Laat mij een plompverloren vraag verkennen, een vraag die elk denkend en voelend mens zichzelf stelt, namelijk: ‘Hoe leef je goed?’ Het is in al zijn naïviteit echt een filosofische vraag – omdat de vraag zich over zichzelf buigt en werkt aan een visie op wat eigenlijk kan tellen als ‘goed’ leven. Het is zo’n vraag waar elke tijd en ieder mens steeds opnieuw zijn eigen antwoord op moet vinden. En dat is geen sinecure!
Zelf vind ik bij het beantwoorden van die vraag een richtlijn bij een van mijn favoriete schrijvers en denkers, John Berger. Berger zegt: ‘Reality is all we have to love’. Om goed te leven, hoef je volgens Berger dus alleen maar de realiteit lief te hebben. Hoe doe je dat, de realiteit liefhebben?
Zelf vind ik dat lastig, als ik denk aan de grote problemen van onze tijd: aan de opwarming van de aarde, aan het verlies aan biodiversiteit, aan de opkomst van autoritaire leiders en aan al die mensen die voor hen juichen, aan die superrijke clans die steeds vaster in het zadel komen te zitten en de wetten en regels zo draaien dat de gang van zaken hen stelselmatig bevoordeelt. Wat is hier aan lief te hebben? Hoe verhoud je je tot die realiteit?
Over de auteur
Marjan Slob is filosoof en schrijver en Denker des Vaderlands. Dit is de rede die Marjan Slob hield bij de opening van het academisch jaar voor de Universiteit voor Humanistiek.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Natuurlijk is die vraag een maatje te groot om te beantwoorden. En filosofie gaat ook niet over antwoorden. Filosoferen is het reageren op een vraag. Ik wil hier aannemelijk maken dat twee bekende reacties op die vraag - zelfgenoegzaamheid en zelfhaat – in ieder geval niet voldoen. En wel omdat zij elk op hun eigen wijze een verkeerde verhouding aangaan met de realiteit.
Als eerste zelfgenoegzaamheid. Het probleem van een zelfgenoegzame houding is dat je jezelf daarbij teveel los zien van de realiteit. Zelfgenoegzame mensen ervaren de realiteit in wezen als een soort schouwtoneel waarmee zij niet werkelijk verbonden zijn. Zij denken dat mensen het goede, het geluk, uiteindelijk in zichzelf vinden.
Die zelfgenoegzaamheid is in veel houdingen en mentaliteiten te herkennen. Bijvoorbeeld in het geloof in een techno-fix: het luie idee dat je niets hoeft te veranderen aan je eigen manier van leven, omdat er wel een technologische oplossing komt om bijvoorbeeld welvaartsziektes of de gevolgen van stikstofneerslag tegen te gaan – een oplossing die anderen bovendien veelal geacht worden te verzinnen.
De bewuste zelfzucht van wellness-rechts valt voor mij ook onder deze noemer; ik doel op mensen die hun best doen om zichzelf te verzorgen en te verwennen, en dat presenteren als hun spirituele bijdrage aan een betere realiteit.
Ook sentimentaliteit is voor mij een voorbeeld van zo’n zelfgenoegzame houding. En dit is een vorm van zelfgenoegzaamheid die mij speciaal interesseert, omdat het gevaar ervan volgens mij onderschat wordt. Sentimentele mensen vinden gevoel belangrijk – en terecht. Maar ze zwelgen in dat gevoel, en in dat zwelgen schuilt het zelfgenoegzame.
Ik weet waarover ik praat, want ik ben zo iemand die zichzelf geregeld een zwelgmoment gunt. Bij een formulefilm biggelen de tranen mij over de wangen – naar ik vermoed precies op het moment dat er ‘kijker snikt’ in het script staat. Een komedie van misverstanden die worden opgelost met een kus: mmm. De slechterik die uiteindelijk te pakken wordt genomen: yes! Een helend gesprek op de rand van het sterfbed: ach..
Bekende scripts wekken op voorspelbare momenten mijn voorspelbare gevoel op.
Sentimentele verhalen bespelen het gevoel. En omdat dit het doel is, maken zij gebruik van bekende patronen, die zij daarmee ook weer bevestigen. Het is veilig voelen. Wat het niet is, is een verkenning van de realiteit. Als je je opent voor de realiteit stuit je namelijk onvermijdelijk op fricties, frustraties en onbegrijpelijkheden. En die passen niet in de formule, want het is onvoorspelbaar welk gevoel die produceren.
Natuurlijk zijn er in het standaardverhaal wel dingen mis – een boef, een misverstand, een ruzie – maar die dingen moet je dan fiksen. Zij zijn een aberratie van de bestaande orde, geen probleem van de bestaande orde, of een anomalie binnen de bestaande orde. Gevoel is belangrijk, jazeker. Maar sentimentele mensen – of mensen in een sentimentele stemming – willen niet zien dat een gevoel je ook in het onbekende kan storten. Zó de realiteit in.
Een voorbeeld van de Amerikaanse intellectueel Teju Cole kan duidelijker maken wat ik bedoel. In The White Saviour Industrial Complex trekt Cole fel van leer tegen rijke supersterren – denk Madonna, denk Angelina Jolie – die elders op de wereld kinderen of dieren of ecosystemen gaan redden. Hij beschuldigt de sterren van een banaal sentiment, omdat hij denkt dat de realiteit voor hen niets meer is dan ‘een probleem dat je oplost met enthousiasme’.
Volgens Cole is het dergelijke sterren te doen om het hebben van een grote emotionele ervaring die hun privileges rechtvaardigt. Hij waakt er overigens voor om geringschattend te doen over dit sentiment. Hij zegt juist diep respect te hebben voor het Amerikaanse sentiment, maar wel, zoals Cole zegt, zoals hij respect heeft voor een gewond nijlpaard: ‘je moet ‘m in de gaten houden, want je weet dat hij je kan vermorzelen.’
Sentiment, de lust om te zwelgen, is niet filosofisch, kritisch, of ethisch. Het is zelfverliefd. Jij hoeft niet te veranderen, niets hoeft wezenlijk te veranderen. Het enige wat er van je gevraagd wordt, is dat je je overgeeft en inzet.
Maar dan maak je jezelf te belangrijk. Sentiment, jouw bewogenheid, is niet altijd genoeg om de realiteit te ‘repareren’. De realiteit ís niet te repareren, dat hele beeld is misplaatst. Het liefhebben van de realiteit, waar John Berger toe oproept, vraagt van je dat je conflict en frustratie verdraagt als onderdeel van je leefwereld.
Sterker: dat je conflict en frustratie erkent als onderdeel van jezelf. Ook jij bent die realiteit. Daar kun je je niet louter goed over voelen. Dat is niet te fiksen.
Die sentimentele kant van mezelf ken ik, en kan ik aardig hanteren. Als ik zwelg, neem ik mezelf gewoon maar niet zo serieus. En ik denk - ik hoop - dat precies die relativering me behoedt voor het gewondenijlpaardengedrag, voor het ‘enthousiaste’, nietsontziende doordrammen waar Cole zo beducht voor is.
Moeilijker kan ik omgaan met het hedendaagse besef dat ik behoor tot een groep die het web beschadigt waar ze deel van uitmaakt. De enormiteit van de ecologische ramp die we over onszelf en een heleboel andere wezens afroepen, vliegt me geregeld naar de keel. En mij niet als enige, getuige de golf aan boeken dit jaar van Nederlandse collega-filosofen als Lisa Doeland, Wouter Kusters en Jan Drost over hoe om te gaan met de ‘langzame catastrofe’ van de klimaatverandering.
Het is behoorlijk pijnlijk om die realiteit onder ogen te zien. Soms is het moeilijk om niet tot de conclusie te komen dat het web van het leven beter af zou zijn zonder ons. Voor mij is de vraag: hoe voorkom je dat je ten overstaan van die realiteit vervalt in somberheid en zelfhaat?
Ik denk door te begrijpen dat er onder die zelfhaat een soort reinheidsfantasie ligt. Zelfhaat is eigenlijk het negatief van het sentimentele zwelgen: ook zelfhaat maakt zichzelf te belangrijk en te eenduidig. Waar de zelfgenoegzame groep de nadruk legt op het fiksen, legt de zelfhaatgroep de nadruk op het drama van het falen. Maar beide negeren een reëel gegeven: wie leeft, maakt vuile handen.
‘Iedereen zal vanaf de geboorte geweld moeten verdragen’, schreef de hypersensitieve filosoof Simone Weil. Leven ís in zekere zin een vorm van geweld. Het is een voorwaarts brekende kracht, die neemt. Door jouw bestaan kunnen andere wezens niet bestaan. Om te blijven bestaan zul je ander leven tot je moeten nemen.
Het maakt daarbij zeker wel uit hoeveel je neemt, en of dat plantaardig of dierlijk leven is, maar het basisprincipe blijft dat leven deelnemen is aan geweld. Daar kun je je niet van verschonen. Waar het om gaat, is je ogen te openen voor die realiteit, en voor jezelf te bepalen hoe je met dat levensgeweld verbonden bent, als dader en als slachtoffer.
Hoe doe je dat in het dagelijks leven? Zelf heb ik veel gehad aan de woorden van Michael Braungart, die man van cradle-to-cradle. Toen ik Braungart ooit sprak, hield hij me voor: ‘Probeer vooral je ecologische voetafdruk te beperken, maar houd het verder een beetje praktisch. Je hoeft je er niet voor te schamen dat je bestaat!’ Inderdaad. Schaamte dat ik leef is misplaatst. Ik leef. Dat is ook een wonder. Laat me mijn leven vieren zolang ik er ben, laat me deelnemen aan die grote, geweldige, gewelddadige kracht van het leven.
Sinds die opmerking van Braungart daagt het me dat het misschien wel een soort hovaardigheid is om al dat schuldgevoel op je te laden. Je kunt niet verantwoordelijk zijn voor alle pijn in de realiteit. Als je dat wel doet, snap je ook je eigen plaats niet, en maak je jezelf ook te belangrijk. In feite leun je dan op de christelijke rentmeestergedachte: alsof jij plaatsvervangend verantwoordelijk bent voor de schepping.
Die gedachte miskent wat mij betreft de realiteit. Wij zijn niet de hoeder van dat levende web – ook dat is een verkeerd beeld. We zitten er middenin. Samen met allerlei andere levende wezens.
‘Reality is all we have to love’, zei John Berger. Ik constateer dat dit liefhebben in ieder geval van je vraagt dat je frustratie en frictie accepteert, teneinde niet in de val van het sentiment te trappen. Maar het vraagt net zo goed dat je de consequenties van je levensdrift accepteert, zonder daarbij te vervallen in zelfhaat.
Hoe je dat doet, de realiteit liefhebben, is een vraag waar ieder van ons al levende een eigen reactie op toont. De realiteit is groter dan ons, en zal altijd aan onze woorden ontsnappen. Ik vind dat persoonlijk een troostend idee, want het betekent dat we ook altijd nieuwe woorden kunnen vinden om de realiteit op een nieuwe manier zichtbaar te maken. En dat is voor mij een ethische vraag.
Wat wil wil je bekrachtigen in het weefsel waarin je je bevindt? Wat wens je daarin te waarderen? Wat wil je daarin doen oplichten? Zeg het! Leef het! Spreek elkaar in klare taal aan op wat je voor jezelf, elkaar en de wereld hoopt. Ik denk dat we naar zo’n publiek gesprek snakken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden