Het bedrijvenbeleid van de overheid moet op de schop, zegt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR): minder pamperen en meer uitdagen en motiveren. Met scherpe eisen aan ondernemingen, minder subsidies en fiscale voordelen en meer duidelijkheid op de lange termijn. Dat schrijft de WRR in Goede zaken – naar een grotere maatschappelijke bijdrage van ondernemingen. Het donderdag gepresenteerde rapport handelt over het bedrijvenbeleid van de overheid.
Het regeringsbeleid houdt gevestigde ondernemingen te veel uit de wind, wat hen afwachtend maakt en vernieuwing vanuit het bedrijfsleven belemmert, stelt de WRR. Nederland staat voor grote en urgente opgaven op het gebied van klimaat, arbeidsmarkt, gezondheid en het toekomstige verdienvermogen. Bedrijven zijn onmisbaar voor het oplossen van deze vraagstukken.
Over de auteur
Wilco Dekker is economieverslaggever voor de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over grote bedrijven, ongelijkheid en lobby.
Maar in plaats van ondernemingen daartoe uit te dagen en te motiveren, geeft het overheidsbeleid nu vaak de verkeerde prikkels. Bedrijven verdienen nog te makkelijk aan zaken die schade toebrengen aan mens en milieu. Zo is het nog steeds goedkoper om nieuw plastic te maken dan om oud plastic te recyclen. En het telkens inhuren van nieuwe uitzendkrachten is voordeliger dan het omscholen van het vaste personeel.
In de hoogoplopende discussie over de fossiele subsidies, die 37,5 miljard euro zouden bedragen, ziet samensteller van het rapport Arnoud Boot één uitkomst bevestigd: het zijn vaak de grote, gevestigde bedrijven die het meest profiteren van de overheid. Boot is hoogleraar financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam en was tot begin dit jaar lid van de WRR. Hij leidde het onderzoek.
‘De grote bedrijven zitten overal aan tafel en kunnen druk uitoefenen, omdat ze veel werknemers hebben, bijvoorbeeld’, zegt Boot. ‘Ze kunnen dure consultants en adviseurs inhuren. Dat zie je ook bij iets als de innovatiebox voor investeringen. Grote bedrijven hebben afdelingen om zulke subsidies aan te vragen, kleine niet. Dat is slecht voor de duurzaamheid en de vernieuwing. Al het bestaande dat je pampert, geeft een nieuwe onderneming minder kansen.’
De overheid zou volgens de Raad alleen initieel geld moeten stoppen in belangrijke zaken die anders niet van de grond zouden komen, zoals laadpalen voor elektrische auto’s. Boot: ‘Help om de eerste hobbels te nemen.’ Het verbieden van het financieren van commercieel onroerend goed dat niet een bepaald energielabel heeft, noemt de hoogleraar een voorbeeld van geslaagd overheidsbeleid. ‘Dat schept van tevoren duidelijkheid dat gebouwen duurzaam moeten worden, met heldere normen en een tijdpad. En het kost de overheid geen cent. Alleen moet je dan wel handhaven, dus kijken of het beoogde effect in de praktijk ook optreedt, of dat er sprake is van ongewenst gedrag. Daar zijn we nu niet goed in, dat handhaven. Er wordt veel gedoogd. Regulering en toezicht moeten versterkt worden.’
Volgens de WRR moeten goede zaken lonen, door onder meer ‘ambitieuze combinaties van beprijzing en normering’. Dat moet ondernemers verleiden tot innovaties rond zaken als recycling, gezonde voeding en scholing. Naast helder en consequent beleid vraagt dat ook om begrip van de overheid voor de zakelijke realiteit waarmee bedrijven te maken hebben.
‘We hebben in dit onderzoek dus met ondernemers gepraat, om ze te begrijpen’, zegt Boot. ‘En niet, zoals zo vaak gebeurt, alleen met beleidsmedewerkers, topdown. Bedrijvenbeleid kan niet zonder het begrijpen van de realiteit van ondernemers. Praat met ze, met de handen aan de kassa zeg maar, over waar ze in de praktijk tegen aanlopen. Het moet niet beperkt blijven tot beleidsmakers onder elkaar, want dan laat je cruciale kansen liggen.’
Goede zaken somt vooral de tekortkomingen van de overheid op. Moet het bedrijfsleven ook stappen zetten om een grotere maatschappelijke bijdrage te leveren? ‘We zijn een adviesorgaan van het kabinet, dus we kijken in eerste instantie naar de rol van de overheid’, zegt Boot.
‘Maar het bedrijfsleven is geen Moeder Teresa, zeker niet. Kijk naar Albert Heijn, dat vorig jaar na Jumbo ook in de tien-minutenbezorging stapte. Dat fenomeen is nu wel voorbij, maar het was een sociaal ongewenste ontwikkeling. Daarvan had AH kunnen zeggen: daar doen wij niet aan mee. Hoe help je dan je aandeelhouders door het toch te doen? Dat begrijp ik echt niet. Net als al dat snoep vlak bij de kassa, terwijl je zegt om gezonde voeding te geven.’
Het WRR-rapport wordt donderdag aangeboden aan demissionair minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat, op een moment dat de relatie tussen politiek Den Haag en het grote bedrijfsleven koel is, met verwijten over en weer over onder meer het vestigingsklimaat.
‘De maatschappij is complex’, zegt Boot. ‘De overheid kan het niet alleen, het bedrijfsleven is nodig. Daarom moet de overheid het bedrijfsleven in zijn kracht zetten. Ik heb in 2016 een rapport gemaakt over de financiële sector en de samenleving, hoe beide elkaar kunnen helpen, in plaats van bestrijden. Daarop is dit rapport over het bedrijvenbeleid een vervolg. Want met zwartepieten schiet niemand wat op.’
Nederland heeft twee instituten om maatschappelijk belangrijke investeringen te stimuleren, het Nationaal Groeifonds en Invest-NL. Beide liggen onder vuur omdat ze maar weinig opleveren. ‘Ze zijn elkaar gaan beconcurreren. Het Nationaal Groeifonds is eigenlijk een grote zak geld, terwijl Invest-NL met allerlei beperkingen te maken heeft’, zegt Boot. ‘Daarom zegt de WRR: voeg beide samen in een op te richten publiek-private bank, met grotere slagkracht voor investeringen in transities. Dan heb je één goed functionerend instituut, in plaats van twee mindere.’
‘Ons bouwbedrijf bestaat inmiddels 43 jaar, wij doen alles van het repareren van een deurklink tot een project van 25 miljoen. Daarbij proberen we altijd het goede te doen. We hebben elektrische auto’s, zonnepanelen, we bieden werkplekken aan mensen die met zichzelf tobben of een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Ik hoef daarvoor geen subsidie of andere tegemoetkomingen, zoals die grote bedrijven.
‘Maar ik zou wel graag een voorspelbare overheid willen. Ik heb bijvoorbeeld recentelijk 28 zonnepanelen laten leggen; we zijn nog geen halfjaar verder en nu gaat de energiemaatschappij er geld voor vragen. Hetzelfde geldt voor onze elektrische auto’s en busjes: omdat die door de batterij zwaarder zijn, gaat de wegenbelasting omhoog. Dus eerst word je beloond en vervolgens bestraft.
‘Nog zoiets waar we tegen aanlopen: vanuit het Parijs-akkoord moeten we de jasjes van woningen aanpakken, maar vaak zitten in het pannendak vogels te broeden. Dus een jaar voordat we überhaupt kunnen beginnen, moeten we al maatregelen treffen om te voorkomen dat ze gaan nestelen. Dat levert enorme vertraging op. We hebben nu boven, bij onze afdeling werkvoorbereiding, de vakantieroosters van de gierzwaluw en de huismus gehangen. Zodat we weten wanneer ze naar het buitenland trekken en we aan de slag kunnen.
‘Natuurlijk begrijp ik alle tegenstrijdige belangen. Ik snap dat de mensen die zaterdag vastgeplakt zaten aan de A12 andere wensen hebben dan ik. Maar dan denk ik: overheid, wees duidelijk. Ik heb liever een niet-gewenste ‘nee’ dan een aarzelende ‘ja’. Want dan kan ik dealen met het slechte nieuws en gaan nadenken over een creatieve oplossing.’
‘In 2019 ben ik gestart met mijn eigen bedrijf om circulaire fosfaat uit het riool te halen en er nieuwe producten van te maken. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan meststoffen, maar ook de poeder in brandblussers. Fosfaat is een heel kostbare grondstof. We halen het nu nog uit fossiele mijnen, maar die slinken. Tegelijkertijd spoelen we er elke dag grote hoeveelheden van door de wc, in onze poep en plas. Dat is zó zonde.
‘Subsidie krijgen ging best soepel. We hebben voorstellen ingeleverd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en daarmee is een significant deel van de financiering van het bedrijf tot stand gekomen, dan hebben we het over een paar miljoen. Ook vanuit Europa krijg ik geld. Dus ik voel me financieel gezien zeker gesteund, al had natuurlijk ook graag die fossiele subsidie op mijn bedrijfsrekening gehad.
‘Wat het wel lastig maakt, is de wetgeving. Wij lopen er bijvoorbeeld tegen aan dat we voor onze producten gebruikmaken van afval. Daardoor krijgen die een ‘afvalstatus’ en kunnen we ze op dit moment niet op de markt brengen. Het is een probleem waartegen alle bedrijven die zich met recycling bezighouden aanlopen, en het moeilijke is: ook de overheid zoekt nog naar een manier om het op te lossen.
‘Het is een extra uitdaging boven op andere uitdagingen. Een fabriek bouwen die nog niemand ooit heeft gebouwd en daarvoor de benodigde vergunningen regelen, is er bijvoorbeeld ook zo een. Of klanten vinden die het product kunnen afnemen. Ik word soms wel ongeduldig, want elke dag die we moeten wachten is er weer een waarop kostbare fosfaat verloren gaat. Maar ik begrijp ook dat de overheid een gedegen beslissing wil nemen. Ik laat me er dus niet door ontmoedigen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden