Home

Tommy Wieringa: ‘Reve zei het al: we zijn een typisch aliterair land’

Dinsdag verschijnt Nirwana, de nieuwe roman van Tommy Wieringa waaraan hij jaren heeft gewerkt. Het is een ‘intergenerationele roman over vuur’, zegt hij: ‘Als je luistert naar mannen als Trump en Bolsonaro en alles ter rechterzijde, dan hoor je dat er een enorme zucht is naar verbranding. Oppompen en verbranden zullen we.’

De eerste keer dat Tommy Wieringa het statige pand binnenliep van De Bezige Bij, vlak bij het Museumplein in Amsterdam, kwam hij niet verder dan de portiersloge. Daar leverde hij zijn manuscript in. ‘Toen keek ik omhoog, in het trappenhuis, en zag al die portretten van grote schrijvers die op me neerkeken. En ik wist dat ik hier ooit wilde worden uitgegeven’, vertelt Wieringa (Goor, 1967) aan tafel in een vergaderzaaltje in datzelfde statige pand, waar tegelijkertijd de laatste hand wordt gelegd aan het omslag van zijn nieuwe roman.

‘Nee, nee. Ik vind dat een boek, net zoals ikzelf, vrij moet zijn. Als het een succes wordt, omarm ik dat, maar ik hecht aan de autonomie van het kunstwerk. En dat geldt ook voor het economische aspect. Daarnaast zou het wat zijn als een uitgever afhankelijk was van één boek. Ik geloof niet dat dat zo is. Denk je wel?’

‘Dat hebben ze mij niet verteld, gelukkig.’

‘Zeker. Het is onrustig, maar dit huis heeft zo veel goede schrijvers. Zo veel kracht en potentie. Ik heb vroeger in gastenverblijven van kloosters en abdijen gewerkt. Ik vroeg eens aan een monnik in Oosterhout: ‘Wat vindt u ervan dat het allemaal minder wordt?’ En toen zei hij: ‘Ach jongen, dat moet je allemaal niet zo tijdelijk zien.’ Dat geldt ook voor de literatuur.’

Over de auteur
Laura de Jong is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk, zowel fictie als non-fictie.

‘Dat Francien weg moest, vond ik afschuwelijk. Rampzalig. Ik heb met haar over dit boek gepraat vanaf het moment dat ik het bedacht. En kort voordat het er was, moest ze weg. Daar kan ik me nog steeds niet overheen zetten. En een uitgeverij zonder uitgever? Dat is natuurlijk fictie.’

Nirwana, de nieuwe roman van Wieringa waar dus wel/niet veel van afhangt, verschijnt dinsdag. Het is een familie-epos over Willem Adema, die aan Duitse zijde aan het Oostfront vocht in de Tweede Wereldoorlog en zich later bij het verzet zou hebben aangesloten. Vanaf de jaren zestig bouwde hij een imperium op in de offshore-business. Zijn kleinzoon Hugo, een beroemd kunstenaar die net is verlaten door zijn grote liefde, vindt de verloren gewaande dagboeken van zijn grootvader terug. Dat leidt tot een nieuwe blik op de familiegeschiedenis. Een roman over thema’s als loyaliteit, rechts-extremisme, het klimaat en toe-eigening.

‘Op 7 maart 2013, maar ik wist meteen dat ik ouder moest worden om het op te schrijven. In 2018 ben ik begonnen. Dat weet ik precies omdat ik een logboekje bijhoud over het schrijven. Ik zat in de auto tussen Heerenveen en Leeuwarden toen ik het gebeente van dit boek voor me zag. Een intergenerationele roman over het vuur.’

‘Onder alles wat we doen, alles wat we maken, wat we dragen, wat we begeren, smeult een vuur. We leven in een verbrandingseconomie en -ideologie. Als je luistert naar mannen als Trump en Bolsonaro en alles ter rechterzijde, dan hoor je dat er een enorme zucht is naar verbranding. Oppompen en verbranden zullen we.

‘In mijn roman gaat de grootvader naar Oekraïne met een SS-divisie die eropuit is gestuurd om de olievelden van de Kaukasus te veroveren. Want Hitler-Duitsland had weinig eigen olie. En hij zei al in 1942 dat hij de oorlog moest beëindigen als hij de olie van de Kaukasus niet zou krijgen. Dus daar begint het verhaal, met de zucht naar brandstof.’

‘Nee, helemaal niet. Maar ik heb zelf een toenemende behoefte om het over zulke essentiële dingen te laten gaan. Het is leuk om je te bekwamen in petrochemie, in klimatologie, in de geschiedenis. Ik heb gelezen, mensen gesproken, in archieven gezeten. In Nederlandse oorlogsarchieven mag je het meeste niet kopiëren, dus ik heb een heleboel aantekeningenboekjes vol met notities en citaten.

‘Je bent als schrijver een opportunistische rover, want uit al die verhalen en dagboeken pik ik soms maar één detail. Uit het dagboek van de Nederlandse SS-baas Henk Feldmeijer haal ik bijvoorbeeld een anekdote over twee SS’ers in een bunker aan het Oostfront die in een luciferdoosje een nieuw soort luis proberen te kweken.’

‘Niet zozeer de Heerema’s nu, maar in die grootvader zag ik onmiddellijk een romanpersonage.’

‘Mijn pleegmoeder was gouvernante bij een van de zonen van de oude Heerema. Ik ben daar weleens geweest en dacht meteen: met die man ís iets. Later ben ik gaan kijken hoe het precies zat. En toen wist ik: dit is een personage. Daarmee was hij een prooi voor mijn verbeelding. Ja, je steelt uit andermans leven, maar geeft het, in de woorden van Gerrit Komrij, onherstelbaar verbeterd terug.’

‘Na de scheiding van mijn ouders ging ik eerst bij mijn vader wonen, maar daar ontspoorde ik wat. Toen heeft zij mij uit die toestand gesleept. En gezegd: nu ga je hier in Diever naar school en je diploma’s halen. En by the way, hier zijn boeken. Literatuur, alles. Dus ik bevond me opeens in een wereld waar me discipline werd geleerd. En veerkracht en doorzettingsvermogen. Ik geloofde het zelf niet zo, maar zij zei dat ik het kon. Dus ik heb haar vertrouwen geleend.

‘Je moet een beetje geluk hebben af en toe. Dat je iemand vindt die het juiste zegt op het juiste moment. Want mensen kunnen ook de juiste dingen tegen je zeggen op het verkeerde moment. Maar zij was de juiste op het juiste moment, ik kan zelfs zeggen: daarom ben ik hier. Kort voor haar overlijden in 2013 heb ik het nog met haar over dit boek gehad.’

‘Het heeft een heleboel titels gehad. Maar ik vind het uitdovingsaspect van nirwana mooi, en dat niemand precies weet wat nirwana betekent. Het wordt soms geassocieerd met een hemelse staat. Maar het is meer een ontstentenis, een staat van uitdoving. Dat lijkt misschien een steriele en levenloze toestand, maar het betekent juist leven en kracht. Dat wil zeggen, als de vuren van hebzucht, haat en waan zijn geblust, is de geest vrij om op volle kracht te werken. In mijn roman is er in die hele familie, die geheel en al draait om verbranding, één personage dat zich actief inzet voor uitdoving.

‘Het is moeilijk te vertellen aan de wereld dat het die kant op zal moeten. We zijn ernstig vuurverslaafd. Ik ook. Er is niets fijner dan in een vliegtuig zitten. Of naar de transformatieve oerkracht van vuur kijken. Maar we zijn net als Goethes tovenaarsleerling de controle kwijt. We merken nu: het vuur is een goede knecht, maar een slechte meester.’

‘Zenmeditatie is op een bijzondere manier iets niet doen, je bent twintig minuten geheel met jezelf alleen in een bewegingloze toestand en tegelijkertijd beweegt alles. Het is niet zo dat het karakterveranderend is, maar het kennen van jezelf komt ietsje dichterbij. Dat is toch maar mooi meegenomen. En aantrekkelijk is dat je er niet ervaren in kunt raken.

‘Naarmate je ouder wordt, ben je steeds meer een veteraan in het bestaan, met de gruwelijke notie van ‘nou, zo hebben we het altijd gedaan’. Maar juist de staat van onervarenheid vind ik aantrekkelijk.’

‘Ja, de bijna kinderlijke toestand van onervarenheid waarmee ik elke roman tegemoet treed, vind ik een geluk. Er is ooit een waanzinnig bedrag van vijf nullen geboden als ik deel twee van Joe Speedboot zou schrijven. Niet eens door een uitgever maar door een private investeerder. Ik kon me niks saaiers voorstellen dan dat.’

‘De serieuze vraag die ik mezelf heb gesteld is: hoe kun je als middelbare man ervoor waken dat je gaat denken dat je recht hebt op voorrang? Ik gebruik expres een verkeersmetafoor, want in het verkeer komt je laagste zelf tevoorschijn. Achter het stuur is iedereen een fascist. Ik bespeurde een lichte beweging richting dat veteranengedrag en dacht: nee, dat ga ik me niet laten gebeuren.’

‘Nee, je hoort weleens dat schrijvers hun vak zo zwaar vinden. Dan klinkt het altijd alsof ze in de mijnen werken. Maar als je schrijver mag zijn, dan ben je voor het geluk geboren. Er is geen beter bestaan te verzinnen. Ik klink een beetje als een Jehova’s getuige, maar het is een geluk­zalige vervulling. Je verveelt je nooit. Er is altijd iets om over na te denken.’

‘Ja, maar ik vond dat ook al toen ik er niet van kon leven. En dat was zo, ­bijna tot mijn 40ste. Maar een likje glorie hier en daar is natuurlijk fijn.

Nirwana is het eerste boek waarvan ik van begin af aan dacht: ik wil het niet af hebben. Want dat moment gaat met tristesse gepaard. Iemand zei onlangs: ‘Als je een kind krijgt, mag je het daarna houden. Maar een roman sta je onmiddellijk ter adoptie af.’ Ik heb het afmaken dus lang uitgesteld, ook door een paar keer opnieuw te beginnen toen het al klaar was.’

‘Haha, twee keer. Het boek is in totaal drie keer geschreven. Ik ben het nu aan het inspreken als luisterboek, ik zie al dingen die anders moeten.’

‘Ja, als mij een tweede druk is vergund, dan wordt het weer een beetje een ander boek. Ik ben als de schilder die ’s nachts inbreekt in het ­museum om nog wat aan zijn eigen schilderij te veranderen.’

‘Ik laat haar bijna alles lezen. Ze is voorzichtiger dan ik. Dus ik luister niet altijd. Want er zijn momenten, bij bepaalde klootzakkerij, dat je mensen gewoon moet aanpakken. Vriendelijkheid vind ik een groot goed, maar soms heb je daar niet ­genoeg aan.’

‘Dat had te maken met geduld, met zitvlees. Ik heb nog nooit zo’n dik boek gemaakt. Voordat ik begon, heb ik in mijn schrijversdagboek ­geschreven hoe dik ik dacht dat het zou worden. Ik zat er 20 bladzijden naast. Als je iets bedenkt, weet je al of het een sprint, 400 meter of een ­marathon wordt.’

‘Toeval! In het eerste jaar van mijn studie geschiedenis heb ik een essay over Alkibiades geschreven. Ik heb altijd een fascinatie voor die dubbelzinnige, ongrijpbare figuren gehad. Net zoals de oude Heerema. Je weet niet precies waar je naar kijkt. En dat is ook zo bij Alkibiades. Maar ja, dat kan dus ook in drie pagina’s, Ilja!’ (Lacht.)

‘Schrijven is een volstrekt, vanzelfsprekend onderdeel van mijn dagelijks leven. Ik ben onaantastbaar en onsterfelijk als ik werk. Ik ben altijd veilig in een nieuw boek. Ik ben nu al niet meer de schrijver van dit boek, maar de schrijver van het boek dat ik ga maken. Ja, ik ben alweer bezig. En ik heb daarbij geen bijzondere rituelen.

‘Maar Nirwana heeft een paar moeilijkheden gehad. Ik scheurde de pezen van mijn schouder af tijdens rugby, waardoor ik het verhaal met één hand moest aftikken. De linker ook nog. Er vestigde zich een steigerbouw­bedrijf naast mijn schrijfkamer. En in april 2018 was ik van de ene op de andere dag slapeloos. Het gebeurde in de week dat een vriend van mij overleed, de dichter Menno Wigman. Uiteindelijk heeft de tijd zijn werk gedaan en gaat het beter, maar slaap is je dierbaarste vriend die je het minst kent.’

‘Het is in Nederland moeilijk om te ontsnappen aan de Nederlandse conditie. Want de Nederlandse conditie is onder meer dat zich altijd objecten en mensen in je zichtveld bevinden. Ik vind het een reuzelastige toestand dat je hier niet aan je medemens kunt ontsnappen. En dat er geen ruimte is om iets groots te laten gebeuren. Je moet het dus van je verbeelding hebben.

‘Het landgoed dat ik beschrijf in Nirwana is zowat onbestaanbaar in Nederland. Daarom houd ik van de grensgebieden. Daar kan zich nog wat afspelen. En dat maakt mij dus meteen ongeschikt voor veel Nederlandse literatuur, want die gaat wel over deze conditie. Het heeft allemaal weinig groots. Dat vind ik jammer.’

‘Het is zoals Gerard Reve ooit schreef – wacht, ik zoek het op.’ Wieringa rommelt in zijn tas, klapt zijn laptop open en begint te citeren: ‘Als je denkt aan bijvoorbeeld een klassiek thema: een meisje dat naar de grote stad trekt en daar tragisch ten onder gaat. In Frankrijk of Amerika kan dat. Zelfs in de grootste nood zou hier de heldin hoogstens een tientje hoeven te lenen om in de middag naar huis af te reizen en zo niet voor het avondeten, dan toch voor het nieuws van elf uur weer thuis te zijn. Een typisch a-literair land.’ Ik moet lachen maar het is een geweldige waarheid.

‘Daarom ben ik blij met mijn Antilliaanse achtergrond, want die heeft ruimtes in mijn kop geplant. Russen, Amerikanen, zelfs Duitsers en Fransen hebben allemaal ruimte achter hun gat. Wij zijn in Nederland in die zin ontsnappingskunstenaars. Onze schrijvers gaan naar Genua, naar Amerika, naar Duitsland, naar ­Petersburg. Nederland is een land waaraan je als schrijver moet ontsnappen.’

‘Marente de Moor heeft ruimtes verkend. Van de jongeren vind ik Tobi Lakmaker goed. En Gijs Wilbrink. Niet voor niks een grensganger. Er verschijnt genoeg, maar het is wat Reve zegt: we zijn eigenlijk een aliterair land. En nu ook in de zin dat we radicaal ontlezen. Er is geen land dat zich zo van de literatuur ontdoet als Nederland.’

‘Door een overheid die ontlezing ­actief stimuleert. Bijvoorbeeld door telefoons in klassen toe te staan die de zuivere concentratie op alle manieren doorbreken. Onze kinderen lezen dramatisch slecht. Welke politicus of ceo citeert nog weleens een schrijver? Wat lezen Tweede Kamerleden? We zien ze alleen op hun telefoon zitten. En we hebben een koning die ik in het gezelschap van sporters zie, maar nooit met een boek. Dus wat verwijten we onze kinderen als we het zelf niet eens doen?’

Tommy Wieringa debuteerde in 1995 met Dormantique’s manco. In 2005 brak hij door bij het grote publiek met Joe Speedboot, zijn vierde roman, waar hij 500 duizend exemplaren van verkocht. Zijn daaropvolgende romans werden genomineerd voor zowat alle belangrijke prijzen. Caesarion (2009) stond op de shortlist van AKO Literatuurprijs en in 2013 ontving hij de Libris Literatuurprijs voor Dit zijn de namen. In 2018 won hij de Bookspot Literatuurprijs voor De heilige Rita. Hij schreef het Boekenweekgeschenk in 2014 en was columnist voor NRC. Sinds dit jaar is hij dat voor de Volkskrant.

Tommy Wieringa: Nirwana. De Bezige Bij; 464 pagina’s; € 29,99. Verschijnt op 19 september.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next