De Chinese kunstenaar en activist Ai Weiwei is een wereldster, maar persona non grata in eigen land. Toch wil de dissident zijn moeder gaan bezoeken in Beijing, vertelt hij in aanloop naar zijn expositie in Kunsthal Rotterdam. ‘Als je als kunstenaar geen activist bent, dan ben je een dode kunstenaar.’
Net als Ai Weiwei vertelt over zijn vader, de vooraanstaande Chinese dichter Ai Qing die onder Mao werd gedeporteerd naar een strafkamp, trekt een eekhoorntje zijn aandacht. Het zit doodgemoedereerd aan de andere kant van het grote raam op het grasveld van Downing College in Cambridge.
‘Hij is alert, maar weet dat we hem niks kunnen doen’, zegt de Chinese kunstenaar en activist in bedachtzame Engelse volzinnen. ‘Hij weet veel meer dan we ons kunnen inbeelden.’ Wanneer Ai zich een kwartslag draait om een foto te maken, trekt het beestje toch een sprintje naar de dichtstbijzijnde boom.
Een halfuur later komt hij op het voorval terug. ‘Een eekhoorn overleeft omdat hij zo waakzaam is, en toch haalt hij het beste uit zijn omgeving. Daar zou ik een leven over kunnen nadenken.’
Ai Weiwei (66) is kunstenaar, dissident, mensenrechtenactivist, provocateur die de zaken graag op scherp zet. Maar in Cambridge, waar hij tijdens schoolvakanties is om zijn 14-jarige zoon Ai Lao op te zoeken, spreekt hij opvallend filosofisch en kalm. Zeker als het over China gaat, lijkt hij zijn woorden op een goudschaaltje te wegen – misschien vanwege zijn voornemen om zijn 91-jarige moeder te bezoeken in Beijing, waar hij later in het gesprek over vertelt.
Over de auteur
Bart Dirks schrijft voor de Volkskrant over kunst en cultuur. Eerder was hij onder meer verslaggever in Den Haag en Rotterdam en correspondent in Brussel.
Als conceptueel kunstenaar laat hij zijn vaak grootschalige werken uitvoeren door ambachtslieden en assistenten. Liefst 120 werken zijn vanaf 30 september samengebracht in Kunsthal Rotterdam; van sculpturen tot legoschilderijen, van videokunst tot foto’s, van readymades tot installaties. Het is een van zijn grootste overzichtsexposities tot nu toe, de weerslag van vier decennia kunstenaarschap.
Hij liet miljoenen porseleinen zonnebloempitten beschilderen en stortte de turbinehal van Tate Modern ermee vol. Zette tientallen fietsen zonder stuur aan elkaar en maakte een sculptuur van reddingsvesten van migranten die Europa met gammele bootjes hadden bereikt. Schilderde het logo van Coca-Cola op antieke Chinese vazen. Stak op foto’s zijn middelvinger op naar het Plein van de Hemelse Vrede, het Witte Huis, de Eiffeltoren, het Rode Plein. Vulde een pluchen panda met geheime documenten die klokkenluider Edward Snowden had gelekt van de Amerikaanse spionagedienst NSA.
Stuk voor stuk hebben zijn werken een politieke lading: mensenrechten, vluchtelingen, oorlog, de vrijheid van het individu. ‘Vaak ontstaat het gewoon uit een grappig idee en ontdek ik de betekenis pas achteraf. Mijn daden zijn op zich zo simpel, zo betekenisloos, zo leeg. Als je niet de juiste vorm vindt om je gedachten uit te drukken, blijft het armoedig.’
Ai Weiwei refereert aan Don Quichot, die tegen de windmolens vecht. En aan De lotgevallen van de brave soldaat Svejk, een roman uit 1921 van de Tsjechische schrijver Jaroslav Hasek, waarin Svejk de bevelen van zijn meerderen zeer letterlijk neemt en ze tot in het absurde uitvoert, waardoor hij het gezag juist ondermijnt en ridiculiseert. ‘Het zijn personages die geloven in wat ze doen, maar niet weten wat ze doen. Heel charmant.’
‘Nee, dat ook weer niet. Ik ben niet zozeer nederig, maar ik ben me wel bewust van mijn beperkte mogelijkheden om in beelden uit te drukken wat ik wil zeggen. Ik kan dus slechts een perfect voorbeeld zijn van een mislukking. Ik kijk niet graag naar mijn eigen werk. Mijn kunst kan in de toekomst zelfs alle betekenis verliezen, als de context niet meer zou worden begrepen.’
‘Mijn kunst is eerder reflecterend van aard. Ik streef niet naar schoonheid, want dat is zinloos. Het verliest zijn betekenis als je enkel mooie plaatjes ziet. Soms zeggen mensen dat ze ervan moesten huilen. Dat verbaast me. Wat bedoelen ze daarmee?’
‘Ik word niet graag activist genoemd, een vriend waarschuwde dat het gevaarlijk is als je dat stempel opgedrukt krijgt. Maar als je als kunstenaar geen activist bent, dan ben je een dode kunstenaar. Ik zal soms een gevoelige snaar raken, maar dat is geen doel op zich.’
Ai Weiwei, in 1957 geboren in Beijing, groeit in barre omstandigheden op in communistische heropvoedingskampen. Zijn vader valt in ongenade van partijleider Mao Zedong en wordt gedeporteerd na te zijn gebrandmerkt als rechts-reactionaire vijand van de Culturele Revolutie, moet latrines schoonmaken en wordt dagelijks publiek vernederd. ‘Hij werd gezien als een gevaar voor de revolutie en het volk. Ironisch, want mijn vader was juist een patriottistische dichter. De staatspropaganda maakte hem kapot.’
Na de dood van Mao Zedong in 1976 mag het gezin officieel terugkeren naar Beijing. Ai Weiwei gaat er naar de filmacademie en vertrekt vervolgens in 1981 naar New York. Daar raakt hij in de ban van popart, minimal art, dadaïsme en conceptuele kunst. In 1993 keert hij terug naar China om te zorgen voor zijn vader, die in 1996 overlijdt.
Fanatiek gaat Ai in China antieke meubels en aardewerk verzamelen, vakmanschap dat verloren dreigt te gaan door de massaproductie. Hij beschildert oude vazen met autolak en laat ambachtslieden meubilair verwerken tot nieuwe objecten. Hij werkt mee aan het ontwerp voor het Nationaal Stadion (een uit staal geweven ‘vogelnest’) voor de Olympische Spelen in Beijing (2008).
Maar later bekritiseert hij de Spelen als propaganda. Onverbloemd spreekt hij zich op veelgelezen blogs en op Twitter uit over het communistische systeem, de censuur en de corruptie. Als in 2008 meer dan 90 duizend doden vallen bij een aardbeving in de provincie Sichuan, stoppen de autoriteiten het drama in de doofpot. Ai inventariseert met burgerjournalisten de namen van meer dan vijfduizend leerlingen die zijn omgekomen in slecht gebouwde scholen. De slachtofferlijsten hangt hij op in exposities.
De Communistische Partij voelt zich geprovoceerd. In 2009 wordt Ai voor het eerst gearresteerd. Als mensenrechtenactivist Liu Xiaobo in 2010 de Nobelprijs voor de Vrede krijgt, treedt het regime hard op tegen schrijvers, activisten, kunstenaars en advocaten. Ai’s gloednieuwe atelier in Shanghai wordt met de grond gelijkgemaakt.
In 2011 ‘verdwijnt’ hij 81 dagen, zonder aanklacht of veroordeling. Twee bewakers verliezen hem geen seconde uit het oog, of hij nou slaapt, eet, doucht of naar de wc gaat. Ai maakt er later zes beklemmende diorama’s van, die in Kunsthal Rotterdam te zien zijn. Na zijn vrijlating staat hij jarenlang onder huisarrest, zijn blog wordt afgesloten. Pas in 2015 krijgt hij dankzij internationale druk zijn paspoort terug en komt hij naar Europa.
‘Ik heb gemengde gevoelens over dat land. Duitse diplomaten hebben enorm hun best gedaan om me uit China te halen, dat was een principekwestie voor ze. Maar de Duitse mentaliteit is ingewikkeld, ze zijn nogal volgzaam. Ze beschouwen me als een anticommunistische held, maar ik wil niet in dat hokje worden geduwd. Ik ben tegen álle autoritaire systemen, die kunnen ook de kop opsteken in een kapitalistisch land of in een onderneming.
‘Het gaat om mijn vrijheid van meningsuiting als kunstenaar, een grondrecht. Ik spreek natuurlijk ook geen Duits, dat was een obstakel in de communicatie. Ik moet ergens wonen waar ik me van nature kan uitspreken.’
‘Nee, maar interessant genoeg heb je in Portugal geen vrijheid van meningsuiting nodig. Het land zit nog in de 16de eeuw. Volgens mij hebben ze geen renaissance gehad en ik vind het prettig dat de industriële revolutie aan ze voorbij gegaan is. Het is geen religieuze samenleving meer. Er is niets in Portugal waar ik echt ruzie over kan maken. En er is zoveel meer ruimte, de zon schijnt er. In Berlijn, waar het de helft van het jaar winter is, krijg je meer zin om te bekvechten.’
‘Ze zijn behoorlijk dapper. Ze twijfelden eerst, omdat je het maar nooit weet, maar ik heb ze aangemoedigd. Het was niet gevaarlijk. Je kunt altijd naar China gaan, ik ook. Ik ben alleen nooit meer teruggegaan omdat ze me misschien niet weer laten vertrekken. Dat is immers eerder gebeurd.’
‘Dat is waar. Maar de laatste keer dat ik haar sprak, vroeg ik weer of ik haar zou opzoeken en nu zei ze: ja, je kunt komen, geen probleem. Haar antwoord was een verrassing voor me. Oké, heb ik haar gezegd, ik kom volgend jaar. Dus als niets me tegenhoudt, dan ga ik mijn moeder opzoeken.’
‘In principe ben ik nergens bang voor. De vorige keer was ik bang omdat mijn zoon een goede opleiding nodig had. Ik wilde niet dat het zijn leven zou beïnvloeden. Hij was pas 5 toen ik uit China weg kon. Toen moest ik dichter bij hem zijn. Nu is hij 14, dus ik ben veel relaxter.’
‘Ik ben niet bang, ik heb niks verkeerds gedaan. China is mijn land, ik spreek Chinees, ik eet graag Chinees in restaurants. Het bepaalt mijn gewoontes, mijn manier van denken, zoiets gaat veel dieper dan je je realiseert. Veel familieleden wonen er. Individuele opinies worden niet alleen ontmoedigd, maar ze zijn zelfs verboden. Dus als ik terug ga, zal ik mijn mond houden.’
‘Misschien vind ik er wel mijn tweede natuur. Zou kunnen toch? Je kunt zo veel ontdekken.’
De tentoonstelling in Kunsthal Rotterdam heet In Search of Humanity (op zoek naar de mensheid/menselijkheid). Op die menselijkheid valt wel wat af te dingen, aldus Ai. ‘We ontdekken pas wie we zijn als we op de proef worden gesteld. In West-Europa is de laatste zeventig, tachtig jaar geen oorlog geweest. Zo’n lange periode van vrede en welvaart leidt filosofisch gezien tot problemen. Al drie of vier generaties hebben geen onderdrukking en honger meegemaakt. De jongere generatie weet niet eens meer hoe je de afwas moet doen en laat eten bezorgen.
‘De oude logica, wijsheid en moraal zijn dus niet vanzelfsprekend meer. We leven in een woestenij. Er is geen diep denken meer, enkel entertainment en celebrity’s op onze smartphones. We spelen videogames, sterker: we léven in een videogame. Het laat ons amper nog ruimte voor onafhankelijk denken. Het leidt tot arrogantie, die voortkomt uit onwetendheid.’
‘De grote vraag is: kunnen we nog echte crisissen het hoofd bieden? Ze verstoppen zich niet, ze borrelen overal op. Zijn we er klaar voor of proberen we de vluchtelingenstroom te negeren en denken we: dat zijn hun problemen? Ik vroeg me gisteren nog af: sinds wanneer gaan mensen massaal naar de sportschool om af te vallen en spieren te kweken? Mijn god, dat is zo idioot, ze hoeven nooit iets zwaars te tillen.’
‘Nee, dat niet. We zijn en blijven mensen, maar de wetenschappelijke en technologische vooruitgang hebben ons niet per se slimmer gemaakt. Ook nu we twintig jaar langer leven dan vroeger, maakt ons dat nog niet wijzer. Mensen maken fouten, want daar leren we van. Onze intelligentie kan niet voorkomen dat we toch weer grotere fouten maken. Dus het is ons lot om gedoemd te zijn.’ (lacht)
‘We moeten van het moment genieten. We moeten waarderen dat we het soms koud hebben of hongerig zijn, dat er ’s ochtends dauw op de blaadjes ligt, of dat we een goed gesprek voeren. We moeten waarderen dat we hersenen hebben, we dragen ze altijd op onze schouders mee. Dat betekent dat we een moreel oordeel kunnen vellen, dat we ergens blij of boos over kunnen zijn.’
‘Zeg dat nog eens?’ Ai Weiwei haalt zijn telefoon erbij om het andermaal voorgelezen citaat te filmen. ‘Ja, mooi. En hoe meer we zien, hoe meer we ons realiseren hoe kort de afstand is die we pas hebben afgelegd.’
Ai Weiwei, In Search of Humanity. Kunsthal Rotterdam, 30/9 t/m 3/3 2024.
China-experts reageren verrast op het voornemen van Ai Weiwei om zijn moeder te gaan bezoeken in Beijing. ‘Hij neemt absoluut een risico’, zegt directeur Ardi Bouwers van adviesbureau China Circle. ‘Over zijn veiligheid valt niets met zekerheid te zeggen. Dat is de kern van het Chinese systeem: de regels zijn zo mistig, dat critici nooit precies weten wat de spelregels zijn. Daarom is iedereen zo voorzichtig: de zelfcensuur is effectiever dan actieve censuur.’
Bouwers betwijfelt of Ai’s internationale faam als kunstenaar en dissident hem bescherming biedt. ‘Het hangt er vanaf hoe de geopolitieke situatie is als hij zich aan de poort meldt. Als de Chinese autoriteiten behoefte hebben aan een rel, bijvoorbeeld om de aandacht ergens vanaf te leiden, dan beschermt het hem helemaal niet. Dat weet Ai Weiwei als geen ander.’
‘Het verrast me dat zijn voornemens aan de grote klok hangt. Hij staat daar meteen op de radar’, zegt directeur Floris Harm van het Leiden Asia Centre, een wetenschappelijke denktank. ‘Het zou niet voor het eerst zijn dat ze dissidenten niet meer toelaten als ze eenmaal in het buitenland zijn. Dissidenten kunnen buiten China minder ‘schade’ berokkenen dan binnen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden