Home

Kaag in Miljoenennota: werken aan bestaanszekerheid voor iedereen

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Bestaanszekerheid, dat al weken in de lucht hangt als verkiezingsthema, is het overheersende thema in de Miljoenennota voor 2024 van het kabinet-Rutte IV. Het kabinet is sinds juli dit jaar weliswaar demissionair, maar zet in de begroting voor volgend jaar wel fors in op armoedebestrijding – met extra uitgaven van twee miljard euro.

„Een demissionair kabinet past terughoudendheid, maar tegelijkertijd wacht de toekomst niet”, schrijft minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) in het voorwoord van de Miljoenennota, getiteld Begroten voor Brede Welvaart, die in handen is van NRC. Dinsdag, op Prinsjesdag, wordt de begroting officieel gepresenteerd.

Eind augustus was de omvang van het pakket al grotendeels bekend geworden, na afloop van de begrotingsonderhandelingen in het kabinet. Nu zijn ook de verwachte gevolgen bekend. Dankzij het armoedepakket van het demissionaire kabinet blijft het percentage arme Nederlanders volgend jaar gelijk: 4,8 procent van de Nederlanders zit onder de armoedegrens, net als in 2023.

Vorige maand had het Centraal Planbureau (CPB) nog verwacht dat de armoede zonder ingrijpen zou stijgen naar bijna één miljoen Nederlanders, of 5,7 procent.

Sterker nog: de interventie leidt ertoe dat de armoede in Nederland onder dit kabinet – ondanks de turbulentie van de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en de hoge inflatie – zal dalen. Toen Rutte IV van start ging, zaten nog meer dan één miljoen Nederlanders onder de armoedegrens. Het percentage kinderen in armoede zal ook flink dalen. In 2021 bedroeg die 7,2 procent. Dit jaar is dat 6,2 procent, en volgend jaar 5,1 procent.

Het is duidelijk dat het kabinet op dit onderwerp meer bewegingsvrijheid voelde om in te grijpen en het intern makkelijker eens kon worden. Daarvoor bestond in de Tweede Kamer brede steun. Een Kamermotie om een stijging van de armoede door de val van het kabinet te voorkomen, werd in juli bijna unaniem aangenomen.

Armoedebestrijding is daarmee het leidende thema in de Miljoenennota. „Te veel volwassenen en kinderen in Nederland leven in armoede”, zo valt in het voorwoord te lezen. „Zij kunnen de vaste lasten nauwelijks opbrengen en hebben geen geld over voor een gezonde maaltijd of nieuwe kleren.”

Het voornaamste deel van het armoedepakket bestaat uit een verhoging van het kindgebonden budget, een extra uitgave van 1,1 miljard euro. Het kabinet steekt daarnaast 700 miljoen euro in de verhoging van de huurtoeslag en 200 miljoen euro in het verhogen van de arbeidskorting.

De extra uitgaven van de begroting zijn bij lange na niet zo groot als de afgelopen jaren. In 2021 kondigde het kabinet, ook toen demissionair, in de Miljoenennota nog 6,8 miljard euro aan extra uitgaven aan, hoofdzakelijk voor klimaatmaatregelen. Afgelopen jaar kwam Rutte IV met een groot koopkrachtpakket van 17 miljard euro om de grote gevolgen van de energiecrisis te dempen, dat later nog wel aangevuld met een energieprijsplafond.

Een ommezwaai van die orde blijft in 2024 uit, financieel of beleidsmatig. Zo doet het kabinet nu niets aan het verminderen van de veelbesproken ‘fossiele subsidies’ aan vervuilende bedrijven. In het voorjaar sprak het kabinet nog af om belastingkortingen voor bedrijven, die veel gas en elektriciteit verbruiken, in te perken. Maar deze belastingverhoging gaat nu niet door „gezien de demissionaire status van het kabinet,” schrijft Kaag.

Behalve het armoedepakket zijn er ook geen concrete plannen om de ‘brede welvaart’ uit de titel vorm te geven. Het kabinet steekt opnieuw geld in maatregelen om de gevolgen van de energiecrisis en de hoge inflatie te beperken, maar doet dat gerichter en daardoor goedkoper dan vorig jaar. Toen waren veel regelingen van toepassing die voor alle Nederlanders golden, zoals de lagere energiebelasting en het prijsplafond.

Om het pakket te betalen, wordt gebruikgemaakt van enkele meevallers op de begroting en een aantal belastingverhogingen. Zo gaan de accijnzen voor alcohol en tabak omhoog, en gaan de hoogste inkomens eerder in het hoge tarief van 49,5 procent vallen.

Toch komt het begrotingstekort in 2024 hoger uit dan het CPB onlangs nog voorspelde: 2,9 procent in plaats van 2,4 procent. Dat is net onder de Europese norm om een begrotingstekort van ten hoogste 3 procent aan te houden.

Een doorsnee huishouden heeft komend jaar 1,8 procent meer te besteden dan dit jaar. Deze koopkrachtstijging is voor de meeste Nederlanders hoofdzakelijk te danken aan de gunstige ontwikkeling van (cao-)lonen, niet aan de koopkrachtmaatregelen van het demissionaire kabinet.

De afname in koopkracht van 2022 en 2023, met 2,7 procent respectievelijk 1,1 procent, is daarmee nog niet goedgemaakt. De overheid, erkent het kabinet in de Miljoenennota „kan het welvaartsverlies van hogere inflatie voor huishoudens niet volledig compenseren”.

Het pakket van 2 miljard heeft de meest voelbare gevolgen voor de laagste inkomensgroepen (onder 31.000 bruto per jaar). Voor hen zal de koopkrachtstijging in de komende jaren met gemiddeld 1,1 procent per jaar iets hoger zijn dan het CPB in augustus nog voorspelde, 0,7 procent. Voor mensen met een uitkering stijgt de koopkracht minimaal de komende jaren: gemiddeld 0,5 procent.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next