Home

‘In iedereen zit een gekwetst kind dat probeert te overleven’

Ze schreef meerdere bestsellers, won talloze prijzen en is zelfs geridderd, maar dat is allemaal erkenning van het publiek, zegt schrijver Francine Oomen. Serieuze erkenning, van wat ze de literaire elite noemt, bleef uit. De kritische ‘Tang’ in haar hoofd heeft daar moeite mee.

Op zaterdagmiddag, twee dagen voor dit interview plaatsvindt, belt Francine Oomen (63) op: ze maakt zich zorgen over het voorgesprek dat een dag eerder heeft plaatsgevonden met zoon Daan (32), waarbij de indruk is ontstaan dat de Volkskrant niet erg enthousiast is over haar nieuwe boek. Het is een vervolg op haar succesvolle jeugdboekenserie Hoe overleef ik, ze heeft er een jaar kneiterhard aan gewerkt, alles heeft ze gegeven, bérgen moest ze over, en ze heeft de laatste punt nog niet gezet of ze staan alweer klaar met de zeis. Na een nacht knarsetanden vat ze de koe toch maar bij de horens: klopt dat eigenlijk wel?

Het bleek niet meer dan een misverstand.

Twee dagen later, aan tafel in haar boerderij in het Noord-Hollandse dorpje Middelie, zegt Oomen, inmiddels weer haar kalme zelf, dat het niet veel had gescheeld of ze had het hele interview teruggetrokken. Oomen, in rommelbroek en met ongekamde haren omdat er óók nog een misverstand was over het tijdstip van het interview, zet koek en koffie op tafel en zegt: ‘Het mailtje staat nog bij Concepten. Een heel kort mailtje maar, hoor. Tien jaar geleden zou ik dat ook echt hebben verstuurd, maar inmiddels begrijp ik wat er op zo’n moment gebeurt.’

‘Ik word gekaapt. Ik word gekaapt, intern, door een deel van mij dat zegt: ik kan niks, het is ook allemaal bagger wat ik doe. Ik ga uit van de gedachte dat een mens geen mono-mind, maar een multi-mind heeft. Daarmee bedoel ik de stemmen in je hoofd die met elkaar communiceren. Ik heb ook nog andere delen: een deel dat vreselijk kritisch en perfectionistisch is, en tegenwoordig ook een deel dat vriendelijk en ondersteunend is. Maar het deel dat zegt dat ik niks kan, de doemdenker en de zwartkijker, die ik de Zinkende Walvis heb genoemd, díé wordt op dat moment geactiveerd. En die schrijft ook die mail, in een poging mij te beschermen voor de naderende afgang. Al die delen zijn beschermers van wat wel het kwetsbare kind in je wordt genoemd. Hier, ik kan het laten zien, loop maar mee.’

In haar atelier met uitzicht over een weiland, sloten en schapen wijst Oomen op een tekening van de walvis, gisteren getekend. Het dier is boos en dreigend, ernaast staat een tekst die haar werk én Oomen zelf volledig door de modder trekt. Het is bagger en ze kan niks en de Volkskrant vindt dat ook, zie je wel. Oomen: ‘Door op te schrijven wat de Walvis allemaal denkt, door hem te laten vertellen waarvoor hij bang is, werk ik erdoorheen. En stuur ik die mail uiteindelijk niet, wat een hoop brokken scheelt. Maar dan moet ik hem wel eerst helemaal laten uitpraten. Je moet hérkennen dat je bent gekaapt, érkennen door welk deel, ermee in gesprek gaan, ongecensureerd, en als dat is gebeurd en dat deel voelt zich gehoord, net als een echt mens, dan kom ik weer tot mezelf.’

‘Dat was nodig om de Walvis tot bedaren te brengen. Maar ik had al snel door: dit gaat over mij, niet over de Volkskrant. Ik ben blij dat ik al die delen inmiddels redelijk in de smiezen heb, scheelt een hoop gedoe.’

Terug aan tafel: ‘Zulke dingen haken natuurlijk altijd in op een angst die er toch al is. Zien en gezien worden is best wel een ding voor mij.’

‘Dat is ook zo, kijk maar na.’

Vrolijk: ‘Ik ben zelfs geridderd! Maar dat is allemaal erkenning van het publiek. In Nederland is er een kleine literaire elite die behoudend is, en ook wel wat vooringenomen. Ik heb het allang geaccepteerd hoor, maar ik vraag me af of ze ooit de moeite hebben genomen om A: mijn boeken te lezen, en B: met mijn lezers te praten om te horen wat mijn boeken voor hen hebben betekend.

‘Dat maakt me op zich niet zo veel uit, het gaat me om het proces dat erachter zit, dat interessant is: het gaat om het veiligstellen van de eigen positie. Stel dat ze zeggen: die boeken van Francine zijn eigenlijk heel waardevol, dan lopen ze het risico dat collega’s zeggen: wát, hoe kun je dat nou zeggen? En dan worden ze zelf het nest uit gekukeld. Het zijn bolwerkjes die zichzelf in stand houden. Uiteindelijk gaat het steeds weer om vragen die iedereen zichzelf in min of meerdere mate stelt: ben ik wel goed genoeg? Mag ik bestaan? De een maakt zich daarbij klein, de ander blaast zichzelf op. Achter Trump zit misschien ook wel een klein, bang jongetje, Hitler werd als klein kind ontzettend gepest. Niets komt zomaar uit de lucht vallen, in iedereen zit een gekwetst kind dat probeert te overleven.’

In Oomens Hoe overleef ik-serie draait het om Rosa en haar vrienden, die worstelen met typische puberzaken als verliefdheid, populariteit, eetstoornissen, scheidingen van ouders. Het eerste boek verschijnt in 1998, het laatste in 2015. In de tussentijd schrijft Oomen vijftien delen die alle vijftien succesvol worden, tot verfilmingen aan toe. Wanneer de 25-jarige kunstacademiestudent Jurriaan in de zomer van 2022 een TikTokfilmpje maakt waarin hij Oomen vraagt om een nieuw Hoe overleef ik-boek, maar dan over de periode ná het studeren, gaat dat onmiddellijk viraal. Oomen ontvangt ‘een tsunami van mails’ van twintigers en dertigers die dat ook allemaal willen. Om een beeld te krijgen van de problematiek van Gen Z en millennials interviewde Oomen haar oorspronkelijke lezers over volwassen worden in een tijd van sociale media, studieschuld en toekomststress.

‘Allereerst dat ze vaak wat ze mij in vertrouwen vertelden niet deelden met hun vrienden of ouders. Ik denk dat achter veel noodgrepen, verslavingen, depressies en burn-outs eenzaamheid en isolatie schuilt. Ten tweede: er worden veel verkeerde conclusies getrokken. Sommigen schreven bijvoorbeeld dat ze depressief waren en dat dat ‘in de familie’ zat. ‘Mijn moeder heeft er ook last van, mijn oom ook.’ Nee, dacht ik dan, je hebt geen depressie, er zit onverwerkt trauma in de familie, dat doorgegeven wordt. Dáár moet je mee aan de slag.’

‘Nou, dat denk ik niet alleen, dat is een feit. Er is veel onderzoek gedaan, bijvoorbeeld door psychiater Bessel van der Kolk en traumadeskundigen Janina Fisher en Gabor Maté, naar hoe datgene wat er in het leven van je ouders en zelfs je voorouders is voorgevallen, invloed heeft op jouw mentale en fysieke welzijn. Dat heet intergenerationele overdracht. Een bekende uitspraak in de laatste trauma-inzichten is: it didn’t start with you. Burn-out: zelfde verhaal. In één geval ging het om een meisje wier jongere zusje was overleden toen ze heel jong was. Zij wilde dat verlies goedmaken door extra hard haar best te doen voor haar ouders. Daar ligt naar mijn mening de oorzaak van haar burn-out. Niet in het heden, maar in het verleden. Nog één: al die verkeerde studiekeuzes, waardoor zo veel studenten een enorme studieschuld opbouwen. Hoe kan dat?’

‘Door onrealistische verwachtingen, in eerste instantie van zichzelf. Door sociale media lijkt het alsof iedereen de boel op de rit heeft, behalve jij. Plus ons schoolsysteem, dat eigenlijk gewoon een soort dinosaurus is. Dat moet als eerste aangepakt worden.’

‘Er moet een basisvak komen dat over zelfkennis gaat. Over zelfzorg, communicatie, over de vraag: wie ben ik? Wat wil ik, wat kan ik? We leren alleen maar cognitieve dingen. Het gros van de mensen die ik sprak, viel in een zwart gat na de middelbare school. Alsof ze geen bedding meer hadden. Ze moeten ineens alles zelf doen. En tuurlijk hebben jij en ik dat ook gemoeten, daar leer je van, maar wij hadden niet met sociale media te maken. Ze zitten elkaar allemaal op te fokken, ze zien álles. Wat jongeren nu van zichzelf eisen is onrealistisch. Perfect lijf, perfect leven. Vroeger zag je alleen je buurmeisje en misschien iemand verderop uit het dorp, nu is the world your oyster. Wat een enorme keuzestress veroorzaakt. De media voeden ons met Walvisvoer: doem en rampspoed. Clickbait zegt: ‘Dit is de pechgeneratie.’ Helemaal niet waar. Maar aan onzekere, angstige mensen valt veel geld te verdienen. Het is dé manier om mensen te laten doen wat jij wilt.’

‘Die is er ook! Kijk, met op drift zijn an sich is niets mis, in de zin dat je soms eerst moet verdwalen om jezelf tegen te komen. Zo loop je tegen grenzen aan, zo vogel je uit wie je bent, prima. Maar er zijn ook andere spelers in het veld. Neem big pharma, de machtigste en meest winstgevende industrie ter wereld. Die was ooit bedoeld om mensen te helpen, maar is er nu voornamelijk op gericht de zakken van de aandeelhouders te vullen.

‘Neem de familie Sackler, de eigenaar van het farmaceutische bedrijf Purdue, die de zeer verslavende pijnstiller Oxycontin produceert. Zoek maar op, er is een geweldige documentaire over gemaakt door Nan Goldin, en op Netflix is net een minidocu toegevoegd over de Sackler-maffia, Painkiller. Dat is een familie die schathemeltjerijk is geworden door gewetenloosheid, échte gewetenloosheid. En dat kan alleen gebeuren als je in een cultuur leeft waarin angst en onwetendheid prevaleert. Weet je hoeveel kinderen er aan de ritalin of aan de Adderall zitten (ADHD-medicijnen, red.)? Of aan de benzodiazepines, angstremmers? Na kanker en hart- en vaatziekten zijn verkeerd gebruikte medicijnen wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak. Dat is gewoon een verborgen epidemie.

‘Big pharma is er als de kippen bij om alles wat afwijkt van de norm te benoemen als stoornis, en voor alle stoornissen is een pilletje, waar je de rest van je leven niet meer vanaf komt. Het is zo’n verrot systeem. En dan hebben we dus te maken met onderwijs dat totaal geen tools biedt om met dit soort zaken om te gaan.’

‘Idealiter krijg je dat van je vader en moeder mee. Maar als je dat thuis nou niet krijgt aangereikt, wat dan? En de zorg is totaal uitgehold, dat weten we allemaal. Zelfs als je suïcidaal bent moet je lang wachten voor je een keer bij een specialist terechtkomt, en dan moet je nog maar hopen dat je een goeie treft. Een quick fix in de vorm van een pilletje is er altijd. Terwijl je daarmee ook al het andere dempt. En dat wil je niet, want neurodivergente mensen, waar de ADHD’ers onder vallen, zijn nou precies de entrepreneurs, uitvinders, dat zijn de wilde, vrije, creatieve geesten die de wereld veranderen. Ik ben zelf ook hartstikke neurodivergent. Ik heb die ADHD-test gedaan, ik scoor 10 op 10, erger kan niet, en in het autismespectrum scoor ik ook heel aardig. Maar ik ben wie ik ben. Met al mijn gektes. Mag dat alstublieft?’

‘Zeker, in extreme gevallen zal dat helpen. Maar stel dat ritalin had bestaan toen ik kind was, dan had ik nooit één boek geschreven.’

‘Omdat ik ADHD niet zie als een stoornis, maar als een superkracht. Dat ik zo’n sprinkhanenbrein heb, dat voortdurend van het een naar het ander hopt, zorgt er misschien voor dat ik om 10 uur ’s ochtends nog in mijn pyjama zit terwijl jij op de stoep staat, maar die neurodivergente bedrading zorgt er ook voor dat ik creatief ben, dat ik verbanden leg die anderen niet zien. Van kinderen met ADHD wordt altijd maar gezegd dat ze geen focus hebben, maar ze hebben juist ontzettend véél focus. Ze zijn superopmerkzaam, alleen wel op veel vlakken. En dat noemen wij: snel afgeleid. Dus krijgen ze ritalin. Nogmaals, bij sommigen zal het helpen, maar anderen pak je juist wat af. Daarom is mijn stokpaardje: alle kinderen gaan in principe naar school, dus bied ze die handvatten daar aan. Vanaf de kleuterschool moeten er vakken komen met: ik heb ruzie, dat los je zo op. Voel je je onzeker, pak het zo aan.’

‘Veel te weinig, het is echt... Ja, je hebt het kringgesprek, maar dat gaat niet verder dan vertellen wat je in het weekend hebt gedaan.’

Lachend: ‘Ik zou zeggen: het vak ‘Hoe overleef ik’.’

Eclaire Francine Marie Oomen wordt op 27 maart 1960 geboren in Laren. Ze is de oudste, na haar volgen nog drie zussen en een broer. Haar vader werkt als chemicus bij Philips, haar moeder is tot haar huwelijk kleuterleider. Wanneer Oomen 12 jaar is gaan haar ouders uit elkaar. Haar vader krijgt een relatie met de buurvrouw, haar moeder gaat verder met de buurman. Bij een bevriend stel waar Oomen vanaf dat moment veel over de vloer komt omdat haar ouders ‘vooral bezig waren met zichzelf’, wordt Oomen misbruikt. Over die ervaring en de rol van intergenerationele overdracht zal ze uiteindelijk de graphic novel Hoe overleven we? maken.

Op haar 21ste ontmoet ze Erik, die twintig jaar ouder is. Ze krijgen drie kinderen, Joris (36), Charlotte (34) en Daan (32). Wanneer de jongste 2 is gaan ze uit elkaar, maar het lukt ze een goed na-huwelijk op te bouwen, tot het samen onderhouden van de tuin en het oppassen op de kleinkinderen aan toe. Na hem volgen nog verschillende andere relaties, met mannen en vrouwen. Zoon Daan woont samen met zijn vrouw Sanne en dochters Saar (4) en Lise (2) bij Oomen op het erf, in het voorste deel van de boerderij.

‘Eigenlijk is het verbazingwekkend niet-ingewikkeld. We zijn dan ook niet over één nacht ijs gegaan. Maar in de diepere lagen hadden we hier vertrouwen in. Daan is toen hij begin twintig was in therapie gegaan, buiten mijn bemoeienis om. Dat scheelt. Hij heeft tools en ik ondertussen ook. Dat is ook een van de boodschappen in mijn nieuwe boek: houd het niet binnen, maar deel het. Expressie is de remedie tegen depressie.’

‘Minder, helaas. Ik stimuleer ze om te praten, moedig ze aan om alles tegen me te zeggen, ook wat ik fout heb gedaan, en ik beloof ze dat ik dan niet zal gaan huilen, maar zij zijn zoals ik was als kind, ze lossen het liever zelf op. Dat vind ik jammer. Ik...’

Over het tuinpad komt een man aanlopen met een helm op, het is Oomens ex-man Erik Aerts. Hij komt de boom een kopje kleiner maken die sinds de julistorm vervaarlijk tegen het dak aan zwiept. Oomen staat op: ‘O sorry, ik heb nu bezoek, misverstand over het tijdstip. Maar je gaat het niet alleen doen, hoor! Dat wil ik niet. Zullen we het vanmiddag doen? O, en zou jij even naar de dieren willen gaan? Die hebben nog niks gehad.’

Terug aan tafel. ‘Hij helpt me altijd met dit soort klussen, heel fijn. Hij wordt dit jaar 83 en is topfit. Hij heeft sinds vorig jaar gelukkig wel een helm op, na twee fietsongelukken achter elkaar. Maar waar waren we...’

‘O ja. Lotte en ik hebben nu de afspraak dat we elke maand uit eten gaan. Zij mag uitkiezen, ik betaal. In het begin was ze bang dat ik dan over moeilijke dingen zou willen praten, maar dat doe ik dus allemaal bewust niet. Daar oefen ik mezelf echt in. Ik wil het gewoon fijn hebben met haar, dan komt de rest vanzelf.’

‘Ja, maar nooit een op een.’

‘Nou ja, in het geval van mijn graphic novel Hoe overleven we? was dat inderdaad een heikele zaak, omdat het over mijn moeders leven ging, en die heeft ook weer familie. Er zijn dingen die ik niet heb beschreven. Maar als schrijver ben je nu eenmaal een spons, je neemt alles in je op en op een gegeven moment komt dat weer naar buiten.’

‘Een mooi voorbeeld van iemand die géén gebrek aan zelfwaarde heeft.’

‘Ik ga daar tamelijk ver in, omdat ik geloof dat het meest persoonlijke, misschien zelfs het meest verhulde, ook het meest universele is. En dat het juist helpt om over die dingen te praten, omdat dat leidt tot verbinding. Als ik in mijn boeken alleen maar een soort poppenkast deel, wordt alles wat daaruit voortvloeit ook een poppenkast. Hoeveel mensen er na Oomen stroomt over niet naar me toe kwamen met de meest intieme verhalen! En dat gebeurt nu met de jeugd weer. Dat kan alleen als je écht contact maakt, op de eerste plaats met jezelf, ook met je eigen donkere en pijnlijke plekken.’

‘O ja? Waarom?’

‘Nou, net...’

Vrolijk: ‘Schat, ik ben zo vaak gescheiden! De laatste langdurige relatie dateert alweer van vier jaar geleden. Het heeft alles te maken met bindings-verlatingsangst, daar worstelen veel mensen mee. Dus wie weet. Tegelijkertijd… ik ben er niet trots op. Ik had het zo graag anders gezien, omdat ik zie hoe mijn bindings-verlatingsangst weer doorwerkt in de volgende generatie.’

Aarzelend: ‘Ja, nu moet ik uitkijken omdat ik niet over mijn kinderen wil praten.’

Na even te hebben nagedacht: ‘Kijk, ik ben serieel monogaam. Vanaf mijn 16de heb ik zeven relaties gehad, die varieerden tussen de drie en zeven jaar. En daarnaast is mijn relatie met Erik tot mijn eigen verbazing, en blijdschap, een constante gebleven. Een goed na-huwelijk is goud waard, denk ik. Niettemin hebben mijn kinderen last gehad van mijn scheidingen. Ik heb ze altijd op de eerste plaats gezet, maar alleen zover ik kon. Ik ben een onveilig gehecht kind geweest. En omdat ik nog weinig zelfonderzoek had gedaan toen ik zelf kinderen kreeg, heb ik dat doorgegeven. Onbewust, maar toch.’

‘Opvoeden is voorleven. Dus als zij zien: mama wordt verliefd, mama duikt er helemaal in, en vervolgens, als het dichterbij komt, zegt mama ineens ‘nee’, dan is dat raar. Daar komt bij: ik ben niet een heel gelijkmatig persoon. Ik heb een sanguinisch temperament, ik ben niet flegmatisch van aard. Dus er gebeurt veel, in mijn leven, en wat er gebeurt, hakt er dan ook nog eens enorm in. Dat maken ze ook allemaal mee, dat is het petrischaaltje waarin zij zijn opgegroeid. Mijn moeder heeft me bijvoorbeeld met de paplepel ingegoten: mannen zijn schoften. Dat heb ik nooit tegen mijn kinderen gezegd, ik ben niet helemaal achterlijk, maar ze hebben wel gezien dat ik de liefde niet vertrouw.’

Stilte. ‘Ik wil het niet bont noemen. De vraag is meer: wat was het alternatief? Elke keer dat je aan iets begint, hoop je dat het goed gaat en daar doe je je uiterste best voor. Maar ik had het patroon gewoon nog niet door, de onderliggende angst en overtuiging. Had ik dan, om ze te beschermen, van al die relaties moeten afzien? Ik kan wel denken: ik had het anders moeten doen, maar ik was niet anders. Wat ik wel had gewild, is dat ze minder van mijn verdriet hadden gezien. Aan de andere kant, je kúnt helemaal niks voor je kinderen verborgen houden. Ze voelen alles.’

‘Van mijn moeder vond ik dat ze niet aanspreekbaar was. Als ik iets van kritiek had, verschool ze zich achter: maar ik heb het al zo moeilijk. Of ze ging huilen, waardoor ik dacht: het ligt aan mij, wat ben ik toch een gemeen kind. Precies dat verwijt heb ik ook van Daan gekregen, die onvervaard is in zeggen hoe het zit. Dus toen hij zei: mam, je neemt je verantwoordelijkheid niet, je verdedigt je en je luistert niet naar wat ik voel en nodig heb, nou... dat was een dolksteek. Dat uitgerekend datgene wat ik mijn eigen moeder verweet, ook was wat ik mijn eigen kinderen aandeed. Echt, bam. Die kwam binnen. Maar die confrontatie was wel precies wat ik nodig had om verder te komen. Ik heb het gezien, erkend, en ben ermee aan de slag gegaan. Dat was essentieel voor onze relatie en die met mijn andere kinderen. Dus daar ben ik Daan dankbaar voor.’

‘Dat is waar, maar in dat antwoord spreekt ook het kind Daan, dat nog steeds wil dat zijn moeder er voor hem is. Ik snap best dat hij daar dan van baalt, want als ik werk kan ik niet oppassen, om maar wat te noemen. Dat is nu eenmaal het wezen van de kunstenaar, je kunt het niet half doen, die commitment is noodzakelijk. Het zegt ook iets over hoe geconditioneerd we zijn: voor mannen is het heel normaal als ze emotioneel niet beschikbaar zijn, want daar hebben we het nu over, emotionele beschikbaarheid, maar als vrouwen emotioneel niet beschikbaar zijn... Als je ziet hoe de Doris Lessings van deze wereld aan de schandpaal zijn genageld. En ikzelf was niet anders. Ik ben drieënhalf jaar in therapie geweest en pas na drie jaar kwam mijn vader een keer aan bod, omdat ik al die tijd druk was met vitten op mijn moeder. Moeders hebben het altijd gedaan.’

‘Ja. Met dank aan de Zinkende Walvis. En Tang, de perfectionist in mij, heeft ook aardig met haar zweep gezwaaid, het afgelopen jaar. Daar ben ik best moe van. Dat mens is nooit tevreden. Ik dacht dat ik haar aardig onder de duim had, maar de totstandkoming van dit boek betekende tevens de wederopstanding van Tang. Maar ze zegt nu: als ik er niet was geweest, was dit boek er nooit gekomen. Dat is ook weer waar: zij is mijn ruggegraat. Maar een strijd was het.’

‘Spanning. Niet kunnen slapen. Moeten, moeten, moeten, kaken op elkaar. Vastzitten, delete, delete, delete, rondje lopen, nog meer koffie, alles. Kwam natuurlijk door de enorme verwachting achter dit boek, bij de pre-orders werden er al tienduizend verkocht – als je het hebt over erkenning. En toch was er ook meteen de angst. Want op het moment dat je wél gezien wordt, roept dat ook pijn op, heel in de diepte. Omdat het je confronteert met wat je vroeger nodig had, en niet hebt gekregen.’

‘Dat is het leven, er is altijd werk aan de winkel.’

27 maart 1960 Geboren in Laren, Noord-Holland.

1966 Het gezin Oomen verhuist naar Eindhoven.

1972 Verhuist na scheiding met moeder en gezin naar Groningen.

1976 Keert met gezin terug naar Eindhoven.

1978-1983 Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven.

1981 Ontmoet Erik Aerts, met wie ze drie kinderen krijgt.

1990 Debuteert met kinderboekenserie Saartje en Tommie.

1998 Eerste boek van de Hoe overleef ik-serie: Hoe overleef ik... mijn vakantie?

2001 Kinderboekwinkelprijs voor Lena Lijstje.

2003-2012 Negen maal de Prijs van de Nederlandse Kinderjury.

2004-2011 Vijf maal de Prijs van de Jonge Jury.

2008 Eerste dichtbundel Gek van liefde.

2015 Geridderd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.

2017 Eerste graphic novel Oomen stroomt over.

2021 Tweede graphic novel Hoe overleven we?.

2023 Hoe overleef ik... de podcast.

2023 Nieuw boek Hoe overleef ik alles wat ik niemand vertel? Voor Gen Z’ers en millennials.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next