Home

Stichting schenkt 1.000 euro per maand aan mensen die het kunnen gebruiken: ‘Ze vragen ons of dit wel voor hen bedoeld is’

De stichting Collectief Kapitaal haalt geld op bij donateurs om vijf mensen maandelijks 1.000 euro te geven. Voor initiatiefnemer Denise Harleman is het vooral een onderzoek naar wat solidariteit betekent. ‘Wat als iemand iets ongezonds met het geld doet, is dat dan mijn verantwoordelijkheid?’

En plots openbaarde zich ‘een bizar naïef idee’. Wat als ze nu honderd mensen bereid zou vinden maandelijks 50 euro in een pot te stoppen, en met dat geld zouden ze vijf mensen die dat goed konden gebruiken een schenking van 1.000 euro per maand geven? Zou dat niet fantastisch zijn?

Dat idee voor zo’n soort basisinkomen – zelf vermijdt ze dat woord – ontstond niet zomaar, vertelt Denise Harleman (37) op een zonnig terras in Rotterdam, de stad waar haar stichting Collectief Kapitaal kantoor houdt. Het was begin 2020, het coronavirus had het land bereikt, de eerste maatregelen waren afgekondigd en staatssecretaris Eric Wiebes had net gezegd dat zzp’ers zoals zij – ze deed projecten in het onderwijs en de theaterwereld – niet op al te veel steun hoefden te rekenen. Ze hadden immers ‘zelf bewust dat risico genomen’. Harleman dacht: ‘Daar ga ik!’

Over de auteur
Rik Kuiper is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland. Hij maakt graag grote reportages en reconstructies, zoals Liefdesbrieven van een kampbeul.

Tegelijkertijd constateerde ze dat iedereen de mond vol had van solidariteit. Een holle kreet, vond ze, ‘want wie moest met wie solidair zijn? Wat betekende dat dan? Wie kon op wie een beroep doen?’

Dit alles zette haar aan het denken. En toen bedacht ze het dus, dat krankzinnige idee om te onderzoeken wat dat nu eigenlijk is, solidariteit, en waar je tegenaan loopt als je werkelijk solidair wil zijn. Met die honderd donateurs zouden ze het daarover gaan hebben en samen zouden ze uitvogelen aan wie het geld vervolgens toekwam. Hoe selecteer je die vijf mensen die acht maanden lang een fors bedrag gestort krijgen? En mag je dan ook eisen waaraan het wordt besteed?

Harleman, die ‘ten diepste’ gelooft dat het mogelijk is ‘een samenleving vorm te geven waarin ieder mens een zeker en waardig bestaan kan opbouwen’, besprak het eerst met haar man en haar beste vrienden. Toen die bereid bleken mee te doen – ‘omdat ze mij leuk vinden’ – begon ze iedereen te bellen die in haar telefoon stond. Daarmee redde ze het niet. ‘Gelukkig begonnen de deelnemers ook zelf mensen te werven’, zegt ze. ‘Het was een sneeuwbal.’

‘Sommigen vonden dit het slechtste idee ooit, vooral omdat niet duidelijk was bij wie het geld terecht zou komen. Deze mensen geloven dat geld pas impact heeft als er vooraf een plan ligt. Zij zagen dit vooral als interventie. Voor mij is het meer dan dat. Het gaat er vooral om dat we in gesprek gaan met elkaar, om samen onze denkbeelden over geld, bezit en recht te onderzoeken.’

‘Sommige mensen wel. Ze denken bij het geld dat ze geven: dat is mijn geld. Maar zo werkt het niet. We stoppen het in de pot, en dan is het niet meer van jou. Dat is voor sommigen een grote stap.’

‘Sommigen zijn geïnteresseerd in hoe het systeem anders zou kunnen. Er is een groep die het avontuur aan wilde gaan: ‘Wat is dit? Ik wil dit meemaken. Show me!’ En er zijn mensen die graag anderen willen helpen.

‘Met dat laatste motief heb ik moeite. Als je iemand wil helpen, dan zeg je al gauw: jij hebt een probleem en ik help jou. Maar met Collectief Kapitaal willen we mensen ervan bewust maken dat het niet alleen het probleem van de ander is, maar ook jouw probleem. Jouw positie is van invloed op de positie van een ander. Die context moet je meenemen. Anders heb ik moeite met het helpersperspectief.’

Na driekwart jaar had Collectief Kapitaal de honderdste deelnemer binnen. En toen begon het echt. Er volgden bijeenkomsten waar steeds tien deelnemers met elkaar in gesprek gingen, er waren digitale vragenlijsten en digitaal overleg.

Daarbij sprak het collectief uitgebreid over de vraag wie het geld zou krijgen, zegt Harleman. ‘Als je het maar aan vijf mensen kunt geven, hoe kom je dan tot een rechtvaardige keuze, zonder dat je een soort Overheid 2.0 wordt, die allemaal voorwaarden stelt? Uiteindelijk besloten we geen voorwaarden te stellen. Zo kwamen we uit op loting.’

Ook bespraken ze waaraan het geld uitgegeven mocht worden. ‘Mensen wilden weten: wat als iemand iets ongezonds met het geld doet, is dat dan mijn verantwoordelijkheid? Daar zit misschien dédain in, het is paternalistisch, maar er spreekt ook bezorgdheid uit. Uiteindelijk besloten we geen eisen te stellen. Anders blijf je voor de ander praten en voor de ander denken.’

‘Dit kwam voort uit het idee dat we bestaanszekerheid voor iedereen wensen. Daarom mag iedereen zich aanmelden. Al zijn er wel beperkingen. Zo blijkt het moeilijk mensen in de bijstand 1.000 euro te schenken zonder dat ze op hun uitkering gekort worden. We hebben bij het ministerie van Sociale Zaken aangeklopt, maar het wilde geen uitzondering voor ons maken. Dan ben je klaar.’

‘Mensen bellen ons geregeld om te vragen of dit wel voor hen bedoeld is, of zij het wel verdienen, en of anderen er niet meer recht op hebben. Zo ontstaat een dialoog. Want ja, wanneer verdien je zoiets? Mijn collega zei laatst tegen iemand: als je voelt dat je dit nodig hebt om iets in je leven te veranderen, dan mag je jezelf dit gunnen. Daar gaat het volgens mij om.’

‘Ze zijn niet direct blij. Ze willen eerst weten: welke risico’s loop ik? Dat spreken we allemaal met ze door. Wat betekent het voor je toeslagen, voor je kindgebonden budget? Pas daarna komt de vreugde. Aaaaah! Na de toeslagenaffaire durven mensen geen geld meer te ontvangen. Ze durven geen toeslagen meer aan te vragen, en soms ook geen bijstand.’

Die angst klinkt ook door in het verhaal van Marina, een van de ontvangers in Amsterdam. Ze wil niet met haar achternaam in de krant. ‘Je denkt dat het niet klopt’, vertelt ze. ‘Je krijgt nooit gratis geld in Nederland.’

Uiteindelijk beschouwde ze het als ‘een geschenk van God’ en besloot ze er winterkleding voor de kinderen van te kopen, een schuld mee af te betalen en voor het eerst in jaren weer eens in een restaurant te gaan eten. ‘Ik ben heel dankbaar’, zegt ze.

Vervolgens gaf de schenking haar de rust om na te denken wat ze echt wil in het leven. Ze besloot een opleiding te volgen. Nadat de maandelijkse schenking was gestopt, vond ze een baan. ‘Het betaalt niet veel, maar ik vind het hartstikke leuk en ik kan ervan rondkomen.’

Volgens Harleman heeft het project het leven van de ontvangers positief beïnvloed. ‘Ze zeggen dat ze zich gezien voelen. Iemand zei: ik heb nu een bloeiende zzp-praktijk, ik kan helemaal zelf rondkomen en voel dat ik weer deel uitmaak van de maatschappij. Collectief Kapitaal was een scharnierpunt op een belangrijk moment in hun leven, zeggen ze.’

‘Zeker. Het heeft hun kijk op de wereld veranderd. Veel mensen zijn in hun omgeving andere gesprekken gaan voeren. En anders gaan handelen. ik ken iemand die haar huis niet aan de hoogste bieder heeft verkocht, maar aan iemand die in de wijk wilde blijven wonen.’

‘Het idee dat we aan honderd mensen elk 50 euro per maand vragen, heeft tot te veel homogeniteit geleid. We kregen alleen deelnemers die dat geld konden missen. Dat passen we aan nu we nieuwe collectieven opstarten. Nu kun je ook minder geld doneren, of juist meer. Maar je kunt ook op een andere manier bijdragen. Als je goed kunt tuinieren, of iets doet met financiën, of je hebt zelf in de schulden gezeten en wil daarover met anderen praten.’

‘Dat verhaal van Marina. Zij zei tegen me: ik heb eindelijk het gevoel dat ik recht van bestaan heb. Dat laat zien dat sommige mensen zich onteigend voelen van hun plek in de samenleving. Ze hebben een nulurencontract, kunnen geen kinderopvang betalen, zitten voortdurend in de knel.’

Fel, met tranen op de ogen: ‘We zijn mensen met een bulldozer aan het verdrukken. Niet alleen de overheid, iedereen die niet de straat opgaat. Waarom gaan we niet met z’n allen de straat op?’

‘Ik weet het niet. Misschien zijn we het vanzelfsprekend gaan vinden. Misschien vinden we het niet onze verantwoordelijkheid. Misschien onderschatten we onze veranderkracht. Natuurlijk is het ook de verantwoordelijkheid van de overheid. Maar daarom mogen we ons nog wel afvragen: vind ik het oké, zoals het nu gaat?’

‘Dat is niet de reden geweest om dit te gaan doen. Ik begon ermee uit nieuwsgierigheid. Maar goed, uiteindelijk kun je dit niet los zien van mijn eigen leven en hoe ik ben gevormd als mens.

‘Ik heb ooit met mijn inmiddels overleden vader besproken wat ik hierover in het openbaar kon zeggen. Hij zei: als jij kunt voorkomen dat er nog één mens de walk of shame moet lopen die ik liep toen ik bijstand moest aanvragen, gooi het dan allemaal maar op tafel.’

‘Niet veel. Mijn verhaal doet geen recht aan al die vormen van bestaansonzekerheid. Ik heb er maar een fractie van meegemaakt. Het enige wat ik erover wil zeggen is dat het niet hebben van geld zo veel druk uitoefent op een gezin – dat kun je niet in woorden vatten.

‘Heb je de film Sorry We Missed You gezien, over een pakketbezorger? Daarin komt alles bij elkaar: hard werken voor te weinig geld, de spanning op het gezin. En bedenk dan: wij krijgen allemaal pakketjes, dus wij zijn allemaal onderdeel van dat systeem van onderdrukking. Wij houden het in stand.’

Na een lange stilte: ‘Ik weet het gewoon niet. Er is nog zoveel te leren en te ontdekken. Wat voor ons het allerbelangrijkst is, is dat we die systeemverandering in de samenleving in gang zetten.’

‘Wij kunnen als piepkleine organisatie niet het hele systeem op alle niveaus veranderen. Wat wij doen is mensen samenbrengen, elkaar alert houden en de juiste vragen stellen. We zijn een luis in de pels, een bevrager, een inspirator. En op een gegeven moment is het aan de wereld om iets met onze ideeën te doen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next