Je hoeft geen groot jazzconnaisseur te zijn om bij de hoes van After Dark, het nieuwe album van trompettist Teus Nobel (41), meteen te denken aan Chet Baker. Wie de naam van deze legendarische trompettist intikt op Google, komt al snel zijn de iconische zwart-wit foto tegen, in 1953 gemaakt door Bob Willoughby. Het is een van Nobels favoriete foto’s van zijn eerste jazzheld. Daarom liet hij zich voor de hoes van zijn nieuwe album fotograferen in dezelfde pose als zijn idool, gekleed in eenzelfde wit T-shirt en donker jasje.
De muziek van Chet Baker staat model op het nieuwe album van Nobel, waarop het overigens vergeefs zoeken is naar de naam van Baker. Die is bewust weggelaten, zegt Nobel, want zijn negende album moest weliswaar een ode worden aan zijn held, maar ‘ik probeer hem niet te imiteren. Als ik er iets op had gezet als ‘Teus Nobel speelt Chet Baker’, gaat iedereen ons met elkaar vergelijken. Ik heb deze plaat gemaakt met Chet in mijn achterhoofd. Maar je verliest het altijd van het origineel.’
Voor Nobel, die eerder dit jaar met zijn kwartet de Liberty Group het album Human First uitbracht, was het maken van After Hours een manier om even bij zinnen te komen en na te denken over waar hij met zijn muziek naartoe wil. Even een adempauze en alles herijken. Hij ging daarvoor terug naar de muziek waarvoor hij, meer dan twintig jaar geleden op het Rotterdamse conservatorium, het eerst viel.
Over de auteur
Gijsbert Kamer is sinds 1992 muziekjournalist. Hij schrijft voor de Volkskrant recensies, interviews en beschouwingen over pop en jazz.
‘Ze constateerden daar destijds dat ik wel kwaliteit had, maar dat ik die nog niet had omgezet in solo’s met een eigen signatuur. Ik bleef een beetje hangen in het spelen van toonladders. Toen kwam trompettist Jarmo Hoogendijk, van wie ik in 2001 les had, met het album Someday My Prince Will Come van Chet Baker, een live-plaat met triobezetting uit 1979. Ik vond het meteen prachtig. Chet was de eerste muzikant van wie ik de muziek ging uitschrijven en bestuderen. Door hem ben ik echt goed naar jazz gaan luisteren.’
Nobel viel voor wat hij de lineaire benadering van Baker noemt. ‘Zijn spel is mooi lyrisch en heeft een warme toon, maar hij speelt óók vrij horizontaal over soms ingewikkelde wisselingen van akkoorden. Kijk je naar de noten, dan kun je bijna een rechte lijn trekken door de meest complexe schema’s.’
Woody Shaw (1944-1988), een andere door Nobel bewonderde en bestudeerde trompettist, speelt ‘verticaler’. Veel noten en snellere loopjes. Dat is moeilijker om te spelen, maar Baker kon iets wat best ingewikkeld was, eenvoudig laten klinken. ‘Hij verstond de kunst om met zo min mogelijk noten een zo groot mogelijk effect te bereiken.’
De kracht van de muziek van Chet Baker zit volgens Nobel vooral in wat de trompettist weglaat. ‘Een van de wijze lessen die ik van Jarmo Hoogendijk heb geleerd, is dat je eerst tien jaar nodig hebt om alle techniek te leren, en dan tien jaar om te kijken wat je kunt weglaten. Vooral in de laatste jaren van zijn leven, die hij voornamelijk doorbracht in Europa, liet Chet steeds meer noten weg; door zijn heroïneverslaving werd hij steeds zwakker om ze goed te kunnen spelen. Maar daardoor bleef de essentie, zeg maar de soul van zijn muziek, over.’
Het is dan ook vooral het late werk van Baker waar Nobels voorkeur naar uitgaat, zoals Someday My Prince Will Come. Net als Baker op die live-plaat deed, speelt Nobel op After Hours in trio-bezetting, met Thomas Pol op contrabas en Tim Langedijk op gitaar.
Zoals gezegd wilde Nobel de sfeer van Bakers plaat benaderen zonder de muziek te kopiëren. Zo speelt hij in Sad Walk op een gedempte (muted) trompet – iets wat Baker zelden tot nooit deed – en in It Never Entered My Mind op bugel, in de wat hogere toon die Miles Davis het nummer gaf. ‘Het zijn trucjes waarmee ik mezelf even op het verkeerde been zette, zodat het geen ‘Teus speelt Chet’ kon worden. Ik heb, uit angst dat ik hem te veel zou imiteren, in de maanden voor de opnamen ook niet meer naar zijn muziek geluisterd.’
Nobel hoopt dat hij met zijn album een ander beeld van Baker schetst dan je veelal in de media ziet. ‘Altijd weer die onbetrouwbare junk die op het laatst nauwelijks meer kon spelen. Ik hou vooral van de late Chet, omdat die steeds dichter bij de essentie kwam van wat hij wilde vertellen. Mensen die zijn muziek zo treurig vinden, missen die essentie. Wat Chet met zijn muziek wilde zeggen, en als geen ander liet horen, is dat in alle ellende schoonheid te vinden is, als je er maar je ogen voor opent.’
Teus Nobel: After Hours. Integral (verschijnt 15/9).
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden