Home

Rutte verdedigt discriminatie bij fraudeopsporing: ‘Bij een patroon moet je ingrijpen’

Voordat zijn verhoor donderdag begint, wordt duidelijk dat Mark Rutte twéé keer moet opdraven voor de Parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening. Deze middag moet hij zich verantwoorden voor zijn daden als staatssecretaris van Sociale Zaken, de functie die hij bekleedde tussen juli 2002 en juni 2004. Over een aantal weken zal hij opnieuw in de Enquêtezaal moeten verschijnen, maar dan als minister-president.

Ondervragers Michiel van Nispen (SP) en Salima Belhaj (D66) vermoeden dat Rutte medeverantwoordelijk is voor de ontspoorde fraudebestrijding in de sociale zekerheid. Onder Ruttes bewind als staatssecretaris ging de overheid bijstandsgerechtigden voor het eerst gericht controleren aan de hand van profilering. Mensen met bepaalde kenmerken, waaronder persoonskenmerken, maakten voortaan meer kans gecontroleerd te worden dan anderen. Voor 2002 was de uitkeringscontrole uitsluitend ‘signaalgestuurd’; opsporingsambtenaren kwamen pas in actie bij concrete aanwijzingen voor fraude.

Rutte reageert geïrriteerd als Van Nispen hem drie keer vraagt waarom hij in 2002 geen onderzoek liet doen naar de mogelijke nadelen van ‘risicogestuurde’ fraudebestrijding. Hij antwoordt bits: ‘In de werkwijze van een bewindspersoon is het niet de normale gang van zaken dat je bij elke beleidswijziging die je doorvoert standaard breed laat onderzoeken wat potentieel ooit de nadelen zouden kunnen zijn.’ Rutte herhaalt dat de koerswijziging naar meer repressie tegen uitkeringsfraude al vóór zijn aantreden in juli 2002 was ingezet.

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

De fraudeproblematiek was in die tijd ‘serieus’, zegt hij. De oud-staatssecretaris verwijst naar snoeiharde rapporten van de Parlementaire enquêtecommissie Buurmeijer en de commissie-Van der Zwan uit 1993. Beide commissies concludeerden dat uitkeringen veel te makkelijk werden toegekend en dat de overheid de begunstigden vervolgens amper controleerde. Van der Zwan stelde dat de uitvoering van de bijstand ‘ontoelaatbare tekortkomingen’ vertoonde en dat minstens een kwart van de bijstandsuitkeringen onterecht werd uitbetaald. Na zulke vernietigende kritiek moest de politiek wel in actie komen, verklaart Rutte.

‘Misbruik van uitkeringen was daarna een groot onderwerp in Kamerdebatten en in de kranten, dat thema kwam al in de jaren tachtig en negentig op. Het beleid van de kabinetten-Balkenende I en II was een logisch vervolg op dat van de kabinetten-Kok. We moesten iets doen om het draagvlak voor sociale zekerheid in stand te houden.’

Toch vond de bestuursrechter in 2007 dat Rutte te ver was gegaan. De rechter oordeelde dat de oud-staatssecretaris zich schuldig had gemaakt aan rassendiscriminatie. Rutte had alle gemeenten in januari 2003 namelijk per brief verzocht gerichte controles uit te voeren onder bijstandsgerechtigden van Somalische origine.

Hij meende dat hij voldoende grond had om inbreuk te maken op het wettelijke antidiscriminatiebeginsel, omdat de Britse immigratiedienst Nederland waarschuwde voor mogelijke uitkeringsfraude door Somaliërs. Rutte: ‘De Engelsen gaven door dat zesduizend Nederlandse Somaliërs naar Engeland geëmigreerd waren zonder dat in Nederland te melden, waardoor hun bijstandsuitkering gewoon doorliep.’ De Inspectie Werk en Inkomen concludeerde vervolgens dat er sprake was van een ‘fraudepatroon’ onder Somalische Nederlanders. ‘Nou, dan moet je ingrijpen’, zegt Rutte nu. ‘Het zou een schandaal zijn geweest als we dat niet hadden gedaan na zo’n signaal.’

Dat de rechter de gerichte fraudecontrole onder Somaliërs desondanks afkeurde, lijkt Rutte nog altijd niet te begrijpen. Belhaj vraagt waarom Rutte de gemeenten niet verzocht álle bijstandsgerechtigden die misschien stiekem naar het buitenland waren vertrokken te controleren, in plaats van alleen de Somaliërs. Rutte slaakt een zucht. ‘Dan moet je wel een heel groot sleepnet uitgooien om een kleine groep fraudeurs te pakken.’ Risicoprofilering is er ook gekomen om de ambtelijke opsporingscapaciteit efficiënter en doelmatiger in te zetten, wil hij maar zeggen.

Ook kritische vragen van Belhaj en Van Nispen over een experiment met risicoprofilering in Utrecht, dat Rutte als staatssecretaris accordeerde, wuift hij weg. ‘In Utrecht werd bij de fraudecontrole gekeken naar leeftijd en geslacht. Op dat moment was profilering op persoonskenmerken geen thema. Dat werd allemaal geaccepteerd; daar was helemaal geen discussie over. De aandacht hiervoor is echt iets van de laatste jaren.’

In het verhoor van Rutte komt ook iets aan de orde dat twee hoogleraren tijdens de eerste enquêtedag al aankaartten: de achteloze manier waarop de politiek omgaat met kritische beleidsadviezen. Hoogleraar politieke communicatie Wouter van Atteveldt merkte woensdag op dat de Raad van State, de Nationale Ombudsman en Algemene Rekenkamer allemaal waarschuwden voor gebreken in de toeslagen- en fraudewetgeving, maar dat die adviezen doodvielen omdat ze politieke belangen in de weg zaten.

Van Nispen en Belhaj werpen Rutte voor de voeten dat hij in 2003 een negatief advies van het College Bescherming Persoonsgegevens over de Wet werk en bijstand naast zich neerlegde. Rutte zegt dat hij dat deed, omdat hij het gewoon niet met dat advies eens was.

Voormalig Volkskrant-journalist Gijs Herderscheê, die decennialang over sociale zekerheid schreef, heeft die reflex in zijn carrière vaak genoeg gezien. ‘De adviezen van de Raad van State bij een wetsvoorstel wogen vroeger veel zwaarder. Tegenwoordig worden ze vaak voor kennisgeving aangenomen’, zegt hij donderdagochtend tegen de enquêtecommissie.

‘Dat is gewoon politiek opportunisme. De toevallige meerderheid in de coalitie bepaalt hoe wetgeving eruit komt te zien. Als in het regeerakkoord staat dat sociale werkplaatsen moeten sluiten, dan moet dat gebeuren omdat dit in de meerjarenramingen is opgenomen. De Ombudsman en de Raad van State hebben geen doorzettingsmacht. Daar zijn jullie als Kamerleden voor, daar is het kabinet voor, daar zijn ministers en staatssecretarissen voor.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next