Zelden werd een burgemeester zo vaak ten onrechte beschuldigd van integriteitsschendingen als Elbert Roest. Nu zijn termijn erop zit, waarschuwt de burgemeester van Bloemendaal voor de gevaren van ‘integritisme’.
Als het interview een half uur bezig is, zegt Elbert Roest (68) opeens: ‘Er zit een heel verdrietig mens tegenover je. Met die constatering had ik dit gesprek eigenlijk moeten beginnen.’
De Bloemendaalse burgemeester zit in zijn werkkamer van het statige, witte gemeentehuis. Op zijn bureau staat een bokaal met de tekst ‘Beste burgervader 2023’. Hij kreeg hem op Koningsdag, alvast als een afscheidscadeau van dankbare inwoners.
Deze maand stopte Roest (D66) als burgemeester van een van de welvarendste, maar ook lastigste gemeenten van het land. De afgelopen jaren haakte menig burgemeester van Bloemendaal voortijdig af. Maar Roest volbracht zijn ambtstermijn van zes jaar. En dat mag een wonder heten. Zijn vrouw vroeg hem regelmatig of hij aan zelfkastijding deed, en ook de commissaris van de koning vroeg hem soms of het nog wel verantwoord was om door te gaan.
Zelden werd een burgemeester in Nederland zo vaak door zijn eigen gemeenteraad in diskrediet gebracht als Elbert Roest. Tweeëntwintig keer beschuldigden raadsleden hem van integriteitsschendingen, vrijwel altijd kwamen de verwijten van dezelfde drie partijen. En al die keren bleek dat er geen enkele grond was voor de beschuldigingen. ‘Het zou bijna grappig zijn’, zegt Roest. ‘Als het niet zo bitter was.’
Over de auteur
Elsbeth Stoker verslaat als regioverslaggever van de Volkskrant ontwikkelingen in Amsterdam en omstreken. Eerder schreef ze veel over politie, justitie en criminaliteit. Ze maakte onder meer de prijswinnende podcast Grijs Gebied over een omstreden undercovermethode.
Roest spreekt bedachtzaam. De afgelopen dagen heeft hij op zijn telefoon aantekeningen gemaakt om zich voor te bereiden. Om zeker te weten dat hij zijn punt goed overbrengt. ‘Dit is mijn laatste kans om iets te agenderen.’
Op zijn bureau ligt een stapel documenten. Raadsbrieven, krantenknipsels, jaarverslagen – allemaal bedoeld om zijn betoog te onderbouwen. ‘Ik zal je laten zien hoe zo’n beschuldiging eruit ziet’, zegt hij terwijl hij een A4’tje pakt. Het is een lange lijst met verwijten van een raadslid aan het adres van de burgemeester. Roest somt op: ‘Het handelen in strijd met het vertrouwensbeginsel, het schenden van de geheimhouding, het schenden van privacyvoorschriften, politiek laakbaar handelen, bijdragen aan de verharding van het politieke klimaat.’
Na een minuut stopt hij even. ‘Zo kan ik nog wel even doorgaan. Deze ene integriteitsmelding bestaat uit 23 verschillende aantijgingen. Ik zou me schuldig hebben gemaakt aan discriminatie, het zwartmaken van raadsleden, het uitschakelen van raadsleden, intimidatie, het handelen in strijd met de ambtenarenwet, het vernederen van raadsleden. Ik zou er persoonlijke wraakcampagnes tegen raadsleden op na houden en mijn macht misbruiken.’
‘Ja. Alle aantijgingen van deze klacht zijn stuk voor stuk door een commissie beoordeeld. Je moet het je voorstellen als een soort hoorzitting waar ik mezelf heb moeten verdedigen. Vervolgens velt een commissie een oordeel. Ik heb al die zaken overleefd. En dan heb ik het nog niet eens over de aangiften die tegen mij zijn gedaan bij de politie, of de flyer die een van de lokale partijen huis aan huis heeft verspreid waarin de vraag werd opgeworpen of ik wel integer ben.’
Toch is dít niet de reden waarom Roest zichzelf beschrijft als ‘een verdrietig mens’, een term die hij later in het gesprek zal afzwakken. ‘Ik ben ook een hoopvol mens. Dit interview moet geen huilverhaal worden. Ik ben niet zielig, ik heb er zelf voor gekozen om burgemeester van Bloemendaal te worden.’
De reden dat hij zichzelf verdrietig noemt is dat er geen geschikte opvolger voor hem klaarstaat. De sollicitatieprocedure is gestaakt, er komt een waarnemer. ‘Dat betekent dat we in Bloemendaal bij onszelf te rade moeten gaan.’
Om die reden geeft Roest dit afscheidsinterview, hij wil praten over het fenomeen ‘integritisme’, oftewel het uiten van ongefundeerde integriteitsbeschuldigingen, bijvoorbeeld om politieke tegenstanders of ambtenaren zwart te maken. De beschuldigingen kunnen komen van burgers, maar ook van raadsleden, zoals vaak in Bloemendaal het geval is.
‘Het is een vorm van grensoverschrijdend gedrag in de politiek die moet stoppen. Want als dit door blijft gaan: wie wil er dan nog burgemeester of wethouder worden? Het is echt een onzichtbare vorm van ontwrichting. Ook heel wat Bloemendaalse ambtenaren zijn vertrokken. Ze vonden het niet meer leuk, voor sommigen werd het zelfs akelig met bedreigingen op sociale media.’
Dit probleem, stelt Roest, komt in Bloemendaal in extreme mate voor. ‘Maar het fenomeen beperkt zich niet tot deze gemeente. Ik heb ook regelmatig andere burgemeesters aan de lijn die mij bellen voor advies, omdat ze ook met ‘integritisme’ te maken hebben. Ik ben bang dat deze vorm van politiek bedrijven over kan slaan, dat het een trend kan worden.’
Uit een rondgang van de Volkskrant onder gemeenten blijkt dat een kwart van de burgemeesters de afgelopen jaren te maken heeft gehad met integritisme, of vermoedt dat hier sprake van was. De helft van de ondervraagde burgemeesters zegt het een zorgelijke ontwikkeling te vinden. Ook experts signaleren dit. Zo omschrijft integriteitsdeskundige Hans Groot ‘integritisme’ als een ‘vorm van democratische sabotage’. ‘Door bestuurders vals te beschuldigen, tast je de statuur aan van het ambt.’
‘Al die persoonlijke aanvallen’, vervolgt burgemeester Roest, ‘doen wat met je als mens. Maar het ergst is dat je bezig moet zijn met je eigen verdediging, en dan ben je niet bezig met het besturen van de gemeenschap. Er wordt zo ongelooflijk veel zand in de politieke motor gestrooid.’
Wie wil begrijpen waarom integritisme juist in Bloemendaal in ‘extreme mate’ voorkomt, moet eerst in de recente geschiedenis duiken. Met name één affaire heeft diepe sporen achtergelaten.
‘Zeker aan het begin van mijn burgemeesterschap is het bijzonder sfeerbedervend geweest, en de erfenis ervan is nog steeds in hoge mate bepalend voor de sfeer’, zegt Roest, die tijdens het interview zo min mogelijk namen van raadsleden wil noemen. ‘Dat is niet omdat ik een bange man ben, maar omdat ik niet meer het geneuzel in getrokken wil worden en geen zin meer heb in procedures en beschuldigingen. Ik heb mijn portie de afgelopen zes jaar wel gehad.’
De kwestie is, op basis van krantenarchieven, eenvoudig te reconstrueren. Het betreft een jarenlange ruzie tussen de gemeente Bloemendaal en de landgoedeigenaren Rob en Hans Slewe, die begon in 2009. In grote lijnen komt het hierop neer: de broers Slewe wilden bouwen op hun landgoed, maar de gemeente voelde hier weinig voor. Volgens de broers zijn ze ten onrechte tegengewerkt. Het dispuut verdeelde de gemeenteraad en liep zo hoog op dat het leidde tot een politieke en bestuurlijke chaos, talloze procedures en beschuldigingen over en weer.
In 2014 en 2015 resulteerde de ruzie in het voortijdig vertrek van drie wethouders en twee burgemeesters. De laatste van die twee burgemeesters, wijlen Aaltje Emmens-Knol (PvdA), verliet Bloemendaal in tranen. Ze gaf kort voor haar vertrek opdracht tot een onderzoek naar de politieke cultuur van Bloemendaal. De uitkomst van het rapport bleek uitermate kritisch. Daarin was onder meer te lezen dat er binnen de gemeenteraad sprake was van ‘ruwe omgangsvormen’, ‘machtsdenken’ en het ‘op de persoon spelen’. Mede daardoor dreigde de burgemeester ‘vermalen’ te worden.
De ruzie resulteerde daarnaast in een strafproces tegen Marylies Roos, een raadslid van Hart voor Bloemendaal. Zij vond het onterecht dat ambtelijke stukken over het dispuut met de Slewe-broers als geheim waren bestempeld, en organiseerde in 2014 een persconferentie in een plaatselijk café om de documenten te openbaren. Het gevolg was een acht jaar durende strafzaak, die vorig jaar eindigde toen de Hoge Raad oordeelde dat Roos terecht was veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf: ze had de geheime stukken niet mogen openbaren.
Inmiddels is er een streep gezet door het conflict met de familie Slewe. Na een mediationtraject in 2020 betaalde de gemeente de broers 750 duizend euro. Waarom dat geld betaald is, wil de gemeente niet zeggen, want de afspraak is dat geen van de partijen er meer over praat. Een van hen, Rob Slewe, zit bovendien sinds 2018 zelf in de gemeenteraad. Eerst sloot hij zich aan bij Hart voor Bloemendaal, maar sinds 2020 heeft hij zijn eigen partij: Zelfstandig Bloemendaal.
Hoewel er meer zaken speelden in Bloemendaal, creëerde met name deze kwestie een voedingsbodem voor wantrouwen.
‘Zeker, in de vier jaar ervoor had Bloemendaal drie burgemeesters versleten. Ik zag het als een uitdaging: kan ik het aan? Ik had er goed over nagedacht.’
Want het ‘wespennest Bloemendaal’ is maar één kant van het verhaal. Bloemendaal, waar ook de woonkernen van Aerdenhout, Overveen, Bennebroek en Vogelenzang onder vallen, is een prachtige gemeente, aldus Roest. ‘Vol interessante karakters. De meeste inwoners hebben een hoog welvaartsprofiel. Er heerst een hoge mate van eigenzinnigheid, zelfvertrouwen en assertiviteit.
‘Ik ben geboren in het Groningse Hoogezand-Sappemeer, een oude veenkolonie. De geschiedenis drukt daar soms zwaar op de schouders. Maar hier heerst een soort lichtheid van het bestaan. Bijvoorbeeld: je gaat failliet, je drinkt ’s avonds een glas wijn en de volgende dag begin je opnieuw. Bloemendalers vertrouwen erop dat het leven kansen biedt, en dat je die kansen de volgende dag weer kan oppakken. Daar hou ik van.’
Eerder was Roest ook al burgemeester. Vijftien jaar vervulde hij het ambt met veel plezier in de Gooise gemeente Laren. Toch stapte hij over, aanleiding waren twee ingrijpende gebeurtenissen. ‘In 2014 ontnam een Larense bankier zijn vrouw, zijn kind en zichzelf het leven. Er bleef één dochter over, daar was heel intensief contact mee in de weken na het gezinsdrama. In dezelfde periode overleed mijn broer, een man die schizofrenie had en voor wie ik mantelzorger was. Omdat ik zo druk was door het familiedrama, verloor ik hem een paar weken uit het oog. Hij werd pas vier dagen na zijn dood gevonden. Ik heb me heel schuldig gevoeld over mijn broer.’
Om dit verlies te verwerken, liep Roest in de maanden erna – met toestemming van de Larense gemeenteraad – de Camino. Tijdens die wandeling (‘het beste cadeau dat ik ooit heb gekregen’) besloot hij dat hij nog één nieuw burgemeesterschap wilde voor zijn pensionering, op een plek waar ‘werk aan de winkel was’. Want, concludeerde Roest terwijl hij 1.000 kilometer wandelde, wat je in het leven doet, moet zinvol zijn. ‘Ik geloof in onze democratie, en ben ontzettend trots op onze rechtsstaat. Om die te behouden, moet je er ook voor willen vechten. En toen kwam Bloemendaal op mijn pad. Ik zag het als de kroon op mijn carrière, zo zie ik het overigens nog steeds. Alleen op wat mij, vooral in het eerste jaar, te wachten stond, kon ik me niet voorbereiden.’
Zo werd hij tijdens de eerste raadsvergadering uitgemaakt voor Kim Jong-Un, omdat een van de raadsleden het niet eens was met de manier waarop de kersverse burgemeester wilde vergaderen: hij wilde dat als raadsleden aan het woord waren, er niet meteen aan het begin al kon worden geïnterrumpeerd. ‘Kim Jong-Un is niet het type leider waarin ik mezelf herken. Dan slik je even.’
‘Een van de belangrijkste dingen was de benoeming van een onafhankelijke Commissie Integriteit.’
In 2016 is de gemeentewet gewijzigd, sindsdien is de burgemeester aangewezen als ‘hoeder van de integriteit’. Dat betekent onder meer dat de burgemeester een zorgplicht heeft gekregen om op te treden in het geval van een (vermoedelijke) integriteitsschending.
Maar al snel nadat Roest in Bloemendaal was begonnen, liep het aantal integriteitsmeldingen ‘de spuigaten uit’. ‘In 2019 hadden we 106 meldingen, 53 tegen politieke ambtsdragers en 53 tegen ambtenaren. En dan waren er ook nog andere klachten, aangiftes, rechtszaken, een hele reutemeteut. Er vielen termen als ‘corrupt netwerk’ en in Bloemendaal ‘regeert de maffia’.
‘Telkens moest ik als hoeder van de integriteit concluderen dat er niks aan de hand was, dat de melding ongegrond was. Vervolgens zeiden de klagers: die Roest kan zijn oordeel wel geven, maar wij geloven hem niet meer. Mijn eigen integriteit kwam ter discussie te staan.’
Om die reden wilde Roest een onafhankelijke Commissie Integriteit. ‘We zijn nagenoeg de enige kleine gemeente die hier een aparte commissie voor heeft.’
Daarnaast organiseerde de burgemeester onder meer sessies met raadsleden om over integriteit te praten en versterkte hij het ambtenarenapparaat. Hierdoor konden raadsvragen sneller beantwoord worden, en kon eventuele onrust eerder weggenomen worden. Bovendien konden ambtenaren elkaar afwisselen bij de beantwoording van de vragen, zodat hun anonimiteit beter gewaarborgd kon worden.
Inmiddels, blijkt uit de jaarverslagen van de Commissie Integriteit, is het aantal integriteitsklachten flink gedaald. In 2021 ging het om vijftien zaken, in 2022 waren het er twee.
‘Samen met een team van trouwe ambtenaren heb ik er zes jaar heel hard aan getrokken om de boel te stabiliseren. En ja, ik denk dat het ook behoorlijk stabiel is geworden. En er is nog een lichtpunt. Veel nieuwe raadsleden hebben na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 gezegd: zo kan het niet langer. En toen een raadslid dat jaar op sociale media een goedkeurende reactie zette onder een bedreiging aan het adres van een van de leden van de Commissie Integriteit, werd dat massaal afgekeurd. Dus het besef is er, we zijn echt aan het herstellen.’
Tegelijkertijd constateert hij: ‘Het is een kwetsbaar proces, en er worden nu andere wegen gezocht. Nu wordt bijvoorbeeld de integriteit van de Commissie Integriteit in twijfel getrokken.’
Want net toen Roest eind vorig jaar dacht dat het rustiger zou worden, diende zich een nieuwe affaire aan. Een waardoor hij zo ‘getergd’ was dat hij in november vorig jaar een raadslid uitmaakte voor ‘slappe lul’. ‘En dat moet een burgemeester niet doen.’
De kwestie draait om Rob Slewe van Zelfstandig Bloemendaal. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 leek het er even op dat hij wethouder zou worden. Maar medio juni vorig jaar besloot coalitiepartner D66 op het laatste moment de stekker uit de beoogde samenwerking te trekken, omdat begin juni bleek dat een integriteitsklacht tegen Slewe gegrond was verklaard.
Slewe had vertrouwelijke stukken naar een journalist gestuurd, en daarmee de gedragsregels overschreden. Bovendien had hij tijdens het onderzoek tegen de Commissie Integriteit gezegd dat hij deze, door de gemeenteraad benoemde commissie, niet erkende. In de ogen van de Bloemendaalse D66 maakte hem dat ongeschikt als kandidaat-wethouder.
Maar de oprichter van Zelfstandig Bloemendaal zag het anders. Volgens hem had hij niet de intentie gehad de journalist te mailen, de ‘verkeerde Annemieke’ was op zijn mailinglijst beland. Hij vond bovendien dat de informatie die hij verspreid had, niet ‘vertrouwelijk’ was. Het oordeel van de integriteitscommissie vond hij onjuist, en ook het verslag van de commissie zou niet kloppen. Tijdens een raadsvergadering stelde Slewe ‘publiekelijk geëxecuteerd’ te zijn, en op sociale media schreef hij dat de kwestie ‘stinkt naar belangenverstrengeling’, een waarin volgens hem een ‘kwalijke’ rol is weggelegd voor de burgemeester.
Want volgens Slewe ging het mislopen van zijn wethouderschap gepaard met wel heel veel ‘toevalligheden’. Zo vond hij het wel heel toevallig dat de burgemeester het integriteitsrapport vlak voor zijn benoeming publiceerde. En dat een van de integriteitsonderzoekers D66-lid is, en opgroeide in hetzelfde Groningse dorp als Roest.
Roest: ‘Slewe stelt eigenlijk dat ik hem zijn wethouderschap zou hebben ontnomen. Zijn insinuaties komen niet overeen met de feiten. Ik heb noch iets te maken met de vorming van de coalitie, noch met de selectie van de leden van Commissie Integriteit. Sterker nog: Slewe was zelf betrokken bij deze selectie. Ook over de oplevering van de rapporten ga ik niet: ik ben verplicht ze door te sturen zodra ik ze ontvang van de Commissie Integriteit. Toch heeft hij mij onlangs laten weten dat hij de burgemeester aansprakelijk stelt voor de materiële en immateriële schade die hij geleden heeft doordat het wethouderschap niet is doorgegaan.’
Op de raadsvergadering van 17 november deed Roest iets waarvan hij dacht dat hij het nooit zou doen. ‘Ik capituleerde. Want zo zie ik het: ik geloof in de kardinale deugden. Een ervan is zelfbeheersing, maar die verloor ik.’
Tijdens die vergadering verweet Slewe Roest dat hij hem achter de schermen ‘nog altijd zwartmaakt’. Een wethouder zou hem dit hebben verteld. ‘U kunt er maar niet mee ophouden’, zei het raadslid tegen de burgemeester.
Roest: ‘Na de vergadering, tijdens de borrel in de kantine, ben ik naar hem toegelopen. Ik zei: je zou een kerel zijn als jij mij vertelt waaruit dat zwartmaken bestaat en welke wethouder dat is geweest. Alle wethouders hadden namelijk al ontkend dat zij het waren geweest. Toen gaf hij geen antwoord, waarop ik zei: ik vind jou een slappe lul. Tsja, ik ben ook maar een mens.’
‘Ik heb meteen mijn excuses aangeboden, en naderhand enkele mails naar hem gestuurd met het verzoek om dit als volwassen mannen met elkaar te bespreken. Op die uitnodiging is hij niet ingegaan.’
‘In vrijwel iedere raads- en commissievergadering word ik sindsdien door hem beticht van grensoverschrijdend gedrag.’
‘Nee, ik hoop nog steeds dat zo’n maatschappelijk debat loskomt. Dat is ook de reden waarom ik dit interview geef. Bloemendaal is misschien extreem als het gaat over integritisme, ook elders komt het voor. Ik hoop door erover te praten dat er een einde aan komt. Ik heb er ook met andere burgemeesters en de demissionair minister van Binnenlandse Zaken over gesproken: de burgemeester is nu wel de hoeder van de integriteit, maar hoe kan voorkomen worden dat hij of zij daardoor in een onmogelijke positie terechtkomt?’
Wat Roest betreft moet dit onderdeel van de gemeentewet geëvalueerd worden. ‘Wat moet een burgemeester bijvoorbeeld doen als enkele fracties in de raad lak hebben aan bij raadsmeerderheid aangenomen omgangsregels? Hoe maak je de positie van de burgemeester minder kwetsbaar?’
Want, stelt hij: ‘Als iemand je onterecht beschuldigt, geeft dat een enorm onveilig gevoel. Bovendien kost het heel veel energie, en klauwen met geld. We zijn er jaarlijks tonnen aan kwijt.’
‘Laat ik duidelijk zijn: natuurlijk moeten raadsleden ernstige misstanden altijd kunnen melden. Ik heb het nu echt alleen over beschuldigingen die worden geuit om anderen te beschadigen.
‘Tijdens mijn ambtsperiode zijn er in totaal 160 integriteitsklachten ingediend. Dat waren klachten tegen wethouders, raadsleden, ambtenaren en tegen mij. 5 van die 160 klachten zijn door de commissie gegrond verklaard. En laat dat nou net die raadsleden betreffen die de andere 155 beschuldigingen hebben geuit. Wat mij betreft is dat een ontmaskering.’
‘Ik kan wel de grote jongen spelen en zeggen dat ik er niet wakker van heb gelegen. Maar dat zou te ferm zijn: ik heb er heel veel uren wakker van gelegen. Maar ik heb mijn zes jaar volgemaakt, ik heb het blijkbaar kunnen doorstaan. Ik denk dat ik er mentaal sterker door ben geworden. Gedeukt, zo voel ik me. Maar niet geknakt.’
Om de ervaringen een ‘plekje te geven’, schafte hij onlangs nieuwe wandelschoenen aan. Opnieuw gaat hij naar Santiago de Compostella wandelen. ‘Als afsluiting en als nieuw begin, om te bedenken wat ik hierna ga doen.’
Opnieuw pakt Roest zijn telefoon erbij – op zijn toegangsscherm staat een tekening van Nelson Mandela, met daaronder de uitspraak: ‘Part of being optimistic is keeping one’s head pointing to the sun, one’s feet moving forward.’
Naar deze zin, zegt Roest, ‘heb ik afgelopen jaren heel vaak, maar dan ook heel vaak, gekeken. Als je kijkt naar de geschiedenis zie je dat westerse democratieën heel weerbaar zijn, maar het gaat wel met vallen en opstaan. Ergens wordt deze ontwikkeling wel weer gesmoord. Dat geloof ik ook echt: uiteindelijk komt het goed. Maar voor het zover is, moeten we in Bloemendaal allemaal in de spiegel kijken: hoe kan het dat onvoldoende gekwalificeerde burgemeesterskandidaten zich hebben gemeld?’
Rob Slewe (Zelfstandig Bloemendaal) laat weten dat hij aangifte heeft gedaan tegen Elbert Roest wegens het schenden van het ambtsgeheim, smaad en laster. In het voorjaar van 2022 leek het er even op dat Slewe wethouder zou worden, in een coalitie met onder meer D66. Volgens Slewe heeft de burgemeester tijdens de screeningsprocedure ten onrechte ‘geroeptoeterd’ dat er problemen waren met Slewes screening. ‘Ik zou geheime informatie hebben achterhouden en gelogen hebben.’ Slewe zegt dat twee getuigen dit bevestigen.
Volgens Slewe was Roest erop uit om hem in een slecht daglicht te stellen. ‘Om daarmee D66 een alibi te verschaffen om de coalitie op te blazen.’ Slewe zegt dit al te hebben aangekaart ‘bij de griffie, diverse raadsleden en het college’. ‘Maar het werd niet opgepakt.’ Daarom heeft hij aangifte gedaan, volgens hem op advies van een wethouder. Als het om integritisme gaat, vindt Slewe dat het juist Elbert Roest is die zich daaraan schuldig maakt.
De Commissie Integriteit heeft in juni 2022 in een rapport geconcludeerd dat Slewe niet integer heeft gehandeld, de melding van deze integriteitschending was afkomstig van de burgemeester. Volgens Slewe ‘ging deze melding van Roest nergens over, een per abuis verkeerd gestuurde mail’. Wat Slewe betreft heeft Roest deze melding alleen gedaan zodat de burgemeester hem ‘publiekelijk als niet-integer neer kon zetten’.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden