Home

Als het gaat om koopkrachtverlies, is het vooral zaak om precies te zijn

Veel Nederlanders ervaren een groter koopkrachtverlies dan de 1,2 procent die het CBS heeft berekend. Dat heeft grote gevolgen.

De koopkracht van de gemiddelde Nederlander is in 2022 het hardst gedaald in bijna veertig jaar, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag, maar dat was niet het echte nieuws. Veel belangrijker was het precieze cijfer: 1,2 procent koopkrachtdaling. Dat ligt veel lager dan eerdere ramingen. In augustus 2022 voorspelde het Centraal Planbureau nog een koopkrachtverlies voor 2022 van 6,8 procent. Nadat het kabinet had besloten de gestegen kosten voor energie te compenseren was dat al fors neerwaarts bijgesteld, naar 2,7 procent. Nu blijft daarvan minder dan de helft over.

De oorzaak van de neerwaartse bijstelling is een nieuwe rekenmethode. Die neemt niet de energieprijs als uitgangspunt maar de energierekening. Bij heftige schommelingen zoals we in 2022 hebben gezien kan het verschil tussen beide groot zijn. De meeste energieverbruikers betaalden – doordat ze een langer lopend contract hadden – een lagere prijs dan de prijs op de energiemarkt. De inflatie werd aanvankelijk dus overschat.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De gevolgen hiervan zijn groot. De inflatie- en koopkrachtcijfers hebben grote invloed op de onderhandelingen over het loon en daarmee indirect ook op de prijzen. De lonen in het openbaar vervoer gingen in april dit jaar – voor de neerwaartse bijstellingen van het koopkrachtverlies – fors omhoog, 15 procent in iets meer dan twee jaar. Gisteren werd duidelijk wie hiervoor de prijs betaalt: bus, tram en metro worden volgend jaar 11,7 procent duurder. Een ongewenste ontwikkeling die vooral de lagere inkomens zal raken en een klap is voor de verduurzaming van het personenvervoer.

De vraag is waarom veel Nederlanders een groter koopkrachtverlies ervaren dan de 1,2 procent die het CBS heeft berekend. Dat kan zijn omdat prijsverhogingen zichtbaarder zijn dan een stijging van de inkomsten. De gemiddelde Nederlander werpt vaker een blik op prijskaartjes dan op de salarisstrook. Het kan ook komen doordat het koopkrachtverlies ongelijk is verdeeld. Er zijn sectoren waar de lonen zijn achtergebleven doordat een langlopende cao werd afgesloten, vlak voordat de inflatie toesloeg. Bij de lagere inkomens doet de verhoging van de levensmiddelenprijzen extra veel pijn. Voor Nederlanders die de eindjes nu al bijna niet aan elkaar geknoopt krijgen, is elke koopkrachtdaling pijnlijk.

Tot een deel van de Tweede Kamer lijken de nieuwe cijfers nog niet doorgedrongen. GroenLinks-PvdA, de BBB, SP en PVV pleitten er woensdag voor om de energietoeslag, die de pijn voor de lage inkomens moet verzachten, aan veel meer Nederlanders toe te kennen. Het streven naar bestaanszekerheid, dat op breed draagvlak kan rekenen, kan leiden tot overcompensatie. Daarmee wordt de inflatie verder opgedreven, waardoor de koopkrachtwinst weer ongedaan wordt gemaakt.

Het is vooral zaak om precies te zijn op basis van de juiste koopkrachtcijfers. Het kan verstandig zijn bij cao’s een voorbehoud in te bouwen voor het moment dat de inflatie later toch lager of hoger blijkt.

Source: Volkskrant

Previous

Next