N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Er waren al heel wat boeken en films aan de tennisser John McEnroe gewijd, maar toch heeft de regisseur Barney Douglas het opnieuw gewaagd. Het boeiende resultaat, de documentaire McEnroe, was deze week op de Belgische tv-zender Canvas te zien.
Werden we er veel wijzer van? Ja en nee.
We konden weer eens leren dat achter de façade van roem en doem bij topspelers veel meer schuilgaat dan we beseffen. Als tennisliefhebber heb ik McEnroe goed gevolgd tijdens zijn opzienbarende opmars in de jaren tachtig en de gestage teloorgang daarna. Hij beleefde nog wel een soort come-back, maar bereikte nooit meer zijn oude niveau.
Wat ging er mis? Zijn privé-leven werd te onrustig, blijkt uit deze film. Vrouwen, verslaving aan cocaïne, ruzie met vader, scheiding van de filmster Tatum O’Neal, met wie hij drie kinderen kreeg, waarvan de voogdij later bij hem berustte omdat Tatum verslaafd was geraakt aan heroïne. Topsport vereist nu eenmaal een bijna onmenselijke discipline, wie dat niet meer kan opbrengen gaat vroeg of laat ten onder. Federer, Nadal en Djokovic, drie minstens zo legendarische opvolgers, konden het wél volhouden.
McEnroe was 25 jaar en bijna onoverwinnelijk toen hij in 1984 zijn topjaar beleefde, daarna zette het verval in. Zijn grootste rivaal (en vriend) bij zijn opkomst was Björn Borg. Die maakte als 26-jarige volkomen onverwacht een einde aan zijn briljante carrière, kort nadat hij in 1981 de finale van de US Open van McEnroe had verloren. Dat was een slag voor McEnroe die Borg bijna smeekte om te blijven. Borg zegt in deze documentaire dat McEnroe zijn beslissing niet kon begrijpen en dat hij hem daarom had aangeraden: „Kom over een poosje maar eens terug, dan zal het je duidelijk zijn.”
„Ik heb nooit spijt gehad”, zei Borg later over zijn beslissing. „Het had niet geholpen als ik had gewonnen van McEnroe. Ik had er geen doodeenvoudig geen plezier meer in. Het was niet langer leuk om te trainen, mijn motivatie werd steeds minder.” Het rusteloze karakter van zijn vriend kennend, moet Borg vermoed hebben dat ook hij problemen met de vereiste discipline zou krijgen.
Uit deze film blijkt ook hoezeer de druk van de verwachtingen en de aandacht van de media het leven van een topspeler kunnen ontwrichten. Bovendien had McEnroe, net als Richard Krajicek, een uiterst lastige vader. Voor beiden liep het uit op een volledige breuk met hun vader. Die van McEnroe was een ijdele man die manager van zijn zoon werd, maar tegelijk moeite had met zijn rol in de schaduw. „Ik ben niet John McEnroe senior”, zei hij tegen een journalist, „het is John McEnroe en de zoon is John McEnroe junior.” Hij was een perfectionistisch ingestelde man die John over de hele wereld nareisde. Het begon junior zozeer op de zenuwen te werken dat hij senior ontsloeg. Pa is dat nooit meer te boven gekomen, hij eindigde als een drankverslaafde. Ja, er zit veel verslaving in deze film. Een kardinale vraag blijft helaas onbeantwoord: hoe is het beruchte, vaak woedende gedrag – vooral tegenover umpires – van McEnroe op de baan verklaarbaar? Ik vermoed dat het met die vader te maken had tegen wie hij toen nog niet in opstand durfde te komen, maar ik geef toe dat dit psychologie van het koude tennisgras kan zijn.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC