Dilan Yesilgöz gaf vrijdag bij Op1 haar eerste grote interview als VVD-lijsttrekker. Presentator Sven Kockelmann wilde meteen een misverstand uit de wereld helpen: dat oud-VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff ook aan tafel zat, was stom toeval. Die was al weken geleden samen met Gert-Jan Segers uitgenodigd om over hun podcast te praten. Zoiets kun je natuurlijk niet afzeggen.
Toen Yesilgöz met droge ogen beweerde dat bestaanszekerheid een ‘klassiek VVD-thema is’, glimlachte Dijkhoff even om daarna wijselijk zijn mond te houden. Een dag eerder stak WNL-presentator Rick Nieman zijn bewondering voor Mark Rutte niet onder stoelen of banken. Hij had een fragment uit 2012 meegenomen waarin Rutte tegenover Emile Roemer loog over verhoging van het eigen risico. Dat vond Nieman ‘ontzettend slim’.
Als ik Op1 kijk, bekruipt me regelmatig het gevoel dat ik naar een parodie op een talkshow zit te kijken. En eigenlijk is dat ook zo. Om dat te begrijpen moeten we terug naar de jaren negentig. Dat de publieke omroep toen een overwegend progressieve signatuur had, wil ik best geloven. Zelf was ik nog vooral bezig met duo’s als Carlo & Irene, Rembo & Rembo en Samson & Gert, maar dat Sonja Barend, Marcel van Dam, Jack Spijkerman en Hanneke Groenteman niet overliepen van rechtse sympathieën, kon een kind ook nog wel inschatten. Televisiemakers met een ander wereldbeeld hebben de teneur van die tijd ongetwijfeld als verstikkend ervaren. Daar wil ik niets, of in elk geval weinig aan afdoen.
Maar vanochtend ontdekte ik bij mezelf de eerste grijze haren. Dat betekent dat mijn kindertijd definitief erg lang geleden is. En intussen is er veel gebeurd. Sinds de moord op Pim Fortuyn in 2002 werd de NPO rechtser en rechtser. Dat begon met zelfcorrectie binnen de Vara, niet immuun voor enig schuldgevoel. Pauw en Witteman waren als de dood om voor links versleten te worden en nodigden naar hartelust rechtse gasten uit. Ook linkse politici werd het vuur aan de schenen gelegd.
Jeroen Pauw, die later in z’n eentje verder ging, kan het nog steeds niet laten om ons op het hart te drukken dat hij écht geen klassieke Vara-man is. Deze week nog stelde hij in Op1 een groot fan van Rutte te zijn, terwijl hij zich eerder deze zomer bij Renze Klamer liet uitnodigen om nog maar eens te benoemen dat hij Frans Timmermans ongeschikt vindt voor het premierschap.
Die onafhankelijke houding leverde goede talkshows op, maar het was bij lange na niet genoeg om het beeld van de linkse NPO te corrigeren. Met name populistisch rechts bleef maar roepen dat het een links bolwerk was, een propagandakanaal waar de rode loper werd uitgerold voor deugmensen die zonder tegenspraak mochten leeglopen. Dat beeld bleef beklijven en dus was er genoeg steun voor nieuwe omroepen die een tegenwicht moesten bieden aan de linkse dominantie. Eerst Powned en WNL en later de schandvlek die Ongehoord Nederland heet.
Maar daarmee was het niet klaar. De kritiek op de vermeend linkse NPO hield aan werd steeds meer een karikatuur. Alsof er dagelijks een vurig pleidooi werd gehouden tegen de witte man, voor de islam en voor ondernemertje pesten. Het is wat rechts vaker doet: linkse standpunten persifleren en dáár dan heel fel tegen zijn: ‘Jullie zijn toch tegen uitsluiting? Waarom sluiten jullie dan PVV-kiezers uit?’, ‘Als het aan links ligt, hebben we straks inkomensafhankelijke krentenbollen. Dat moeten we niet hebben.’
De WNL-uitzendingen van Op1 zijn geen reactie op wat er werkelijk aan de hand was, maar op de karikatuur die daarvan is gemaakt. En dat betekent inderdaad dat we een paar keer per week naar een parodie op een talkshow zitten te kijken.
Source: Volkskrant