Ergens was ik jaloers op Rick Nieman. Terwijl ik ook met afgrijzen naar hem luisterde.
Het werkplezier dat van hem afspat, het ogenschijnlijke gebrek aan twijfel: dat moet het leven toch makkelijker maken?
Maar dan is er ook nog wát hij zo zelfverzekerd zegt.
Nieman zat met vakgenoten Jeroen Pauw en Dominique van der Heyde bij Op1. Aanleiding was dat NSC-lijsttrekker Omtzigt had gezegd dat hij geen debatten in oneliners met veel deelnemers wil, maar met z’n tweeën of drieën en diepgaander.
Nu is dat ingewikkelder dan het lijkt. Zelf vind ik het al heel moeilijk om politici te interviewen, omdat ze vaak voorbereide praatjes houden. In verkiezingstijd een zinvol debat leiden tussen lijsttrekkers lijkt me helemaal geen sinecure, want dan zijn ze er nog meer op gebrand om geen uitglijders te maken én ze willen anderen onderuithalen. Je zit ook met de selectie: wie mag met wie en waarover? Sowieso heeft de journalistiek te maken met moordende concurrentie om aandacht. Mensen kunnen netflixen, krijgen appjes binnen en zitten op TikTok, terwijl jij wilt dat ze jouw broodnodige informatie tot zich nemen.
Ik kon me dus best voorstellen dat leiders van tv-debatten dit soort dilemma’s zouden uitleggen. Maar van geworstel was geen sprake. Alles liep eigenlijk op rolletjes.
Normaal zijn talkshows dol op gasten met verschillende meningen. Maar nu de eigen beroepsgroep was aangesproken, heerste eenstemmigheid. Ze organiseerden al serieuze, lange debatten, zei Pauw, en televisie moest nou eenmaal ‘ook een beetje leuk zijn’. Dat de NOS het als taak ziet om álle lijsttrekkers aan bod te laten komen, was niet lastig, want ‘we hebben veel tijd’ dus ‘het komt helemaal goed’, zei Van der Heyde.
Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
En Nieman, schalks: ‘Als jij niet in één minuut kunt uitleggen wat je standpunt is over een bepaalde zaak, moet je nog eens heel goed nadenken wat je standpunt is.’ Trouwens, soms kreeg een politicus wel tien minuten. De hele discussie ‘irriteerde hem een beetje’.
Erkend werd dat het ene format de ene lijsttrekker beter ligt dan de andere, maar ook dat werd niet geproblematiseerd. Terwijl het toch een zware verantwoordelijkheid is: stuwt het format dat je nodig hebt om voldoende kijkers te trekken wel de best mogelijke leiders van ons land op in de peilingen?
Ze bespraken het bekende debatfragment uit 2012, toen SP-leider Emile Roemer aan Rutte vroeg waarom die het eigen risico in de zorg wilde verhogen. Rutte loog dat de VVD daar niet vóór was en Roemer was uit het veld geslagen. Ik beschouw dat als een cruciaal moment dat ons had moeten alarmeren over Ruttes werkwijze. Daar hadden we als media veel meer bij stil moeten staan.
Maar Nieman, die het debat destijds leidde, diste het gewoon weer als smakelijke anekdote op. De volgende dag had hij Rutte met diens verkiezingsprogramma geconfronteerd en die had zoiets gezegd als ‘verdomd ja, ik heb me vergist’. Nieman glunderde nu nog dat hij dat ‘ontzettend slim’ vond van Rutte.
Terwijl je je ook duizend keer had kunnen afvragen of je die leugen niet ter plekke had moeten corrigeren. Je wilt geen kandidaat bevoordelen, aan de andere kant ben je verplicht basale feiten aan te dragen. Weer zo’n dilemma.
Ik kon niet helpen dat ik lijnen zag tussen wat een viering van het fenomeen tv-debat was geworden en de parlementaire enquête naar het fraudebeleid die eerder in Op1 kort aan de orde was geweest. Er had een interessant verhoor plaatsgevonden van Rutte, over diens tijd als staatssecretaris van Sociale Zaken, twintig jaar geleden. Rutte begon toen met het opsporen van fraude op grond van persoonskenmerken, een aanpak die zou ontsporen. Hij werd later door de rechter op de vingers getikt wegens discriminatie.
Op de vraag of hij van tevoren had laten onderzoeken of dat beleid nadelen zou kunnen hebben, reageerde Rutte alsof dat een belachelijk idee was: zo werk je niet als bewindspersoon. Waarschuwingen die hij had gekregen, wuifde hij nog altijd weg. En ik dacht: zo werkt tunnelvisie. En daar zijn wij journalisten niet immuun voor. Je wilt iets, bent erop gebrand dat het lukt en onderzoekt vaak niet actief je eigen mogelijke ongelijk. Kritiek van buiten? Die is er om te pareren.
In zijn verhoor deed Rutte weer aan routineus liegen, over de inhoud van het vonnis. En ik dacht: had hij hier zo lang mee kunnen wegkomen, met alle schadelijke gevolgen van dien – in echte levens, van echte mensen –, wanneer media niet hadden gedaan alsof die leugens een amusante vorm van politieke behendigheid waren?
Vóór Rutte was oud-Volkskrant-collega Gijs Herderscheê verhoord. Vooral als deskundige, maar hem werd ook gevraagd naar de rol van media in de fraudebestrijding. Was die fraude niet te zwaar aangezet? Waren slachtoffers van uit de hand gelopen fraudebestrijding niet te laat gezien? En ik dacht: een parlementaire enquête is een ongemakkelijke plek voor journalistieke zelfreflectie. Want journalisten moeten zich vrij voelen in het controleren van politici zonder te vrezen dat die hen in een verplicht verhoor te grazen nemen. Maar dat wij nog veel uit te zoeken hebben over onze rol in de bestuurscultuur, dat is wel duidelijk.
Source: Volkskrant