N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Zelden heeft een kunstenaar zoveel zelfkritiek geuit als Woody Allen, nu 87 jaar oud. Voor de première van zijn film Coup de Chance op het Filmfestival van Venetië keek hij kritisch achterom naar zijn oeuvre.
„Ik had alle voordelen. Ik verdiende geld, ik had volledige artistieke vrijheid, ik kon precies de films maken die ik wilde, de een na de andere. Ik heb een paar goede gemaakt, maar geen meesterwerken. En omdat ik geen meesterwerk heb gemaakt, heb ik het gevoel dat ik mezelf teleurgesteld heb. Iemand die mijn kansen had, had twee of drie meesterwerken moeten maken.”
Dat zegt de regisseur van onder andere Annie Hall, Interiors, Hannah and Her Sisters, Another Woman en Manhattan, in mijn beleving allemaal meesterwerken, maar wie ben ik? Geen Woody Allen.
Wat is trouwens een meesterwerk? Wie bepaalt dat? Festivaljury’s, de filmkritiek, de kassa, de kunstenaar zelf? Of moet iedere bioscoopganger dat maar zelf uitmaken? In het laatste geval wil ik op een speelfilm wijzen die vorig jaar niet goed genoeg werd bevonden voor de Nederlandse bioscopen: The Maiden, het debuut van de Canadese regisseur Graham Foy. Ten onrechte, vond Eye Filmmuseum, dat hem met enkele andere films alsnog vertoont onder het motto ‘Previously Unreleased’; deze films circuleren nu ook in andere theaters.
De filmcritici reageerden positief op The Maiden – dankzij hen ging ik ook zelf kijken – maar hun stukjes vielen niet erg op in de publiciteit voor andere films. Nergens las ik een interview met Foy. Jammer, want ik vond het een prachtige film – Woody Allen had er zich niet voor hoeven schamen.
The Maiden gaat op een indringende manier over rouw, zoals die door jongeren kan worden ervaren. De film speelt zich af in Calgary, een van de grootste steden van Canada. Foy groeide er zelf op en was een fanatieke skateboarder. Dat geldt ook voor twee van zijn hoofdpersonages, de adolescenten Kyle en Colton, die de stad en de omgeving op hun skateboard verkennen. Kyle is de extraverte durfal, Colton de bescheiden vriend. Kyle komt in zijn overmoed onder een trein, Colton vindt nauwelijks iets van hem terug, afgezien van één sportschoen, en dreigt kapot te gaan aan het verdriet.
Hun vriendschap is fraai gevisualiseerd in allerlei actiescènes: de mooiste is die waarin de jongens het lichaam van een dode, zwarte kat op een vlotje binden en de rivier laten afdrijven. Maar Foy weet ook wat verstilling is als hij Colton vertwijfeld zoekend door het landschap laat dwalen.
Daarna neemt de tot dan zeer realistische film een wending als Colton het dagboek van een klasgenote, Whitney, vindt. Whitney was door een schoolvriendin in de steek gelaten en vervolgens voorgoed verdwenen. Foy brengt die twee verhaallijnen samen en laat zelfs zien dat de twee verdwenen jongeren, Kyle en Whitney, elkaar in een andere werkelijkheid ontmoeten. Welke werkelijkheid? Misschien het hiernamaals, opperde de filmcritica van Trouw. Ik houd het op de fantasie van de eenzaam achtergebleven Colton. Hij doet aan ‘wishful dreaming’, vermoed ik. Daarom ook springt die zwarte kat in de slotscène springlevend in zijn armen; de ontroerendste kattenscène die ik ooit zag.
Sorry, ik moest hierboven veel ‘spoilen’, maar neem van mij aan: die film kan er goed tegen.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC