N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Hulpmiddelen mogen de Azerbeidzjaanse regio Nagorno-Karabach weer in. Een konvooi vrachtwagens van het Internationale Rode Kruis (ICRC) kreeg maandag toestemming om de door etnische Armeniërs bevolkte enclave te betreden, via de bergpas van Lachin en de Azerbeidzjaanse stad Aghdam. De hulporganisatie bracht tarwemeel en medicijnen naar het noodlijdende gebied, dat vanwege een maandenlang isolement met grote tekorten kampt. Dat meldt het ICRC maandag op sociale media.
Het is een „grote opluchting” dat Nagorno-Karabach weer open is voor hulp, stelt de regionale ICRC-chef Ariane Bauer. Azerbeidzjan sloot de regio in december af van de buitenwereld, en sloot dit jaar ook het gas af. In juni ontzegde Bakoe ook het ICRC toegang voor noodhulp. In de vrachtwagens die de organisatie gebruikte was smokkelwaar aangetroffen, volgens het ICRC zonder zijn medeweten meegenomen door de ingehuurde chauffeurs. De ruim 120.000 inwoners van de regio waren aan hun lot overgelaten.
Armenië en Azerbeidzjan zijn sinds de jaren negentig met elkaar in conflict over Nagorno-Karabach. De regio is internationaal erkend Azerbeidzjaans grondgebied, maar wordt voor meer dan 90 procent door etnische Armeniërs bewoond — zoals ze al eeuwenlang in het bergachtige gebied leven. De enclave wordt sinds het einde van de Sovjet-Unie met name door Armeniërs bestuurd. Sindsdien laaide het geweld er meermaals op, met de bloedige zesweekse oorlog in 2020 als recent voorbeeld. Azerbeidzjan heroverde een deel van de regio ten koste van ruim zesduizend doden.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC