Home

Eerst Ronaldo, toen Neymar en nu ook Van Crooij (Sparta) naar Saoedi-Arabië: het abnormale is normaal geworden

Opportunistisch omarmt een groot deel van de voetbalwereld de Saoedische voetbalambities. De pijnpunten worden voor het gemak terzijde geschoven of gerelativeerd. De potentiële, ontwrichtende invloed op de hele voetbalwereld is enorm.

De levens van Cristiano Ronaldo en Gerard Nijkamp mogen ver uit elkaar liggen, sinds deze week hebben ze één ding gemeen. De technisch directeur van Sparta en de stervoetballer zijn allebei blij met hun rol in de stormachtige opkomst van de Saudi Pro League.

‘Ik was de pionier van dit alles en ik ben er erg trots op’, zei de Portugese ster, die eind december voor Al Nassr tekende en het pad effende voor tientallen andere voetballers. Onder wie Vito van Crooij (27). Hij verruilde Sparta voor Al Wehda.

Over de auteur
Dirk Jacob Nieuwboer is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal. Hij was eerder correspondent Turkije en politiek journalist.

‘Heel erg mooi’, noemde technisch directeur Nijkamp die transfer deze week. Ook Sparta is een voorloper: als eerste Nederlandse club is het gelukt een speler te verkopen aan de ‘nieuwe markt’. Dat, zei Nijkamp, ‘maakt ons als club trots’.

Het laat zien hoe snel de voetbalwereld zich aanpast aan een nieuwe realiteit. Waar voetballers en trainers vroeger slechts na hun sportieve hoogtepunt – en vaak enigszins beschaamd en bekritiseerd – naar ‘de zandbak’ trokken, kloppen spelers, coaches en clubs zich nu op de borst vanwege hun bijdrage aan het meest ambitieuze voetbalproject in tijden.

Clubs uit de Saudi Pro League gaven deze zomerse transferperiode 850 miljoen euro uit aan transfergelden. Dat is veel minder dan de Engelse Premier League (2,4 miljard euro), de rijkste nationale voetbalcompetitie ter wereld, maar meer dan elke andere. Inclusief de Bundesliga, de Seria A, de Ligue 1 en La Liga.

‘Iedereen dacht dat ik gek was’, zei Ronaldo deze week. ‘Nu is het normaal om in de Saoedische competitie te spelen.’ In een mum van tijd, en met behulp van heel veel geld, is het abnormale genormaliseerd. Zo snel dat de pijnpunten voor het gemak terzijde worden geschoven.

Zo waren LHBTI-fans van Liverpool verbijsterd dat Jordan Henderson een lucratief contract tekende bij Al Ettifaq, waar ook zijn oud-ploeggenoot Georginio Wijnaldum onderdak vond. Hun oud-aanvoerder gold als een oprecht pleitbezorger van homorechten, nu speelt hij in het autocratisch bestuurde land waar homoseksualiteit verboden is, vrouwen niet dezelfde rechten hebben en waar het regime niet of nauwelijks kritiek toestaat.

Henderson worstelde er openlijk mee in een pijnlijk confronterend interview met The Athletic. ‘Is het niet positief dat ik daar heen ga met mijn opvattingen en waarden? Dat wil ik graag denken.’ Anderen zien het probleem niet eens. ‘De vrouwen lopen daar gewoon over straat’, vond de Belgische international Yannick Carrasco. ‘Het is een mooi land.’

Of ze gooien het over de relativerende boeg. ‘Ik denk dat er zoveel verkeerd is in de wereld, niet alleen daar’, vindt bondscoach Ronald Koeman. ‘Als je echt rechtlijnig bent, dan denk ik dat je meerdere plekken zou moeten ontzien.’

Maar juist Saoedi-Arabië is een speciaal geval. Vanwege de mensenrechtensituatie, die volgens organisaties als Amnesty en Human Rights Watch uitzonderlijk slecht is. De staat, die daarvoor verantwoordelijk is, is ook de grote motor achter dit voetbalproject. En de potentiële, ontwrichtende invloed op de hele voetbalwereld is enorm.

De riante salarissen van de spelers zijn alleen maar mogelijk dankzij de steun van die staat. Het Saoedische investeringsfonds PIF, met een geschat vermogen van 600 miljard euro, bezit sinds dit voorjaar 75 procent van de aandelen van de clubs Al Nassr, Al Hilal, Al Ahli en Al Ittihad. Ook andere clubs die veel hebben geïnvesteerd, worden gesponsord door staatsbedrijven.

De invloed van Golfstaten op het Europese voetbal is al enorm. Bij PSG deelt Qatar de lakens uit, Abu Dhabi maakte van Manchester City een winnaar van de Champions League. Hetzelfde staatsinvesteringsfonds PIF bracht Newcastle United weer terug aan de Engelse top en er is vrijwel geen Europese topclub die geen sponsorgeld ontvangt van een staatsbedrijf uit de Golfregio.

Maar de koopwoede van Saoudi-Arabië op de spelersmarkt is een volgende stap: gesteund door de staat werpt een competitie uit de Golf zich op als directe concurrent. ‘We zagen een soortgelijke aanpak in China’, suste de hoogste baas van de Europese voetbalbond Aleksander Ceferin. Het smijten met miljoenen stopte daar even snel als het was begonnen. ‘Dit interesseert vooral de media, maar niet de Europese voetbalgemeenschap.’

Het Saoedische geld zet de verhoudingen in Europa echter meer op scherp dan de Chinezen destijds deden. Ongeveer de helft ervan ging naar Engelse clubs en PSG (Neymar), voor spelers die ze best kunnen missen. De rijken zijn dus nog rijker geworden. Minder gelukkigen morren al over oneerlijke concurrentie.

Het lijkt er bovendien sterk op dat Saoedi-Arabië dit langer kan volhouden dan China. Het land heeft al een voetbalcultuur en de plannen maken deel van een langetermijnvisie om de economie minder afhankelijk te maken van de olie. En er is een krachtige bondgenoot: voetbalfederatie Fifa, die het WK voor clubs belangrijker en lucratiever wil maken.

Daarvoor zijn meer sterke clubs nodig die niet uit Europa of Zuid-Amerika komen. Saoedi-Arabië op zijn beurt wil het WK voor landenteams organiseren. De kandidatuur voor 2034 lijkt een kwestie van tijd. Tegen die tijd zal niet iedereen even trots zijn.

Source: Volkskrant

Previous

Next