Bij zware vuurgevechten in noordoost-Syrië zijn de afgelopen week zeker negentig doden gevallen. Nabij de stad Deir Ezzor namen Arabische stammen de wapens op tegen het bewind van de door Koerden geleide Syrische Democratische Krachten (SDF). De SDF wordt door de Amerikanen gesteund, maar verliest steeds meer steun onder de lokale bevolking.
Getuige de harde strijd is de ‘autonome regio’ die de SDF in het noordoosten bestieren een uiterst wankel kaartenhuis. Lang niet alle 3 miljoen inwoners zijn Koerdisch, ongeveer 70 procent is Arabisch. De Arabieren verwelkomden de SDF enkele jaren geleden, omdat ze de extremisten van Islamitische Staat (IS) hadden verjaagd, maar tonen zich steeds vaker gefrustreerd over de corruptie, het uitblijven van wederopbouw en de dominante rol van Koerden in het bestuur. Scholen moeten het marxistisch georiënteerde curriculum van de Koerdische YPG-partij (dominant binnen de SDF) volgen, terwijl Arabische families daar zelden affiniteit mee hebben.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
In het door oorlog verwoeste Syrië is de ‘autonome regio’ een van de in totaal vier puzzelstukken. Het Assad-regime heeft ruwweg tweederde in handen, terwijl de overige gebieden in handen zijn van Koerden (noordoosten), pro-Turkse rebellen (noorden) en ex-jihadisten (noordwesten).
De stad Deir Ezzor, gelegen aan de Eufraatrivier, is verscheurd: de westoever is in handen van de regering, de oostoever in die van de SDF, een parapluorganisatie waarvan de harde kern bestaat uit Koerdische strijders, maar waar ook Arabische strijdgroepen deel van uitmaken. Alleen op de oostoever werd deze week gevochten. Dat gebeurde onder aanmoediging van het regime in Damascus, dat van de chaos hoopte te profiteren.
De gevechten ontbrandden eind augustus, toen de SDF een corrupte krijgsheer uit de regio – lokaal bekend als ‘Abu Khawla’ – arresteerde, omdat hij van plan zou zijn geweest om de Koerden te verjagen. Leden van Abu Khawla’s stam eisten daarop zijn vrijlating en grepen naar de wapens. Ze sloten wegen af en overmeesterden checkpoints. Hun opstand werd door de SDF zo hard neergeslagen dat er meerdere burgerdoden vielen. In het gebied zijn ongeveer 900 Amerikaanse militairen gestationeerd. Volgens de Koerden kregen ze bij de gevechten Amerikaanse luchtsteun, maar dat is in Washington niet bevestigd.
‘Ik probeerde mijn zoons gerust te stellen toen we de schoten hoorden’, zegt een 34-jarige lokale activist aan de telefoon. ‘Het is een bruiloft, zei ik, ze steken vuurwerk af.’ Uit angst voor represailles wil hij niet met zijn naam in de krant. In zijn dorp werd drie dagen onafgebroken gevochten, voor het geweervuur verstomde.
De SDF-leiding beweerde dat de rebellie het werk was van ‘infiltranten’ van IS of het Assad-regime, maar dat lijkt vooral een excuus te zijn geweest voor het harde optreden. Zelf ontkent IS iets met de opstand te maken te hebben.
Of de Koerden nog lang in staat zullen zijn om de autonome regio overeind te houden, is een groot vraagteken. In Deir Ezzor is de boosheid wijdverbreid. Inwoners zeggen dat hoewel de olievelden zich in hun provincie bevinden, ze nauwelijks iets terugzien van de baten. Per dag hebben gezinnen slechts drie à vier uur stroom. Ook met de rekrutering van kindsoldaten – al jaren een staande praktijk – maakt de SDF zich niet geliefd. ‘Door het harde optreden van deze week is het vertrouwen in de SDF helemaal geknakt’, zegt de activist. ‘De enige reden dat mensen hun aanwezigheid nog verdragen, is omdat de alternatieven (het Assad-regime, Iraanse milities, red.) erger zijn.’
Omar Abu Layla, als Syriëkenner verbonden aan de denktank Washington Institute en zelf afkomstig uit Deir Ezzor, schreef in een opiniestuk dat de sleutel bij de Amerikanen ligt. Immers: het is hun militaire aanwezigheid die zowel IS als het regime buiten de deur houdt (en de olie in Koerdische handen). Zij waren het ook die de SDF – destijds aarzelend – in 2019 aanmoedigden om naar Deir Ezzor door te stoten en IS te verjagen. Het ontbreekt de regering-Biden echter aan een duidelijke strategie. Voortmodderen lijkt het credo. De Amerikaanse commandant van de anti-IS-operatie, Joel Vowell, kwam afgelopen weekeinde naar Deir Ezzor voor overleg met zowel de SDF als tribale leiders.
De boosheid bij stamhoofden gaat over meer dan alleen de Koerdisch-Arabische frictie, aldus Abu Layla. Het gaat er ook om wie de Amerikanen en de SDF als hun gesprekspartners kiezen. Ironisch genoeg was een van hen de reeds genoemde Abu Khawla, een man zonder veel draagvlak onder de andere stammen. Wat nodig is, vindt ook de anonieme activist, is een nieuw burgerbestuur geleid door lokale kopstukken, zonder bemoeienis van de SDF. Blijft dat uit, dan zal het wachten zijn op de volgende opstand.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden