Home

Klimaatverandering bedreigt ook ons erfgoed. Deze hoogleraar luidt de noodklok: ‘Het was ook míjn blinde vlek’

De journalistiek, wil het cliché , schrijft de eerste versie van de geschiedenis. Thijs Weststeijn (48) schreef met De toekomst van het verleden daarentegen schijnbaar de eerste versie van de toekomst. Bijna wekelijks vinden er ecologische rampen plaats zoals de Utrechtse hoogleraar kunstgeschiedenis die voorspelt in zijn boek. Veel ervan kunnen bij wijze van spreken zo in de volgende editie. De foto die Weststeijn gister zag van iemand die een icoon redde uit een brandende Griekse kerk, bijvoorbeeld. Of de ondergelopen kerk in De Marken (Italië) waarvan hij tijdens een recent verblijf getuige was. Het verwachte extreme weer, zag hij tijdens die vakantie met eigen ogen, dat is er al. Het gaat, zegt hij, allemaal heel snel.

De klimaatcrisis, betoogt Weststeijn in De toekomst van het verleden, is ook een crisis van het erfgoed. Door de verandering van het klimaat staat dat wereldwijd onder druk. Een stijgende zeespiegel gecombineerd met toenemende droogte, regenval, luchtvervuiling en invasieve dier- en plantsoorten bedreigt op ongekende wijze de toekomst van kerken, tempels, paleizen, muren, grachten, monumenten, kunstschatten en archeologische vindplaatsen – als zo’n toekomst er al is. Sommige oude steden, zoals Venetië en het Vietnamese Hoi An, zijn volgens Weststeijn amper te handhaven – althans, niet in de huidige staat.

Over de auteur
Stefan Kuiper is kunsthistoricus en journalist. Hij schrijft sinds 2013 voor de Volkskrant.

Nederland is in deze situatie door haar (gedeeltelijke) ligging onder zeeniveau een van de spreekwoordelijke kanaries in de kolenmijn. Hoe lang het bestaande systeem van dijken, afwatering en landophoping nog voldoet, is onzeker, maar dat het vaderlandse erfgoed meer verleden heeft dan toekomst is volgens de hoogleraar een realistische gedachte. Volgens hem kan niet worden uitgesloten dat we binnen afzienbare tijd de laag liggende stadscentra en hun cultuurschatten moeten opgeven of zullen moeten verplaatsen naar elders.

Hij acht het bijvoorbeeld niet onmogelijk dat binnen nu en honderdvijftig jaar voor het Paleis op de Dam of de Grafkelder van de Oranje Nassau’s in Delft een nieuwe locatie moet worden gezocht. De Goudse Sint-Janskerk met zijn beroemde gebrandschilderde glazen zit eveneens in de gevarenzone. Maar ook nu al hebben klimaatveranderingen effect op ons erfgoed, soms sluipenderwijs.

Op het moment van schrijven krijgen veel Amsterdamse bruggen en kades (en huizen) nieuwe betonnen funderingen. De oude, houten palen kampen met paalrot, een schimmel veroorzaakt door een lage grondwaterstand tijdens perioden van aanhoudende droogte. Weststeijn had er zelf ook mee te maken. Tijdens het schrijven van zijn boek werden de houten palen onder zijn toenmalige huis vervangen door betonnen exemplaren.

Zijn huidige huis, de plek waar hij ontvangt, ligt aan een Amsterdamse gracht, een mooie, diepe woning met zicht op het verzorgingstehuis waar Rames Shaffy zijn oude dag sleet. Hij is een kleine, dynamische man met een stemgeluid dat getraind lijkt door vele jaren college geven – luid dus. Op de kast staat een zelfgeschilderde kopie van het hoofd van Caravaggio’s Judith. Een herinnering aan de tijd dat hij zelf nog artistieke ambities koesterde.

‘Ik durf wel toe te geven dat dit boek deels therapeutisch was. Ik leed niet zoals sommigen aan een klimaatdepressie, maar ik piekerde er wel veel over. Vooral de houdbaarheid van ons erfgoed hield me bezig. Historici trekken graag een lijn naar het verleden, maar ik raakte geobsedeerd door de lijn naar de toekomst: hoe ver kunnen we die nog trekken?’

‘Het is verbazingwekkend. In 1996 publiceerde David Lowenthal The Heritage Crusade, een magistraal boek en een grote inspiratiebron. Hij noemt allerlei bestaande en aanstaande dreigingen voor erfgoed: oorlog, massatoerisme, commercie, noem maar op. Maar niet één keer valt het woord ‘klimaatverandering’. En dat bijna dertig jaar na de Club van Rome!’

‘Lastig. Lang was het ook míjn blinde vlek. Ook Nederlanders, die toch in de vuurlinie liggen, zijn kennelijk goed in het verdringen van het probleem. Neem de Elfstedentocht. Inmiddels is het toch wel duidelijk dat de kans op nog zo’n tocht nihil is. Maar nooit heeft iets of iemand daar echt bij stilgestaan. Als er in IJsland een gletsjer verdwijnt, dan wordt daar een heel ritueel rond georganiseerd: een kunstwerk, een plaquette. Zulke initiatieven schitteren hier door afwezigheid. Bij ons regeert de waan van de dag: gaat er deze winter dan eindelijk weer een Elfstedentocht komen….? Nee, weer niet! Elk jaar zetten we diezelfde oogkleppen op.’

‘Ja, gelukkig wel. Er is een platform voor de sector opgezet, Klimaat en Erfgoed, en onder de nieuwe generatie kunsthistorici speelt het onderwerp zeer. Illustratief was de Vermeer-casus: die activist die zich aan het Meisje met de parel vastplakte. Iedereen van mijn generatie en ouder vond dat een godsgruwel. Maar veel jongere kunsthistorici vonden het een geweldige actie. Zelf sta ik inmiddels aan de kant van de activisten. Ik heb twee keer op de A12 gestaan en bij de volgende demonstratie ga ik weer, desnoods in toga. Het klimaatprobleem is inderdaad zo ernstig dat ik vind dat musea ervoor mogen worden gebruikt als strijdtoneel, al is het spijtig dat dat traumatisch kan zijn voor de suppoosten en conservatoren.’

‘Esthetiek is een belangrijke waarde, al schrijf ik er in m’n boek weinig over. Persoonlijk doe ik niets liever dan musea afstruinen en kunstwerken bekijken. Erfgoed is ook altijd sterk verbonden geweest met identiteit: groepen, minderheden of naties ontlenen hun eigenheid vaak aan specifieke plekken, gebouwen en voorwerpen, een eigenheid die in veel gevallen trouwens zelf is gefabriceerd. En dan – en dat is een derde waarde – is er het Johan Huizinga-argument: erfgoed appelleert aan een diepgewortelde behoefte om terug te kijken naar het verleden. Veel historici zijn hier tegenwoordig sceptisch over – zij menen dat je door het aanraken van een paar oude stenen echt niet het verleden in wordt gekatapulteerd – maar zelf ben ik er wel gevoelig voor. Ik heb lang als gids in het Paleis op de Dam gewerkt. Tijdens die rondleidingen was ik altijd onder de indruk van de confrontatie met de geschiedenis.’

‘Erfgoed bevindt zich op een interessante tijdschaal. Het overstijgt onze individuele levens, maar is nietig in verhouding tot een fenomeen als de klimaatverandering. Het maakt de crisis daardoor invoelbaar. Althans, dat doet het bij mij. Het verdwijnen van de koraalriffen in Australië is een enorm probleem, maar voor iemand die zoals ik weinig van zulke riffen weet, blijft het een abstractie. Dat de Aureliaanse muur in Rome door extreme regenval afbrokkelt, is dat niet. Dat zo’n achttienhonderd jaar oude muur verdwijnt, raakt me direct. Het maakt me bereid tot actie.’

Weststeijns boek vangt aan met een treurig stemmende bloemlezing van dergelijk bedreigd erfgoed, waarbij de ernst van de dreiging (de zwaarste klappen vallen momenteel in Zuid-Azië) en de gedaante ervan variëren. De stijging van de zeespiegel vormt als verwacht het grootste gevaar, maar ook inklinkende veengrond, opwarmend zeewater (waarin scheepswormen die scheepswrakken vreten goed gedijen), brandende bossen en ontdooiend permafrost veroorzaken malheur.

Aan dat dooiende permafrost wordt bijvoorbeeld weinig ruchtbaarheid gegeven, maar de gevolgen ervan zijn volgens Weststeijn desastreus. De grafcultuur van de Scythen, een nomadenstam die voor de jaartelling de Euraziatische steppen bewoonde, gaat erdoor teloor: ‘De bewuste graven werden altijd geconserveerd door de koude grond, maar nu die bodem ontdooit, desintegreren ze en storten ze in.’

Dat is betreurenswaardig, maar het is nog niks vergeleken met wat het erfgoed in de nabije toekomst volgens Weststeijn te wachten staat. Veel historische centra zullen door het stijgende water waarschijnlijk onherkenbaar veranderen, met in Nederland de stad Gouda als pregnantste voorbeeld. ‘Gouda ligt enkele meters onder de zeespiegel waardoor het grondwaterpeil en de rooilijn van sommige gebouwen op dit moment al gelijk zijn. Verder inklinkende grond en een Hollandse IJssel die door de stijgende zeespiegel steeds meer water aanvoert gaan ervoor zorgen dat Gouda’s historische centrum in de nabije toekomst onderloopt. Het verbaast me dat er in die regio nog nieuwe huizen worden gebouwd.’

‘Vooral op de IPPC-rapporten van de Verenigde Naties. Die zijn behoudend van aard. En verder is er de vakliteratuur. Wanneer wetenschappelijk tijdschrift Nature stelt dat er rond 2100 zo’n veertig Unesco-sites rond het middellandse zeegebied in hun voortbestaan bedreigd worden, dan neem ik dat serieus. Tijdens het schrijven van mijn boek stuitte ik ook amper op informatie die me dwong om mijn verhaal te herzien. Helaas, moet ik zeggen.’

‘Maar erfgoed kan wel degelijk een zaak zijn van leven en dood. Tijdens de Bosnische burgeroorlog beschermden de inwoners van de stad Mostar de Stari Most, een brug die geldt als een hoogtepunt van islamitische architectuur, met gevaar voor eigen leven met matrassen en autobanden tegen afzwaaiende projectielen. In diezelfde geest zal het voor mensen in Zuidoost-Azië minstens zo erg zijn dat hun tempels vollopen als dat hun rijstvelden onder water komen te staan. Je moet niet onderschatten hoe belangrijk erfgoed is voor identiteit en religie.’

Bovendien, zegt Weststeijn, luidt hij niet enkel de noodklok. Zijn boek heeft een constructief karakter. Het reikt strategieën aan om in een door klimaatverandering getransformeerd landschap met ons erfgoed om te gaan.

‘Transformatie’, oftewel: de acceptatie dat erfgoed in de loop der tijd onvermijdelijk verandert, is één zo’n strategie. Als voorbeeld noemt de professor de prehistorische houten pilaren die in 1998 bij Holme (Engeland) werden gevonden. ‘Archeologen gingen die uitgraven en exposeren, maar de plaatselijke bewoners waren daar ongelukkig mee. Het erfgoed was voor hun gevoel van ze afgepakt. Daarom besloot men toen er enkele jaren later een tweede Sea Henge werd ontdekt de houten pilaren te laten waar ze waren, ook al was het gevolg dat ze langzaam door het getijdenwater werden aangetast en zouden verdwijnen.’

‘Laat ik vooropstellen dat ik ook het liefst alles zou willen behouden. Hoe meer, hoe beter. Maar op een plek als Hoi An gaan we dat niet redden. En in Venetië is het ook nog maar de vraag. Het huidige damsysteem is niet berekend op de toekomstige zeespiegelstijging. In Delft is er al een student afgestudeerd op een systeem van loopbruggen waarmee we Venetië kunnen blijven bezoeken en meemaken hoe de stad langzaam onder water verdwijnt. De waarde die de stad had voor de oorspronkelijke bewoners wordt daarmee bruut geschonden, maar het alternatief is een van zee afgesloten en daardoor (vanwege falende doorspoeling ) niet minder onbewoonbare stad.’

‘Niet altijd. In het Westen hebben we een materiaal-fetisj. We menen dat de geschiedenis enkel voortleeft in die baksteen uit 1450. In Azië is de relatie met het verleden echter vaak cyclisch. In de oudste tempel van Japan, de Grote Tempel van Ise, is het materiaal niet ouder dan twintig jaar. Elke periode wordt hij volledig herbouwd – een verstandige strategie in een land met veel aardbevingen. Van die flexibele houding ten opzichte van materiaal kunnen we leren.’

‘Met de huidige Unesco-waarden kun je dat heel behoorlijk bepalen. Je hebt bijvoorbeeld zoiets als zeldzaamheidswaarde. Stel je voor dat er in elke stad in Nederland een oude Waag staat, dan kan het besluit zijn dat je omwille van de zeldzaamheidswaarde alleen de uitzonderlijkste bewaart. Een andere waarde die je kunt aandragen is de religieuze waarde: welke rol speelt een gebouw bij praktiserend geloof? In Azië is de geloofswaarde bijvoorbeeld vaak van doorslaggevend belang. Het belangrijkst is dat we goed op een rijtje krijgen met welke waarden we werken. En hoe we daarmee tot een weloverwogen selectie komen.’

‘Dat is grofweg het idee dat je bijvoorbeeld het Paleis op de Dam afbreekt en het heropbouwt in Arnhem of Apeldoorn of een andere hooggelegen stad. Technisch is dat mogelijk. Het is al vaker gebeurd. In de Aswan-vallei in Egypte dreigden in de jaren zestig door de behoefte aan groene energie tientallen tempels onder water te komen te staan. Unesco heeft zich toen over die tempels ontfermd, de grootste onderneming die de organisatie ooit ondernam. Sommige tempels heeft men opgegeven, anderen op een hoger gelegen plek heropgebouwd en weer anderen heeft men verplaatst naar een heel andere plek op de wereld. Een van die tempels, de Tempel van Taffeh, is bijvoorbeeld in Leiden in het Rijksmuseum van Oudheden beland.’

‘Dat is een goede vraag. In China werd een belangrijke tempel vanwege de aanleg van een waterkrachtcentrale afgebroken en elders heropgebouwd. Die originele tempel was gelegen aan de rivier de Yangtze. Vissers legden er hun bootje aan en brachten er hun offers. De reconstructie stond echter hoog in de bergen en je kon er enkel komen via een lange oprit. Qua look en feel had het niks meer te maken met de oorspronkelijke tempel. De oorspronkelijke gebruikers waren daar heel ontevreden over.’

‘Ja, ik overdrijf soms, en ik doe gedachten-experimenten waarvan het ongewis is of ze echt uitkomen, maar het is noodzakelijk dat we naar de toekomst durven te kijken. We zijn het aan hen die eerder over ons erfgoed waakten verplicht. Bovendien: ik wíl alarm slaan. Greta Thunberg zei terecht: ‘Jullie verwijten me dat ik boos ben, maar ik ben ook boos, en ik wil dat jullie óók boos zijn.’

Thijs Weststeijn, De toekomst van het verleden, Uitgeverij Prometheus uitgeverij, pp. 234, € 25.

THIJS WESTSTEIJN

Thijs Weststeijn is hoogleraar kunstgeschiedenis voor 1800 aan de universiteit van Utrecht. Hij studeerde kunstgeschiedenis en filosofie aan de UvA en promoveerde op kunsttheorie in Rembrandts kring. In 2017 maakte hij een tentoonstelling voor het Frans Hals Museum, Barbaren en wijsgeren, over de wederzijdse fascinatie en culturele uitwisseling tussen China en Nederland. En in 2022 kreeg hij een Vici-beurs toegekend: hiermee doet hij de komende vijf jaar onderzoek naar de relatie tussen 17de-eeuwse Nederlandse kunst en het globale netwerk van de Republiek. Weststeijn publiceert ook voor een breder publiek, onder meer in De Groene Amsterdammer.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next