Deze zomer las ik het interview met gepensioneerd hoogleraar radiologie professor Jim Reekers. Hij stelt dat in de wereld van de ziekenhuisspecialisten geld en ego boven het patiëntbelang staan. Specifiek beschrijft hij een behandeling voor vrouwen die last hebben van bloedverlies door vleesbomen in de baarmoeder. Deze kunnen worden behandeld door een radioloog, die bolletjes plaatst in de bloedvaten van een vleesboom, waardoor die afsterft. Of door de gynaecoloog, die de baarmoeder verwijdert. Reekers stelt dat de radiologische behandeling bewezen succesvoller en minder invasief is, maar dat gynaecologen toch opereren omdat ze anders inkomsten mislopen.
Ik stoot mijn man, gynaecoloog, aan die rustig een boek probeert te lezen. Ik vraag hem: ‘Wat levert het verwijderen van een baarmoeder eigenlijk op?’ ‘He wat?’, reageert hij. ‘Zo’n diagnose-behandelcombinatie (dbc) voor een hysterectomie, wat levert dat ongeveer op?’ Hij, op de helft van het aantal levensjaren als Reekers, neemt een slok van zijn koffie. ‘Al sla je me dood.’
Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hoewel Reekers in het interview pijnlijke punten aansnijdt, is het feit dat hij dit pas na zijn pensioen doet zowel tekenend als ergerlijk. ‘Ik hou niet van kamperen’, zei hij, duidend op mogelijke financiële gevolgen als hij al tijdens zijn carrière zijn mond zou hebben opengetrokken. Hij doorbreekt het zwijgen nu wel. Nu er een boek verkocht moet worden over precies dit, de zwijgcultuur in ziekenhuizen: De medische omerta.
Kijk, dat er medisch specialisten zijn met een ego zo groot als de provincie Utrecht hoef je een huisarts niet te vertellen. Dat er dokters zijn voor wie het inkomen een wel heel belangrijke drijfveer is, ook niet. In mijn tijd als onderzoeker leerde ik dat er hoogleraren zijn die persoonlijke doelen en successen boven het collectief belang stellen. En daar zelden op werden aangesproken.
Artsen leveren gemakkelijker kritiek op een minister, een afdelingsmanager, het tuchtcollege, een toezichthouder of een zorgverzekeraar dan op een directe collega. De dagelijkse praktijk wordt op veel plekken bepaald door een cultuur van diepgewortelde normen, ongeschreven regels en onuitgesproken belangen.
Maar langzaam maar zeker is er een kentering gaande die benoemd moet worden. Met nieuwe generaties dokters die de werk-privébalans belangrijker vinden dan het inkomen. Die graag in loondienst werken. Die zich druk maken over de hoeveelheid afval en stikstof die ‘hun’ sector produceert. Over de psychologische veiligheid op de werkvloer, de vapende jeugd en de obesogene samenleving. Artsen die congressen overslaan uit vliegschaamte. Die zich wars van hiërarchie en in het belang van de patiënt, opstellen náást de verpleegkundige in plaats van erboven.
Zoals het initiatief Nurses Know Better van onder anderen chirurg Heleen Snijders. Een enthousiaste en capabele collega met een uitstekend moreel kompas, maar ook zónder vast contract. Daarmee bevindt ze zich in een afhankelijke positie zoals momenteel zo veel jonge, getalenteerde medisch specialisten. Een overschot dat de voedingsbodem vormt voor een ongelijkwaardige cultuur en een matig zelfreinigend vermogen.
Wanneer jonge specialisten eindelijk die felbegeerde vaste plek krijgen, zie ik ook dat centjes belangrijker worden. Maar niet omdat ze, om bij het stigma te blijven, een boot willen of een tweede vrouw. Nee, ze raken verstrikt in een zorgstelsel waarin zorg niet waardegedreven is, maar door diens financiële waarde. Een marktgericht stelsel waarin elke zorginstelling de eigen broek moet ophouden. Dat moet stimuleren tot efficiënt en doelmatig werken, maar legt een dwingende focus op geld.
Als je niet oppast wordt een afdeling spoedeisende hulp of verloskunde gesloten omdat deze, hoe maatschappelijk nodig ook, niet winstgevend genoeg is. Zelf een schaars en nodig verpleeghuis kan failliet gaan met 20 duizend ouderen op de wachtlijst.
Het Bernhovenziekenhuis maakte furore met het project ‘zinnige zorg’. Alle specialisten in loondienst, tijd voor het goede gesprek in plaats van een prikkel op productie. En er werd niet-zinnige zorg geschrapt. Maar daardoor ontstonden ook financiële problemen. Want de schoorsteen rookt niet op ‘het goede gesprek’. Dat ligt niet aan de zorgverleners die dat gesprek graag voeren, maar aan de manier waarop zorgt wordt bekostigd.
De meeste dokters deugen, maar rotte appels heb je overal. Die moet je aanpakken. Bij het ondeugdelijke systeem van zorgfinanciering. Bij de ongelijkwaardige cultuur. Zolang collega’s met invloed niet het lef hebben zich daarover al tijdens hun carrière uit te spreken, zal er weinig veranderen.
Source: Volkskrant