Van de ene op de andere dag verkeert de Partij voor de Dieren in crisis. De aanpak van het bestuur roept grote vragen op.
De Partij voor de Dieren kent in beslotenheid haar gelijke niet. Zo uitgesproken als de partij is over de strijd om een waardig bestaan voor al het leven op aarde, zo naar binnen gekeerd is ze zodra het gaat om verenigingszaken.
Het nadeel van die strategie is dat onderhuidse conflicten kennelijk lang kunnen voortwoekeren. Dat Esther Ouwehand niet bij iedereen in de partij goed ligt, is sinds 2010 een publiek geheim. Toen werd ze afgeserveerd als de nummer twee van de lijst – achter partijoprichter Marianne Thieme – zonder dat het partijbestuur daar een reden voor gaf. Ouwehand vocht terug, kreeg de leden achter zich en heroverde haar plek. Zeker is dat ze destijds ook in de clinch lag met Thieme, maar naar buiten toe werden de rijen weer gesloten. Toen Thieme in 2019 stopte om plaats te maken voor Ouwehand, leek de vrede getekend.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Totdat zaterdag de bom barstte en het partijbestuur vanwege een ‘mogelijke integriteitsschending’ een streep zette door Ouwehands lijsttrekkerschap. Opnieuw legt Ouwehand zich daar niet bij neer. En opnieuw zijn beide partijen nogal spaarzaam in de mededelingen over de aard van het conflict. Maar uit de brief die Ouwehand rondstuurde in de partij, stijgt de echo uit 2010 op. Een deel van het dispuut destijds ging over transparantie en bestuurscultuur: Ouwehand vond de partij te gesloten en te weinig democratisch georganiseerd, met te weinig inspraak voor de leden.
In haar brief gaat het nu opnieuw over ‘ondemocratische werkwijzen’ van het bestuur, zoals de marsorder dat alle lokale fracties de oppositie in moesten. Ouwehand vindt dat zoiets niet centraal kan worden opgelegd. Uit de vele steunbetuigingen die zij sinds zaterdag ontvangt, blijkt dat ze een gevoelige snaar raakt. En als dit inderdaad de kern van het conflict is, staat het bestuur niet erg sterk.
Het probleem is dat we dat niet zeker weten, omdat het bestuur niets zegt. Behalve dan die ene mededeling over ‘signalen van schendingen van integriteit’. Daarmee ligt de suggestie op tafel dat Ouwehand zich heeft misdragen en dat er heel wat meer aan de hand is dan een verschil van inzicht. Wie zoiets beweert in een persbericht, moet heel sterk in z’n schoenen staan. Er is immers geen effectievere manier om iemand zwaar te beschadigen.
Vooralsnog is het niet Ouwehand die iets heeft uit te leggen.
Source: Volkskrant