Home

De wet Fraudeaanpak ‘gaf een snoeptrommel aan gegevens aan opsporingsambtenaren, zonder enige checks and balances’

Wilbert Tomesen is van de principes, het type dat vindt dat de overheid haar eigen wetten serieus moet nemen. Die mentaliteit verhoudt zich slecht met het politieke metier, dat vooral om buigzaamheid en pragmatisme vraagt. De oud-vicevoorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) werd zelf nauwelijks serieus genomen door de politici die hij met kritische beleidsadviezen om de oren sloeg. ‘Na de aanslagen van 11 september 2001 werd de bescherming van persoonsgegevens steeds meer gezien als een hinderpaal voor het bevorderen van de veiligheid, en later ook voor de fraudeaanpak in de sociale zekerheid. Dus als u mij vraagt of de wet van harte werd nageleefd, dan is het antwoord nee.’

Tomesen was CBP-lid tussen 2011 en 2018. Dankzij voortschrijdende computertechnologie beschikte de overheid over steeds meer databestanden met persoonsgegevens. Aanbod schept vraag, dus gemeenten, opsporingsdiensten en uitvoeringsinstanties wilden die gegevens graag gebruiken om fraude op te sporen. Het CBP (tegenwoordig de Autoriteit Persoonsgegevens) kreeg ineens een ‘tomeloze hoeveelheid’ wetgeving ter advisering voorgelegd.

Een van de wetsvoorstellen waarover het CBP moest adviseren, was de Wet fraudeaanpak door bestandskoppelingen. Die wet maakte het mogelijk dat gemeenten en andere overheidsinstanties gegevens, waaronder persoonsgegevens, met elkaar gingen uitwisselen om onder andere uitkeringsfraude op te sporen. Het CBP adviseerde minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken de wet niet in te dienen. Volgens Tomesen was het wetsvoorstel in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens. ‘Deze wet gaf een snoeptrommel aan gegevens aan opsporingsambtenaren, zonder enige checks and balances’.

Het CBP vond het bezwaarlijk dat de wet niet specificeerde welke gegevens instanties mochten uitwisselen. ‘Als fraudebestrijding het doel is, gaat het natuurlijk niet om fijne zaken, maar om gegevens als schulden, een detentieverleden en dergelijke.’ In de wet was ook niet goed vastgelegd wie erop toeziet dat databestanden alleen gedeeld worden als dit echt noodzakelijk is. Een derde fundamenteel bezwaar was dat burgers die door deze aanpak aan verscherpte controle blootstaan, daarover niet geïnformeerd zouden worden.

Hiermee legde het tweede kabinet-Rutte de kiem voor een deel van de toeslagenaffaire. Toen de beerput van dat schandaal openging, bleek onder meer dat de Belastingdienst geheime zwarte lijsten bijhield van mensen die (vaak onterecht) verdacht werden van fraude. Volgens de wet had de Belastingdienst die lijsten geregeld moeten opschonen, maar dat gebeurde niet. Er was namelijk niemand die daar op toezag.

Minister Asscher schoof het negatieve advies van het CBP terzijde. In de memorie van toelichting bij de wet schreef hij in maart 2013: ‘Bij de afweging van de betrokken belangen komt aan het belang van de bescherming van het economisch welzijn en aan het belang van het voorkomen van strafbare feiten een zwaarder gewicht toe dan aan het belang van de betrokken burger bij de bescherming van zijn persoonsgegevens.’ Met andere woorden: fraudebestrijding gaat boven privacy. Bij de stemming in de Tweede en Eerste Kamer was het wetsvoorstel eind 2013 een hamerstuk; het werd met grote meerderheid aangenomen.

Tomesen denkt dat Asscher de kritiek van het CBP, en ook die van de Raad van State, opzijschoof omdat het bestrijden van uitkeringsfraude voor het kabinet de allerhoogste prioriteit had. ‘Bij elk gesprek dat wij op het ministerie van Sociale Zaken voerden, kregen wij mee dat fraude met wortel en tak moest worden uitgeroeid.’

De ambtenaar die het wetsvoorstel in opdracht van Asscher voorbereidde, Mirjam Sabir, beaamt dit tijdens haar verhoor. ‘Fraudeaanpak was ontzettend belangrijk. Er mocht geen schandaal uitbreken waar de minister of de gemeente door overvallen werd. Daar werd echt op gestuurd.’ Sabir is het niet eens met Tomesens kritiek op de wet die bestandskoppelingen faciliteerde. ‘De minister is ervoor verantwoordelijk dat publieke middelen, zoals uitkeringsgelden, goed worden besteed.’

Het uitwisselen van gegevens verminderde de uitvoeringslast voor gemeenten en het UWV en maakte de opsporing efficiënter, zegt Sabir. De koppeling van bestanden kwam tegemoet aan een ‘dringende maatschappelijke behoefte’ om misbruik van uitkeringen tegen te gaan.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next