N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Ig Nobel Een biljet van 10.000.000.000.000 Zimbabweaanse dollar krijgen winnaars van de Ig Nobelprijzen, de traditionele parodie op het jaarlijkse circus van de officiële Nobelprijzen. Erkenning voor absurdistisch en bizar wetenschappelijk onderzoek.
Voor het vierde achtereenvolgende jaar is de ceremonie van de Ig Nobelprijzenuitreiking een volledig online evenement, „vanwege de Covid-19-pandemie”. Kennelijk schatten de organisatoren het besmettingsrisico met het coronavirus in de Verenigde Staten nog altijd hoger in dan hier, waar massabijeenkomsten weer alledaagse praktijk zijn. Het traditionele podium, het Sanders-theater op de campus van Harvard University, blijft dus leeg bij de „drieëndertigste eerste jaarlijkse Ig Nobel-prijs Ceremonie”.
De organisatie, zoals altijd onder leiding van Marc Abrahams, redacteur van het al even parodiërende wetenschappelijke tijdschrift Annals of Improbable Research, laat geen mogelijkheid liggen om melige grappen te maken.
Voor de online ceremonie bedachten ze een bokaal in de vorm van een pdf die elektronisch verstuurd kon worden zodat de prijswinnaars die zelf in elkaar konden zetten. Zo konden ze op afstand de prijs in ontvangst nemen uit handen van enkel echte Nobelprijswinnaars die net zo’n papieren bokaal hadden gevouwen.
Anders dan bij de echte Nobelprijs wordt niet een bepaalde ontdekking beloond, maar gaat het om opmerkelijke artikelen die gepubliceerd zijn in de wetenschappelijke literatuur.
Dit jaar vielen er tien in de prijzen. Zo ging de Communicatieprijs naar een internationaal team dat de hersenactiviteit in kaart bracht van proefpersonen die achteruit praatten. De Geneeskundeprijs ging naar het morbide onderzoek van een ander internationaal team dat had geïnventariseerd of er in beide neusgaten van twintig overleden personen (tien mannen, tien vrouwen) evenveel neusharen groeiden. Uitkomst: er bestaat een ongeveer gelijke verdeling met gemiddeld 120 haren per neusgat.
Verveling is besmettelijk. Een verveelde docent krijgt het publiek dat hij of zij verdient. En verveelde leerlingen zijn minder gemotiveerd. Hoewel er veel onderzoek gedaan is naar verveelde leerlingen, is er maar weinig bekend over docenten die zichzelf aan hun haren door de les moeten slepen. Psychologen publiceerden erover in The British Journal of Educational Psychology.
Meer dan de helft van de leerlingen sleept zich in de laagste staat van opwinding door minstens de helft van de colleges. Bekend en voor de hand liggend is dat verveling een deactiverende emotie is, met een schadelijk effect niet alleen op de intrinsieke en extrinsieke motivatie om te leren, maar ook op de leerprestaties. Maar hoe zit het met docenten?
De onderzoekers lieten 17 docenten en 437 leerlingen van rond de 14 jaar twee weken vragenlijsten invullen, na de lessen. Verwachte uitkomst: als docenten verveeld zijn, of als leerlingen de indruk hebben dat de docent verveeld is, zijn ze minder gemotiveerd om te leren. Of de leraar écht verveeld is, doet er niet toe: opvallend genoeg blijken leerlingen de docent vaak verveelder in te schatten dan hij of zij zelf rapporteerde.
De vraag waar de onderzoekers mee bleven zitten: wat maakt dat leerlingen denken dat de docent zich verveelt? Houding? Beweging? Waar de onderzoekers niet aan denken: veel vijftienjarigen kunnen zich waarschijnlijk niet voorstellen dat een leraar wel plezier beleeft aan iets dat henzelf bijna onder narcose brengt.
Andere vraag die niet beantwoord is: hoe zit het met de wisselwerking? Wekken verveelde studenten ook verveling op bij docenten? Hoe breng je het in vredesnaam op om voor een groep gapende, slapende, appende onderuitgezakte leerlingen als docent een niet-verveelde indruk te maken?
Waarom een robot maken die een spin nadoet, als je ook een echte spin kunt gebruiken? De prijs voor werktuigbouwkunde gaat dit jaar naar Amerikaanse onderzoekers die bio-geïnspireerd ontwerpen wel heel letterlijk hebben genomen. Necrobotica noemen ze hun nieuwe tak van de robotica.
Spinnen zijn inspirerend voor robotici omdat ze flexibel over allerlei oppervlakken kunnen bewegen, en veel kracht in hun poten hebben. Het mechaniek in hun poten is bijzonder. Waar zoogdieren paren van spieren hebben die tegengestelde bewegingen maken, hebben spinnenpoten alleen trekkende spieren. Uitrekken doen ze met luchtdruk. Daarom hebben dode spinnen altijd opgekrulde poten.
In dit onderzoek gebruikten de onderzoekers „het intacte lichaam van een levenloos biologisch wezen (een dode spin) als een kant-en-klare biotische actuator.” Het biologische wezen in kwestie was een wolfspin. Hij kreeg een holle naald in zijn achterlijf waar de aansluiting van de poten zich bevindt, luchtdicht afgesloten met een druppel lijm. Wanneer lucht door de naald geperst wordt, gaan de poten uit elkaar. De necrobotspin kan objecten van 1,3 keer lichaamsgewicht optillen. Na twee dagen is de grijper onbruikbaar geworden, dan is de spin uitgedroogd.
Pluspunt van hun ‘ontwerp’ is dat deze grijper biologisch afbreekbaar is, schrijven de onderzoekers. Maar is het ‘ontwerp’ ook schaalbaar?
Wind, getijden, de zon die de bovenste laag van het water verwarmt: al die factoren kunnen voor turbulentie in oppervlaktewater zorgen. Maar er is nóg een manier waarop de waterkolom op verticale wijze ‘gemixt’ kan worden, aldus Spaanse en Britse wetenschappers in Nature Geoscience: biomixing. Bij dat fenomeen zorgen dieren voor wervelingen in het water, waardoor vermenging van de diverse waterlagen kan plaatsvinden.
Dat klinkt nog wat abstract, en dat wás het lange tijd ook – vandaar dat de onderzoekers in de zomer van 2018 twee weken lang op een onderzoeksboot voor de kust van Galicië in het noordwesten van Spanje doorbrachten, uitgerust met een instrument dat wel duizend keer per seconde de snelheid en temperatuur van het oceaanwater meet. Al tijdens de eerste paar nachten zagen ze plotseling een merkwaardige toename van de oceaanturbulentie: die was tien tot wel honderd keer groter dan overdag.
Het bleek dat die werd veroorzaakt door grote scholen van paaiende ansjovissen, in de buurt van de boot. Het voortplantingsgedrag van de vissen had dus directe invloed op de lokale turbulentie. In hoeverre biomixing ook invloed zou kunnen hebben op grotere schaal, bijvoorbeeld op oceaancirculatie, is nog onbekend, maar voor hun ontdekking krijgen de onderzoekers wel de Ig Nobelprijs voor Natuurkunde uitgereikt.
Als je een woord maar vaak genoeg zegt, verliest het op een gegeven moment zijn betekenis. Een onderzoek van neuropsychologen gepubliceerd in het tijdschrift Memory in 2020 gebruikt woordvervreemding om het fenomeen van een jamais-vu beter te begrijpen. Een jamais-vu is de ervaring dat iets wat ons welbekend is, ineens als iets onbekends voorkomt.
Het kan je overkomen wanneer je een in principe vertrouwde ruimte binnenloopt en ineens het idee krijgt dat je er voor het eerst bent. Of je kunt je plots verbazen over de spelling van een woord. Dat je denkt: „Hé, dit ziet er raar uit, klopt deze spelling wel?”
Jamais-vu wordt in literatuur vaak in één adem vermeld met het bekendere déja-vu. De onderzoekers vroegen zich af of het jamais-vu ook neurologisch gezien vergelijkbaar is met het déja-vu.
De neuropsychologen vroegen studenten van de Universiteit van Leeds woorden wel honderdtwintig keer op te schrijven. Ze constateerden dat studenten die in het dagelijks leven vaker déja-vu’s hadden, ook eerder aangeven een gek gevoel te ervaren bij het herhaald opschrijven van de woorden. Ze zagen echter geen verband met ouderdom en dissociatieve ervaringen, wat wel te zien is bij déja-vu.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC