Wat gebeurt er in de praktijkruimte van de relatietherapeut? Wat wordt er gezegd en op welke manier? Meestal blijven de problemen waar stellen mee worstelen achter gesloten deuren, maar in deze nieuwe serie mogen we meeluisteren met intieme therapiesessies. Aflevering 1: Rik en Baukje.
Wie: Rik (65) en Baukje (61) uit Bunnik
Beroepen: Maatschappelijk werker en orthopedagoog
In therapie sinds: januari 2020
Ze komen net terug van een minivakantie in eigen land: vier dagen in een huisje vlak bij Deventer. Zongebruind, en nog met hun wandelschoenen aan, zitten Baukje en Rik in de praktijkruimte in de tuin bij EFT-therapeut Karin Wagenaar (waarbij EFT staat voor (emotionally focused therapy). Baukje met een open, verwachtingsvolle blik. Rik kijkt door een zwart montuur schuchter om zich heen, hij lijkt op zijn hoede voor wat er komen gaat.
Baukje en Rik hikten in hun 29-jarige relatie al lange tijd aan tegen communicatieproblemen, maar zetten in 2020 pas de stap. Er is veel besproken in deze kleine witte ruimte. Riks traumatische jeugd; zijn ouders belandden in een gruwelijke vechtscheiding en verwaarloosden hun kinderen, waardoor hij moeilijk over zijn gevoelens praat. Baukjes neiging om Rik te veel te bekritiseren, geërgerd of boos te worden als hij zich terugtrekt of passief wordt. Midden in een vrij succesvol relatietherapietraject sloeg het noodlot toe: bij Baukje werd in 2021 kanker geconstateerd, Rik kreeg long covid. En terwijl Baukje genas, en nu barst van de levensenergie, worstelt Rik nog met vermoeidheid.
‘Ik ben ietwat gefrustreerd omdat ik nog niet helemaal fit ben’, begint Rik de sessie. ‘Ik neig er dan naar om achterover te leunen. Ik wil eigenlijk vaker koken voor Baukje, zeker nu ze weer beter is, en volledig aan het werk. Maar ik heb er niet altijd de energie voor.’
Baukje: ‘Waar ik niet tegen kan, is als ik thuiskom, en Rik staat te steunen en te zuchten in de keuken. Maar als hij zegt: ‘Het koken is niet gelukt, laten we uit eten gaan’, dan vind ik dat prima. Ik kan veel van hem hebben.’
Karin (aftastend, zacht stemgeluid): ‘Ben jij bang, Rik, dat als je niet kookt, of iets anders nuttigs in huis doet, dat Baukje jou dan een minkukel vindt?’
Rik, zachtjes: ‘Ja.’
Baukje: ‘O, dat wist ik niet.’
Karin: ‘Dat blijft spannend voor jou. Jij bent nog steeds bang dat als je jezelf laat zien, je dan kritiek krijgt.’
Rik: ‘Pff, ik voel gewoon de spanning in mijn lijf. Waarom heb je dit niet gedaan, waarom doe je dat zo? Die stress komt meteen weer naar boven. Mijn werkgever heeft mij ook nog eens laten weten dat ze geen behoefte meer aan mij hebben, omdat ze vervanging hebben gevonden. Dat doet echt pijn. Mijn wereld is zo klein geworden. Toen ik nog werkte hoorde ik erbij, dat is nu allemaal weg.’
Karin laat een stilte vallen. Dan: ‘Het is natuurlijk gewoon heel moeilijk als je lijf het niet goed doet.’
Rik: ‘Dat is bloedirritant. Ik was juist zo fit, alles leek in kannen en kruiken, ik zou nog een paar jaar werken. Nu loopt het anders.’
Baukje schraapt haar keel. ‘Ik vind het lullig om te zeggen, maar ik ben bang dat long covid jouw nieuwe identiteit wordt. Ik zou het liefst net willen doen alsof het er niet is.’
Rik: ‘Tja, ik natuurlijk ook. Maar wat zou ik kunnen doen om dat te voorkomen? Wat stel je voor?’
Karin: ‘Kunnen we een stapje terug doen? Want nu komen we in een situatie waarin Baukje jou weer gaat vertellen wat je moet doen. Wat ik Baukje eigenlijk hoor zeggen: ‘Ik ben bang dat dit een nieuw jasje is dat Rik aandoet, en dat hij het moeilijk uit krijgt.’
Baukje: ‘Precies!’ Verzucht: ‘En het is zo’n zwaar jasje.’
Karin: ‘En ik hoor jou zeggen, Rik: ik krijg houvast van de diagnose long covid, want ik ben bang dat mensen me anders een aansteller vinden. Het geeft een verklaring voor je vermoeidheid. Baukje is bang dat jij zegt: ik ben long covid. En wat ze zou willen, is dat je zegt: ‘Ik ben een stevige man, maar ik word nu belemmerd door long covid.’’
Baukje: ‘Ja, die covid moet niet zo veel plek krijgen.’
Rik (zachtjes): ‘Nee, oké.’ Hij staart naar beneden.
Baukje: ‘Volgens mij ben je nu even heel onzeker.’
Rik: ‘Ja. Ik heb het idee dat ik weer ergens aan moet voldoen.’
Karin: ‘Het maakt niet zo veel uit waar we het over hebben, de dynamiek is hetzelfde: jij hebt de angst om niet goed genoeg te zijn. Maar ik voel bij Baukje vooral een wens voor jou om te doen waar je blij van wordt. Wat ook meespeelt is jouw eigen ervaring met ziekte, Baukje. Jij wilde je conditie behouden, je zette alles op alles om weer snel te kunnen werken.’
Baukje: ‘Misschien verlang ik van jou iets wat je niet bent, en moet ik meer accepteren dat jij op je eigen manier met je ziekte omgaat.’
Stilte. Rik gaat anders zitten.
Baukje: ‘Tegelijkertijd merk ik dat ik veel milder naar jou ben dan voorheen. Jij bent soms bang dat je niet deugt. Nou, als er iemand deugt, ben jij het wel.’
Karin: ‘Baukje zegt: ‘Jij bent een goed mens, ook als je niet veel energie hebt.’’
Rik snift.
Baukje: ‘En ik kan nog wel even doorgaan: je bent eerlijk, je bent loyaal, je bent helpend.’
Rik: ‘Ik vind het heel fijn als je dat zegt. Ik zou wel willen dat je me wat vaker zo bevestigt.’
Baukje: ‘En ik merk dat ik het niet vaak genoeg zeg, ik schiet te gemakkelijk in kritiek. Maar kunnen we de covid de deur uitgooien? Kun je niet proberen meer te genieten?’
Rik: ‘Wat ik kan doen, is net als jij toen deed, vaker gaan wandelen met iemand.’
Peinzend: ‘Het enige is: ik heb maar vier vrienden.’
Karin: ‘Wat goed dat je hier zo op komt. En vier vrienden kunnen gewoon rouleren met elkaar.’
Baukje: ‘Er zijn wel meer mensen die met je kunnen wandelen, hoor. En kun je niet wat vaker de elektrische fiets pakken? Daar knap je ook altijd zo van op.’
Rik: ‘Dat is waar. Het was vanmorgen te gek om te fietsen op al die binnenweggetjes. Lekker fladderen in mijn eentje. Ik moet daar echt meer ruimte voor maken.’
Twee weken later doet Rik de deur open van hun jarendertigrijtjeshuis in Bunnik, hij loopt op krukken. ‘Ik heb een ongeluk gehad met de fiets en een spier gescheurd. Nu moet ik zes weken revalideren.’ Baukje komt aanzetten met koffie en cake. Over het gipsen been is ze kort. ‘Rik heeft opvallend veel pech.’
Ze denken beiden hetzelfde over de therapie bij Karin: het heeft ze enorm goed gedaan. Baukje: ‘Voordat we in therapie gingen, was er een tijd dat ik van Rik wilde scheiden, maar ik was er toen te moe voor. Ik was Rik helemaal kwijt, hij had zich volledig teruggetrokken.’ Rik: ‘De kleine dingen, zoals tegen elkaar aanliggen in bed, of elkaar omhelzen, die deden we gewoon niet meer.’ Baukje: ‘Jij bent er weer, Rik.’
Rik: ‘Karin kan ontzettend goed luisteren, en kiest geen partij. Ik durf dankzij de gesprekken bij Karin veel meer te zeggen hoe ik me voel, en te vragen om steun. Of aan Baukje te vragen of ze een arm om me heen slaat.’ Baukje: ‘Je komt beter voor jezelf op, en dat helpt mij. Want al die kritiek op jou was eigenlijk een groot verdriet over het gemis aan contact, en paniek daarover. Ik ben nu weer veel zachter. Niet dat alle problemen zijn opgelost, neem de verschillende inzichten over de ziekte van Rik. Maar het verschil is nu dat als we weer vastlopen, we veel makkelijker kunnen bijsturen. En als dat niet lukt, dan gaan we weer met Karin praten.’
Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen Rik en Baukje gefingeerd en zijn sommige details aangepast om herleidbaarheid te voorkomen.
Source: Volkskrant