Het ijs van de Noordpool smelt in een razend tempo. Maarten Loonen, die als ecoloog al 35 jaar naar Spitsbergen gaat om er onderzoek te doen, heeft de grote veranderingen met eigen ogen gezien. ‘Wat me emotioneert, is de machteloosheid die ik voel.’
‘Ik ben niet van plan te gaan huilen.’ Maarten Loonen, veteraan in het poolonderzoek op Spitsbergen, zegt het maar meteen. Hij wil niet weer emotioneel worden. Het overkwam hem vorig jaar, toen hij te gast was bij het radioprogramma Spijkers met Koppen, en hij vertelde over hoe de vogelgriep had toegeslagen in de groep ganzen die hij al meer dan dertig jaar volgt.
‘Het was een ramp’, zei hij toen, huilend. Hij vertelde dat hij in de loop van zijn leven meer dan drieduizend brandganzen een ring had gegeven, met een code, een soort naam dus. ‘Een kwart van die ganzen is in één keer gestorven’, bracht hij uit.
Over de auteur
Maartje Bakker is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en won voor haar werk een AAAS Kavli Science Journalism Award, een grote internationale competitie voor wetenschapsjournalisten. Eerder werkte ze op de politieke redactie en was ze correspondent in Spanje, Portugal en Marokko.
Het goede nieuws is: de vogelgriep is bij zijn ganzen inmiddels voorbij. In zijn huis in Haren, waar een ijsberen- en een elandknuffel aan de muur hangen, meldt Loonen dat het virus nu niet meer wordt aangetroffen. Een groot deel van de vogels blijkt bovendien immuun.
Toch zal Loonen opnieuw volschieten, als hij over Spitsbergen praat. Haast niemand, ook internationaal niet, komt er al zo lang als hij om onderzoek te doen. Ja, in de eerste plaats kwam hij voor de ganzen, maar dat wil niet zeggen dat hij de rest niet heeft gezien. Het smeltende ijs, de afkalvende gletsjers, de wegtrekkende ringelrobben, de zoekende ijsberen.
En dus is hij bij uitstek de persoon om te vertellen over een van de grote wendingen van onze tijd: die van het opwarmende klimaat.
‘Heel warm. Ik heb dit hele zomerseizoen zonder handschoenen gedaan. Dat was vroeger echt anders. Nu schommelde de temperatuur tussen de 6 en 12 graden. De zon gaat er niet onder, dus met die zonnestralen erbij is het niet koud.’
‘In Ny-Ålesund, het noordelijkste dorp van de wereld. Een wetenschapsdorp, allerlei landen hebben er een poolstation. Van het Nederlandse station ben ik de beheerder.
‘Als ik de deur uitstap, zit ik meteen midden in de natuur. Je kunt er kilometers ver kijken, maar ook dichtbij gebeurt al van alles. Onder het huisje waar ik met de andere Nederlandse onderzoekers verblijf, woonden dit jaar poolvosjes. Vlakbij waren er ook nesten van een bonte strandloper en een noordse stern. Op een gegeven moment werden die allebei gepakt door de vos.
‘Je ziet er prachtige wolkenpartijen. Of overal gletsjers die worden verlicht door de zon. En dan weer helemaal een grauw landschap. Fantastisch om te zien. Het is gewoon een jongensdroom, dat is het woord dat ik ervoor gevonden heb.’
‘Nou, het ijs was al wel ietsje minder. Het fjord waar ik zit is in de 19de eeuw door een Oostenrijkse expeditie in kaart gebracht. Als je op die oude kaarten kijkt, staken de gletsjers veel verder het fjord in, zodat het fjord kleiner werd ingetekend. Rond 1900 lagen sommige van de eilanden waarop ik nu onderzoek doe ook nog in het ijs. Dus de trend dat het ijs smelt is al langer bezig.’
‘Er zijn ook natuurlijke cycli. Door neerslag bouwt de gletsjer zich langzaam op, hij wordt zwaarder en zwaarder. Op een gegeven moment begint het dan te schuiven. Een deel van het ijs zakt onder de vorstgrens, waarna het ijs smelt en in zee verdwijnt. Dan begint de groei opnieuw. Juist de gletsjers op Spitsbergen staan erom bekend dat ze ineens snel kunnen gaan stromen, surging heet dat. Het probleem is dat het ijs op dit moment niet meer genoeg wordt aangevuld. Nu gaat het allemaal in één richting, die gletsjers zijn aan het verdwijnen.’
‘In 2007. Toen was het merkbaar warmer. Vóór 2007 kon je altijd over het ijs naar de overkant van het fjord lopen in de winter. Sinds 2007 is dat geen enkele winter meer voorgekomen.
‘De temperatuur op Spitsbergen ging als eerste in de winter omhoog. Vroeger kwam Spitsbergen ’s winters helemaal in het ijs te liggen. Dat is al jaren niet meer zo. Het deksel tussen de warme oceaan en de koude atmosfeer is dus verdwenen. Dat betekent dat de oceaan, die boven nul is, de hele winter warmte en waterdamp de atmosfeer in gooit. Daardoor werd de wintertemperatuur al vrij snel 6 graden warmer dan wat eerder normaal was. Inmiddels is het ook in de zomer warmer.
‘Nog zoiets: tegenover het dorp ligt een eiland met een grote berg erop. Daarachter ligt ook een gletsjer. Die gletsjer zat eerst aan het eiland vast, zodat het een schiereiland leek. Maar ik heb meegemaakt dat iemand het dorp in kwam en zei: ‘Het is geen schiereiland. Het is een eiland. Ik ben met een bootje voor het eerst langs die ijsrand gevaren, het was heel spannend, maar ik heb het gedaan. En ik kon rond varen.’ Dat zijn indrukwekkende herinneringen.’
‘We gaan ieder jaar naar de plek waar die gletsjer vroeger aan het eiland vastzat. Nu ligt dezelfde gletsjer op 3 kilometer afstand van het eiland. Vanuit het achterland wordt die ijsmassa nog steeds flink aangeduwd. Er valt geregeld ijs vanaf. Dat is spectaculair. Het gaat met heel veel lawaai gepaard. Alsof het onweert, het knalt en dondert. En dan komt er een joekel van een golf aanzetten.
‘Er zit een dichotomie in. Ik ga daar kijken omdat het mooi is. Maar ook omdat ik studenten daar kan vertellen over klimaatverandering. Je beseft dat dat prachtige landschap, met al die ijsblokken die daar drijven, voorbijgaand is. Dat het eigenlijk een stervende gletsjer is.’
‘Ja, en dat is wat we nu allemaal kunnen zien. We zijn nu voorbij het stadium dat klimaatverandering vooral rond de Noordpool zichtbaar was. En het cynische is: ik ben blij dat het in Griekenland brandt. Ik hoop dat het mensen beïnvloedt. Dat ze besluiten om niet meer naar Zuid-Spanje op vakantie te gaan, of naar een andere verre vliegbestemming. Want als ik zie hoe druk het was op Schiphol… ik ervaar een enorme machteloosheid, om met mijn verhalen een verandering te maken. En die machteloosheid maakt me af en toe emotioneel. Dat merk je nu ook wel.’
‘Natuurlijk zal ik het wel overleven. Maar ik denk dat de generatie van mijn kleinkinderen, als ik ze krijg, misschien zal moeten verhuizen. En als ze dan even vriendelijk ontvangen worden door de Duitsers als wij nu met onze asielzoekers omgaan…
‘Ik zie klimaatverandering en het gebrek aan actie leiden tot oorlog. Ook in Syrië, bijvoorbeeld, speelde de droogte op het platteland een rol. Daardoor verhuisden de zwaargelovige mensen van het platteland naar de steden. En als gevolg daarvan kwam er een clash tussen die twee geloven. Ik geloof daarin, dat klimaatverandering zo werkt. Voor mij is klimaatverandering nu verbonden met mensen die alles verliezen door klimaatverandering.
‘Het is allemaal wat dramatisch, maar ik zie dat soort consequenties. Ook voor al die mensen die nu nog gezellig in hun huis wonen en fijn met het vliegtuig op vakantie gaan, om cultuur op te slurpen in een ver buitenland.’
‘Misschien als je kijkt naar de geologische tijdschaal, maar dat is niet het goede referentiekader. Sinds de laatste IJstijd, 10 duizend jaar geleden, is het een ontzettend stabiele periode geweest. De temperatuur bleef steeds vrij constant, schommelde binnen een bandbreedte van 2 graden. Daar komt ook de doelstelling vandaan om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. De eerste landbouw ontstond 8.000 jaar geleden in China, 6.000 jaar geleden in het Midden-Oosten. Op dat moment namen we afscheid van onze levenswijze als jager-verzamelaars. We vestigden ons. Ook in Nederland: handel drijven, dijken bouwen, het ging allemaal.
‘Dus als je praat over wat klimaatverandering voor mensen betekent, dan moet je niet praten over de tijd dat de aarde een ijsbal was of dat de Noordzee droog lag. Dat was een andere tijd, we hadden een andere levensstijl. Als jager-verzamelaar kon je je aanpassen aan de omgeving.
‘Nu we gevestigd zijn, maakt ons dat kwetsbaar. We zijn gewoon helemaal niet voorbereid op wat er gaat komen.
‘En dan denk ik aan mijn kinderen. Ze hebben allebei een goede relatie, maar ze hebben er moeite mee om kinderen te krijgen. Onder andere vanwege het klimaat. Ze vragen zich af: moeten we het wel doen? Dat vind ik heel jammer. Ik heb zelf twee kinderen, en dat is het beste wat me overkomen is.’
‘Nou ja, te weinig. Dat vind ik een van de schokkende dingen. Hoewel klimaatverandering op Spitsbergen zo duidelijk is, is niet iedereen er veel mee bezig. Dat komt ook doordat de meeste mensen daar maar vier of vijf jaar zijn. Dus die nemen de situatie zoals die is.’
‘Dat weet ik niet. Ik verwacht dat het een verloren zaak is. Dat er definitieve veranderingen zijn.
‘Ik hoorde laatst van een groepje Delftse consultants die, met hun start-up Arctic Reflections, water op het ijs willen pompen. Zodat het ijs dikker wordt. En waardoor het Source: Volkskrant