Home

NU+ Inheemse bomen en struiken maken stad tot paradijs voor vlinders en bijen

Ruim 10 procent van Nederland bestaat uit steden, dorpen en industrieterreinen. Welke rol spelen die in natuurherstel? NU.nl zoekt het uit in een serie over welzijn, klimaat en biodiversiteit bij jou in de straat. Deel 3: inheemse bomen en struiken.

Er worden binnen de bebouwde kom nog steeds veel exotische bomen aangeplant, zegt stadsnatuurgids Douwe Sikkema tegen NU.nl. "Dat gebeurt voor de esthetiek, en dan vaak met steeds dezelfde soort op een rij. Maar het dierenleven, van insecten tot vogels, heeft niet zo veel aan die exoten."

De verschillen zijn groot, zegt Sikkema. "Eén volgroeide inheemse wilg of zomereik kan een heel ecosysteem vormen, waarin wel 450 verschillende soorten insecten leven." Maar als het in plaats van de inheemse eik gaat om de vaak aangeplante Amerikaanse eik, dan kunnen hooguit dertien soorten insecten profiteren.

De oproep krijgt langzaamaan bijval in de praktijk - bijvoorbeeld in Utrecht. "Inheemse beplanting in de stad is onmisbaar", zegt wethouder Linda Voortman, verantwoordelijk voor het gemeentelijk groen in de Domstad. "Allerlei soorten in de stad zijn afhankelijk van zulke beplanting. Daarom houden we bij aanleg en beheer er zoveel mogelijk rekening mee."

Dat is niet altijd eenvoudig, maar wel belangrijk, zegt bomenexpert René van Loon. "Sommige bomen lenen zich niet zo goed voor de omstandigheden in de stad. Bijvoorbeeld vanwege opspattend pekelzout, of omdat ze niet goed bestand zijn tegen bodemverdichting. Daarom staan er vaak iepen in de stad, die kunnen daar relatief goed tegen."

"Maar ik denk dat er voor stadsnatuur een wereld te winnen valt, als je heldere doelstellingen maakt. Nieuwe uitgangspunten zijn dat we meer verkoeling willen in de stad en óók iets willen doen voor de biodiversiteit."

Met die nieuwe uitgangspunten kom je tot een goed overwogen assortiment in de aanplant, denkt Van Loon. "Dat is beter dan de willekeur van een ambtenaar die door een boekje bladert - en op een paar cultivars stuit die die zelf leuk vindt."

Cultivars zijn kweekvarianten van bomen in de natuur, en zijn vaak op de sier gekweekt. Zo kunnen ze rode bladeren hebben in plaats van groene. Maar cultivars hebben net als exoten (bomen uit andere werelddelen) vaak minder waarde voor het natuurlijk leven.

Dat kan verschillende redenen hebben. Zo is het stuifmeel van cultivars en exoten vaak minder geschikt voor bijen. Ook mossen, schimmels, kevers en vlinders kunnen er minder goed mee samenleven.

Naast inheemse bomen, kun je nog een stap verder gaan: door "autochtoon inheems" plantgoed te bestellen. Dat plantgoed wordt opgekweekt uit speciale natuurgebieden in de genenbank van Staatsbosbeheer.

Deze bomen zijn de nazaten van het volledig verdwenen oerbos dat Nederland duizenden jaren heeft bedekt. Uit onderzoek waar ook Van Loon aan heeft meegewerkt, blijkt dat deze oerbomen nog slechts in circa 3 procent van de Nederlandse bossen en houtwallen voorkomen.

Die 3 procent is heel belangrijk voor de biodiversiteit. Zo is het bloeiritme van deze bomen vaak aangepast aan inheemse bijen- en vlindersoorten. Daarnaast bevatten de laatste wilde populaties een grote genetische diversiteit. Daardoor kunnen ze zich hopelijk beter aanpassen aan klimaatverandering of bijvoorbeeld invasieve schimmels.

De roep klinkt daarom om deze bomen op te kweken en te gebruiken voor de nationale bossenstrategie. Maar moeten we dan in steden niet ook 'autochtoon plantgoed' aanplanten? "Er is eigenlijk geen reden om het niet te doen", zegt Van Loon. "Dat kan dan vooral in stadsparken en gemeenteperken met wat extra ruimte."

Op die plekken kunnen volgens Van Loon belangrijke inheemse bomen als zomerlinde, winterlinde, eiken, haagbeuken, spaanse aak en esdoorn worden geplant. Aan de voet is dan ruimte voor struiken zoals meidoorn, sleedoorn, sporkehout, gelderse roos en lijsterbes. Allemaal soorten die belangrijk zijn voor bijen en vlinders.

Van Loon ziet ook graag enkele algemene inheemse rozensoorten in steden terug op plekken met een geschikte bodem en voldoende ruimte.

Nu wordt door gemeenten overal dezelfde uit China afkomstige rimpelroos geplant. Deze rozensoort staat inmiddels zelfs te boek als een invasieve exoot, omdat deze onder andere in de duinen woekert en inheemse struiken verdringt.

De bomenexpert brengt wel één belangrijke nuance aan: houd ook oog voor het cultureel erfgoed. "Met een blik op de toekomst kijken we anders naar parken dan een eeuw geleden. Toen werden juist bewust bomen uit alle wereldstreken aangeplant."

"Het Zocherpark in Utrecht moet je benaderen als waardevol cultuurhistorisch erfgoed. Maar een park dat je nieuw aanlegt, bijvoorbeeld in Leidsche Rijn, kun je ontwerpen met oog voor biodiversiteit."

Het te beheren groen moet niet bekeken worden vanuit de netheidsgedachte, maar met een biodiversiteitsverrijkende mindset. Dus minder schoffelen, en in plaats daarvan ook spontaan verschenen kruiden integreren in de perken.

"En met de herfst in aantocht: laat in stadsperken vooral ook eens bladeren en stengels liggen", adviseert Sikkema. "Zo'n 'mulchlaag' stimuleert het bodem- en insectenleven, en kan in het nieuwe jaar de bodem beschermen tegen stortbuien en blakende zon."

Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next