‘Er waren mensen die nog leefden! Op zaterdag vonden we overlevenden onder het puin. Mijn vrouw Yamna ademde nog! Maar omdat er geen ambulance kwam, is ze overleden. Alle gewonden stierven, een voor een. Pas op zondag liet de overheid zich zien. Ze kwamen alleen om de doden te tellen, toen zijn ze weer weggegaan.’ Zo vertelt een inwoner van het dorp Anerni het aan de Spaanse krant La Vanguardia. Een paar woorden, die alles zeggen.
De aardbeving in Marokko, die meer dan drieduizend doden eiste, is een natuurramp van het soort waartegen de mens zich nooit volledig zal kunnen wapenen. Het is pure pech, het noodlot dat op elk moment kan toeslaan, waarbij medeleven altijd meer op zijn plaats is dan verwijten.
Over de auteur
Maartje Bakker is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en won voor haar werk een AAAS Kavli Science Journalism Award, een grote internationale competitie voor wetenschapsjournalisten. Eerder werkte ze op de politieke redactie en was ze correspondent in Spanje, Portugal en Marokko.
Toch viel er iets op, in de dagen na de ramp: waarom kwam er zo lang geen hulp in die dorpen waar geen huis meer overeind stond? En waarom werden buitenlandse reddingswerkers veelal niet toegelaten?
Voorop staat dat de Hoge Atlas een moeilijk bereikbaar gebied is. De wegen zijn slecht in dit deel van Marokko, de overheid is nagenoeg afwezig, voor ziekenhuizen zijn de dorpsbewoners aangewezen op Marrakech. Voor een deel is dat een welbewuste keuze. Marokko heeft de laatste jaren ingezet op de modernisering van stedelijke centra langs de as Tanger-Casablanca-Marrakech; de afgelegen gebieden zijn stelselmatig verwaarloosd.
Tegelijkertijd zijn er in Europa en Amerika vraagtekens gezet bij de reactiesnelheid van de Marokkaanse autoriteiten. Koning Mohammed VI was op het moment dat de aarde begon te schudden in Parijs. Dat is geen toeval: de koning brengt een groot gedeelte van zijn tijd in het buitenland door. Nu duurde het bijna een etmaal voordat hij een eerste boodschap liet uitgaan.
Door het uitblijven van instructies van de koning leek ook de rest van het Marokkaanse bestuur verlamd. ‘Iedereen moet wachten op de koning en zijn aanwijzingen’, analyseerde Intissar Fakir, directeur Noord-Afrika van het Middle East Institute in Washington. Volgens haar wordt het politiek klimaat van Marokko gedomineerd door de angst om initiatief te nemen.
Maar zo simpel is het niet, meent Pierre Vermeren, hoogleraar Hedendaags Noord-Afrika en Midden-Oosten aan de Sorbonne-universiteit in Parijs. ‘Ik denk dat het landsbestuur wel degelijk in actie is gekomen’, zegt hij. ‘De ministeries van Defensie en van Binnenlandse Zaken zijn verantwoordelijk voor de hulpverlening. Dat zijn de departementen die het beste functioneren in een autoritaire staat als Marokko.’
Het probleem is wellicht dat die departementen meer geoefend zijn in repressie dan in hulpverlening. ‘Dit regime is beter georganiseerd om de bevolking in elkaar te slaan dan om haar te hulp te schieten’, schreef de kritische Marokkaanse journalist Ali Lmrabet op X.
Wat verbazing wekte, is dat Marokko geen officieel verzoek deed uitgaan om internationale hulp. Het staat in schril contrast met de houding van de autoriteiten in Libië, dat deze week óók getroffen werd door ongekend natuurgeweld en onmiddellijk hulp vroeg uit het buitenland. Al snel vlogen de vliegtuigen met hulpgoederen en -troepen af en aan.
Volgens Jan Hoogland, arabist en Marokko-kenner, laat de Marokkaanse staatstelevisie zien wat de overwegingen zijn. ‘Als je daarnaar kijkt, zie je wat Marokko wil laten zien: we zijn een ontwikkeld land, we kunnen dit zelf.’
Na verloop van tijd werden wel Spanje, Groot-Brittannië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten toegelaten. Frankrijk niet, en dat is opvallend, want de historische én economische banden tussen Marokko en Frankrijk zijn sterk. Op politiek gebied is er echter een flinke kink in de kabel: Frankrijk weigert de Westelijke Sahara te erkennen als Marokkaans grondgebied. Iets wat Spanje, de VS en Nederland wel deden.
Te midden van dit soort politieke overwegingen stierven er in de verst afgelegen dorpen mensen onder het puin. De onvrede hierover drong in Marokko nauwelijks door tot de officiële mediakanalen, maar op sociale media kregen de woede en frustratie ruim baan.
Hoe zal dat verder gaan? Het kan twee kanten op. ‘Er broeit iets in Marokko’, meent Hoogland. ‘Ik hoor Marokkaanse journalisten zichzelf de vraag stellen: wordt dit het einde van koning Mohammed VI? Hij heeft niet bepaald het voortouw genomen de afgelopen dagen.’
Ook vóór de aardbeving waren er in Marokko al genoeg redenen tot ontevredenheid: de schrijnende ongelijkheid, hoge inflatie, oogsten die door droogte en hitte mislukken, gebrekkige kansen voor jongeren. De Arabische Lente laat zien dat er maar iets kleins nodig is om de protesten te doen oplaaien.
De Franse hoogleraar Vermeren denkt echter dat het zover niet zal komen. ‘De Marokkaanse staat realiseert zich heel goed wat er nu op het spel staat’, zegt hij. ‘Ze hebben na de aardbeving van 2004 in Al Hoceima gezien wat er gebeurt als je mensen geen onderkomen biedt. Daar heeft de bevolking jarenlang in tenten gewoond. Het was een van de redenen dat de protesten in de Rif in 2017 zoveel weerklank vonden.’
Voor de mensen in de Hoge Atlas, maar ook voor de toekomst van Marokko, zal de wederopbouw na deze aardbeving van doorslaggevend belang zijn. Het is voor de autoriteiten nog niet te laat om betrokkenheid bij de bevolking te tonen, óók bij het armste gedeelte ervan.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden