Home

‘De houding die de journalist vereist of verwacht van de wereld om hem heen, is niet de houding die hij zelf laat zien’

De Correspondent bestaat volgende week tien jaar, en hoofdredacteur Rob Wijnberg (41) schreef ter gelegenheid daarvan een boek: Voor ieder wat waars, over onze omgang met waarheid. Bestsellerauteur Rutger Bregman, een van de meest prominente auteurs op het journalistieke platform, noemt het boek ‘vintage Rob, vintage De Correspondent’, want: ‘Rob houdt, net als ik, van kathedralen bouwen, van alles aan elkaar verbinden en dan eindigen met een preek.’

Wijnberg kan zich er wel in vinden. ‘Ja, het gaat over veel. Vaak heb ik gedacht: veel te veel.’

‘Ik ben op vijftig manieren begonnen, maar uiteindelijk kwam ik hierop uit. Het is een cliché om over je eigen tijd te zeggen dat het een unieke tijd is, maar ik denk dat het nu echt zo is. We hebben nog nooit in een situatie gezeten waarin we noodgedwongen moeten afstappen van onze primaire energiebron. De grond van onze samenleving moet worden vervangen terwijl we erop staan. Krankzinnig. Dat is zó ingewikkeld en ingrijpend dat er een nieuw soort strijd om de waarheid is losgebarsten, een strijd die draait om welke kant we op moeten. Aan de ene kant heb je een succesvol en groeiend kamp dat zegt dat we terug moeten naar het verleden – ik noem ze nostalgische nationalisten. ‘Make America Great Again’, zo’n verhaal klinkt aantrekkelijk, dus je moet daar iets tegenover stellen. Maar een alternatief verhaal aan de man brengen lukt matig tot slecht.’

Over de auteur
Sara Berkeljon is verslaggever bij de Volkskrant. Ze maakt portretterende interviews. In 2020 verscheen haar interviewbundel De man van nu.

‘Het verhaal van de progressieve bewegingen leunt te veel op wat er niet meer kan en mag, zoals vliegen, vlees, eigenlijk alles. Op zichzelf klopt het, maar het is geen aanlokkelijke stip aan de horizon. Het is gewoon: alles hetzelfde, maar dan met minder. Doen of doodgaan. Op narratief niveau is dat verhaal natuurlijk niet opgewassen tegen het nostalgisch nationalisme.’

‘Nee, ik stond niet op de A12. Niet omdat ik de rol van XR als aanklager niet goed vind, maar omdat ik denk: als daar omheen niet een wenkend, lonkend, aantrekkelijk perspectief wordt gezet, gaat het nooit werken. En dan wordt dat verhaal van die andere kant alleen maar potenter en dominanter.’

‘Een belangrijk onderdeel ervan is het positieve mensbeeld waar het uit voortkomt, dat ik deel met Rutger Bregman. De mens is een sociaal, zorgzaam, empathisch en coöperatief wezen. We zijn veel minder gepolariseerd dan je zou denken als je de hele tijd naar je schermpje kijkt, blijkt uit alle onderzoeken. En de coöperatieve inborst van de mens maakt dat wij in staat zijn tot dingen die ons individuele voorstellingsvermogen ver te boven gaan. Dat zou het begin van een weerwoord kunnen zijn tegen het cynisme, het denken in onmogelijkheden. De energierevolutie voltrekt zich rapper dan we soms willen zien of durven te zeggen. Want als je wijst op hoe razendsnel die transitie gaat, krijg je te horen dat je de klimaatbeweging ondermijnt.’

‘Ik denk dat alle ingrediënten aanwezig zijn om te zorgen dat het goedkomt, maar het verhaal daarover moeten we overtuigender brengen.’

‘Hoe landt mijn verhaal, dat over het collectief gaat, in een samenleving die zo is gericht op het individu? Soms zie je influencers trots verkondigen dat ze op een Mexicaans strand liggen terwijl ze leven van een passief inkomen. Ze hebben een vierurige werkweek en noemen zichzelf vrij en onafhankelijk, totdat ze gewond raken bij het surfen en naar het ziekenhuis moeten, dan zijn ze blij dat de dokter geen vierurige werkweek heeft.

‘In het individualisme wordt solidariteit vaak gezien als straf, jij moet inleveren omdat anderen niet kunnen of willen werken. Maar solidariteit is juist de voorwaarde voor jouw succes – je bent opgevoed door je ouders, ging gratis naar school en werd behandeld toen je ziek werd. Als je op een overtuigende manier kan vertellen dat individuele vrijheid afhankelijk is van het collectief dat jou omringt, dan is stoppen met spareribs uiteindelijk geen opoffering meer.’

Het positieve, constructieve geluid, zoals dat ook in Voor ieder wat waars wordt verkondigd, is waar De Correspondent zich al tien jaar hard voor maakt. Daarbij wordt succes niet alleen afgemeten aan het bereiken van een groot publiek, maar ook aan het bewerkstelligen van veranderingen in de samenleving.

Wijnberg: ‘Het boek van Lynn Berger over onbetaald werk hoorde niet bij de bestverkochte boeken, maar het is wel bij het Centraal Planbureau beland, en daar proberen ze onbetaalde zorg nu beter te becijferen. Dat is ongelooflijk mooi.’

Het aantal betalende leden daalde tussen eind 2021 en eind 2022 van ruim 70 duizend naar 65,5 duizend, de winst daalde in die periode van 471 duizend euro tot 118 duizend euro. ‘We hebben jaren gehad dat de winst enorm hoog was, met name door successen bij onze boekenuitgeverij. Van De meeste mensen deugen van Rutger Bregman zijn wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren verkocht, dat tikt aan. Als je dat niet meerekent is de winst elk jaar een klein plusje. Het dalende aantal leden ligt aan de inflatie en een prijsverhoging. Blijkbaar zijn we niet noodzakelijk en vliegen we eruit als het financieel wat moeilijker wordt. Wat we vaak horen is: ik ga iets anders steunen. Niet lezen, maar steunen. Veel van onze leden zeggen lid te zijn omdat ze het belangrijk vinden dat De Correspondent bestaat. Maar ik wil geen goed doel zijn, ik wil liever dat onze leden zo veel mogelijk stukken lezen.’

‘Waar ik trots op ben, is dat het ons bij De Correspondent is gelukt om de wereld met een basaal vertrouwen in de medemens te blijven benaderen, met de gegronde overtuiging dat de wereld beter kan en dat journalistiek daaraan een bijdrage kan leveren. En als je denkt aan hoogtepunten in meer oppervlakkige zin, dan is het natuurlijk leuk om een boek uit te geven waarvan meer dan een miljoen exemplaren worden verkocht en waarvan een Netflixserie zal worden gemaakt.’

‘Wat er gebeurde toen we onze Engelstalige tak lanceerden. We hebben in 2018 tijdens een crowdfundingactie in de Verenigde Staten 2,6 miljoen dollar opgehaald om een Engelstalige versie van De Correspondent op te zetten. Maar toen we besloten dat we die Engelstalige tak zouden maken vanuit ons Nederlandse kantoor, werd dat door veel leden en ambassadeurs ontvangen als bedrog. Ze dachten dat het hoofdkwartier in de VS zou komen. Wij waren een paar Nederlanders die met het opgehaalde geld weer lekker naar de andere kant van de oceaan vertrokken.’

‘Er zaten gewoon allerlei praktische voordelen aan om het vanuit Nederland te doen. We hadden er niet goed over nagedacht. Bijna iedereen die ons had gesteund, trok zijn handen van ons af. Ik had, en dat is naïef van mij, de neiging om te zeggen: ik leg het wel even uit. Maar dat werd ontvangen met wantrouwen. Alles wat ik zei, werd gezien als spin, pr, strategie. Ik heb toen ervaren hoe het is om in de cynische hakmolen van het nieuws terecht te komen.’

‘Verschrikkelijk, echt verschrikkelijk. Afwijzing, daar heb ik inderdaad minder moeite mee dan gemiddeld. Ik heb vanuit mijn opvoeding zo veel vertrouwen en zekerheid gekregen dat ik daar makkelijk overheen kan stappen. Dit was anders, omdat ik publiekelijk gewantrouwd werd. Het was een scam, en in dat frame gingen de meeste journalisten mee.’

‘Het is makkelijk een positief mensbeeld te hebben als je het gevoel hebt dat je altijd wordt geloofd en vertrouwd. En dat geloof en vertrouwen heeft in mijn geval ook te maken met mijn positie, mijn achtergrond, mijn man-zijn. Ik wil de vergelijking eigenlijk niet maken, want die gaat dan alles domineren, maar ik heb weleens gedacht: wat Sywert van Lienden heeft meegemaakt, wat je verder ook vindt van wat hij heeft gedaan, gun ik hem niet. Zoiets gun ik niemand.’

‘Een heel milde versie van het wantrouwen waarmee hij werd bejegend. Je gaat zo’n beetje alle fasen van rouw door. Je gaat twijfelen aan je eigen intenties. Je wordt er extreem onzeker van, gaat bij alles denken: zie ik het goed, overzie ik de consequenties? Dan word je heel klein. Nu we het erover hebben, realiseer ik me dat deze hele periode misschien deels verklaart waarom dat wantrouwen en cynisme in onze samenleving me de laatste jaren zo bezighielden, waarom mijn boek daar voor zo’n groot deel over gaat. Het heeft mijn mensbeeld niet veranderd, maar ik ben door die ervaring scherper gaan zien hoe wantrouwen zich manifesteert en welke rol media daarin spelen.’

‘Het was niet de eerste keer dat iets niet lukte, ik heb duizend kranten om een column gesmeekt voor ik er een kreeg, ik ben ontslagen bij NRC. Het grote verschil was het wantrouwen waarmee ik ineens werd bejegend.’

‘Ik denk dat ik grosso modo niks anders doe en niks anders kan. Soms komt er iemand naar me toe met twijfels en onzekerheden over een stuk. Ik zeg dan gewoon wat ik ervan vind, en dat is meestal heel positief, en vaak zeg ik: jij vindt het misschien moeilijk, maar de wereld zit er wél op te wachten! Als dat niet werkt, zeg ik: als je het niet voor de wereld doet, doe het dan voor mij.’

‘Nou, dankjewel. Leuk om te horen. Ik denk dat ik dat echt aan mijn opvoeding te danken heb. Ik ben zo vaak door mijn ouders bevestigd dat ik me nooit bedreigd voel. Als je die houding meeneemt de wereld in, gaat de wereld ook voor je open. En toevallig – of niet toevallig – kom je dan mensen tegen die net zo zijn en die jou kansen willen geven, zoals in mijn geval Hans Nijenhuis (ex-hoofdredacteur NRC, red.), die mij op mijn 27ste hoofdredacteur van nrc.next maakte.’

‘Dat ik iets wel wil, maar denk dat ik het niet kan? Nou, die kant is bij mij matig ontwikkeld, omdat ik er niet naar luister. Ik ben, net als mijn moeder, een meester in het negeren van problemen. Zij is chronisch ziek en zou volgens de dokters al jaren in een rolstoel moeten zitten, maar dat ontkent ze, ze blijft doorwandelen tot ze een ons weegt. Als je je gaat richten op het probleem, gaat het probleem alles domineren en verlies je zicht op wat wél kan.’

‘Voor een groot deel, maar dat heeft ook nadelen. Bijvoorbeeld dat je een Engelstalig medium opricht terwijl er allerlei kanttekeningen en vragen zijn, die je negeert omdat je weerstand niet constructief vindt. Tegenwoordig probeer ik, als iemand kritiek heeft, dat te zien als aanzet tot verbetering. Dat heb ik van mijn verloofde geleerd, net als het praten over gevoelens. Ik zie nu dat dat ook heilzaam kan zijn.’

‘Ja, want de media hebben een enorme invloed op hoe wij de wereld zien, en dat wantrouwen van journalisten werkt door. Als ik dat aankaart is het antwoord: ja, maar we controleren de macht. Terecht. Maar je bént ook de macht. Dus is zelfreflectie nodig. De toeslagenaffaire is een goed voorbeeld. De media spelen daarin een rol, omdat de toeslagenaffaire voortkwam uit doorgeschoten fraudebeleid, wat weer een gevolg was van de buitenproportionele berichtgeving over de zogeheten Bulgarenfraude. Ik zeg niet dat de media de enige aanstichter zijn, maar hun rol moet je durven benoemen, en dat gebeurt nauwelijks.’

‘Nou nee, omdat ik ook toen op mijn dak kreeg dat ik zelf populistisch was, maar dan de andere kant op. Retorisch was het niet slim.’

‘De tegenstelling tussen echt nieuws en nepnieuws wordt te groot gemaakt. Het gaat in beide gevallen om het schetsen van een plaatje van de wereld, en de basisingrediënten voor dat plaatje – tegenstellingen, wantrouwen – zijn deels hetzelfde. Het nieuws is een voedingsbodem voor een argwanende blik op de wereld. Op zijn best leidt dat tot minder vertrouwen in anderen en een sombere blik op de toekomst, en op zijn slechtst leidt het ertoe dat je terechtkomt op een pad dat uitmondt in complotdenken, in het geloof dat de wereld wordt geregeerd door reptielen.’

‘Ik heb het over de voorgrond, het nieuws, niet over alles wat journalisten doen. Ik weet zeker dat 99 procent van wat wij nieuws noemen, voldoet aan mijn omschrijving: het gaat over uitzonderingen, gevaren, roddel, wat er misgaat. De rest wordt achtergrondjournalistiek genoemd, en dat wordt uitentreuren gemaakt, gelukkig, want dat soort verhalen zeggen meer over onze wereld dan het nieuws. Dat vind ik zo grappig, dat er uiteindelijk van wordt gemaakt dat ik journalisten zwartmaak. Het gaat hier niet om dader en slachtoffer, dat is typisch een nieuwsframe. Het is het systeem! In mijn boek herhaal ik de hele tijd dat de intentie van journalisten niet slecht is.’

‘Ik vind niet dat ik grote woorden gebruik, ik mits en maar de hele tijd, ik heb het steeds over ‘onbedoelde effecten’ van het nieuws. Als je een punt wil maken, kún je niet veertig komma’s zetten. Ik wil een mechanisme blootleggen. Om dan telkens het verwijt te krijgen dat ik generaliseer, vind ik een dooddoener. Zo kom je nooit tot het fundamentele gesprek dat ik wil voeren.’

‘Dat vind ik wél een goeie vraag. Het is ingewikkeld dat kritiek op media vaak landt in een omgeving van bestaand wantrouwen richting de media. En ik wil niet dat mensen die ik juist als het probleem zie met mijn verhaal aan de haal gaan, wat soms inderdaad gebeurt. Het probleem is dat het zo wel ingewikkeld wordt om kritisch te zijn. Ik heb de oplossing niet.’

‘Kritisch, niet cynisch. Met een basaal vertrouwen in de ander, tot het tegendeel is bewezen.’

‘Nee, vind ik niet. Je moet wat mensen zeggen natuurlijk wél altijd toetsen op inhoud. Cynische journalistiek is argwanend over de motieven, en dan krijg je vragen als in het Nieuwsuur-interview met Wopke Hoekstra, of hij weleens bidt, of ‘doorpakken’ wel in de Bijbel staat. De ondertoon in dat interview is: deze man moeten we niet geloven.’

‘De antwoorden doen er niet toe. De antwoorden doen helemaal niet ter zake! Hoekstra hakkelt, wat dacht je dan? Het gaat mij om de bejegening van Hoekstra door de interviewer. En die is argwanend, cynisch, wantrouwend over zijn christelijke inborst en zijn positie in het CDA. Het interview werd bejubeld en won de Sonja Barend Award. Dit is hoe het hoort, vond de jury. Ik zou zeggen: dit is juist niet hoe het hoort.’

‘Nee, dat heb ik nooit gedaan. Ik vind dit écht. Dat het misschien heeft geholpen om De Correspondent in de markt te zetten is een bijkomstigheid, zo werkt het blijkbaar, en dat is misschien zelfs treurig. Ik heb ook nooit opgeroepen om het nieuws te mijden, want ik vind dat niemand dat zou moeten doen. Ik ben héél blij dat de NOS bestaat. Je moet alleen wel begrijpen hoe het nieuwsmechanisme werkt.’

Dan: ‘Wat ik curieus vind, is dat onze beroepsgroep, die zo kritisch is ten aanzien van de boven ons gestelden, zelf zo slecht met kritiek kan omgaan. De ironie is dat de houding die de journalist vereist of verwacht van de wereld om hem heen – openheid, zelfreflectie, schuldbewustzijn als dat nodig is – niet de houding is die de journalist zelf laat zien. Wij zien onszelf als controleur van de macht, maar we worden ongemakkelijk als iemand ons wil controleren. Journalisten zijn heel defensief.’

‘Ja, omdat ik het lastig vind als iets geïnterpreteerd wordt als een aantijging, terwijl ik alleen maar oprecht mijn zorg wil uiten. Gevoelsmatig schrijf ik het niet stellig op, maar ik kan soms, tijdens het schrijven, wel staan te stuiteren, omdat ik me erover opwind. En als je iets belangrijk vindt, ben je misschien geneigd er grotere gebaren over te maken. Een troost is dat de situatie hier in Nederland zo erg nog niet is, als je het vergelijkt met de Verenigde Staten. Ik vind het een geruststelling dat ik dit allemaal in dit land gewoon kan zeggen, dat ernaar wordt geluisterd, dat het misschien soms als overdrijving wordt getypeerd, maar dat er wel een gesprek mogelijk is. Zo’n land is een goeie plek.’

Voor ieder wat waars verschijnt op 19 september bij De Correspondent.

11 augustus 1982 Geboren in Winschoten.
2004 Studie Filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
2001 Column in De Telegraaf.
2005 Eerste essay in De Groene Amsterdammer.
2007 Eerste boek Boeiuh! Het stille protest van de jeugd.
2007 Columnist en redacteur nrc.next.
2010-2012 Hoofdredacteur nrc.next.
2013 Oprichting De Correspondent.
2013 Journalist van het Jaar.
2023 Voor ieder wat waars, boek en theatertour.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next