Home

Het koopkrachtverlies lijkt alles mee te vallen – hoe kan dat?

De koopkracht is vorig jaar met 1,2 procent afgenomen, zo kopte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag. Dat is weliswaar het grootste koopkrachtverlies sinds de jaren tachtig, maar veel minder groot dan was voorzien. Al zijn er wel verschillen tussen de inkomensgroepen. Zo gingen bijstandsontvangers er gemiddeld 4,4 procent op vóóruit dankzij de energietoeslag, terwijl gepensioneerden met een min van 3,1 procent aan het kortste eind trokken.

Dat is met name te danken aan de royale overheidssteun. Het kabinet trok vorig jaar in allerijl miljarden uit voor onder meer het prijsplafond en een energietoeslag. Zou ze dat niet hebben gedaan, dan was het koopkrachtverlies gemiddeld 2,9 procent geweest en voor bijstandsontvangers zelfs 4,5 procent.

Bovendien hielden eerdere doemberichten over de koopkrachtontwikkeling geen rekening met de levensgebeurtenissen van de mensen achter de statistieken. Die hebben ook invloed op de koopkracht, vertelt CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen. Als gevolg van de krappe arbeidsmarkt waren er vorig jaar maar liefst 1,5 miljoen baanwisselingen, een recordaantal mensen ging bovendien aan het werk. Daarnaast hebben werknemers promotie gemaakt of op eigen houtje een loonsverhoging afgedwongen.

Over de auteurs
Marieke de Ruiter is economieverslaggever voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Daan Ballegeer is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over financiële markten en centrale banken.

Een andere belangrijke verklaring is dat het CBS de inflatie voor vorig jaar heeft overschat. Tot juni dit jaar hield het statistiekbureau bij de berekening van het inflatiecijfer enkel rekening met de prijs van nieuwe energiecontracten. Als gevolg van de oorlog in Oekraïne gingen de prijzen van energie over de kop, en dus ook die van nieuwe energiecontracten. Dat betekende dat het inflatiecijfer fors steeg, wat een vertekend beeld gaf van de werkelijke geldontwaarding. Heel wat Nederlanders hadden immers nog altijd een vast gas- of stroomcontract, en hun leven was dus niet veel duurder geworden, zoals het inflatiecijfer deed voorkomen.

Om een meer realistische inschatting te maken van de inflatie, paste het CBS in juni de berekeningswijze aan. Sindsdien kijkt de rekenmeester ook naar de kostprijs van bestaande energiecontracten. ‘Als we vorig jaar die nieuwe methode al hadden gebruikt, dan was de inflatie uitgekomen op 6,8 procent in plaats van 10 procent.’ Dat betekent dat duizenden partijen, zoals verhuurders en verzekeraars, die zich bij het sluiten van nieuwe contracten baseren op het inflatiecijfer van het CBS, de prijzen te sterk hebben verhoogd.

’s Lands grootste vakbond FNV ging de cao-onderhandelingen dit jaar geharnast in dankzij het hoge inflatiecijfer van het CBS. Om de koopkracht van werkenden te stutten, legde het een centrale looneis van 14,3 procent op tafel, gebaseerd op de inflatie die in september door het CBS werd gemeld. Werkgevers betwistten al langer of dat cijfer wel klopte. En dat blijkt nu terecht: volgens de nieuwe rekenmethode zou de inflatie in die maand 7,8 procent zijn geweest.

Dat betekent volgens FNV-vicevoorzitter Zakaria Boufangacha allerminst dat er te hoge loonsverhogingen zijn afgesproken. ‘Dat zou zo zijn geweest als de lonen afgelopen maanden daadwerkelijk met 14,3 procent waren gestegen’, stelt hij. ‘Maar het is een understatement als ik zeg dat dit niet is gebeurd.’ Met stakingen wist de bond in sectoren als het openbaar vervoer weliswaar loonsverhogingen met dubbele cijfers af te dwingen, maar dat waren uitzonderingen. Gemiddeld kwamen de loonafspraken de eerste acht maanden van dit jaar uit op 7,4 procent.

Een zegsman van werkgeversvereniging AWVN vermoedt van wel. Al heeft hij geen harde cijfers die onderbouwen dat de loonsverhogingen van afgelopen maanden hebben geleid tot hogere prijzen, wat weer kan leiden tot nog hogere looneisen. Volgens Van Mulligen is er geen aanleiding om hierover te panikeren. ‘Uit onze bevraging van het bedrijfsleven blijkt dat heel veel ondernemingen op dit ogenblik hogere kosten maar beperkt kunnen doorrekenen in hun eigen afzetprijzen, of het nu gaat om energiekosten of hogere lonen.’

In de sectoren waar ‘te hoge’ loonafspraken zijn gemaakt, zal dit komend jaar vanzelf weer rechttrekken, zegt Van Mulligen. ‘Vorig jaar was de CPI hoger dan de werkelijke inflatie, maar dit jaar is het door de nieuwe berekeningswijze precies andersom’, aldus de econoom. ‘Dus als bedrijven de lonen toen hebben geïndexeerd met een cijfer waarvan je zou kunnen zeggen dat het misschien te hoog is, dan zouden die dat dit jaar opnieuw moeten doen met een cijfer dat lager is dan de daadwerkelijke inflatie.’ Ook vicevoorzitter Boufangacha wijst hierop. ‘Waar werkgevers al wel de stap hebben gezet om de koopkracht te repareren, is er ruimte voor een gemachtigde looneis. Maar waar dat niet het geval is, of waar werkenden nog wachten op een nieuwe cao, moeten we de achterstand nog inlopen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next