Modebedrijven moeten sinds kort meer doen aan de recycling van hun kleding. Het Nederlandse merk New Optimist lanceert woensdag niet alleen een najaarscollectie, maar ook een statiegeldsysteem. Met een digitaal bewijs dat het kledingstuk echt circulair is.
In een klaslokaal van een voormalig schoolgebouw in Amsterdam-West staan kledingrekken langs de witgekalkte muren. Aan de rekken hangt de najaarscollectie van het Nederlandse merk New Optimist: behaaglijke sweaters, zacht glanzende blouses, broeken van stevig katoen. Vanaf woensdag zullen de kledingstukken door heel Nederland worden verkocht, gedragen, misschien nog eens doorverkocht.
Uiteindelijk is de bedoeling dat elk kledingstuk hier weer terugkeert. Misschien niet precies in dit klaslokaal, maar wel bij oprichters Xander Slager (52) en Nelleke Wegdam (46), die er daags voor de lancering aan een ronde tafel zitten. Optimistisch als altijd, maar met een licht vermoeide blik. Slager wrijft in zijn ogen. ‘Oef, we moeten nog zó veel doen.’
Wegdam en Slager lanceren namelijk niet alleen een najaarscollectie, maar ook een statiegeldsysteem. Afhankelijk van de verkoopprijs van het kledingstuk wordt er een statiegeldbedrag van tussen de 2,5 en 10 euro bij opgeteld. Dat betalen klanten bij de kassa, waarna het wordt gestort op de rekening van een onafhankelijke stichting.
Wanneer klanten hun New Optimist-kledingstukken niet meer dragen, kunnen ze ze weer inleveren, bij een van de winkels die meedoen of bij New Optimist zelf. In die zin lijkt het statiegeldsysteem op dat voor blikjes en flessen. Het principe is hetzelfde, zegt Slager. ‘Je betaalt borg voor het gebruik van het materiaal en dat materiaal geef je uiteindelijk weer terug.’ Als de kleding nog draagbaar is, kijken Slager en Wegdam of die tweedehands verkocht kan worden. Anders wordt de stof gerecycled tot nieuw materiaal.
Het statiegeldsysteem is de volgende stap van New Optimist op weg naar een circulair businessmodel. Het label werd opgericht in 2021 met als doel om kleren te maken, maar ook om de mode-industrie te laten zien hoe dat anders kan. New Optimist laat zich erop voorstaan lokaal, sociaal en circulair te produceren.
Het is daarin al een eind op weg: kleding van het merk wordt gemaakt in Amsterdam, in de oude gymzaal van de school, en het bedrijf voorziet naast reguliere banen ook in gesubsidieerde werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De kledingstukken van het merk worden deels gemaakt van hergebruikte materialen en zo ontworpen dat ze zelf weer makkelijk te recyclen zijn. Met het statiegeldsysteem willen Wegdam en Slager proberen de cirkel rond te maken. Ze hopen dat andere bedrijven ook meedoen.
Afgedragen kledingstukken inleveren om ze te laten recyclen, dat kan al. Dat inleveren kan bijvoorbeeld bij de gemeentelijke textielcontainers die op straat staan. Kleding die daarin belandt gaat naar sorteercentra, waar artikelen die in goede staat zijn worden geselecteerd om tweedehands te worden doorverkocht. Wat niet meer draagbaar is, wordt voorbereid voor recycling. Sommige modeketens hebben zelf ook inleverbakken staan, zoals H&M, waar klanten al sinds 2013 kleding kunnen afgeven.
De komende jaren komen er nog veel van die inleverpunten bij: sinds 1 juli moeten mode- en textielbedrijven als onderdeel van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) zelf een inzamelsysteem verzorgen voor textiel en kleding die zij op de markt hebben gebracht. Ook wordt verwacht dat ze de recycling ervan organiseren. De bedoeling is om het hergebruik van textiel en kleding op te schroeven: in 2025 moet 50 procent van het gewicht dat het voorgaande jaar in de handel is gebracht, worden hergebruikt of gerecycled. In 2030 moet dat 75 procent zijn.
Het probleem is: lang niet alle consumenten leveren kun kleding daadwerkelijk in. Ruim de helft van de kleding die consumenten afdanken belandt gewoon bij het restafval, waarna het wordt verbrand, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In het peiljaar 2021 ging het om 55 procent van al het afgedankte textiel, goed voor 169 miljoen kilo.
Ook met kleding die wel in inleverbakken wordt gegooid, loopt het niet altijd goed af. Gemiddeld 10 procent ervan is ongeschikt voor welke vorm van hergebruik dan ook en gaat alsnog de verbrandingsoven in. Wat niet in Nederland of Europa kan worden gerecycled of doorverkocht, wordt geëxporteerd naar andere continenten, met name Afrika en Azië. Voor heel Europa gaat het om 87 procent van alle ingezamelde textiel, aldus het Europees Milieuagentschap. Daar belandt een groot deel toch op afvalhopen. De goedkope tweedehandsjes uit Europa concurreren er bovendien lokale textielindustrieën weg. Onlangs zette Oeganda om die redenen een streep door de import van tweedehandskleding uit Europa en de VS.
Kleding die bij bedrijven wordt ingeleverd wacht soms eenzelfde lot, ondanks de beloften van grote modeketens om ‘de cirkel te sluiten’. Dit voorjaar deden onderzoekers van de Zweedse krant Aftonbladet en de Nederlandse ngo Changing Markets Foundation onafhankelijk van elkaar zendertjes in kledingstukken die ze inleverden bij onder meer H&M, Zara, C&A en Primark. Ongeveer driekwart van de kledingstukken werd niet lokaal hergebruikt, maar opgeslagen, vernietigd of geëxporteerd naar het mondiale zuiden.
Dan zijn ze in Amsterdam-West toch beter af. Wegdam verdwijnt even uit het klaslokaal om iets te halen. Slager vertelt verder, inmiddels op energieke toon. Met het statiegeld willen hij en Wegdam consumenten in de eerste plaats aanmoedigen om de kleding echt in te leveren. Dat had ook gekund door klanten te lokken met een kortings- of tegoedbon voor nieuwe producten, zoals sommige modeketens doen. Slager: ‘We hebben daar opzettelijk niet voor gekozen: we willen klanten er niet toe aanzetten om meteen weer iets nieuws aan te schaffen.’ Het belangrijkste doel is om klanten ervan bewust te maken dat het kledingstuk dat ze in handen hebben geen wegwerpproduct is.
Wegdam komt weer binnen, gaat zitten en schuift een geel stukje stof naar het midden van de ronde tafel. Het blijkt een waslabel waarin een zwart-witte QR-code is geweven. Die QR-code leidt naar een onlineproductpaspoort, vertelt Wegdam. Dat is een soort digitaal dossier van elk kledingstuk, waarin onder meer te zien is van welke materialen het is gemaakt, hoeveel statiegeld ervoor betaald is en wat de status is van het kledingstuk. Is het bijvoorbeeld doorverkocht, of op weg naar de recyclingfaciliteit? De productpaspoorten, voor New Optimist ontwikkeld door de start-up Candour.Digital, stellen consumenten in staat om de weg van het kledingstuk te volgen. Volgens Wegdam zijn de paspoorten ‘digitaal bewijs’ dat het systeem ook echt circulair is.
Evengoed is er nog geen sprake van een honderd procent gesloten cirkel. De samenwerking met een recyclingpartner bijvoorbeeld is nog niet beklonken. Slager: ‘We willen de recycling het liefst laten doen door een lokale partner in Nederland, of door een van onze garenleveranciers in Portugal. Maar daar geven we onszelf nog wat tijd voor. We verwachten niet dat we de komende drie maanden al kleding terugkrijgen.’ Tot ze hergebruikt kunnen worden slaat New Optimist textielresten en ingeleverde kledingstukken op.
Ook op andere punten zitten er nog mazen in het systeem. Hoewel klanten worden gestimuleerd om gedragen kledingstukken in te leveren, zal het voor velen net zo aantrekkelijk zijn om een kledingstuk zelf door te verkopen. Wegdam: ‘Dat is op zich geen punt, we zijn al blij als het niet wordt weggegooid. We hopen wel dat de verkoper het statiegeld in de verkoopprijs opneemt en het systeem in de advertentie vermeldt.’ Glunderend: ‘Dat zou ik echt te gek vinden, eigenlijk. Zoniet, dan is er altijd nog het waslabel, dat is best opvallend, dus hopelijk komen kopers er anders zelf achter.’
Het statiegeldsysteem van New Optimist is nu nog een uitzondering. ‘Wil het echt werken, dan moet het systeem eigenlijk gelijkgetrokken worden’, zegt onderzoeker Natascha van der Velden, gepromoveerd op duurzame mode aan de TU Delft. Gebeurt dat niet, dan bestaat het risico dat consumenten in verwarring raken. ‘Dat zie je nu al in de uitvoering van de UPV. Mode- en textielbedrijven gaan met de beste intenties van alles uitproberen. Gevolg: iedereen doet iets anders. De een zet een inleverbak in de winkel, de ander elders. De een geeft een kortingsbon uit voor ingeleverde kleding, de ander niet. Daardoor wordt het voor consumenten onduidelijk wat ze nou precies met hun kleding moeten doen.’
Dat is ook een van de grotere problemen met het statiegeldsysteem voor flessen en blikjes: consumenten weten niet altijd wat waar kan worden ingeleverd, en wat je er precies voor terugkrijgt. Van der Velden: ‘Het risico bestaat dat consumenten het product dan toch maar in de prullenbak gooien.’
Het bedrijfsleven doet zelf wel moeite om het inleversysteem effectief in te richten. Zo is er een Stichting UPV Textiel, opgezet door brancheorganisaties Modint en INretail, die zich richt op de gezamenlijke ontwikkeling van een landelijk dekkend innamesysteem voor textiel en kleding. Wegdam en Slager doen intussen hun best om andere kledingbedrijven bij hun statiegeldsysteem te betrekken. Van der Velden denkt dat dat voor andere merken aantrekkelijk kan zijn, maar dat het zeker voor gevestigde bedrijven een uitdaging kan zijn om het systeem in hun huishouding te integreren. ‘Toch denk ik wel dat het iets teweeg gaat brengen. Bedrijven zullen er in elk geval over gaan nadenken.’
Het statiegeldsysteem van New Optimist is dus vooral een eerste stap in de goede richting, vindt Van der Velden. ‘Het is altijd even kijken of zoiets uitpakt als gepland, maar ik vind het positief dat er op deze manier aandacht komt voor het feit dat kledingstukken geen wegwerpartikelen zijn, maar dat ze waarde hebben.’
In het klaslokaal wijst Slager om zich heen naar de volgehangen rekken. ‘Van deze kleding zullen we vast niet meteen honderd procent terugkrijgen. Maar het gaat ons er vooral om dat we consumenten de kans geven hun kleding in te leveren en daarmee écht bij te dragen aan circulariteit.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden