Als een organisatie aankondigt dat er signalen of meldingen zijn binnengekomen over een medewerker die ‘heel zorgvuldig’ onderzocht moeten worden, klinkt dat solide. Bij het woord zorgvuldig vouwt je gezicht zich automatisch in de eerbiedige stand. Nou ja, inmiddels niet meer. Zeker als er een integriteitsbureau van stal wordt gehaald, kun je ervan uitgaan dat binnen de desbetreffende organisatie mensen gillend over de gang rennen, elkaar met rondvliegend spuug verwijten naar het hoofd blaffen en er minstens drie medewerkers onder hun bureau in foetushouding liggen te huilen.
Zo stel ik me dat tenminste voor. Misschien zit ik ernaast en is het bestuur van de Partij voor de Dieren heel sereen aan het vergaderen geweest afgelopen week. Zulke mensen heb je, kijk maar naar Max Verstappen – die kunnen van buiten op hen inwerkende krachten doorstaan zonder een krimp te geven.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De rel binnen de PvdD is interessant omdat de beschuldigde voor het eerst niet het veld hoeft te ruimen. Esther Ouwehand werd breed gesteund en juist de positie van het bestuur werd onhoudbaar. De ervaring van Gijs van Dijk, Nilüfer Gündogan en Khadija Arib was anders. Van Dijk kreeg trouwens later in een procedure bij de rechtbank op alle punten gelijk, Gündogan had wisselend succes in een kort geding, waarna ze een bodemprocedure startte, en Khadija Arib, tja daarvan weet überhaupt niemand meer wat de status is. Los van de uiteindelijke conclusie was het kwaad bij alle drie meteen geschied. Eenmaal beschuldigd was het tot nu toe vrij kansloos nog ongeschonden uit de strijd te komen. Zo verklaarde Van Dijk in de rechtbank: ‘Ik heb geen werk meer, ik zie mijn zoon niet. Ik wil gewoon in stilte verder met mijn leven.’
Ouwehand is beschuldigd van integriteitsschendingen, een aardige afwisseling van het grensoverschrijdende gedrag dat doorgaans wordt opgevoerd. Ik vraag me af of het aangekondigde onderzoek alsnog wordt voortgezet door het interim-bestuur, in alle zorgvuldigheid. Het is te hopen van niet, want laten we eerlijk zijn: zo zorgvuldig zijn die onderzoeken niet.
Neem alleen al die tot absurditeit gedreven geheimzinnigheid. Niemand mag weten waar het over gaat, de beklaagde al helemaal niet, en dat onder het mom van ‘vertrouwelijkheid’. Ondertussen wordt er aan alle kanten ijverig gelekt naar de media, waardoor de geruchtenmachine optimaal gevoed blijft. Je zou de indruk kunnen krijgen dat die vertrouwelijkheid niet de voortgang van het onderzoek dient, maar de positie van betrokken medewerkers moet veiligstellen.
Hoogleraar bestuurskunde Michiel de Vries vertelde eerder in deze krant dat driekwart van de integriteitsonderzoeken niet deugt. Van de gebruikte onderzoeksmethodiek tot procedurele waarborgen, de onderzoeken rammelen aan alle kanten. Volgens De Vries maken alle onderzoeksbureaus ernstige fouten en schrijven ze altijd naar het belang toe van de opdrachtgever. Hij pleit voor een landelijk bureau voor integriteitsonderzoek dat sancties kan opleggen. Ook zouden er meer en betere opleidingen en protocollen moeten komen.
Dat kunnen uitstekende oplossingen zijn. Dan is het een kwestie van professionaliseren.
We kunnen het ook over een andere boeg gooien en meer investeren in het concept ‘eigen verantwoordelijkheid’. Door een onderzoeksbureau in te schakelen lijkt het alsof er daadkrachtig wordt opgetreden, maar in feite trekt men zijn handen er juist vanaf. Zowel de beoordeling van werknemers als de normontwikkeling wordt overgelaten aan een derde (commerciële) partij. Maar wie je ook inschakelt – een flitsend onderzoeksbureau, een advocatenkantoor of uiteindelijk de rechter – uiteindelijk zullen partijen na afloop altijd zelf de scherven bij elkaar moeten vegen. Dat valt niet uit te besteden.
Source: Volkskrant