De pandemie is voorbij, de energiecrisis is geluwd, nationale schatkisten zijn leeg, het EU-budget is bijna op en de economie hapert. Geen wonder dat de vierde en laatste ‘Troonrede’ die voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie woensdag in Straatsburg uitsprak, tevens de minst ambitieuze was. Het ging ouderwets over banen, bedrijven en boeren.
Het was sowieso niet de verwachting dat Von der Leyen nieuwe, omvangrijke wetgevende pakketten zou aankondigen. De tijd om die nog vóór de Europese verkiezingen van juni 2024 langs de lidstaten en het Europees Parlement te loodsen, ontbreekt simpelweg. Daarnaast ligt er nog genoeg op tafel: circa 170 wetsvoorstellen die de Commissie afgelopen jaren indiende.
Von der Leyen ging in op haar politieke erfenis. Van het programma waarmee ze in 2019 (met een nipte meerderheid) door de parlementariërs werd verkozen, is volgens haarzelf 90 procent uitgevoerd. De onderzoeksdienst van het parlement schat dit lager in (zo’n 60 procent), maar feit is dat Von der Leyen van links tot rechts wordt geprezen. De Green Deal, de vaccininkoop, het Europese Herstelfonds van 750 miljard euro, de gezamenlijke gasinkoop, de financiering van wapens voor Oekraïne, de grotere geopolitieke rol van de Unie – het zijn resultaten waarmee ze haar voorgangers doet verbleken.
In 2019 noemde Von der Leyen de Green Deal - de verduurzaming van industrie, landbouw, transport en woningbouw - het Europese ‘Man op de maan’-project. Om in die metafoor te blijven: de maanlander staat er, een prestatie van formaat. Maar wat nu?
Voor alle ambitieuze projecten van deze Commissie komt het nu aan op de uitvoering. En dat is moeilijker dan wetten aannemen. Temeer omdat na jaren van noodtoestand door covid en exploderende energieprijzen de animo voor radicale ingrepen is afgenomen. En geld om de pijn te verzachten voor burgers en bedrijven er niet meer is. Het volgende kabinet in Nederland moet volgens de Haagse ambtelijke top 17 miljard euro bezuinigen.
Von der Leyen sloeg woensdag dan ook een andere toon aan over de Green Deal. Natuurlijk beloofde ze niet te morrelen aan de ambities: de wetten zijn net aangenomen. En zoals ze zelf concludeerde met verwijzing naar de recente hittegolven, bosbranden en overstromingen: ‘Dit is de realiteit van een kokende planeet.’
Maar tegelijkertijd hamerde ze op het belang van voedselzekerheid en -kwaliteit en bedankte ze expliciet de boeren voor hun rol daarin. Ze onderstreepte de noodzaak van meer biodiversiteit maar niet van het bijgaande wetsvoorstel om het pesticidengebruik te halveren. Ze wil een ‘strategische dialoog’ met de boeren, natuurbehoud en landbouw kunnen volgens haar hand in hand gaan.
Met deze handreiking naar de boeren,komt ze tegemoet aan de kritiek van haar christen-democratische fractie in het parlement, die de vorige Green Deal-commissaris Frans Timmermans betichtte van gedram. ‘Geen polarisatie maar dialoog’, beloofde Von der Leyen.
Datzelfde wil ze met de industrie die zich opnieuw – maar nu schoon – moet uitvinden. Europa moet de bakermat worden van clean tech: schoon staal, schone waterstof, elektrische wagens. Banen en koopkracht zijn daarbij belangrijke thema’s in de aanloop naar de Europese verkiezingen.
Von der Leyen beloofde onderzoek naar de manier waarop China de productie van elektrische auto’s subsidieert. Volgens de Commissievoorzitter wordt de markt overspoeld met Chinese wagens die dankzij staatssubsidies veel goedkoper zijn dan de Europese concurrenten. Als het onderzoek tot dezelfde conclusie komt, kan de EU tot importheffingen voor Chinese wagens besluiten. De Franse regering dringt daar al langer op aan.
Von der Leyen kondigde verder een speciale gezant voor het midden- en kleinbedrijf aan, die direct aan haar rapporteert. De administratieve lasten voor het bedrijfsleven moeten omlaag en good old ‘super’ Mario Draghi (voormalig ECB-voorzitter) gaat een rapport maken over de toekomst van het Europese concurrentievermogen. Hij doet er goed aan zijn land- en naamgenoot Mario Monti (voormalig commissaris, oud-premier) op te zoeken, die schreef in 2016 een soortgelijk rapport in opdracht van de toenmalige Commissievoorzitter José Manuel Barroso.
De ambitie zat in de staart van haar ‘Staat van de Unie’-speech: de uitbreiding van de EU. Oekraïne, Moldavië, de Balkanlanden en op termijn ook Georgië: ze moeten allemaal lid worden van de EU. ‘De geschiedenis vraagt ons de Unie te voltooien’, aldus Von der Leyen.
Dat betekent heel hard werken voor deze kandidaatlanden die alle EU-wetten moeten overnemen. Maar ook de EU staat voor lastige vragen en hervormingen: wat wordt het budget van een Unie met meer dan dertig landen (het huidige bedraagt circa 170 miljard euro per jaar); wie betaalt dat; waaraan wordt het besteed; en hoe neemt zo’n grote club besluiten?
Volgende maand vergaderen de regeringsleiders er voor het eerst over. Von der Leyen beloofde komend voorjaar met voorstellen te komen. Ze maakte duidelijk dat ze een wijziging van het Europees Verdrag niet schuwt – voor velen een taboe na de verloren referenda (2005) in Nederland en Frankrijk over de Europese Grondwet.
Uitbreiding van de EU betekent volgens Von der Leyen niet alleen een groter verband. Het leidde in het verleden steeds tot verdere politieke integratie: van kolen en staal, naar de interne markt, naar de euro. ‘De volgende uitbreidingsronde moet ook hierin een katalysator zijn’, aldus Von der Leyen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden