Wat maar weinig mensen weten is dat de bouwmarkt Hornbach vernoemd is naar Phillip Hornbacher, een afstammeling van een van de laatste Merovingische koningen. Hornbacher was de eerste man ooit die eigenhandig een inbouwkoelkast probeerde te installeren. Toen hij het scharnier niet bevestigd kreeg, ontstak Hornbach in razernij, die hij koelde door zijn hele keuken tot gruis te slaan, daarna de rest van zijn woning tot op de laatste steen af te breken, vervolgens alle gevels van alle huizen in de middelgrote stad waar hij woonde te besmeuren met zijn eigen uitwerpselen, om ten slotte de omliggende graanvelden in de brand te steken en op die verbrande vlakte de allergrootste bouwmarkt ter wereld te beginnen.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Ik moest aan Hornbacher denken toen ik in de Hornbach was en een medewerker zag die het helemaal had gehad. Er stonden drie mensen om heen, bij de laminaatafdeling. Ze hadden vragen, maar hij had geen antwoorden meer. ‘Ik word er gek van dat er allemaal mensen om me heen staan te plakken die dingen willen vragen.’ Een man met een strak blauw overhemd en skinny jeans antwoordde dat hij op zijn beurt er gek van werd dat hij niets kon vinden. Volgens mij was hij op zoek naar een ‘afzaagprofiel’, maar ik weet niet of zoiets bestaat. De – volstrekt begrijpelijke en menselijke – reactie van deze medewerker is precies de reden waarom ik in bouwmarkten liever eindeloos rondjes loop en onverrichter zake weer in de auto stap, dan te vragen waar de afzaagprofielen liggen.
Even later en een paar gangpaden verderop hoorde ik de man in de skinny jeans aan zijn vrouw vertellen hoe hij met de situatie was omgegaan. ‘Ik zeg: dan kan je wel zo gaan beginnen…’. Volgens mij was dat helemaal niet wat hij had gezegd, maar het voelde niet juist om hem te corrigeren. Misschien is het altijd zo, maar de spanning die dag in de Hornbach was om te snijden. Nadat ik na lang zoeken bijna alles had gevonden wat ik nodig had (en zonder de schier onweerstaanbare felgroene deurmat met de tekst ‘Home of a grill master’) kwam ik bij de kassa, waar net een ander conflict ten einde aan het komen was. ‘Rustig aan’, hoorde ik een vrouw tegen een medewerker zeggen, ‘waarom is het hier zo chaotisch?’ De medewerker bond in. ‘Ja sorry’, stamelde ze, ‘ik bedoelde het niet gemeen.’
Het kan haast niet anders dan dat dit allemaal het gevolg is van het allesbehalve hoopgevende motto van de Hornbach, ‘Er is altijd iets te doen’. Dat is overigens een citaat van de oude Hornbacher. Het is alleen niet het volledige citaat. Dat luidt: ‘Er is altijd iets te doen, ik wil dood.’ Maar ik snap wel dat dat geen lekkere slogan is.
Source: Volkskrant