Steeds meer worstelende stellen (en zelfs koppels bij wie nog geen vuiltje aan de lucht is) zoeken hun heil bij relatietherapie. Hoe zinvol is dat? Esma Linnemann had er persoonlijk slechte ervaringen mee, maar de wetenschap laat zien dat het wel degelijk effectief kan zijn.
Is relatietherapie zinvol? Als iemand mij dat had gevraagd vóór het schrijven van dit stuk, dan had ik waarschijnlijk ‘nee’ gezegd. En die ‘nee’ was gestoeld op mijn eigen ervaringen, de welbekende N=1.
Drie keer klopte ik aan bij een therapeut. En steeds kreeg ik niet wat ik wilde: geen heropleving van de liefde, geen uitweg uit een patstelling. Wel: hoge rekeningen en uiteindelijk alsnog een relatiebreuk. Ik was vaak niet te spreken over de therapeut: die gaf te weinig richting, vroeg niet door, maakte de verkeerde grapjes en had de verkeerde lucht in de spreekkamer hangen (‘golden retriever’). De gesprekken concentreerden zich, zo vond ik, soms wel erg veel op mijn tekortkomingen. Het ging over mijn overspannenheid, mijn slordigheid, mijn flirterige gedrag. Terwijl ik juist de onvolkomenheden van mijn partner wilde uitpluizen.
Eén keer kwam ik gebutst en onzekerder uit een relatietherapiesessie. De therapeut in kwestie vroeg waarom ik zo’n hoog stemmetje had en constateerde dat ik me te afhankelijk opstelde. Ik moest maar eens Verslaafd aan liefde lezen, van polderboeddhist Jan Geurtz. De therapie faalde, de relatie hield geen stand (wel heb ik nog maanden geprobeerd een octaaf lager te praten).
Van vrienden en familieleden hoorde ik uiteenlopende verhalen over therapie. Sommigen hadden vergelijkbare klachten over therapeuten die de plank jammerlijk missloegen. Ik zag ook een patroon onder leeftijdsgenoten met kinderen: mensen die allang van elkaar af waren gedreven in de zee der liefde, maar toch in therapie gingen, om te kunnen zeggen dat ze er ‘alles aan hebben gedaan’. Relatietherapie als bewijs van deugdzaamheid, als teken van goed ouderschap.
Maar er waren óók geliefden in mijn omgeving die in de praktijkruimte van de therapeut de code voor een duurzame relatie leken te hebben gekraakt. Die mensen praatten soms in vermoeiend therapiejargon, ze wilden elkaar niet ‘triggeren’, of gingen na een ruzie ‘repareren’. Maar deze mensen haalden ook meer plezier en bevrediging uit hun relatie. Waarin zit dat verschil?
Relatietherapie is een snel groeiende tak binnen de Nederlandse gezondheidszorg. Het aantal therapeuten groeide in negen jaar tijd met 210 procent, berekende de Kamer van Koophandel vorig jaar. Onze houding ten aanzien van hulp bij liefdesproblemen lijkt ook te veranderen. Neem het opinieonderzoek van onderzoeksbureau Kantar Public uit 2022, waarbij eenderde van de duizend respondenten aangeeft relatietherapie te overwegen bij problemen, en 59 procent vindt dat relatietherapie, dat in 2013 nog uit het basispakket werd gehaald, zou moeten worden vergoed.
Toegegeven: dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de SGP, die het liefste ziet dat niemand uit elkaar gaat, en ijvert voor een vergoeding van relatietherapie vanuit de basiszorg – nu krijgen alleen stellen van wie minstens één van de twee een psychische stoornis heeft hun therapie vergoed. Maar de uitkomsten van deze steekproef passen bij een breder beeld: relatietherapie is uit de taboesfeer.
De Belgisch-Amerikaanse therapeut Esther Perel lijkt daarbij een rol te hebben gespeeld. Perel bereikte een miljoenenpubliek met haar Ted-talks The Secret to Desire (2013) en Rethinking Infidelity (2015). In haar populaire podcast Where Should We Begin kunnen mensen meeluisteren terwijl Perel stellen begeleidt bij complexe problemen rond overspel, trauma, samengestelde gezinnen en culturele tegenstellingen. Relatietherapie werd in Nederland ook op de kaart gezet door de Brits-Canadese relatietherapeut Sue Johnson. Haar bestseller Hou me vast – Zeven gesprekken voor een hechte(re) en veilige relatie (2008), over het belang van emotionele verbinding, werd 186 duizend keer verkocht.
En dan is er nog een kleine, maar toch opvallende ontwikkeling: inmiddels bieden drie Nederlandse gemeenten relatietherapie gratis aan. In Venlo, Bunschoten en Zutphen kunnen stellen met thuiswonende kinderen sinds vorig jaar terecht voor een (kortlopend) therapeutisch traject. Dat is geen betutteling, benadrukken de betrokken wethouders, maar een manier om de druk op onder meer de jeugdzorg en de woningmarkt te verlichten.
‘Of mensen uit elkaar gaan of bij elkaar blijven, is een privézaak’, zegt PvdA-wethouder Jasper Bloem uit Zutphen. ‘Maar wij willen mensen met kinderen aanmoedigen om een goede onderlinge relatie te hebben. We zien een duidelijke link tussen relationele spanningen en de aanspraak op jeugdzorg. Het doel is om vechtscheidingen te voorkomen en hulp te bieden om de dynamiek van ongezonde relaties te doorbreken.’
Maar hoe effectief is die hulp aan stellen? Wat gebeurt er precies in de praktijkruimte? Collega Evelien van Veen ik vroegen het experts, wetenschappers en relatietherapeuten zelf, die laatste middels een breed uitgezette enquête (de resultaten leest u hier). Via de therapeuten vonden we ook met de liefde worstelende koppels, die we mochten volgen in de praktijkruimte. De stellen die ons toelieten legden hun ziel bloot en waren soms ongenadig eerlijk. Het eerste verhaal in een tiendelige serie hierover, In relatietherapie, leest u hier.
Het is een broos evenwicht in de praktijkruimte, zeggen de deskundigen die we spraken. Therapeuten moeten voortdurend contact houden met twee mensen tegelijkertijd, elke schijn van partijdigheid tegengaan. En de slagingskans hangt ook af van factoren waarover de therapeut geen enkele controle heeft. Maar: relatietherapie kan een superefficiënte psychologische behandeling zijn, die niet alleen effect heeft op de twee mensen in de spreekkamer, maar ook op hun kinderen, soms op de hele sociale omgeving. Alleen: hoe vaak pakt het zo gunstig uit? Wat zegt de wetenschap over de effectiviteit van relatietherapie? En hoe heeft relatietherapie zich ontwikkeld?
Van alle psychologische interventies is relatietherapie betrekkelijk nieuw: pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw begonnen therapeuten zich te interesseren voor partnerrelaties en gezinnen. En lange tijd wisten die therapeuten niet hoe ze stellen moesten helpen.
Sommige pioniers op het gebied van relatietherapie hadden daarbij andere, discutabele bedoelingen. Zo wilde de Amerikaanse relatieadviseur Paul Popenoe, ook wel ‘the father of marriage counseling’ genoemd, niet alleen huwelijken redden, maar ook sleutelen aan het menselijk ras. Hij was voorstander van gedwongen sterilisatie van mentaal ‘zwakkeren’. Relatietherapie diende ertoe om huwelijken tussen gezonde (witte) mensen te ondersteunen.
Therapeuten zetten nogal eens onconventionele technieken in om relaties te redden. Zo moedigde de in de jaren zeventig populaire Californische therapeut George Bach stellen aan om hun woede niet op te kroppen, maar te uiten, bijvoorbeeld door elkaar aan te vallen met grote, gewatteerde stokken. Hij ontwikkelde ook de ‘doghouse’-methode waarbij één partner mag schreeuwen en schelden, totdat de ander ‘stop’ zegt. Naarmate het vakgebied professioneler werd, raakte dit soort experimenten naar de achtergrond.
Tot het begin van deze eeuw legden relatietherapeuten de nadruk op ratio: stellen moesten zich ‘redelijk’ gedragen, ze leerden om hun communicatie- en luistervaardigheden te verbeteren. De resultaten vielen tegen. ‘Married with problems? Therapy may not help’, kopte The New York Times in april 2005. Een kwart van de stellen was twee jaar na de therapie slechter af dan voor de therapie, schreef de krant. In datzelfde stuk kwam ook een nieuwe, potentieel succesvollere methode ter sprake: emotionally focused therapy (EFT).
Vanuit haar werkkamer in het Canadese Victoria vertelt de grondlegger van deze methode, de inmiddels 75-jarige Sue Johnson, hoe ook zij als relatietherapeut steeds aanliep tegen lage slagingspercentages. ‘Ik werkte met wanhopige stellen, maar ik was totaal niet effectief’, zegt ze via een Zoom-verbinding. ‘Het idee was toen dat een relatie een constante onderhandeling is, die zo rationeel mogelijk moet worden gevoerd: emoties waren de vijand, die moesten worden onderdrukt.’
Johnson sloeg de theorieboeken dicht en besloot haar stellen tijdens de therapiesessies op te nemen. Door de video’s ‘geobsedeerd’ te analyseren, ontdekte ze terugkerende patronen: partners deden vaak een ‘dans’ met elkaar, waarbij de een zich terugtrok en de ander zich juist vastklampte. Ze koppelde die patronen aan de hechtingstheorie van de Britse psychiater John Bowlby. Die theorie luidt: kinderen moeten zich gezien en gehoord voelen door hun primaire opvoeder. Is die relatie niet veilig, dan ontwikkelen ze een vermijdende hechtingsstijl (ze trekken een muur op), een angstige hechtingsstijl (verlatingsangst) of een combinatie hiervan.
Volgens Johnson hebben die hechtingsstijlen een grote invloed op de volwassen partnerrelatie, omdat die de kind-ouderrelatie spiegelt. ‘Partners willen zich hechten en zich diep met elkaar verbinden. Dat was echt een openbaring, maar de eerste jaren werd ik vaak uitgelachen en genegeerd, vooral door mannelijke collega’s, die vonden dat ik wederzijdse afhankelijkheid aanmoedigde. Mensen moesten in therapie leren zelfstandig en rationeel te zijn, terwijl ik zag dat mensen elkaar nodig hebben. Wie zich kwetsbaar kan opstellen, wordt juist weerbaarder en sterker. Maar dat was beslist geen populair inzicht.’
Dwars tegen alle kritiek en hoon in begon Johnsons methode aan terrein te winnen. Haar boek Hou me vast werd een everseller en inmiddels is EFT een van de meest gebruikte methoden in Nederland – volgens onze enquête volgt maar liefst 87 procent van de therapeuten de lijn van Johnson, waarbij de focus ligt op hechting en emotionele verbinding.
‘De meest onderzochte en meest bewezen methoden zijn EFT en behavioral couples therapy, waarbij stellen leren beter te communiceren en positiever met conflicten om te gaan’, zegt bijzonder hoogleraar duurzame relaties Esther Kluwer. Zij doet aan de Universiteit Utrecht en aan de Radboud Universiteit onderzoek naar duurzame relaties en relatietherapie. ‘De meeste onderzoeken naar de effectiviteit van relatietherapie komen uit de Verenigde Staten, en uit deze studies blijkt dat zo’n 60 tot 70 procent van de stellen na therapie meer ‘relatietevredenheid’ ervaart. Dat zijn aanzienlijke resultaten.’
Ze plaatst wel wat kanttekeningen. ‘Ten eerste zijn dit Amerikaanse onderzoeken, en ze zijn uitgevoerd in een gecontroleerde setting, die kun je niet een op een op de Nederlandse praktijk betrekken. Ten tweede, in de meeste onderzoeken werd stellen meteen na afloop van de therapie gevraagd naar hun ervaringen. We weten dus minder over de langetermijneffecten. Uit de weinige studies die daarnaar worden verricht blijkt dat de positieve effecten van relatietherapie verminderen na verloop van tijd.’
De belangrijkste factoren die bijdragen aan het succes van therapie, volgens Kluwer: motivatie, timing en een klik. ‘Als een van de twee partners niet gemotiveerd is, gaat therapie niet werken. Je ziet nogal eens dat één partner de ander meesleurt, en dan zegt: hij of zij moet veranderen.’ En soms is het simpelweg te laat. ‘Uit een onderzoek dat ik zelf deed onder 129 mensen in relatietherapie, bleek dat ze gemiddeld vijf jaar hadden gewacht voordat ze met hun relatieproblemen in therapie gingen.’
Timing is lastig: de meeste mensen willen pas in therapie als het water ze aan de lippen staat, maar dan hebben ze elkaar soms al te erg gekwetst en is de relatietherapie minder effectief.’ Essentieel, volgens Kluwer, is de klik met de relatietherapeut. ‘Bovendien raad ik mensen altijd aan om een therapeut te zoeken die is aangesloten bij een beroepsvereniging, zoals de Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie (NVRG) of Stichting EFT. Deze therapeuten hebben niet alleen een degelijke opleiding gedaan, maar volgen ook aanvullende trainingen, ze krijgen zowel intervisie (overleg met collega’s, red.) als supervisie (begeleiding door mentoren, red.).’
Volgens de Duitse hoogleraar klinische psychologie en therapeut Christian Roesler is het slagingspercentage lager: bij 40 tot 50 procent verbetert de relatie. ‘Minstens de helft van alle stellen wordt dus niet geholpen. Maar het is nog steeds een heel mooie score, er zijn tal van behandelingen die minder effectief zijn’, zegt hij enthousiast. Roesler verrichtte de grootste Europese studie naar de effectiviteit van relatietherapie; hij volgde 554 stellen in een ‘natuurlijke setting’, mensen die in relatietherapie waren bij een van de ruim vierhonderd ‘relatiecentra’ – in Duitsland wordt relatietherapie opmerkelijk genoeg volledig vergoed door de katholieke en protestantse kerk. Uit Roeslers onderzoek blijkt dat de helft van die stellen de therapie voortijdig afbreekt. ‘Soms waren ze niet gemotiveerd, soms ging een partner eerst individueel in therapie. Toen we die mensen een half jaar later belden, was meer dan de helft uit elkaar. Maar de overige stellen die relatietherapie afmaakten, hadden bijna allemaal een hogere relatietevredenheid.’
Voor Roesler is therapie pas geslaagd als stellen bij elkaar blijven, dus als een relatiebreuk wordt voorkomen. Een opmerkelijke definitie die niet door Nederlandse therapeuten wordt gehanteerd – die kijken vooral naar de hulpvraag van het stel. Succes kan immers ook zijn: mensen helpen om harmonieuzer uit elkaar te gaan. Roesler: ‘Maar dat is toch de een-na-beste uitkomst. Begrijp me niet verkeerd, de keuzevrijheid om uit elkaar te gaan is een groot goed. Maar we doen nu soms alsof uit elkaar gaan de oplossing voor alles is’, zegt hij. ‘Verschillende studies wijzen uit dat een scheiding zelden leidt tot een hoger geluksniveau, terwijl de kans op depressie toeneemt met 180 procent. Mensen zitten nu eenmaal vaak vast in patronen, die ze in een volgende relatie gewoon herhalen. En voor kinderen is een scheiding een ramp.’
In polyamoreuze of open relaties – ook in Duitsland steeds populairdere relatievormen – heeft Roesler weinig fiducie. ‘Voor sommige stellen werkt het perfect. Ik doe daar nu onderzoek naar. Het lijkt een genetische component te hebben, deze mensen zijn beter in staat verschillende intieme relaties naast elkaar te hebben. Maar vaak is een open relatie rommelig en zetten stellen het in als oplossing voor andere relatieproblemen.’
Zijn de verwachtingen van de romantische liefde te hoog? De therapeuten die meededen aan onze enquête zeggen van wel. Het is ook de boodschap van ’s werelds populairste relatietherapeut Esther Perel. Waar we eerst een hele gemeenschap (kerk, zuil, dorp, familie) hadden om in onze emotionele behoeften te voorzien, zegt Perel, proberen we nu alles uit de partnerrelatie te peuren. En we stellen ook nog eens tegenstrijdige eisen aan de romantische liefde. We willen veiligheid én spanning. Maar hoe heb je stomende seks met een partner voor wie je eerder die dag nog een middel tegen kalknagels moest meenemen bij de drogist? Huiselijkheid is volgens Perel het antagonisme van het verlangen, dat vlamt juist op door nieuwigheid en mysterie. Stellen moeten elkaar ruimte geven en werken aan hun verbeeldingskracht.
Als Esther Perel ter sprake komt, reageert Sue Johnson als door een wesp gestoken. ‘Esther Perel heeft haar marketing goed op orde, maar ze weet niet waar ze het over heeft. Zij stelt dat veiligheid op gespannen voet staat met erotiek, maar dat is onzin. Uit mijn onderzoeken blijkt dat mensen die lang getrouwd zijn de beste seks hebben. Mensen hebben juist die veilige basis nodig om zich over te geven in bed. Slechte seks is ‘sealed off’ seks, waarbij die verbinding ontbreekt.’
Maar ook andere wetenschappers leggen het probleem bij tegenstrijdige verwachtingen en de verstikking die daaruit kan voortkomen. In zijn boek The All-or-Nothing Marriage (2018) constateert de Amerikaanse hoogleraar Eli Finkel een tweespalt onder (Amerikaanse) stellen: terwijl aan de ene kant steeds vaker mensen worstelen met diepe teleurstelling, is er tegelijkertijd een groep mensen die de beste relaties heeft uit de geschiedenis van de mensheid – het zogenoemde ‘all-marriage’. Die stellen hebben misschien torenhoge verwachtingen, maar ze steken ook veel tijd en energie in hun relatie, en hebben daartoe ook de middelen, zoals vrije tijd en geld. De liefde is tot op zekere hoogte wél maakbaar.
Die veelgehoorde boodschap lijkt een bezwerende uitwerking te hebben op een nieuwe generatie geliefden. Want uit de enquête die we hielden onder therapeuten blijkt dat jonge stellen steeds vaker in therapie gaan. Joey Steur, therapeut en oprichter van Praktijk De Liefde, met vestigingen in onder meer Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven en Blaricum, ziet steeds vaker stellen in de praktijk die nog niet diep in de problemen zitten, soms ook nog geen kinderen hebben, en toch willen werken aan de patronen in hun relatie. ‘Ik vind dat een geweldige ontwikkeling, dit zijn vaak stellen die elkaar echt goed willen leren kennen en elkaar niet kwijt willen raken als een moeilijkere fase aanbreekt.’
Aan die investering hangt een prijskaartje, dat door een vrije markt wordt bepaald: uit onze enquête blijkt dat er grote uitschieters naar boven en naar onder zijn. Er zijn wel geitenpaadjes naar vergoeding. Soms gaan mensen eerst individueel in therapie voor een depressie of angststoornis, en betrekken ze hun partner in de therapie. Zzp’ers voeren relatietherapie soms op als ‘coaching’, en trekken het af van de belasting.
Bij Praktijk De Liefde betaalt een stel 198 euro per sessie van 75 minuten. Steur en haar team van relatietherapeuten krijgen nu alleen ‘zelfbetalers’. ‘Natuurlijk zouden we het liefst iedereen helpen, ook mensen die daar nu de middelen niet voor hebben. Tegelijkertijd zie ik dat de stellen die hier komen gemotiveerd zijn: we hebben hier samen voor betaald, we willen er alles uit halen.’
Moet relatietherapie worden vergoed vanuit de basisverzekering? Alsjeblieft niet, is de stellige mening van hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot. ‘Ons zorgsysteem is opgetuigd om de individuele kosten van medische aandoeningen te vergoeden, dat zijn relatieproblemen niet. We hebben maar beperkte middelen en mankracht, laten we prioriteiten stellen.’
Daar denken drie gemeenten in Nederland dus anders over. Zij hopen bovendien door middel van gratis therapie te besparen op andere gemeentelijke uitgaven. Of dat daadwerkelijk zo uitpakt, daar kunnen de gemeenten nog geen conclusies over trekken. Maar ook volgens Esther Kluwer valt er mogelijk winst te behalen als we meer investeren in partnerrelaties. ‘Zo berekende de Californische relatietherapeut Benjamin Caldwell dat het vergoeden van relatietherapie kosteneffectief is, omdat de kosten van scheiding werden gereduceerd: van ziekte en ziekteverzuim tot overheidsuitkeringen door inkomstenverlies.’
Zouden de wachtlijsten in de jeugdzorg kunnen verminderen door gratis relatietherapie? Kluwer: ‘Dat zijn veel stappen. Maar wat we wel weten is dat er een verband is tussen vechtscheidingen en jeugdzorg, en dat conflicten tussen ouders een impact hebben op het welzijn van kinderen. We bereiken nu een grote groep niet. Uit onderzoek blijkt dat echtscheidingspercentages in arme wijken hoger liggen, daar hebben mensen geen geld om in therapie te gaan.’
Het zal niemand verbazen wat de Duitse hoogleraar vindt: wat Christian Roesler betreft vergoedt Nederland zo snel mogelijk relatietherapie. ‘Wist je dat het afbreken van een lange relatie de levensduur kan verminderen met een paar jaar?’ Relatietherapie is geen overbodige luxe, wil hij maar zeggen, en soms zelfs een kwestie van leven en dood.
Maar relatietherapie draait niet alleen maar om geld, de investering zit ook in de tijd en moeite die de stellen er zelf in steken. Die moeten zich openstellen en niet verlangen dat de therapeut als scheidsrechter optreedt – gedrag waar ik me achteraf gezien schuldig aan heb gemaakt. Als ik nieuwsgieriger was geweest naar de gevoelens van mijn partner, had therapie misschien wel gewerkt. Maar de timing was pet: de wonden waren te diep, de onwil te groot.
Een therapeut kan geen wonderen verrichten. Wat je wel mag verwachten: veiligheid, begrip en zachtaardige begeleiding. En alle alle methoden en relatietherapeuten ten spijt: het meeste werk doe je nog steeds zelf.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden