Zoetjesaan beginnen struikelstenen tot het straatbeeld te behoren – u weet wel, die blokjes in het trottoir, bedekt met een messing plaatje waarin naam, geboorte- en sterfgegevens van een meestal Joods oorlogsslachtoffer staan gegraveerd. Volkomen terecht, dat spreekt. Tijdens de Duitse bezetting is per slot een huiveringwekkend percentage van de Joodse bevolking uit Nederland weggevoerd en vermoord. Elk struikelsteentje doet je weer even beseffen dat het ging om mensen van vlees en bloed, met een naam en een adres. Niemand die nu in alle vrijheid op straat loopt kan daarop tegen zijn – tenminste, dat zou je denken.
Verkeerd gedacht. Verliep de plaatsing van de allereerste struikelstenen nog rimpelloos, tegenwoordig laat de Bijdehante Burger ook wat dit betreft graag van zich horen.
Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Volgens mij begon het in 2017, toen bewoners in Amsterdam-Zuid de plaatsing van een struikelsteen voor de deur via de rechter wilden voorkomen. Aanvankelijk luidde hun bezwaar dat het betreffende steentje – afmeting 10 bij 10 centimeter – te belastend zou zijn en dat ze vreesden voor hun privacy vanwege voorbijgangers die naar hun huis zouden kijken. Later heette het ineens dat de struikelsteen ze gedurig zou doen terugdenken aan het overlijden van een eigen kind.
In 2019 was er commotie rond een aanvraag in Rijssen. Volgens Tubantia achtte de verantwoordelijk wethouder van de gemeente Rijssen-Holten de tijd ‘nog niet rijp’ voor struikelstenen. Eén Joodse vrouw maar vooral oud-verzetsstrijders, zei hij in een besloten raadsvergadering, maakten er bezwaar tegen. ‘Ze vinden dat er al genoeg voor de Joodse gemeenschap gedaan is. (…) Zij vroegen zich af: hoever gaan we daarin? En moeten we daar nog verder in gaan? We hebben al een Joodse begraafplaats, een Joods monument en we houden daar een viering.’
In de gemeente Amstelveen was het de burgemeester zelf die in 2021 aanvragen weigerde goed te keuren. Volgens Het Parool wees hij daarbij op de aanwezigheid van een ‘gezamenlijk monument voor alle slachtoffers van het geweld in de Tweede Wereldoorlog. Stenen voor individuele slachtoffers zou voor onderscheid zorgen.’
Vorig jaar was het wederom raak, en weer in de gemeente Amsterdam. Een buurtbewoner tekende protest aan tegen de voorgenomen plaatsing van tweehonderd struikelstenen in de Nieuwe Amstelstraat – eerbetoon aan evenzovele Joodse bewoners die nimmer de luxe van een graf is gegund. ‘De man in kwestie’, schreef het Nieuw Israëlietisch Weekblad, ‘zou bang zijn dat de gedenkstenen te veel toeristen zouden trekken en dat het straatje daarmee te druk zou worden.’
En onlangs was warempel Aerdenhout, gemeente Bloemendaal, aan de beurt, vanwege bezwaren tegen struikelstenen aan de Distellaan. De betreffende bewoonster, die benadrukte aan moederskant Joodse familieleden te hebben, in hetzelfde NIW: ‘Het is geen onwil, maar een huis dient een veilige plek te zijn en het idee dagelijks herinnerd te worden aan het oorlogsleed is onverteerbaar.’
Nu het goede nieuws: eenmaal aangevraagde struikelstenen komen er doorgaans lekker toch – ongetwijfeld dankzij alle publicitaire aandacht die bezwaarmakers onbedoeld genereren. Ook de Aerdenhouters, u heeft het dinsdag in deze krant kunnen lezen, kwamen tot bezinning.
Niettemin blijven zulke struikelsteenincidenten pijnlijk, en niet eens zozeer vanwege het nimbygedrag dat eruit spreekt. Pijnlijker nog vind ik dat lokale bestuurders hiervoor gevoelig blijken te zijn. Zo wilde de Bloemendaalse wethouder de belangen van de aanvrager en van de bewoners even zwaar laten wegen. Nergens voor nodig, lijkt mij. Veel zuiverder zou zijn als bewoners niks te vertellen hadden over zo’n aanvraag.
Struikelstenen zijn immers, net als pakweg lantaarnpalen, bestemd voor de openbare ruimte. En daar gáán bewoners niet over, althans niet rechtstreeks. Los daarvan, is het nogal merkwaardig om plaatsing afhankelijk te maken van hun luimen en/of welwillendheid. Struikelstenen liggen er niet per se voor hen, maar voor de eventuele nazaten en voor iedereen die passeert – voor ons allemaal dus.
Opdat we beseffen dat het ging om mensen van vlees en bloed, met een naam en een adres. Desnoods tot vervelens toe.
Source: Volkskrant