-ie open? Is dit de max?’ Vier slagtanden vullen een groot deel van het beeld. Tegen Soutendijk en Nietvelt: ‘Zien jullie de lens nog?’ Om de boel uitbundig te laten glanzen, worden tand en wang van de tijger ondertussen ingesmeerd met glijmiddel. En daar gaat Soutendijk weer, ditmaal rechtstreeks tegen de camera tussen de kaken van het dode beest, met veel gevoel voor smakelijk dik aangezet onheil: ‘Volgens mij is dit nog maar het begin...’
Eén voornaam ingrediënt van de methode-Sendijarevic is inmiddels kraakhelder: ze werkt al jaren samen met de kern van haar crew. Productieontwerper Myrte Beltman mag hier niet ontbreken: ze kan precies vertellen over de juiste tonen gifgroen of diep donkerrood die de muren van de verschillende vertrekken in deze villa sieren. Ze wil een ‘slinger geven aan het kostuumdrama’, dat zeker na het zwart-wittijdperk in negatieve zin opviel door het doffe kleurgebruik.
Ook Renée Soutendijk (66) herkent een zeldzaam goed op elkaar ingespeeld team. ‘Ze weten van elkaar wat ze mooi en leuk vinden’, zegt ze tijdens een pauze tussen twee opnamen. ‘Dan heb je soms aan een blik genoeg om enorm goed samen te werken. Er valt hier nooit een onvertogen woord.’
Ze maakte eigenlijk maar één keer eerder mee dat een film zo werd opgetild door ieders ervaring en expertise. Dat was bij Het meisje met het rode haar, met Soutendijk als verzetsstrijder Hannie Schaft. ‘Ook die film ging al tijdens het maken een eigen leven leiden. Er heerste een gevoel dat alles klopte, op een manier die je niet vooraf kan voorspellen.’
‘Ik heb deze keer besloten meer dan voorheen te leunen op de crew’, zegt Sendijarevic daar zelf over. ‘Ik focus me op het totaalbeeld en weet dat anderen ervoor zorgen dat het goedkomt met de continuïteit, het haar, de kostuums. Dat waren dingen waarop ik vroeger óók voortdurend lette, zeker bij mijn korte films, maar ik heb het losgelaten.’
Tijdens een rondje langs de Nederlandse acteurs wordt bevestigd wat we op de set zien – en wat we op basis van Sendijarevic’ eerdere werk vermoedden: ze is een regisseur die opereert op detailniveau, voor wie spel en vorm misschien wel even belangrijk zijn. ‘Ena is ontzettend duidelijk’, zegt de 31-jarige Florian Myjer, die als Cornelis zijn filmdebuut maakt. De acteur maakte naam in het theater en is deel van de artistieke leiding van theatercollectief De Warme Winkel. ‘Je kijkt nú hier, dán daar, híér sta je op, dáár ga je zitten. Dat vind ik lekker. Uiteindelijk krijgt de film daardoor juist een emotionelere lading. Je wordt gedwongen je emoties samen te ballen. Bij Ena moeten ze in een pan met een deksel erop. Daaronder begint het te borrelen en dan, bam, deksel eraf.’
‘Ze zit heel erg op vorm, beeld en sfeer’, zegt Lisa Zweerman (28), in de film Cornelis’ echtgenote Josefien. ‘En tegelijk proberen wij mensen van vlees en bloed neer te zetten, met emotionele binnenwerelden. Binnen zo’n gestileerde film is het soms best lastig die emotie vast te houden. Soms ben je bijna een marionet. Dat is een heel spannende uitdaging. Volgens mij zit daar tegelijk de kracht van de film. Ik heb heel veel vertrouwen in dat gekke brein van Ena.’
‘Ze houdt van visuele tableaus’, zegt ook Soutendijk. ‘En ze houdt níét van rotzooi op de set. Het is hier bijna overal opgeruimd en leeg. Qua licht en decor maakt ze stuk voor stuk prachtige schilderijtjes. Vorm is net zo belangrijk als spel.’ Is ze als acteur soms zo’n schilderijtje in plaats van een personage? ‘Ja’, zegt ze. ‘Maar dat is toch niet erg?’
Peter Faber (79), een dominee in de film, is onder de indruk van Sendijarevic’ ambitie. ‘Ze filmt een vorm van magisch realisme. De werkelijkheid – en toch niet. Ik heb Max Havelaar gedaan (de Multatuli-verfilming uit 1976 onder regie van Fons Rademakers, met Faber als het titelpersonage). Ook over de uitbuiting en onderdrukking van de Indiërs. Maar dat is tegelijk een heldenverhaal over een man die het leven van de Indiërs gaat verbeteren. In Sweet Dreams zijn de Nederlanders in Nederlands-Indië een soort patiënten geworden. De mensen die er al hun hele leven wonen, zijn een stuk normaler.’
‘Meer een toestand dan een verhaal met een kop, midden en staart’, noemt Hans Dagelet (78) de wereld van de film. Bij hem verder geen associaties met marionetten of schilderijen. ‘Terwijl het beeld extreem nauwkeurig is bepaald, laat Ena haar acteurs heel vrij. Dat vind ik een juiste manier van regisseren, omdat de acteur dan suggesties kan doen waaraan de regisseur niet heeft gedacht. Ena heeft ook daar oog voor.’
‘Raad eens?’ De regisseur zet de verslaggever op scherp. Het is een zonnige dag, zoals alle dagen op Réunion zonnig lijken te zijn, en in de rode kamer van het feest staat een grote zwarte doodskist. Kandelaars met zwarte kaarsen ernaast. Ditmaal valt ook de vloer op: een patroon van witte en zwarte geschakeerde vierkanten. Ik gok op een verwijzing naar de rode droomruimte uit Twin Peaks, met de dansende en achterstevoren pratende dwerg. Maar dit decor blijkt een visuele hommage aan het eveneens perfect symmetrische shot van een opgebaarde jonge vrouw in Ordet, de klassieker uit 1955 van de Deense filmgigant Carl Theodor Dreyer (met de beroemde slotscène waarin de vrouw weer tot leven komt). ‘Die móést erin’, zegt ze.
Het verschil: de kist in Sweet Dreams is dichtgetimmerd, maar met het lijk is ook hier iets vreemds aan de hand. Het lichaam van patriarch Jan, een paar minuten eerder in de film gestorven, bleek onvindbaar. De kist is stiekem leeg. De dominee die de begrafenis zal verzorgen, gespeeld door Peter Faber met centimeters lange baard, neemt plaats naast Soutendijk op een stoel tegen de muur.
‘Peter, wil je iets strakker langs die stoel lopen?’, vraagt Sendijarevic. Tijdens de volgende take loopt Faber rakelings langs een stoel voordat hij gaat zitten – het loopje kan niet nauwkeuriger. Dan: ‘Peter, je mag nóg meer de tijd nemen voor je begint te spreken. Dat werkt heel spannend.’ Het is op de set en in de video village zo stil dat je tijdens de fluisterdialoog tussen Faber en Soutendijk alleen de vogels buiten hoort fluiten. Het maakt de scène nog net een tikje spookachtiger.
Faber gaat zitten met een zucht, wacht, aarzelt, begint dan te spreken. ‘Wat als-ie terugkomt?’ Soutendijk: ‘Hij komt niet terug, dat zweer ik.’ ‘Als-ie terugkomt, krijg ik de vraag waarom ik een lege kist heb begraven. Wat zeg ik dan?’ Soutendijk pakt daarop zijn hand. De dominee lacht. Cut. Sendijarevic: ‘Nu niet lachend, maar verbaasd.’ Cut. ‘Yes, hartstikke mooi. Te gek, Peter.’
Er volgen close-ups van Fabers hand die door Soutendijk wordt vastgepakt. Regie op de vierkante centimeter: een take waarin ze iets meer in zijn hand knijpt, eentje waarin ze haar hand iets langer op die van hem laat liggen. Dan een nog langere, maar zonder te knijpen. ‘Jij nog een leuke variant, Renée?’
Voortdurend vraagt Sendijarevic op deze manier om meerdere variaties tijdens dezelfde dialoogscène. Het is een truc die ze las in een interview met Nuri Bilge Ceylan, de gelauwerde Turkse regisseur van onder andere het kolossale praatdrama Winter Sleep (2014). ‘Ik vind hem zó’n goede filmmaker’, zegt Sendijarevic. ‘Zijn toon is veel minder frivool dan de mijne. Maar deze aanpak werkt ook goed voor mij. Emotie is nou eenmaal nooit eenduidig. Het leven is geen soap. In een soap is het simpel: verdriet is huilen, blijdschap is lachen. Maar emoties zijn veel ingewikkelder.’
Voorheen maakte ze wél zes takes om daarin te proberen één manier van spelen te perfectioneren. ‘Dan zat ik in de montage en dacht ik: dit is gewoon zes keer hetzelfde. Wat ik wil is een acteur die in een bloedserieuze scène opeens met een gekke lach op zijn gezicht staat. Dán wordt het iets.’
Niemand van de cast legt deze methode beter uit dan Florian Myjer. ‘Steeds wanneer Ena een nieuwe variant vraagt, neem je de vorige takes een beetje met je mee’, zegt hij. ‘Ik moet Josefien, mijn vrouw in de film, op een gegeven moment met een lege blik aankijken. Toen moest er een gevoel van walging bij. Nog meer walging. En dan zegt Ena opeens: kijk nu maar even blij. Dan zie je na afloop dat blije shot, maar daarachter voel je de walging nog zitten.’
Het 43ste Nederlands Film Festival vindt van vrijdag 22 tot zaterdag 28 september plaats in Utrecht. Naast Sweet Dreams, de openingsfilm, gaan op het festival onder meer de speelfilms De dans van Natasja (Jos Stelling), Crossing (Jacqueline van Vugt) en de slotfilm Zomervacht (Joren Molter) in première. Het festival sluit af met de uitreiking van de Gouden Kalveren, de Nederlandse filmprijzen.
Tijdens het NFF worden er in totaal 204 korte en lange films vertoond. Ook zijn er (gratis) interactieve producties te bewonderen in de centrale hal van bibliotheek Neude. Een van de themaprogramma’s dit jaar is Vrouwen in beeld, over de positie van vrouwen in de Nederlandse film- en televisieindustrie. Zondag 24 september vindt de jaarlijkse Volkskrant NFF-dag plaats in het Kinepolis Theater bij de Jaarbeurs. De kaarten daarvoor zijn al uitverkocht.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden