‘Politieonderhandelaars werken altijd in verschillende rollen. Nummer 1 is degene die, in dit geval, met de gijzelnemer praat, nummer 2 is de buddy die meedenkt en souffleert, 3 is de verslaglegger, 4 verzamelt op een whiteboard informatie over de crisissituatie, 5 is de coördinator die iedereen aanstuurt.
‘Ik was nummer 1. Het regende hard toen ik met mijn buddy Maartje naar een gijzeling in Reuver moest. Onderweg hoorden we dat een vader zijn ex op straat had neergeschoten. Een buurman had de gewonde vrouw naar zijn huis gesleept. De dader was haar ouderlijke woning binnengedrongen en hield zijn 4-jarige dochtertje gegijzeld. Collega’s meldden dat ze drie harde klappen hoorden, alsof hij deuren door het trappengat gooide om de boel te barricaderen. Door de stormachtige regen waren die klappen moeilijk te duiden.
‘Toen wij aankwamen, wemelde het van de politiemensen in die sjieke buurt. Het zag er macaber uit, zo in de stromende regen. Uit angst voor een vuurgevecht liet de burgemeester omliggende huizen en een basisschool ontruimen.
‘Onze coördinator zei: ‘We kunnen geen moment verliezen, nu inbellen!’ Vanuit de onderhandelaarsbus belde ik de vaste huislijn en zei: ‘Ik ben Marc van de politie. Ik wil je helpen. Wat is er aan de hand?’ De vader begon meteen te schreeuwen en te schelden. Ik probeerde hem rustig te krijgen, zonder toezeggingen te doen. Hij was woedend op zijn ex, zijn schoonouders, op de politie en op de rechters die in zijn scheiding een rol hadden gespeeld. Want hij mocht zijn kind niet meer zien, en dreigde haar iets aan te doen.
‘Na een kwartier werd hij rustiger. Ik vroeg naar zijn verleden – ‘Wie ben je eigenlijk? Wat is er allemaal gebeurd?’ – en sprak bijna twee uur met hem. Toen hij over hoofdpijn klaagde, praatte ik hem naar de badkamer om een paracetamol uit het medicijnkastje te halen.
‘Het baarde me zorgen dat ik zijn dochtertje niet hoorde huilen of praten. ‘Mag ik haar even aan de lijn?’, vroeg ik, ‘dan kan ik haar geruststellen, want ze maakt nu iets beangstigends mee. Ze zou nu op school tussen klasgenootjes moeten zitten. Moet ze niet wat eten? Gebruikt ze medicatie? Is ze gewond?’
‘Zo probeer je een slachtoffer belangrijk te maken, een menselijk gezicht te geven, zodat een dader denkt: waar ben ik mee bezig? Maar steeds als ik naar zijn dochter vroeg, werd hij kwaad. ‘Ik weet dat ik de gevangenis in moet’, zei hij na anderhalf uur. Ik antwoordde: ‘Ja, je gaat mee met de politie, maar dan kun je wel jouw kant van het verhaal vertellen.’
‘Hij wilde nog een halfuur afscheid nemen van zijn kind. Dan zeg je prima, maar je wilt het contact niet verbreken, je bent bang dat hij gekke dingen gaat doen. Dus na tien minuten hing ik alweer aan de lijn: ‘We moeten even afspreken hoe je zometeen naar buiten komt.’ Hij reageerde geïrriteerd, maar begreep het toen ik zei dat zijn dochter papa wel levend wilde blijven zien, al was het in de gevangenis.
‘Tien minuten later belde ik opnieuw om het overgaveplan te bespreken: ‘Je moet in je ondergoed naar buiten komen, zodat we kunnen zien dat je ongewapend bent.’ Hij antwoordde: ‘Dit is de laatste keer dat je belt, anders neem ik niet meer op.’ Ondertussen werd alles bij ons in stelling gebracht.
‘Toen het halfuur om was, reageerde hij niet meer. In een gepantserde auto reed ik, onder dekking van het arrestatieteam, naar het huis en sprak ik hem toe met de megafoon: ‘Hier is Marc, waarom neem je niet op? Geeft niks als je boos bent, daar komen we samen wel uit.’
‘Geen reactie. Toen het een uur stil bleef, ging het arrestatieteam naar binnen. Vrij snel hoorden we over de portofoon: ‘Tango dood.’ Tango betekent dader. En kort daarop: ‘Sierra dood.’ Dat was het slachtoffertje. Godverdomme.
‘Elke dode is een kerf op je ziel, maar ik heb me in mijn hele politiecarrière nog nooit zo onmachtig gevoeld. Als onderhandelaar wil je iedereen levend naar buiten halen. Onderhandelaars kunnen situaties beïnvloeden, maar er is een grens. Boven die grens verlies je de regie. Dat moet je accepteren. Toch voelt dat als verliezen.
‘Na een slapeloze nacht hoorden we dat het meisje al een heel lage temperatuur had toen de collega’s binnenvielen – de drie klappen die collega’s uren eerder hadden gehoord waren de schoten waarmee hij zijn dochter had omgebracht. Dan weet je: ik kón haar niet redden, ze was al dood. Dat afscheidshalfuur had die man vermoedelijk nodig om zichzelf op te peppen om zichzelf te doden. Híj heeft die keuze kunnen en willen maken, oké. Maar dat meisje niet. Zij kon er niks aan doen. En zij had nog een heel leven voor zich.’
Marcs achternaam kan om veiligheidsredenen niet worden genoemd.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden