Pers en politiek komen steeds geharnaster tegenover elkaar te staan, betogen journalisten Jan Tromp en Coen van de Ven. Journalistieke belangstelling voor ophef en heisa helpt daarbij niet. Maar de kloof wordt vooral uitgediept door spindoctors die met hun toenemende controledrift de vrije berichtgeving schaden.
In maart 2021, op verkiezingsdag, liet een woordvoerder van het CDA de parlementaire pers weten dat men zich die avond om half 9 op het partijbureau aan het Haagse Buitenom kon melden voor een eerste reactie op de voorlopige uitslagen. Het CDA had andermaal een fors verlies te vrezen.
Op weg naar het partijkantoor deed een politiek redacteur van een vooraanstaande krant nog een rondje Binnenhof en tot haar verrassing zag ze CDA-partijleider Wopke Hoekstra en diens partijvoorzitter Marnix van Rij het Kamergebouw binnengaan. Doei partijbureau, dacht ze, bij jullie heb ik even niks te zoeken, ik moet die twee mannen spreken. Ze installeerde zich voor de deur van de fractiekamer, in afwachting van wat komen ging.
Welnu, er verscheen een woordvoerder: ‘Wat doe jij hier? Jij moet op het partijbureau zijn. Dit is niet de afspraak.’ Afspraak? Hoezo afspraak? De verslaggever liet zich niet wegjagen, waarop de woordvoerder boos werd en de deur achter zich dichtsloeg. Toen Hoekstra uiteindelijk verscheen, wilde hij niks zeggen over de verkiezingsnederlaag die zich voor het CDA aftekende. Waarom niet? De verslaggever had ‘de afspraak geschonden’.
Het was natuurlijk niet meer dan een incident, maar het past in een patroon van regelzucht en controledrift dat de Haagse politiek is gaan beheersen. Aan de afkondiging daarvan hangt geen datum. Het proces is al lang gaande. Het kreeg een serieus gezicht toen vanaf de eeuwwisseling de klassieke middenpartijen als vanzelfsprekende machtsfactor terrein begonnen te verliezen. Die partijen, of het nu de PvdA, CDA dan wel de VVD betreft, raakten daarvan in de zenuwen. Naarstig zocht men naar houvast tegenover kiezers die almaar wispelturiger bleken.
Controle op de boodschap was het redmiddel. Welke standpunten verkopen het best? Hoe krijgen we die op geregisseerde wijze bij de kiezer? Hoe vermijden we twijfel? Hoe luiden de slogans waarmee we ingewikkelde werkelijkheden terugbrengen tot een hapklare brok? Communicatieprofessionals van partijen en ministeries zijn de regisseurs geworden van het politieke proces en bepalen de beeldvorming, voor de eigen gekozen volksvertegenwoordigers en ook, in een toenemende mate van drang, voor de parlementaire pers.
De vraag is hoe ernstig de aantasting is van onafhankelijke, vrije berichtgeving door dirigisme. In ons boek Wantrouwen in de wandelgangen dat komende week verschijnt, proberen wij, Coen van de Ven, politiek redacteur van De Groene Amsterdammer en Jan Tromp, voormalig politiek redacteur van de Volkskrant, een antwoord te formuleren.
De Tweede Kamer is vanwege de renovatie van het Binnenhof elders in Den Haag ondergebracht in een gebouw dat B67 is gedoopt, maar dat met meer trefzekerheid ook wel de Bunker wordt genoemd. Twintig fracties zijn ondergebracht in het tijdelijke Kamergebouw. Het is een sfeerloze bunker vol doodlopende gangen, waar in elk hoekje steeds kleinere groeperingen zich verschansen in hun eigen hermetische gelijk. Werelden die elkaar nauwelijks meer ontmoeten, uiteengevallen in twintig subculturen.
‘Loop jij hier zomaar onbegeleid rond?’, grapt een voorlichter ergens diep in de lange gang van de VVD. Het venijn zit vaak genoeg in ogenschijnlijk futiele zaken. Eén etage hoger bij het CDA klinkt iets soortgelijks: ‘Heb je een afspraak?’ Of na nog een ritje met de lift, richting de met rode vlaggen en symboliek gevulde gangen van de PvdA: ‘Zal ik even voor je bellen?’ Die ogenschijnlijk vriendelijke vragen herkennen veel journalisten sinds de verhuizing.
‘De cultuur van openheid is stelselmatig ingesnoerd en bereikt nu op B67 zijn dieptepunt’, zegt Raoul du Pré, chef van de Haagse Volkskrant-redactie. ‘Het gekonkel in de achterkamers wordt nu verzorgd door een tussenlaag van woordvoerders en spindoctors. Die schermen de gekozen volksvertegenwoordigers af. Er zijn geen wandelgangen meer.’
Sommige partijen hebben hun woordvoering strategisch aan het begin van de gang gepositioneerd, mét een bordje en een dwingende pijl: ‘Voorlichting’. Of: ‘Pers hier melden’. Wie wil komen babbelen moet langs poortwachters. Zomaar ergens rondhangen is vreemd, wie door een gang loopt heeft zichzelf eigenlijk al bij voorbaat verraden.
Ooit was het anders. Toen in de jaren zeventig op dinsdagmiddag om 5 voor 2 ter opening van de nieuwe parlementaire week de Kamerbel snerpend door de ingewanden van Binnenhof 1A klonk, doken uit alle holen en hoeken van de samengeraapte architectuur politici, journalisten, medewerkers, ambtenaren en lui van allerlei gezindten op. Via lange, lange gangen, vaak zo smal als een krocht, zocht het bonte gezelschap voor de regeling van werkzaamheden, het vragenuurtje of een interpellatie al snaterend de weg naar de plenaire vergaderzaal.
Die was als de huiskamer van een gezin dat iets te groot was uitgevallen. Je had elkaar niet uitgezocht, maar door de bank genomen was het fijn elkaar te treffen en in elk geval was er altijd wel het een en ander te vragen, te bespreken of te beroddelen. Er heerste de sfeer van een familiereünie. Woordvoerders, oliemannetjes, voorlichters, mannetjesmakers, spindoctors – ze waren in geen velden of wegen te bekennen.
Parlementair fotograaf Freek van den Bergh, die jarenlang voor de Volkskrant politici bij nacht en ontij volgde, is ermee gestopt. Er zijn meer redenen, maar de Bunker was de druppel. Hij heeft ervaren hoe in tien jaar tijd sluipenderwijs beeld en beeldvorming de inhoud van de politiek is gaan verdringen.
Het begon met appjes van voorlichters die lieten weten dat een foto ‘lullig’ was of juist ‘heel mooi’. Vóór corona appte hij met de politici zelf als hij ze voor zijn lens wilde, maar toen kwam eerst die anderhalve meter en daarbovenop een verbod voor journalisten op het betreden van wandelgangen. Commissiedebatten mochten niet meer worden bezocht en voor plenaire debatten gold een maximumaantal. ‘Die twee jaar afstand houden is nooit meer echt verdwenen’, zegt Van den Bergh.
Nog tijdens corona kwam de verhuizing die de toegenomen controledrift in beton goot. De appende voorlichters begonnen nog strenger af te bakenen wanneer precies de fotomomenten zijn. De aankomst, het vertrek en het gerommel eromheen mochten minder vaak worden vastgelegd. ‘Je ziet dat er steeds meer controle wordt overgenomen van ons’, zegt Van den Bergh. ‘Ze doen het echt allemaal.’ En hij echoot de woorden van Du Pré over het proces van insnoeren: ‘Wij als beroepsgroep zijn definitief de regie over de gangen verloren.’
Van een klimaat van nagenoeg vanzelfsprekend wederzijds vertrouwen tussen politiek en pers is weinig over. Wantrouwen is de toon gaan zetten. Politici zijn zich gaan verschansen, letterlijk achter draaideuren en dranghekken. Maar vooral achter de rug van hun dikwijls omvangrijke woordvoeringsdiensten die de regels van het spel bepalen.
De journalistiek heeft zichzelf ook iets te verwijten. Opmerkelijk zijn de tegengestelde ervaringen van PvdA-politicus Marcel van Dam en CDA-voorman Sybrand van Haersma Buma. Van Dam herinnert zich de jaren zeventig als ‘een fantastische tijd’. Hij preciseert: ‘Er was onbevangenheid, een verlangen naar vrijheid, ook in de journalistiek. Aan die omgang met elkaar lag een zekere vertrouwelijkheid ten grondslag, namelijk dat je als politicus niet genaaid werd.’
Dan Buma, politicus van na de eeuwwisseling: ‘Ik weet niet waar journalisten vóór zijn. Of tegen. Ik weet alleen dat ze kijkcijfers willen. Die krijgen ze als ze mij als politicus verneuken.’ Hij geeft een voorbeeld. Als fractievoorzitter sprak hij elke donderdag met de partijvoorzitter. Regulier overleg, niks bijzonders. Toen de twee weer eens bij elkaar waren, twitterde een parlementair journalist: ‘Crisisberaad in het CDA.’ Naarmate het overleg duurde, bleef de journalist zijn vuurtje oppoken. Buma: ‘Ondertussen is er niets aan de hand, maar zoiets trekt als een griepgolf door de media.’
In de politieke journalistiek is de belangstelling voor ophef en heisa onmiskenbaar gegroeid. Vaak genoeg gaat het om nieuws dat de volgende dag alweer is verdampt. Soms is er inkeer. Ron Fresen die acht jaar lang, van dag tot dag voor het NOS Journaal het Haagse nieuws duidde, noteerde bij zijn afscheid: ‘Ik wil echt een vurig pleidooi houden, ook naar andere journalisten, om ons te focussen op hoe de problemen moeten worden opgelost in plaats van in te zoomen op iemand die de ander uitmaakt voor rotte vis. Ik vind dat niet bevredigend meer, ik vind dat geen goede journalistiek. En hopelijk passen politici hun gedrag daarop aan.’
Zelfkritiek moet niet ontaarden in zelfverloochening. Het is toch in de allereerste plaats de Haagse politiek die in de slag om het mooiste plaatje de vrije journalistiek aan banden probeert te leggen. De spindoctors van partijen en departementen gaan voorop in de strijd. Henri Kruithof was als communicatiedeskundige tussen 2007 en 2015 de ‘chef-spindoctor’ van de VVD-fractie. Hij stond bovenaan in de interne pikorde, bóven de Kamerleden. ‘Vanzelfsprekend’, voegt hij toe, om misverstanden uit te sluiten. Kamerleden die in contacten met de pers naar het oordeel van de spindoctor uit de bocht vlogen, moesten zich bij hem melden. Hoe luidde de sanctie? Kruithof: ‘Meestal mochten ze niet meer met een journalist praten zonder dat daar een voorlichter bij aanwezig was, want dat konden ze kennelijk niet en dat mochten ze dan ook niet meer.’
Controledrift naar buiten, naar de media én naar binnen, naar de eigen mensen, is heel gewoon geworden in Den Haag. Kamerdebatten zijn daardoor nog amper gedachtewisselingen. Verzamelingen monologen zijn het, met eindeloze herhaling van vastgekitte standpunten. Partijen zetten hun bijdrage aan het ‘debat’ op een eigen kanaal voor de eigen mensen. Voor twijfel, voor inconsistentie, speelsheid of dubbelzinnigheid is geen ruimte. Er is geen kwetsbaarheid in de politiek, alleen meer dogmatiek. De noemer is telkens dezelfde: ik ben mijn eigen medium, ik ben mijn eigen waarheid, volg mij.
Voor de Haagse journalistiek lijkt het proces van insnoering nog niet ten einde. Voormalig VVD-spindoctor Kruithof: ‘Uiteindelijk zullen journalisten, denk ik, geweerd worden uit de wandelgangen. Om te bereiken dat zij geen ontmoetingen hebben met Kamerleden buiten de gewenste contacten. Gewenste contacten zijn ontmoetingen die gefiatteerd zijn door de afdelingen Voorlichting van de fracties. De journalistiek is de laatste beroepsgroep met vrije toegang tot het Kamergebouw. Journalisten zijn lastig, dus ga je ook aan hen beperkingen opleggen.’
Pers en politiek komen steeds geharnaster tegenover elkaar te staan. Het patroon is dat de politiek de bewegingsvrijheid van de pers verder aan banden legt. Als reactie houden met name jonge Haagse journalisten maximale afstand, zo ver weg als mogelijk van de politieke inner circle.
Het geeft nog meer ruimte aan het dirigisme, aan de aantasting van de vrije berichtgeving. Het risico is daarmee levensgroot aanwezig dat politiek en pers elkaar klemzetten. Daar is niemand bij gebaat. Het is van groot belang voor de parlementaire democratie dat de journalistiek een levende tegenmacht blijft vormen. Het Binnenhof hoeft niet één grote, warme familie te zijn, een zekere mate van afstandelijkheid kan geen kwaad. Maar het wantrouwen dat tegenwoordig door de wandelgangen waart is ontwrichtend voor alle partijen.
De politiek moet eens ophouden met die onnozele oneliners van het marketingbureau en met die kant en klaar uitgeserveerde statements die eerst drie keer langs de afdeling propaganda zijn gegaan. De parlementaire pers moet op haar beurt politici verneuken noch verheerlijken. Er behoort nieuwsgierigheid te zijn, maar in een onderling verkeer waarin niet elk woord wordt vastgespijkerd. De beste politici zijn bestuurders die twijfelen, die met zichzelf in tegenspraak zijn, die ambivalent zijn en daarvan blijk geven. De beste politieke journalisten zijn die journalisten die in informele ontmoetingen dat willen begrijpen.
Op die verkiezingsavond in maart 2021 gaf Hoekstra uiteindelijk op het partijbureau zijn reactie op de nederlaag van het CDA. De verslaggever die hem eerder in het Kamergebouw was gevolgd, was er ook. Ze kreeg niet de gelegenheid een vraag te stellen. Hoekstra sloeg haar gewoon over. Ze werd gestraft, als een schoolkind. De verslaggever bleef blijmoedig. Wel vroeg zij zich tegenover collega’s af of ‘die mensen volwassen en intelligent genoeg zijn, of ze ook voldoende zelfvertrouwen hebben om op een normale manier van gedachten te wisselen’. Sinds de val van Rutte lijkt alles anders te worden. Alles woelt om verandering, ons wordt een nieuwe tijd beloofd. Wie weet.
Dit artikel is gebaseerd op het boek Wantrouwen in de wandelgangen – Hoe pers en politiek van elkaar vervreemd raakten van Jan Tromp en Coen van de Ven. Balans; 192 pagina’s; € 21,99.
Source: Volkskrant