De Tweede Kamer buigt zich deze week over een wet die bedrijven verplicht verantwoord te ondernemen, de IMVO. Dit na hevig protest uit het bedrijfsleven. Uiteindelijk zal blijken: komen de dominee en de koopman nader tot elkaar?
Een betere wereld, wie heeft er geen zin in? Eentje zonder slavernij, kinderarbeid, lekkende pijpleidingen, vieze mijnen, corruptie, klimaatverandering of instortende textielfabrieken? Er zijn weinig mensen die daarop tegen zijn, of dat hardop zeggen.
Maar toen topman Peter Berdowski van baggeraar Boskalis begin dit jaar dreigde Nederland te verlaten als er een nieuwe wet zou komen die, stap voor stap, allerlei onrecht daadwerkelijk zou moeten uitbannen, kreeg hij veel bijval. Een betere wereld, graag, maar deze wet, die Nederlandse bedrijven mede verantwoordelijk stelt voor wat hun dochterbedrijven, onderaannemers en toeleveranciers en ook afnemers in het buitenland doen, gaat veel te ver, vond Berdowksi. ‘Het ondernemen in Nederland wordt mij dan onmogelijk gemaakt’, zei hij tegen Het Financieele Dagblad.
Over de auteur
Michael Persson is economieverslaggever en commentator van de Volkskrant, met een focus op fraude en misstanden . Als Amerika-correspondent won hij journalistiekprijs de Tegel.
Ook werkgeversvereniging VNO-NCW liet zich misprijzend uit. ‘Die wet is toch een opgeheven vingertje’, zei voorzitter Ingrid Thijssen tegen deze krant. ‘Neokoloniale’ bemoeizucht. Ondernemers vreesden dat ze zomaar voor de rechter konden worden gesleept, en vonden dat Nederland moest vrezen voor zijn vestigingsklimaat.
Zo kwam de koopman tegenover de dominee te staan.
Nu is de vraag: komen die twee weer nader tot elkaar? Dit weekend wordt een nieuwe versie van de wet naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin nog eens goed wordt uitgelegd wat internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) nou precies is, en waarin staat waarom sommige van de zorgen en bezwaren van het bedrijfsleven op een misverstand berusten, maar waarin ook aan een aantal zorgen en bezwaren tegemoet is gekomen.
Het uur van de waarheid, zegt Stieneke van der Graaf van de ChristenUnie, een van de indieners (met PvdA, GroenLinks, SP, D66 en Volt). Aangezien de wet vorige week niet-controversieel is verklaard, kan hij de komende weken en maanden, nog voor de verkiezingen, door de Tweede Kamer worden behandeld. ‘Het wordt tijd om kleur te bekennen’, zegt Van der Graaf. ‘Eigenlijk is het prachtig dat dit precies in de verkiezingscampagne valt. Alle partijen kunnen nu echt laten zien waar ze staan.’
Het gebeurt niet zo heel vaak dat politieke partijen zich juist in verkiezingstijd moeten buigen over een onderwerp dat niet alleen veel zegt over hun eigen wereldbeeld, maar waarmee ze in zekere zin ook richting kunnen geven aan de ontwikkeling van die wereld. Na jaren van en tamelijk ongebreidelde vrije markt en een voortdurend geloof dat bedrijven en consumenten uit zichzelf wel het beste zouden doen, is het besef doorgedrongen dat ze daar soms toe moeten worden gedwongen.
Bovendien keert de wet zich tegen het exploitatiemodel van de globalisering: met goedkope arbeidskrachten het milieu in een ver land uitputten om spullen te (laten) maken die hier duur kunnen worden verkocht. Misstanden mogen straks niet meer op de koop toe worden genomen. Is de tijd rijp voor die zogeheten ketenverantwoordelijkheid?
Daarover kan dus straks worden gestemd. In zekere zin krijgt Nederland eindelijk antwoord op de vraag: heeft de koopman of de dominee het hier voor het zeggen? Of is de wet misschien zo aangepast dat ze allebei aan hun trekken komen?
Het instorten van textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh in 2013, met ruim 1.100 doden tot gevolg, schudde veel bedrijven wakker. Hun verdienmodel liet te veel ruimte voor ongelukken en misstanden in verre landen.
‘Ketenverantwoordelijkheid’ en ‘gepaste zorgvuldigheid’ werden de sleutelbegrippen. Het laatste is een vertaling van het Engelse due diligence, dat accountants gebruiken voor boekenonderzoek bij overnames, maar nu ook ging inhouden dat je de bedrijven waarmee je werkt tegen het licht houdt. Leidend werden de eisen van de Oeso, de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling, die zes stappen ziet voor ketenverantwoordelijkheid. Het komt erop neer dat je op zoek moet naar mogelijke misstanden, die probeert te stoppen, voorkomen of beperken, en dat allemaal goed communiceert.
Onder druk van ngo’s, slechte publiciteit, dreigende consumentenboycots, en soms ook aangespoord door een opspelend geweten, sloten bedrijven per sector zogeheten convenanten, in de hoop zo collectief de arbeids- en milieusituatie te verbeteren in de ontwikkelingslanden waar hun grondstoffen of toeleveranciers zitten.
De convenanten leidden tot meer ‘bewustwording’ en ‘dialoog’, bleek in 2020 uit een evaluatie van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, maar het effect was beperkt. Alleen in de textiel- en bankensector was vooruitgang te zien (in de textielfabrieken van Bangladesh dragen de kledingsnijders nu metalen handschoenen en krijgen ze meer loon), maar in andere hoogrisicosectoren deed maar 1,6 procent van de bedrijven mee.
Vanwege die beperkte resultaten begon het parlement zich ermee te bemoeien, wat in 2019 leidde tot een wet die om te beginnen kinderarbeid in de aanvoerketen moest tegengaan: de Wet zorgplicht kinderarbeid. Hoewel die door zowel Tweede als Eerste Kamer is aangenomen, wilde het kabinet-Rutte hem niet invoeren. Het argument: laten we een ambitieuzere wet maken, die ook andere misstanden aanpakt. Om daar vervolgens geen werk van te maken.
Toen het kabinet daarmee geen aanstalten maakte, besloten enkele Tweede Kamerleden de handschoen op te pakken. Zo werd de initiatiefwet Verantwoord en Duurzaam Internationaal Ondernemen geboren.
Hoewel het kabinet-Rutte IV zich er in zijn coalitieakkoord achter schaarde, leek dat niet altijd van harte. Zo zei minister van Economische Zaken Micky Adriaansens (VVD) in februari tegen RTL Nieuws dat zij moeite had met het wetsvoorstel, en met haar het hele kabinet. ‘Wat het kabinet niet wil, is dat ons bedrijfsleven op achterstand komt te staan. Daarnaast wil het kabinet niet dat bedrijven straks verantwoordelijk zijn voor zaken waar zij geen invloed op hebben, zoals het productieproces bij leveranciers.’ Een dag later zei ze dat ze voor haar beurt had gesproken.
Kennelijk liet ze zich leiden door de zorgen van de ondernemers. Zijn die weggenomen?
De belangrijkste zorg betreft de juridische consequenties. Berdowksi dacht dat hij persoonlijk aansprakelijk kon worden gesteld als hij de zogeheten zorgplicht zou schenden – het opletten of er misstanden in de keten zijn. Milieu- en mensenrechtenorganisaties kunnen rechtszaken aanspannen (de zorgplicht geldt voor alle bedrijven), en Berdowksi was bang dat hij persoonlijk voor de rechter zou kunnen worden gedaagd. Op de radio klonken ondernemers die vreesden achter de tralies te belanden. Bovendien was er sprake van een omgekeerde bewijslast: als ondernemer zou je bij een beschuldiging moeten bewijzen dat je wel degelijk goed op misstanden hebt gelet, en dus je onschuld moeten bewijzen in plaats van dat schuld bewezen wordt.
Die zorgen hebben de initiatiefnemers nu proberen weg te nemen. Allereerst is expliciet gesteld dat de zorgplicht onder het civiel recht valt: er kunnen alleen boetes worden uitgedeeld, geen gevangenisstraffen. ‘Het klopte echt niet dat je direct achter de tralies zou kunnen belanden als er kinderarbeid in je keten zat’, zegt Van der Graaf. ‘Toch hebben we die verwarring weg willen nemen.’
Ten tweede, benadrukt ze, zijn ondernemers niet persoonlijk aansprakelijk, maar alleen de ondernemingen. In het oorspronkelijke wetsvoorstel stond dat de bazen van grote ondernemingen (meer dan 250 werknemers, omzet groter dan 40 miljoen) persoonlijk strafrechtelijk vervolgd zouden kunnen worden als ze geen rapport zouden uitbrengen van de misstanden in de keten, of de risico’s daarop. Hoewel dat in lijn is met de sancties voor gebrekkige financiële verslaglegging, is dat eruit gehaald. Alleen de onderneming zelf kan voor gebrekkige rapportage worden vervolgd.
Ten derde is de omgekeerde bewijslast afgezwakt tot ‘verlichting van de bewijslast’. Een klager moet wel genoeg feiten hebben om aan te klagen. Daarna moet de onderneming wel genoeg feiten aandragen om die te betwisten.
Ander heikel punt: het klimaat. In de oorspronkelijke wet stond dat alle bedrijven zich moesten houden aan een CO2-reductie van 55 procent (ten opzichte van 1990) in 2030. Dat is namelijk ook de eis die in het klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd. Maar Berdowski zei dat de baggerschepen die hij nu moet aanschaffen nog varen op fossiele brandstoffen, en dat die ook in 2030 nog zullen varen. ‘Hoe moet ik mijn voetafdruk 55 procent reduceren als de technologie er nog niet is?’
Daarmee had hij een punt. Het reductiedoel van 55 procent is een collectief doel. Europa wil dat doel onder meer halen door uitstootrechten uit te geven, waarin gehandeld kan worden. Een individueel bedrijf mag best nog meer uitstoten dan een ander, maar moet daar wel voor betalen. Om die reden is het doel van 55 procent nu uit de wet gehaald. Wel moeten bedrijven eigen streefcijfers vastleggen, en een plan van aanpak om daar in vijfjaarlijkse stappen te komen.
Klassiekertje: bedrijven zijn altijd bang dat ze worden bedolven onder bureaucratie. Daarom worden alleen bedrijven groter dan 250 werknemers, en met een omzet van 40 miljoen euro, verplicht hun due diligence jaarlijks vast te leggen; kleinere bedrijven zijn er voorlopig van vrijgesteld. Naar schatting tweeduizend bedrijven vallen in de grote categorie. De kosten van het extra werk worden geschat op twee tot drie ton per jaar.
‘Ze hoeven niet alle ketens meteen helemaal in kaart te brengen’, zegt Van der Graaf. ‘Dat is niet te doen voor bijvoorbeeld een voedingsmiddelenbedrijf. Maar begin bij de producten waar de meeste risico’s zitten, zoals cacao en koffie. Het is een proces dat tijd kost, je kunt niet meteen compleet zijn. Dat hebben we ook in de wet willen verwerken.’
Om de bedrijven verder tegemoet te komen, mogen ze ook gezamenlijk onderzoek doen naar hun ketens, of in samenwerking met bijvoorbeeld vakbonden of maatschappelijke organisaties ter plekke.
Maar bedrijven krijgen nog meer nieuwe verslaglegging voor de kiezen. Vanaf volgend jaar moeten ze ook, wegens de nieuwe Brusselse Corporate Sustainability Reporting Directive, jaarlijks opschrijven hoe het gaat met hun vergroening en sociale verantwoordelijkheid. ‘Die richtlijn heeft een overlap met onze nieuwe wet’, zegt Van der Graaf. ‘Maar als daar alles in staat wat wij vragen, hoef je als bedrijf geen tweede rapport te schrijven. Je hoeft geen dubbel werk te doen.’
Als toezichthouder is de Autoriteit Consument & Markt aangewezen, die daarvoor 20 tot 25 mensen zou moeten aannemen, is de verwachting. ‘Het is niet de bedoeling dat de ACM alle bedrijven tegelijk gaat controleren’, zegt Van der Graaf. ‘Dat is ook niet nodig. Ze zullen zich eerst richten op de sectoren met de grootste risico’s.’
En dan is er altijd de vraag: wat doet dit met het Nederlandse vestigingsklimaat en zijn concurrentiepositie? Allereerst blijkt uit onderzoek, onder meer van de Universiteit Utrecht, dat ethische regelgeving niet echt meespeelt als bedrijven besluiten zich ergens te vestigen of niet. Daarnaast is in de wet opgenomen dat ook (grotere) buitenlandse bedrijven die actief zijn op de Nederlandse markt aan de eisen moeten voldoen.
Toch vinden veel partijen, zoals VNO-NCW, dat een verplichting om maatschappelijk verantwoord te ondernemen in de eerste plaats een Europese taak is. Daar wordt inderdaad ook een richtlijn opgezet – het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad (dat zijn de lidstaten) zijn bezig met de zogeheten triloog om tot een compromis te komen, die dan door de lidstaten in een wet moet worden vertaald – maar de kans is groot dat die zwakker is dan de Nederlandse initiatiefwet.
Dit onder meer dankzij lobbywerk van bedrijvenkoepel Business Europe, waar VNO-NCW lid van is. Zo wil de Europese Raad bijvoorbeeld dat de financiële sector niet per se mee hoeft te doen. ‘Dat zou een grote verwatering betekenen’, zegt Van der Graaf. ‘Daarom is het belangrijk dat Nederland een eigen wet invoert. Die kan de druk in Brussel opvoeren, zodat daar meer kans is op een stevige Europese richtlijn.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden