Wat als mensen niet meer de baas zijn over hun eigen bedenksels? Schrijver Benjamín Labatut legt in De Maniac, over een briljant wiskundige, de blinde vlekken van de wetenschap bloot. Juist de romanvorm is daarvoor heel geschikt, vindt hij. ‘We hebben fictie nodig om de werkelijkheid te begrijpen.’
Nee, zegt schrijver Benjamín Labatut (1980): hij heeft de film Oppenheimer over het Manhattan-project, de geheime Amerikaanse operatie tijdens de Tweede Wereldoorlog die als doel had de atoombom te maken, nog niet gezien. ‘En ik ben dat ook niet van plan, want met regisseur Christopher Nolan weet je het maar nooit.’ Bovendien komt de hoofdfiguur van zijn nieuwe boek De Maniac er toch niet in voor. Die hoofdfiguur is John von Neumann, de Hongaars-Amerikaanse wiskundige die van 1933 tot zijn dood in 1957 verbonden was aan het Institute for Advanced Study in Princeton en die in het Manhattan-project een belangrijke rol speelde. Labatut begrijpt wel waarom Von Neumann ontbreekt, zegt hij: ‘Een personage van dat kaliber kun je er niet zomaar in een bijrol tussen zetten. Hij zou iedereen wegblazen.’
We spreken elkaar via Zoom, Labatut vanuit zijn woonkamer in Santiago de Chile, de hoofdstad van Chili, waar hij met zijn vrouw en dochter woont. Deze maand verscheen de Nederlandse vertaling van zijn nieuwe boek De Maniac. ‘Monsterlijk goed’, ronkt de aanbeveling op het omslag, van de Britse auteur Mark Haddon: ‘Leest als de duistere ontstaansmythe over moderne technologie, maar met het tempo van een thriller.’
Labatut brak in 2020 door met Het blinde licht, over een aantal grote natuurwetenschappers, dat door The New York Times werd uitgeroepen tot een van de tien beste boeken van het jaar; Barack Obama zette het op zijn Summer Reading List. In Nederland noemde Robbert Dijkgraaf het een ‘heel vreemd boek’, maar ook prachtig. De Maniac is misschien nog wel beter: adembenemend, gewaagd, complex en veelomvattend, met als centraal thema het gevaar dat de mens geen baas meer is over wat hij heeft bedacht, van de atoombom tot AI.
Benjamín Labatut is geboren in Rotterdam en woonde van zijn 8ste tot zijn 14de in Den Haag. Nederlands heeft hij in die jaren niet geleerd, behalve dan de woorden die hij nodig had om pannekoeken te bestellen. Labatut zat op een Engelstalige school en dat zou zijn stempel drukken op zijn schrijverschap. Sinds zijn 14de woont hij in Chili, waar hij zijn eerste boeken in het Spaans schreef. In het slotdeel van Het blinde licht maakte hij de overstap naar het Engels, de taal waarin hij ook De Maniac heeft geschreven. Ook dit gesprek wil hij niet in het Spaans voeren maar per se in het Engels.
‘Ik heb altijd in het Engels gedacht, gedroomd en gelezen. Met mijn dochter communiceer ik in het Engels en hier in Chili heb ik contact met mensen met wie ik alleen maar bevriend ben omdat ze Engels spreken. Zoals Borges al zei: Engels is een veel fijnzinniger taal dan het Spaans. Het heeft zó veel termen uit andere talen ingelijfd en bezit een prachtige woordenschat waarmee je iets op heel veel verschillende manieren kunt zeggen. Het is een taal met een schitterende kneedbaarheid. Je kunt alle kanten op met werkwoorden en voorzetsels, je kunt bijvoeglijke naamwoorden op een ongelooflijke wijze op elkaar stapelen. Dat kan allemaal niet in het Spaans.’
‘Het is afschuwelijk, een ware marteling.’
Over de auteur
Maarten Steenmeijer is boekenrecensent van de Volkskrant. Hij is hispanist en vertaler.
‘Dan moet ik een vertaler vinden die ik kan vertrouwen.’ Lachend: ‘Dat is heel moeilijk, want dat zou iemand moeten zijn die net zo goed schrijft als ik, of beter zelfs.’
‘Ik las over hem in Turing’s Cathedral van George Dyson. Mijn aandacht werd getrokken door een uitspraak van de natuur- en wiskundige Eugene Wigner, een goede vriend van Von Neumann: ‘Alleen hij was helemaal wakker.’ Wigner zei dat hij contact had gehad met een heleboel uitzonderlijk intelligente mensen – hij had met Einstein gewerkt, met Von Laue; Paul Dirac was zijn zwager – en dat die allemaal zeiden dat Von Neumann ánders was, iets speciaals had, iets gevaarlijks zelfs.
‘Er was nog een andere uitspraak van Wigner die me intrigeerde. Hij geloofde dat een onverbiddelijk logisch denkende geest als die van Von Neumann hem in staat stelde dingen te begrijpen die de meesten van ons niet kunnen begrijpen of waarvan we het bestaan zelfs niet willen erkennen. Hij zag de wereld niet zoals wij, aldus Wigner, en dat had een grote impact op de wereld.’
‘Zijn bovenmenselijke intelligentie, zijn kille, puur logische, getalsmatige manier van denken. Je verdiepen in Von Neumanns leven en werk, zijn zwakke plekken en zijn genialiteit, en kijken naar de ongelooflijke invloed die hij had op wetenschap, technologie, cultuur en politiek is een manier om na te denken over de wereld waarmee we in de nabije toekomst naar alle waarschijnlijkheid te maken krijgen.
‘Het is alsof de geest van Von Neumann de wetenschap en de technologie binnen is geslopen. Het effect dat computers hebben op de manier waarop we naar de wereld kijken is voor een groot deel terug te voeren op de mens Von Neumann, die ook een van de pioniers van kunstmatige intelligentie was. De ideeën en hypothesen die deze man in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw had, komen nu tot leven. Met Von Neumann kom je oog in oog te staan met een ander soort intelligentie, met een nieuwe visie op de wereld.’
‘Von Neumanns geest en nalatenschap kunnen niet gecondenseerd worden tot één perspectief, dat zou verraad zijn. Naar mijn idee was de enige manier om hem recht te doen via een koor van stemmen, van spoken die rond zijn graf spreken. Zo komen de contradicties ook beter tot hun recht, want dat is wat literatuur zou moeten doen: een paradoxale visie geven, wat het onderwerp ook is.
‘Een andere reden om niet één verteller te gebruiken is dat de lezer zo wordt gedwongen om zelf zijn morele oordeel over de man en zijn werk te vormen. Wel stond mij een bepaald beeld van hem voor ogen: dat van een god in zijn kinderjaren, een nog onbesuisde god die aan het fröbelen is.’
De Maniac begint met het tragische einde van de Oostenrijkse natuurkundige Paul Ehrenfest, die op de ochtend van 25 september 1933 het Amsterdamse Paedologisch Instituut voor kinderen met een aandoening binnenloopt, zijn 16-jarige zoon Vassily door het hoofd schiet en vervolgens het wapen op zichzelf richt. Paul Ehrenfest is op slag dood, zijn zoon leeft – en lijdt – nog uren.
‘Het verhaal van Paul Ehrenfest vertegenwoordigt het denken van vóór de fundamentele ontdekking van de kwantummechanica, waar Ehrenfest zich geen raad mee wist. Die nieuwe theorie versplinterde onze visie op de werkelijkheid en dat gebeurt in het deel over Von Neumann dus met het vertelperspectief.’
In het laatste deel van Labatuts boek staat het bordspel Go centraal, het oudste en moeilijkste spel ter wereld. Het deel doet verslag van het legendarische duel in 2016 tussen de Zuid-Koreaanse Go-kampioen Lee Sedol en het door het bedrijf DeepMind ontwikkelde computerprogramma AlphaGo. De vertelstem is afstandelijk. Labatut: ‘Het is een emotieloze stem, die hoort bij een machine-achtig perspectief dat steeds meer greep op ons bestaan lijkt te krijgen. In het boek staat trouwens dat Von Neumann niet goed was in Go. Dat heb ik verzonnen. Wat wel klopt is dat hij geen goede schaakspeler was.’
‘We leven in een tijd waarin we opnieuw moeten opgroeien. We zijn Von Neumanns kinderlijke onschuld kwijt en moeten vanuit een ander perspectief leren denken. We hebben nu te maken met een kennis en macht die ons begrip te buiten gaan, met alle gevaren van dien. De Maniac gaat over de grenzen van de rede, van ons logisch denken.
‘We dachten dat die manier van denken geen grenzen kende. We waren zo naïef om te veronderstellen dat het zou volstaan om een net van rede en logica over de wereld te werpen. Maar er is zo veel in die rationeel geordende visie dat ons begrip te buiten gaat. Dáár schrijf ik over. Zwarte gaten en kunstmatige intelligentie herinneren ons eraan dat we in een wereld leven waarvan we de complexiteit nooit helemaal zullen begrijpen. In mijn boeken probeer ik twee dingen te doen: de blinde vlekken van de wetenschap blootleggen, en de wereld niet zien – dat is wat de wetenschap doet – maar verbeelden. Zo maak je de wereld weer mysterieus. We hebben fictie nodig om de werkelijkheid te begrijpen.’
‘Nee, ik schrijf meestal in cafés en restaurants. Ik concentreer me gemakkelijker wanneer ik omgeven ben door de chaos van de wereld en niet opgesloten zit in mijn werkkamer. Als schrijver ben je altijd aan het schrijven: wanneer je met andere mensen aan het praten bent, wanneer je slaapt, wanneer je droomt… Schrijven betekent vooral de voorwaarden scheppen om woorden plotseling tevoorschijn te laten komen.
‘De kern van het schrijven is dat je je ratio op nul zet en het onbewuste traint. Dat is het creatieve deel van het proces. Daarna moet je al dat materiaal meedogenloos onderwerpen aan je innerlijke redacteur en dat vereist de eenzaamheid van je werkkamer, waar je hardop leest, luistert en schrapt, schrapt en nog eens schrapt. Eerst laat je de tuin in het wild groeien, daarna ga je snoeien.’
‘In het eerste deel was dat een prachtige tekst van W.G. Sebald uit De emigrés, over een docent van hem die zelfmoord pleegde, net zoals Paul Ehrenfest doet aan het begin van De Maniac. Voor het deel over Von Neumann moest ik voor elke stem apart een inspiratiebron zien te vinden. Bij sommigen, zoals Richard Feynman, was dat niet moeilijk omdat er geluidsfragmenten van hun stemmen bestaan en ik dus op een journalistieke manier te werk kon gaan en hun idioom kon gebruiken. Bij het schrijven van het laatste deel – en met name het inleidende stuk – werd ik erg geïnspireerd door de fantastische Amerikaanse essayist Eliot Weinberger. Voor de beschrijving van het duel tussen Lee Sedol en AlphaGo heb ik veel gebruikgemaakt van journalistieke teksten en hoefde ik zelf niet naar een toon of stijl te zoeken, wat ik wel zo prettig vond.’
‘Nee, ik ben een amateur op dat gebied en dat is maar goed ook, want je hebt als schrijver een soort moedwillige onwetendheid nodig, anders word je afgeleid door de waarheid van de wetenschap. In de literatuur gaat het niet om waarheid, maar om betekenis.’
‘Misschien is het een kwestie van leeftijd, maar ik vind dat boeken – een magische term, die ik liever gebruik dan ‘romans’ – geen troost hoeven te bieden of antwoorden hoeven te geven. Ik heb geen idee hoe de nabije toekomst eruitziet of wat we zouden moeten doen. Niemand weet dat.’
Benjamín Labatut: De Maniac. Uit het Engels vertaald door Dirk-Jan Arensman. Meridiaan; 384 pagina’s; € 26,50.
De Chileense schrijver Benjamín Labatut werd in 1980 in Rotterdam geboren en woonde een deel van zijn jeugd in Den Haag. Zijn derde boek Het blinde licht (2020) werd in vele talen vertaald en stond op de shortlist van de International Booker Prize.
De Nederlandse vertaling van dit boek over leven, werk en impact van baanbrekende wetenschappers als Fritz Haber, Werner Heisenberg en Alexander Grothendieck trok de aandacht van wetenschapper en demissionair minister Robbert Dijkgraaf. Dankzij een gelaagde mengeling van fictie en non-fictie toont Het blinde licht ‘iets wat je anders niet ziet’, aldus Dijkgraaf.
In Labatuts nieuwe roman De Maniac staat de Hongaars-Amerikaanse wetenschapper John von Neumann centraal. Labatut schreef het boek in het Engels. De Nederlandse vertaling is een primeur en ligt een paar maanden eerder in de boekwinkels dan het Engelse origineel.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden