Home

Ik heb me voorgenomen om niet bij alles te denken: dit zou alleen een oude witte man doen

We waren met wat mensen aan het recreëren op een veldje in de stad. Aan de rand van het veldje liep een man met hond. De hond zeeg door de achterpoten in de bekende stand, deed een drol en liep door. De man keek ernaar en liep ook door. De drol bleef achter in het gras.

‘Wilt u misschien een zakje?’, riep een van ons, een voortvarende vrouw in het bezit van een hond, dus in het bezit van een schier oneindig aantal poepzakjes.

‘Nee’, riep de man terug, ‘dat vind ik zonde van het plastic. En het vergaat vanzelf.’

Hier ging een sociale interactie op zo veel manieren anders dan verwacht, dat ik een rare tinteling in mijn hoofd voelde.

Want eigenlijk had de vrouw moeten roepen: ‘RUIM KAK OP!’ En de man: ‘SORRY SORRY! MEA CULPA MEA MAXIMA MAXIMA CULPA!’

Maar er was iets heel anders gebeurd. De vrouw had de man niet berispt, maar hem hulp aangeboden. En de man was niet door het stof gegaan, maar had zich op de borst getrommeld omdat hij tegen de verspilling van plastic was. En hij had de vrouw in de hoek gezet, omdat zij blijkbaar van plan was geweest om wél plastic te verspillen.

Dat het bij wet verboden is om je hond op een stadsveldje te laten poepen – aan dat feit werd geheel voorbijgegaan.

Nu werd het een onderhandeling. ‘Er zitten en sporten hier mensen’, riep de vrouw. ‘Het ligt aan de rand’, zei de man. En zo nog even door. ‘Ik ruim het wel op’, zei de man boos-toegeeflijk, en haalde een poepzakje tevoorschijn.

Oudere witte mannen hebben de laatste tijd veel over zich heen gekregen, en de enige die ze wil helpen is Jan Slagter, maar die helpt ze van de regen in de drup en is ook niet een heel objectief jurylid.

Ik heb me voorgenomen om niet bij alles te denken: dit zou alleen een oude witte man doen. Maar dit zou alleen een oude witte man doen. Dat dacht ik nu wel even. De rest van de hondenbezittende wereld ruimt de poep van z’n hond al ongeveer op voordat de drol de grond geraakt heeft, uit pure schaamte dat zij een poepverspreidend dier hebben gekocht – vooral als er tien mensen in een veldje toekijken. De eerste reactie van deze man was: ik doe iets fout, maar ik vind het goed, daarom is het goed, nee, béter zelfs.

‘Als je zo tegen plastic bent, ruim het lekker op met je zakdoek! Of met een blaadje!’, riep ik. Toen de man allang weg was. Tegen de anderen op het veld.

Want dat is altijd mijn eerste reactie: pas in tweede instantie bedenken welke snedige dingen ik had kunnen zeggen.

Source: Volkskrant

Previous

Next