Home

‘Het beste onderwijs vind je op zwarte scholen’

Kleurrijke basisscholen hebben ten onrechte een negatief imago, vindt basisschooldirecteur Cordula Rooijendijk, zelf werkzaam op een gemengde school in Amsterdam-Oost. Ze schreef een boek over de lessen die ze leerde, zoals: verbied witte scholen.

In de zomer van 2018 bezocht basisschooldirecteur Cordula Rooijendijk (49) een school in de Amsterdamse Indische Buurt, met leerlingen uit alle windstreken. Het bezoek was bedoeld om de kwaliteit van het onderwijs te bekijken en te bespreken. Als directeur van een montessorischool met uitstekende inspectiebeoordelingen zou ze wel wat tips kunnen geven, dacht Rooijendijk. Dit was immers een ‘zwarte school’, het type school dat geregeld de media haalt vanwege nijpende lerarentekorten, chaotische toestanden en leerlingen met gedragsproblemen.

Toen Rooijendijk het klaslokaal naderde waar ze een rekenles van groep 7 zou bijwonen, werd dat beeld bevestigd. Bij binnenkomst deed een kind alsof het een ander kind een karatetrap gaf. Drie meiden keken vanaf een afstandje toe, smiespelend vanachter hun handen met zuurstokroze nepnagels. Het was rumoerig. Niemand ging meteen aan het werk, zoals op haar eigen school.

Over de auteur
Irene de Zwaan is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jongerencultuur en onderwijs

De leerkracht liep intussen stoïcijns door de klas en maakte een praatje met alle kinderen. Daarna liep ze naar voren en verkondigde dat ze wilde beginnen. Het werd in één klap stil. ‘De rekenles begon. Het was een van de beste rekenlessen die ik ooit heb gezien’, schrijft Rooijendijk in haar boek Vijftien lessen die kleurrijke basisscholen ons leren, dat vrijdag is verschenen.

Rooijendijk omschrijft daarin haar bevindingen van de bezoeken die ze afgelopen jaren aflegde aan ‘zwarte’ of ‘kleurrijke’ scholen (ze gebruikt de termen door elkaar), waarmee ze doelt op scholen waar de populatie voor 50 tot 60 procent bestaat uit leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond.

In het boek rekent Rooijendijk af met haar eigen vooroordelen. Ze komt erachter dat leerlingen op kleurrijke scholen helemaal niet ‘zielig zijn’ of ‘niet deugen’, maar juist heel leergierig en gedreven om iets van het leven te maken. Ze ziet hoe deze scholen creatieve en tegendraadse oplossingen bedenken voor het lerarentekort, zoals de invoering van een vierdaagse schoolweek, met op dag vijf burgerschapsonderwijs – gegeven door mensen van buiten de school zonder lesbevoegdheid.

Als ze haar verbazing uitspreekt over het feit dat een zwarte school in Amsterdam-Zuidoost het predicaat ‘excellent’ heeft gekregen, ontstaat er een ongemakkelijk gesprek met de directeur. ‘Ze fronst en zegt: ‘Waarom dacht je dat een zwarte school niet excellent kan zijn?’’ Tijdens de rondleiding die volgt, constateert Rooijendijk dat deze school er in veel opzichten beter in slaagt om onderwijs op maat aan te bieden dan haar eigen montessorischool. Juist vanwege de grote niveauverschillen tussen leerlingen.

Les 6 luidt dan ook: het beste onderwijs vind je op zwarte scholen.

Vijftien lessen die kleurrijke basisscholen ons leren is het vijfde boek van Rooijendijk. Eerder oogstte de gepromoveerd geograaf succes met haar droogkomische dagboekaantekeningen (Een jaar uit het leven van een basisschooldirecteur) en enkele geschiedkundige boeken, onder meer over de ontstaansgeschiedenis van de computer en over stormvloeden.

Dit is haar spannendste boek tot nu toe, zegt ze in haar groene kantoor – overal staan planten – op de eerste verdieping van Op de Kade, een montessorischool in Amsterdam-Oost waar ze directeur is. In de hoek staat de bench van haar hond Lou, die ze twee keer per week meeneemt zodat kinderen hem kunnen voorlezen (goed voor hun leesvaardigheden en goed voor Lou, die dan ‘beter kan chillen’, aldus het briefje op de bench).

Beneden zijn leerkrachten druk bezig met de herinrichting van hun lokalen. Het is de laatste week van de zomervakantie. ‘Ik wist al wel dat ik in een enorme bubbel leef’, zegt Rooijendijk, ‘maar door dit boek ben ik me er nog bewuster van geworden.’

‘Ik vond het ongemakkelijk om te merken dat ik als hoogopgeleide, witte vrouw veel blinde vlekken had, en dus vond ik dat dit verhaal juist vanuit die hoek moest worden verteld. Het is nodig om te zien wat je niet ziet om beter te kunnen handelen. Ik heb dit boek dan ook vooral geschreven voor mensen die niet op kleurrijke scholen werken of hun kind daar hebben, want die mensen weten allang wat voor goeds daar gebeurt.’

‘Met omarmen bedoel ik: wuif het niet weg. Scholen moeten leren hiermee om te gaan. Uit onderzoek blijkt dat jongeren onzeker kunnen worden als de sociale norm – ook wel ‘ladder’ genoemd – op school sterk afwijkt van die op straat of thuis. Ze kunnen het gevoel krijgen hun identiteit kwijt te raken. Vooral jongens hebben hiervan last, omdat de schoolladder feminiener is dan de meest masculiene ladder op straat. Daardoor kunnen loyaliteitsproblemen ontstaan, zoals veel te stoer gedrag op school of jongens die de havo of het vwo niet halen terwijl ze slim genoeg zijn.

‘Van kleurrijke scholen leerde ik dat het belangrijk is om een sterke band met deze leerlingen op te bouwen en ze geen straffen te geven die hun eigenwaarde of zelfvertrouwen schaden, maar juist een beroep te doen op hun schuldgevoel, zodat ze hun gedrag uit zichzelf veranderen. Dus toen ik een islamitische school bezocht en er een jongen in de gang met zijn telefoon bezig was, wat volgens hem mocht van de juf, zei de directeur niet: ik geloof je niet. Hij zei: ‘Als jij dat zegt, dan geloof ik je.’ Toen stopte de jongen zijn telefoon snel weg. De directeur bereikte dus precies wat hij wilde.’

‘Ik had eerst ‘zwarte scholen’ in de titel, omdat directeuren van de scholen waar ik kwam het ook zo noemen. Maar toen ik erover vertelde in een artikel in Het Parool, kwamen daar allerlei reacties op. Mensen zeiden: ik ga het boek met zo’n titel niet eens lezen. Toen heb ik weer contact opgenomen met de directeuren van deze zwarte scholen. Sommigen zeiden: het maakt niet uit. Anderen waarschuwden: doe het niet, want straks gaat je boek alleen nog maar over die titel en dat is nu juist niet de bedoeling. De directeur van de Bataviaschool kwam toen met de suggestie ‘kleurrijk’. Dat vond ik een mooie term, want het heeft een positieve connotatie. Maar dit boek is tegelijk een ontdekkingstocht, dus in de titel mag best zichtbaar zijn dat ik daarin een proces heb doorgemaakt.’

De overstap die Cordula Rooijendijk zo’n drie jaar geleden maakte naar Op de Kade, een gemengde school, was een bewuste keuze. Hiervoor was ze onder meer directeur geweest van een andere montessorischool, met voornamelijk witte kinderen. ‘Ik begon steeds meer in te zien hoe belangrijk het is dat leerlingen leren omgaan met onderlinge verschillen. En dat krijg je alleen goed voor elkaar als de kinderen ook gemengd naar school gaan.’

Op haar huidige school ziet ze dat kinderen ‘op een hele natuurlijke manier’ met elkaar in contact komen. In de klas, maar ook door over en weer bij elkaar te spelen. Idealiter zou het overal zo moeten zijn, maar in de praktijk is het onderwijs tot op het bot gesegregeerd. Neem Amsterdam-Oost, waar haar school staat: dagelijks worden daar kleurrijke kinderen die naar hun gemengde of zwarte buurtschool lopen gepasseerd door kinderen in bakfietsen die op weg zijn naar ‘wittere’ scholen in de naburige wijk.

Zorgelijk, vindt Rooijendijk, want die segregatie draagt bij aan een gepolariseerd klimaat. En juist het onderwijs zou de plek moeten zijn waar kinderen leren accepteren dat iedereen anders is. Het is ook de plek waar geleerd kan worden begrip op te brengen voor elkaars standpunten, hoe ver die ook uiteen liggen. ‘Verbied witte scholen’, luidt dan ook les 3 in haar boek. Dat is praktisch onmogelijk, beseft ook Rooijendijk. Vandaar dat ze graag een oproep doet aan ouders: stuur je kind naar een gemengde school.

Maar ook de scholen zelf zouden volgens Rooijendijk meer kunnen doen om een diverser publiek te trekken. Door hoge ouderbijdragen af te schaffen bijvoorbeeld. Of iets simpels als grote lappen tekst op de website en in de schoolgids te vervangen door illustraties, zodat ook ouders die de Nederlandse taal minder machtig zijn worden bereikt. ‘We hebben de enorm talige website en schoolgids bij ons op school net aangepast.’

Tijdens haar bezoeken aan kleurrijke scholen leerde ze bovendien dat het belangrijk is om alle ouders meer te betrekken bij het onderwijs. Nu zijn het vaak de hoogopgeleide, mondige ouders die klassen- of voorleesouder zijn, terwijl ze op een veel breder niveau van betekenis kunnen zijn. Op een kleurrijke school in de Amsterdamse Dapperbuurt zag Rooijendijk hoe ouders elke ochtend voor de opening van de school samenkwamen om de lunch klaar te maken voor de kinderen op school. ‘De broodbrigade’, noemde een moeder het. De gemeente subsidieert het project vanuit het idee dat ouders op deze manier meer regie krijgen over hun eigen leven en dat van hun kinderen. Bijkomend voordeel: de leerkrachten merken zo eerder op als er thuis iets niet lekker loopt.

Voor dit schooljaar heeft Rooijendijk zich voorgenomen om de ouders die ze nu niet goed bereikt aan te spreken, om te vragen hoe ze meer bij het schoolproces betrokken kunnen worden. Ze neemt een grote slok van haar koffie, zwijgt even en zegt dan: ‘Kijk, ik ben van enorm goede zin en wil aan iedereen denken op onze gemengde school. Maar toch gaat dat niet altijd goed. Een voorbeeld is dat ik ruim een jaar terug het paasontbijt per ongeluk tijdens de ramadan had georganiseerd. Dat is toch té erg?’

‘Ik denk dat het nodig is om op een openbare school te vertellen welke verschillende geloven en kleuren er zijn. Zeker op een witte school is het extreem belangrijk om hieraan aandacht te besteden, want daar ontmoeten mensen met verschillende achtergronden elkaar helemaal niet. Maar erover vertellen is wat anders dan het vieren. Zo vieren we op onze school geen Suikerfeest, maar heb ik wel geregeld dat er volgend jaar op die dag een studiedag voor de leerkrachten is. Je weet namelijk van tevoren dat de kinderen die islamitisch zijn die dag niet naar school gaan, dus die hebben minder onderwijstijd. Als je echt gelijk onderwijs wil, moet je alle kinderen die dag vrij geven.’

‘Van een directeur van een kleurrijke school leerde ik dat het belangrijk is om tijdens de Week van de Lentekriebels en Paarse Vrijdag een ouderochtend te organiseren. Dat ga ik volgend jaar zeker doen. Ouders hebben via de media bepaalde waanideeën opgedaan, omdat ze bijvoorbeeld via Thierry Baudet hebben opgevangen dat kinderen worden aangespoord om na te denken over geslachtsverandering, anale seks, trio’s en dragqueens. Door ze de lessen te laten zien, worden ze gerustgesteld en kunnen ze vragen stellen.’

‘Van vijf conservatieve ouders kreeg ik mails waarin stond dat ze niet wilden dat hun kinderen Lentekriebellessen op school zouden krijgen. Ze wilden zelf voorlichting geven, thuis, op hun eigen manier en op een later moment. Ik ging er met gestrekt been in en legde uit dat we deze lessen al jaren aanbieden en dat het sinds 2012 zelfs wettelijk verplicht is om aandacht te besteden aan weerbaarheid, relaties en seksualiteit. Maar dat hielp natuurlijk niet. Een ouder schreef terug dat haar kinderen dan beter naar een andere school konden gaan waar wel rekening gehouden zou worden met haar normen en waarden. Ik denk dat we dit hadden kunnen voorkomen als ik vooraf had gezegd wat we die week op school deden.’

‘Ja, de directeur van een islamitische school organiseerde de Week van de Diversiteit. Dat ging over alle vormen van diversiteit, ook seksuele diversiteit. Maar daarover werd niets verteld aan de ouders. Alle kinderen kwamen gewoon naar school.’

‘Dat vond ik zo ingewikkeld. Wij zijn een openbare school en ik vind eigenlijk dat school en kerk gescheiden moeten zijn. Om zijn vraag beter te begrijpen, heb ik wat mensen die islamitisch zijn om advies gevraagd. En die zeiden: als hij niet heel streng in de leer is, mag hij ook uitgesteld bidden. Dat wilde ik toch liever, want het bidden was niet in de pauze maar onder lestijd. Dus ik legde het hem voor en hij vond het goed. Maar later dacht ik: stel nou dat hij gevraagd had of hij tijdens de pauze op school mocht mediteren? Daar had ik gevoelsmatig minder moeite mee gehad. Het was weer zo’n blinde vlek waarvan ik niet wist dat die bestond. Dat is toch wel de belangrijkste les die ik zelf heb geleerd van het schrijven van dit boek: je hebt als mens blinde vlekken, dat is een gegeven, en de enige manier om ze te zien is door je te omringen met mensen die andere brillen dragen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next