N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Overijssel In het provinciehuis van Zwolle beantwoordt bemiddelaar Mona Keijzer vragen over de schadeafhandeling van het kanaal Almelo-De Haandrik. Op de tribune zitten de gedupeerden: „Ze beseffen niet hoeveel dit met ons doet.”
„Ik was nog bang dat er niemand zou komen”, zegt de communicatieadviseur van de Provinciale Staten, om zich heen kijkend in de zaal van het provinciehuis in Zwolle. Er zijn deze woensdagavond zeker zo’n veertig mensen. Leunend tegen statafels, in discussie met Statenleden.
De aanwezigen kampen met een probleem dat dusdanig onder hun huid is gaan zitten, dat ze er wel een uur in de auto naar Zwolle voor overhebben. Ze zijn hier vanwege het ‘kanaaldrama’ dat al jaren speelt. Na werkzaamheden aan het Overijsselse kanaal Almelo-De Haandrik tussen 2011 en 2016, kregen de omliggende huizen ineens te kampen met scheuren, verzakkingen, kapotte waterleidingen en daken. Geen toeval, vonden de bewoners.
Maar de provincie vond, na onderzoek, een verband tussen de schade en werkzaamheden niet bewezen. Andere onderzoeken volgden en de Rekenkamer Oost-Nederland concludeerde dat tijdens de werkzaamheden te veel aan geld en te weinig aan schaderisico’s was gedacht. Tot vandaag vinden bewoners de schaderegeling die inmiddels wél werd opgesteld, tekortschieten.
Het vertrouwen van de kanaalbewoners in de overheid is compleet verdwenen. De BBB en VVD dienden daarom in maart in de Provinciale Staten een motie in, waarin ze pleitten voor een „onafhankelijke bemiddelaar in de persoon van Mona Keijzer”. Inmiddels is de voormalige CDA’er premierskandidaat voor de BBB. Dat laatste kondigde Keijzer – toevallig of niet – op 1 september in de middag aan, terwijl ze diezelfde ochtend haar ‘kanaalrapport’ presenteerde aan pers en gedupeerden.
Vanavond beantwoordt Keijzer vragen van Statenleden in een openbare informatiesessie. Betrokken bewoners waren expliciet uitgenodigd, aldus de griffie. „Zodat mensen voor en na de vergadering met elkaar in gesprek kunnen.”
„Het duurt nu al zó lang”, zucht gedupeerde Douwe Bouma voor de vergadering, zijn kokoskoek kruimelt op de grond.
„Maar ambtenaren proberen hun werk echt heel goed te doen”, zegt GroenLinks-Statenlid Margreet Leest. „En ik ben bang voor de zorgvuldigheid van de schadeafhandeling.”
Bouma schudt het hoofd: „We zijn vijf jaar verder!” Hoe zorgvuldig wil je het hebben, bedoelt hij.
Vertrouw erop dat mensen niet méér vragen dan hen toekomt
Mona Keijzer bemiddelaar
Hun gesprek illustreert precies wat tussen de gedupeerden op de publiekstribune en de Statenleden in de zaal in lijkt te staan. Die laatsten willen vooral geen juridische fouten maken in de schadeafhandeling, uit angst een precedent te scheppen. Die eersten willen gehoord én geholpen geworden.
Op de tribune zit Gerrinda Vos (45) uit Vroomshoop. In haar huis „is geen muur zonder scheur”. Met drie andere gezinnen spande ze onlangs een rechtszaak aan tegen de provincie. „Ik had volgens de provincie recht op 12.000 euro”, zegt ze, terwijl haar schade door een zelf ingeschakelde taxateur op 50.000 euro werd geschat. De rechtbank oordeelde in juni dat de provincie dat schaderapport onvoldoende had meegenomen. Vos: „Maar er gebeurt vervolgens niets.”
Keijzers plan was niet om vast te stellen „wie er gelijk heeft, of als een Vrouwe Justitia te kijken hoeveel euro iedereen krijgt”, zegt ze als ze het woord neemt in de zaal. „Ik wilde weten wat nodig is voor mensen om door te gaan met leven.” Nee, de overheid heeft geen wettelijke regels overtreden bij de schadeafhandeling van verzakte en beschadigde huizen aan het kanaal Almelo-De Haandrik, zegt Keijzer verder. Daarin zit ook het probleem niet. Ook niet in de ruimhartigheid van de schaderegeling zelf. „Want de provincie keert meer uit dan moet, namelijk óók als niet helemaal kan worden vastgesteld wat de oorzaak van de schade is.”
Maar het schort volgens haar aan de uitwerking van die ruimhartigheid. Keijzer: „Ik zie vaker dat met de beste bedoelingen een systeem wordt opgetuigd. En na een tijdje wordt dat systeem, en niet de menselijkheid, leidend in wat wel en niet kan.” Ga in gesprek en juridificeer niet, adviseert Keijzer de Statenleden. „Ik sprak met een boom van een kerel die doodsbang is geworden voor brieven van de overheid. See you in court, klinkt stoer op tv. Maar voor mensen die nooit in de rechtszaal zijn geweest, is het enorm spannend en eng kan ik u vertellen.”
In de zaal veegt Gerrinda Vos de tranen van haar wangen.
Ruimhartigheid betekent volgens Keijzers rapport „dat de overheid niet moeilijk doet over kleine herstelwerkzaamheden”. Bij een scheur wordt nu nog vaak alleen de scheur gedicht, en ook alleen dié plek geverfd. Ook moeten er reële vergoedingen worden betaald, berekend met het schademodel dat ook in Groningen wordt gebruikt. Ook moet serieus worden gekeken naar contra-expertises, zoals degene die Gerrinda Vos aanleverde. Ook adviseert Keijzer één bestuurlijk kopstuk aan te stellen – geen bestuurder bij de provincie – bij wie bewoners altijd terecht kunnen.
Met name het ruimhartiger betalen van vergoedingen zorgt bij Statenleden voor onduidelijkheid. Luuk Folkerts (PvdD) vraagt Keijzer hoe dan kan worden gezorgd dat de reparaties niet „te gek” worden. „Moeten we opschrijven wat we wel en niet doen?”
Keijzer: „Doe dat niet. Geef nou gewoon de ruimte aan je dagelijks bestuur om op een menselijke manier te kijken. Als dat dan leidt tot een opmerking van de accountant, is dat jammer. Vertrouw erop dat mensen niet méér vragen dan hen toekomt.”
Op de tribune wordt veel geknikt bij haar woorden. Vos wrijft vaak in haar ogen. Folkerts vindt het heropenen van de regeling voor schade die al eerder is ontstaan, spannend. „Dat is ook zo”, zegt Keijzer. „Maar vertrouw er nou maar een beetje op dat mensen zich niet melden met nieuwe schades.
Ik sprak met een boom van een kerel die doodsbang is geworden voor brieven van de overheid
Mona Keijzer bemiddelaar
Peter Blok, bestuurder van bewonersstichting Kant nog Wal, heeft goede hoop dat deze aanbevelingen worden overgenomen, zegt hij na de vergadering. „Keijzer omschrijft eigenlijk wat wij al jaren zeggen.”
Gerrinda Vos pakt op de tribune haar tas. Bij het verhaal van Keijzer kreeg ze wel een goed gevoel. Maar dat het niet belangrijk is wie gelijk heeft, wil er bij haar niet in. „Ze beseffen hier niet hoeveel dit met ons doet. Mensen zijn door dit alles uit elkaar gegaan, leven jaren in onzekerheid. En ik heb nooit excuses gehad.”
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC