Onderwijshuisvesting lijkt geen sexy politiek onderwerp te zijn. Het is complex, duur en wordt door veel betrokken partijen in de keten als een lastige klus ervaren. Voor een gebouw er staat, heeft een kind de basisschool al doorlopen. Terwijl goede onderwijshuisvesting essentieel is voor het bieden van goed onderwijs.
Waar een ambtenaar recht heeft op een goede werkplek van 25 vierkante meter moeten basisschoolkinderen het doen met 5,03 vierkante meter per kind in een gebouw dat voldoet aan het bouwbesluit van het bouwjaar (bijvoorbeeld 1922). Ook is het bijzonder dat 390.000 onderwijsmensen in Nederland geen recht hebben op dezelfde arbo-verantwoorde werkplek die op andere plekken verplicht is. Zo heeft 31 procent van de onderwijsgebouwen een label G , waar kantoren een label C moeten hebben.
Over de auteur
Bart de Grunt is bestuurder van mijnplein, een stichting die achttien basisscholen in de regio Salland onder haar hoede heeft.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Hoe kan het dat de politieke wil om een al decennia-slepend probleem op te lossen ontbreekt? Ook de leden in de Tweede Kamer hebben toch (klein)kinderen of kennissen in het onderwijs? Waarom is het gemiddelde gemeentehuis in Nederland van zoveel betere kwaliteit dan de scholen waarvoor diezelfde gemeente een wettelijke verantwoordelijkheid heeft? Mijn aanname: we snappen het gewoon niet.
Eén van de redenen is namelijk de complexiteit van de wet- en regelgeving die hiermee gepaard gaat. De Wet op het Primair Onderwijs schrijft voor dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de bouw van scholen, terwijl de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de exploitatie en het gebruik van de gebouwen. Dit kan leiden tot spanningen tussen gemeenten en schoolbesturen. En tot onduidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is als schoolgebouwen vernieuwd moeten worden, omdat schoolbesturen gebouwen niet ‘levensverlengend’ mogen onderhouden.
Het Rijk lijkt helemaal buitenspel te staan. Dit is echter niet waar. Gemeenten ontvangen financiële middelen in hun algemene uitkering uit het Gemeentefonds voor de bouw van scholen, maar ze zijn vrij dit geld naar eigen inzicht te besteden. Ze wegen onderwijshuisvesting daarbij af tegen hun andere taken en verantwoordelijkheden.
Een keuze die volledig legitiem is, maar die onderwijshuisvesting naar een heel ander politiek niveau tilt: die van de zogenoemde ‘doordecentralisaties’ van bijvoorbeeld WMO en Jeugdzorg (met bijbehorende bezuinigingen) vanuit het Rijk. De discussie is dus wel degelijk op Rijksniveau te voeren.
De Rijksbouwmeester begon in 2009 met waarschuwen dat het binnenklimaat van scholen onder de maat is. De Algemene Rekenkamer gaf in 2016 aan dat de financiering één van de grote knelpunten is van onderwijshuisvesting. Waar de gemeente gebaat is bij een zo laag mogelijke startinvestering, is het schoolbestuur gebaat bij zo laag mogelijke kosten over de leeftijd van een gebouw.
McKinsey onderzocht ook de bekostiging en liet zien dat het huidige systeem van financiering van onderwijshuisvesting ook nog eens inefficiënt is. Er wordt veel geld uitgegeven aan het onderhoud van verouderde gebouwen. Het Interdepartementaal Onderzoek Onderwijshuisvesting (IBO) bevestigt deze bevindingen.
Op dit moment ligt er een nieuwe wet ter inzage waarin iets wordt gesleuteld aan verantwoordelijkheden, maar gaat dat het probleem oplossen? Zo gaat het investeringsverbod van tafel en geeft de minister ruimte aan de besturen in het primair onderwijs om geld te besteden aan gebouwen.
Maar dit geld is de laatste jaren opgebouwd in de reserves op basis van (incidentele) personele inkomsten. Bijvoorbeeld voor het Nationaal Programma Onderwijs of om leerkrachten aan de scholen te binden. Het is bedoeld om leerlingen onderwijs te geven en niet om de jarenlange achterstanden in bakstenen op te lossen.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over de ambities: de gemeenten hebben in Nederland in 2019 het klimaatakkoord ondertekend. De afspraak in het Klimaatakkoord is dat in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn. Hoe passen die 9 duizend onderwijsgebouwen daar in?
Ook de schoolbesturen moeten goed naar zichzelf kijken. Waarom kiezen we voor de duurste bouwwijze, waar een gebouw elke keer ‘from scratch’ door architecten en adviseurs wordt bedacht (tot 30 procent van de kosten), terwijl er voor een woonwijk gewoon standaardbouw bestaat?
Is bij schoolbesturen de kennis voorhanden om vastgoed als een serieus thema op te pakken en als partner in de bouw te stappen als je het misschien maar één keer in je carrière doet?
Is er dan geen lichtpuntje? Ja. Ik pleit voor een simpele oplossing. Haal de gemeenten uit het proces en schrijf de investeringen landelijk in 55 jaar af. Geef elk schoolbestuur na 50 jaar een beschikking vanuit het Rijk met 75 procent van een passende normvergoeding voor een gebouw. Laat daarbij het schoolbestuur kiezen uit een aantal gestandaardiseerde concepten voor bouw- en installatietechniek en laat het bestuur met de gemeente kijken op welke wijze het schoolgebouw het beste past in de wijk of dorp en wat er efficiënter kan door bijvoorbeeld sport, cultuur en kinderopvang te koppelen, of scholen samen te voegen.
Laat de school vooral nadenken over toekomstbestendig onderwijs en wat daar ruimtelijk (niet bouwkundig) voor nodig is. Als het (nieuw)bouwproject is afgerond (gemiddeld 5 jaar later) geeft de accountant een akkoord op de bestede middelen en maakt DUO de overige 25 procent over. Op deze wijze wordt met hetzelfde geld de last van onderwijshuisvesting een deugd voor besturen én gemeenten. Bovendien scheelt het buitengewoon veel tijd en energie.
Dit vergt inzet en vertrouwen, maar het zal uiteindelijk leiden tot beter onderwijs en een betere toekomst voor onze kinderen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden