De hulp was blijkbaar elders nodig, dacht ik toen ik deze week zag hoe bewoners van een aantal kleine dorpen in het Atlasgebergte nog altijd met hun blote handen aan het graven waren tussen de brokstukken. De ramp was nu eenmaal groot en politie en het leger kunnen niet overal tegelijk aanwezig zijn.
Toch was ik lichtelijk verbaasd toen ik dinsdagochtend door Marrakech reed en zag ik hoe het daar opeens krioelde van het overheidspersoneel dat driftig bezig was de stoepen te verven.
‘Waarom doen ze dat?’, vroeg ik aan de taxichauffeur. ‘Omdat de koning straks komt’, zo luidde het antwoord.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Er waren een paar dagen daarvoor duizenden levens beëindigd, tienduizenden levens vastgelopen en terwijl sommige lichamen nog lagen te rotten onder het puin, werden in het relatief licht beschadigde Marrakech stoepen geverfd omdat koning Mohammed VI de blits wilde maken op het avondnieuws.
Gelukkig hebben wij betere leiders, dacht ik toen ik het vliegtuig instapte.
Toen ik een paar uur later landde en mijn telefoon aanzette, en Mona Keijzer bij Goedemorgen Nederland van leer zag trekken tegen gelukszoekers, begon ik dan ook instemmend te knikken.
Heel goed dat ze kritiek uit op Derk Jan Eppink op de lijst van haar eigen partij, dacht ik. Maar toen Keijzer vervolgens zei dat we moeten ophouden ‘constant iedereen maar zielig vinden die zich hier meldt’, viel het kwartje. Ze had het over asielzoekers, die ze omschreef als ‘veelkoppig monster’ dat gestopt moet worden ‘want het gaat in Nederland niet meer’.
Op de vraag ‘hoe dan?’, zei Keijzer: ‘In de tijd dat ik woordvoerder asiel en migratie was, zette Orbán hekken neer. Daar vond iedereen van alles van, maar dat was de eerste kentering in de grote toestroom.’
Even dacht ik dat ik vanwege de vele reiskilometers leed aan intellectuele traagheid, maar toen ik het filmpje nogmaals keek, zag ik wederom dat de premierskandidaat van de partij die bij de vorige verkiezingen de grootste van Nederland werd, serieus nadacht over het bouwen van een muur rondom Europa. En om haar pleidooi kracht bij te zetten, gebruikte ze bewonderende woorden voor Viktor Orbán, een premier die de Hongaarse rechtsstaat al jaren vakkundig aan het slopen is, continu burgerrechten inperkt en daardoor binnen de Europese Unie een absolute paria is geworden.
Migratie is de misschien wel grootste uitdaging van onze tijd – een probleem dat serieuze oplossingen verdient die helaas allemaal ingewikkeld zijn, omdat tegenover alle argumenten vóór net zoveel valide argumenten tegen te noemen zijn en andersom. Toch bevindt zich in dat mijnenveld van belangen, afwegingen en potentiële inschattingsfouten één absolute zekerheid, namelijk dat het bouwen van een muur tegen migratie ongeveer net zo effectief is als het verven van een stoep tegen een aardbeving.
Kijk alleen al naar het Hongaarse voorbeeld van Keijzer: goedkope symboliek verpakt als oplossing die op de lange termijn enkel liet zien hoe een muur uiteindelijk niemand stopt, maar er slechts toe leidt dat migranten nog gevaarlijkere routes nemen tijdens hun zoektocht naar beterschap. Als mijn reis naar Marokko mij bovendien een ding heeft geleerd, is het dat muren de neiging hebben in te storten. En dat er enkel puin en gruis achterblijft wanneer dat gebeurt.
Nederland verdient beter dan politici die pleiten voor een muur. Tenzij we met z’n allen op ze stemmen, natuurlijk. Dan verdienen we ze wel.
Source: Volkskrant