Tv-debatten waarin een reeks lijsttrekkers hun standpunten haastig moeten brengen in oneliners: Pieter Omtzigt heeft er geen zin in. Hopelijk maakt hij school.
Het zou te ver gaan om Henny Huisman de schuld te geven van het afglijden van de Nederlandse politieke debatcultuur, maar het is wel in zijn show begonnen. In 1998 was een tv-debat nog een beschaafde, soms wat saaie, inhoudelijk gedreven gedachtewisseling tussen de vijf lijsttrekkers van de grootste partijen, die elkaar doorgaans beleefd lieten uitspreken, minzaam lachend om elkaars grapjes.
In 2002 verschenen de partijleiders opeens als pauzenummer in de Soundmixshow, waar ze hun entree maakten alsof ze variétéartiesten waren (‘En tenslotte: Pim Fortuyn, de komeet!’) en vervolgens in statements van 15 seconden (‘Licht uit, spot aan’) hun verhaal moesten vertellen, waarna onverbiddelijk de microfoon werd uitgezet. Af en toe werd het debat onderbroken voor de tussenstanden in de Soundmixshow.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Niemand was na afloop blij. ‘Hier was alleen plaats voor soundbites’ (Jan Peter Balkenende). ‘We moeten oppassen dat we entertainment en politiek te veel gaan vermengen’ (Hans Dijkstal). ‘Niemand kon zijn verhaal afmaken’ (Pim Fortuyn).
Niettemin maakte het ‘speelse’ format met de korte spreektijden in de jaren daarna een grote opmars, niet in de laatste plaats omdat het in 2003 zo beslissend bleek: de jonge PvdA-lijsttrekker Wouter Bos kwam goed voor de dag in het eerste tv-debat en steeg in korte tijd razendsnel in de peilingen. En hoewel onder de lijsttrekkers het gemor nooit verstomde over de tv-eisen van razendsnelle oneliners, spreektijden van een halve minuut en stellingen waarop alleen ja of nee kan worden geantwoord, komt iedereen doorgaans toch weer opdraven, wetende hoe doorslaggevend het kan zijn. Alles beter dan uit beeld raken bij de kiezers.
Vooropgesteld: dat is niet eens de schuld van de omroepen. Die doen doorgaans heus hun best om er inhoudelijke, verhelderende debatten van te maken. De vraag is wel of de politieke omstandigheden zich nog lenen voor het concept van een groepsdebat. De tijd van enkele partijen die de dienst uitmaken is voorbij. Nederland is vooral een land van veel middelgrote partijen met wisselende uitschieters naar boven, en bovendien steeds nieuwe partijen die als paddestoelen uit de grond schieten en zich als uitdager aandienen. Redacties willen niet worden beschuldigd van partijdigheid en zijn dus genoodzaakt veel partijen uit te nodigen, met alle beperkingen van dien. Zo houden alle betrokkenen elkaar in een wurgende houdgreep.
Totdat iemand gewoon zegt dat hij het zo niet meer wil. Zoals Pieter Omtzigt nu doet. Hij maakt furore met een gedetailleerd, doortimmerd en soms ingewikkeld verhaal over het disfunctioneren van de overheid, de uitvoeringsorganisaties en het belang van betere wetgeving, en dat is niet erg geschikt voor een tv-format met zes of meer sprekers. ‘Dat kan niet in debatten waarin heel veel lijsttrekkers in oneliners over een onderwerp spreken’, aldus Omtzigt woensdag in zijn Binnenhoflezing.
Hij is deze herfst beschikbaar voor spreekbeurten en voor ‘diepgaande debatten en gesprekken met twee of drie personen die de echte keuzes over volkshuisvesting, bestaanszekerheid, migratie en klimaatbeleid duidelijk maken’.
Als dat nou eens navolging krijgt.